Het Lam Gods ontrafeld

(10-03-2020) 2020 staat in Gent in het teken van Van Eyck en het Lam Gods. Heel wat UGent’ers droegen bij aan de restauratie en nieuwe inzichten over het Lam Gods.

Het Lam Gods ontrafeld

De afgelopen eeuwen legde het beroemdste altaarstuk ter wereld een onwaarschijnlijk parcours af. Het is een half mirakel dat het er vandaag nog is. Bijna 600 jaar later heeft het Lam Gods niets aan impact verloren. Dat bewijst de recente restauratie door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK), die het Lam Gods in originele glorie teruggeeft aan de wereld. Voor en tijdens de restauratie werden de restaurateurs door onderzoekers van de UGent ondersteund.

De restauratie is een ‘mirakel’ om verschillende redenen: niet alleen omwille van het weergaloze eindresultaat, maar misschien nog wel meer door het restauratietraject dat eraan voorafging. Wist je bijvoorbeeld dat 50 procent van het centrale paneel ‘De Aanbidding van het Lam Gods’ overschilderd werd door andere kunstenaars en restaurateurs, al sinds de 16de eeuw? Dat kwam aan het licht tijdens het 10 maanden durende vooronderzoek van onder andere de UGent. De onderzoekers van de UGent leggen in dit dossier uit wat zij hebben ontdekt over Jan van Eyck of over het Lam Gods.

We starten met doctoraatsonderzoeker Hélène Dubois, die tweede fase van de restauratie van nabij opvolgde. Hélène Dubois van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium leidde sinds 2016 het restauratieteam. Ze legt dit jaar ook de laatste hand aan een doctoraatsonderzoek over de materiële geschiedenis van het Lam Gods, met professor Maximiliaan Martens (UGent) als promotor. Haar dagelijks leven wordt al sinds 2009 beheerst door dit topstuk. Ze vertelt ons over een restauratieproces vol verrassingen en kleine, dagelijkse mirakels.

“Intellectueel wisten we al dat dit een topstuk is. Nu voelen we het ook.”

Sinds wanneer ben jij hierbij betrokken?

Hélène Dubois: “Van in 2009 voor de eerste inspectieronde op vraag van Monumentenwacht omdat het werk er slecht aan toe was. Er waren opstuwingen en verfverlies te zien op ‘De Rechtvaardige Rechters’ en andere tekens van degradatie op de panelen. De inspectie werd gevolgd door een vooronderzoek in 2010, gesponsord door de Getty Foundation. Dat leidde tot een reeks aanbevelingen om de problemen op te lossen. Oorspronkelijk was de restauratie dus opgezet als een conservatieproject van 5 jaar. We wilden de houten dragers stabiliseren, recente vernislagen verwijderen, oudere vernislagen eventueel afdunnen, oude retouches wegnemen of verbeteren en de verflagen consolideren.”

Die 5 jaar werden 10 jaar, voor 2 van de 3 fasen. Wat was het kantelpunt om verder te gaan?

Hélène Dubois: “Toen we de meest recente vernislaag hadden verwijderd, kwam de internationale expertencommissie langs die ons begeleidde. De experten oordeelden unaniem: we mochten verder gaan met de reiniging. Ook al wisten we dat er dan oude schade zichtbaar zou worden. Maar de oude vernislagen verstoorden de leesbaarheid van het werk, de verzadiging van de kleuren en ze verdoezelden oude restauraties en schade.

Tijdens de tweede fase van de vernisafname botsten we op een heel oude overschilderingscampagne uit de 16e eeuw. Het duurde lang om te begrijpen wat er aan de hand was, want dat hadden we niet verwacht. Om de omvang van de overschilderingen te begrijpen, hanteerden wij verschillende complementaire  onderzoekmethoden. Een hogeresolutie 3D-microscoop werd gebruikt door de UGent. Macro-XRF scans werden uitgevoerd door de UAntwerpen. Een beperkt aantal microstalen werd genomen voor labo-onderzoek in het KIK. Deze technieken zijn allemaal beschreven op de website Closer to Van Eyck die uitgebreide informatie over het onderzoek en de restauratie verzamelt. De scans bevestigden onze observaties. Uiteindelijk bleek 70 procent van de buitenpanelen overschilderd, en 50 procent van de centrale panelen. Niemand had dat ooit in al die eeuwen gezien. Het was onvoorstelbaar.”

Waarom was het nooit opgemerkt?Bron : Sint-Baafskathedraal Gent, www.lukasweb.be – Art in Flanders, foto Dominique Provost en KIK-IRPA

Hélène Dubois: “Omdat de overschilderingen van zo’n goede kwaliteit waren. Het gewaad van Elisabeth Borluut is bijvoorbeeld heel mooi geschilderd. En ook omdat de vernislagen zodanig verkleurd en geoxideerd waren dat ze alle finesse en textuur van het origineel verdoezelden. Voor we wisten dat het om overschilderingen ging, hadden we wel gezien dat het uiterlijk van de verf niet zo transparant, glad of verfijnd was als we konden verwachten van Van Eyck. Maar dat kwam misschien door de grootte van het schilderij, dachten we eerst. En mogelijk door het feit dat het Lam Gods in verschillende fasen uitgevoerd werd, door Hubert en Jan van Eyck en zelfs ateliermedewerkers. De andere schilderijen van Jan Van Eyck zijn immers veel kleiner. Maar onze observaties, de scans en de analyse van microscopische dwarsdoorsneden brachten de waarheid aan het licht.”

Dan sta je voor een aartsmoeilijk dilemma: verwijderen - met het risico dat de originele verflaag wordt beschadigd - of zo laten.

Hélène Dubois: “We deden tests om te zien of we de overschilderingen veilig konden verwijderen. De aanwezigheid van dikke vernislagen tussen de overschilderingen zorgde gelukkig voor een bufferlaag. Een atypische situatie. Meestal is het aartsmoeilijk om zo oude overschilderingen te verwijderen omdat ze zodanig verweven kunnen raken met de originele verflaag. Aan de hand van die tests en de wetenschappelijke beeldvorming beseften we dat het potentieel van de te herwinnen kwaliteit enorm was. De MA-XRF toonde aan dat de onderliggende originele verflagen in goede toestand waren, met enkele beperkte zones van schade. Maar zo'n oude overschildering verwijderen is zeker niet vanzelfsprekend, want ook een overschildering bezit historische waarde. Toen we de overschilderingen ontdekten, wisten we niet wie ze uitgevoerd heeft of wat de context was. Het was dus geen evidente beslissing.”

Wat gaf uiteindelijk de doorslag?

Hélène Dubois: “Het feit dat het Lam Gods zo uniek is en van zo’n hoge kwaliteit was al een argument op zich. Dat we konden restaureren onder ideale omstandigheden, was een tweede doorslaggevende reden. Dankzij de wetenschappelijke omkadering konden we alles zeer goed bestuderen en documenteren. De internationale commissie van experten die ons werk volgde, raadde unaniem aan om de overschilderingen te verwijderen indien het technisch mogelijk was. We hebben de overschilderingen bijna overal kunnen verwijderen. Slechts in een paar zones was het te gevaarlijk om ze weg te halen. Elk moment bij het verwijderen van de overschilderingen en de vernislagen leidde tot nieuwe ontdekkingen. De waw-momenten volgden elkaar continu op, het was ongelooflijk.”

Wat was jouw eerste waw-moment?

Hélène Dubois: “Dat herinner ik me nog levendig. Ik werkte aan het portret van Joos Vijd. Toen ik op zijn hand bepaalde overschilderingen verwijderde die over de craquelure liepen, ontdekte ik de zachte en genuanceerde modellering van de hand door Van Eyck. Wat ik had verwijderd heeft niks met het origineel te maken.”

Waarvoor dienden de overschilderingen?

Hélène Dubois: “Om slijtage te bedekken, zoals onderaan het gewaad van Joos Vijd. Bij Joos Vijd was er ook wat schade in het gewaad. Dus beslisten de restaurateurs toen om meteen maar de stijl van het volledige gewaad aan te passen naar de mode van die tijd. Je ziet in het origineel hoe ingewikkeld en een tikkeltje onnatuurlijk de plooien zijn, die werden vereenvoudigd en verzacht in de overschildering. Michiel Coxie, die in 1557 een kopie van het Lam Gods schilderde in opdracht van Filips II, kopieerde de overschilderingen mee, wat aangeeft dat ze al vrij snel na de oplevering van het retabel zijn uitgevoerd.”

Waarin zit volgens jou het genie van Van Eyck?

Hélène Dubois: “In zijn enorm verfijnde schildertechniek om licht, diepte en materialen weer te geven. Als je die vergelijkt met de latere overschilderingen en restauraties, dan zie je hoe uitzonderlijk en revolutionair Van Eycks schildertechniek was. Dat wisten we al. Maar er is een groot verschil tussen iets intellectueel weten en het daarna echt zien en voelen.”

Heb je een paar voorbeelden van die schildertechniek?

Hélène Dubois: “Bij de Annunciatie op de buitenluiken kon je vroeger al zien dat de Annunciatie in één ruimte plaatsvindt, verspreid over vier panelen. Alleen was er geen gevoel van eenheid meer omdat de ruimte erg donker was geworden en onderbroken door allerlei overschilderingen. Nu zie je hoe de ruimte bij elkaar komt en de lichtinval zacht en coherent is. Ook de lijsten die origineel in imitatiesteen waren geschilderd - als een raamkozijn - waren overschilderd in donkerbruin tot zwart. De lijsten waren origineel ook beschilderd met zilverfolie. In de tijd van Van Eyck hadden ze dus een soort irreële glans. Dat toont weer aan hoe geraffineerd, tot in de details buiten het schilderij, Van Eyck te werk ging. Leuk detail: hij schilderde in de ruimte de slagschaduw van de lijsten, alsof de lijst deel van de architectuur was en er echt een ruimte achter zat. Ongelooflijk.”

Bron : Sint-Baafskathedraal Gent, www.lukasweb.be – Art in Flanders, foto Dominique Provost en KIK-IRPAZijn lichteffecten en observatie van de natuur in het paneel van de Aanbidding zijn super gedetailleerd. De waterdruppels in de fontein springen omhoog als in een foto. Zijn manier van bladeren schilderen is ook erg typisch. De bladeren van citrusbomen hebben in het echt een dikke, wat wasachtige en glimmende oppervlakte. Dat wist hij perfect te suggereren. Als je van heel dichtbij kijkt, zie je de slagschaduw van de bladeren die valt op de bladeren eronder. Dat creëert ongelooflijk diepte. Zijn suggestie van diepte en van lucht in het landschap is prachtig en heel bijzonder voor die tijd. Het geeft kippenvel om naar te kijken.”   

Staat zijn verfijnde schildertechniek met oog voor het kleinste detail gelijk aan een realistische schildertechniek?

Hélène Dubois: “Meestal schilderde hij zeer realistisch en vol nuances. Maar hij week soms ook af van een realistische weergave en koos dan bewust voor een bijna abstracte aanpak. Het gewaad van Elisabeth Borluut lijkt door de manier waarop hij de plooien schildert niet uit een natuurlijke stof gemaakt. Dat is ook zijn genie: hij sublimeert materiaal en maakt het tot iets fascinerend. Hij liet zich daarvoor inspireren door vorige generaties die de traditie hadden om gewaden meer abstract voor te stellen. Hij gebruikt die traditie en maakt er iets typisch Van Eyck van. Ook al kon hij perfect een zeer natuurlijk vallende stof weergeven. Door voor die andere traditie te kiezen, creëerde  hij zijn eigen esthetica. Je ziet het ook bij het Lam dat een meer archaïsche, antropomorfe voorstelling kreeg, eerder typisch voor voorgangers van Van Eyck. Dat plaatst hem schildertechnisch in een scharnierperiode. Je ziet dat het verleden sterk in zijn stijl aanwezig is, gecombineerd met zijn eigen vernieuwingen op esthetisch en materiaalvlak.”

Je hoort nu dat deze restauratie een referentie is voor toekomstige restauraties van dergelijke kunstwerken. In welke zin?

Hélène Dubois: “Er zijn al veel restauraties uitgevoerd met een interdisciplinaire aanpak, dat is op zich niet nieuw. Bij zo'n prestigieus project kan je immers aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek doen om het erna toe te passen op andere projecten. Het is waar dat in ons geval de wetenschappelijke omkadering bijzonder sterk was en de samenwerking met universiteiten zeer bijzonder. De revelaties van de restauratie waren prachtig.
Wel erg nieuw is het publieke karakter van de restauratie en de toegankelijkheid van informatie via de website Closer To Van Eyck. Ons open communicatieverhaal was zeker een primeur.”

Restaureren lijkt me ondanks de interdisciplinaire aanpak en wetenschappelijk onderzoek, nog erg manueel werk. Klopt dat?

Hélène Dubois: “Dat maakt het net interessant, het spanningsveld tussen verschillende disciplines. Je werkt natuurlijk met een onvervangbaar kunstwerk. We zitten niet langer in de wereld van de theorie of het virtuele. Als restaurateur ontwikkel je door de jaren heen een vaardigheid in het kunnen zien, in het heel fijn bewegen van je hand en het linken aan je eigen observaties. Je moet als restaurateur niet zelf de wetenschappelijke analyses kunnen doen, maar je moet wel de relevantie van die analyses begrijpen. Dat typeert een goede interdisciplinaire samenwerking: samen met de onderzoekers de relevantie van hun analyses interpreteren. Niet enkel zeggen welk soort metaal of pigment je hebt gevonden, maar zoeken naar wat het betekent. Ik ben ervan overtuigd dat technologieën als artificiële intelligentie (AI) en virtuele restauratie heel veel potentieel hebben om om de situatie beter te begrijpen. Het virtuele restauratiewerk van het team van professor Aleksandra Pizurica verbeterde enorm in de loop van het proces door de handen in elkaar te slaan en de computer te leren om zichzelf te verbeteren. Haar werk vind ik ook erg boeiend.”

Hoe hebben de inzichten van de UGent-onderzoekers de restauratie ondersteund?

Hélène Dubois: “De expertise van de UGent heeft meegeholpen bij de beslissing over de verwijdering van de overschilderingen en de restauratie van de lijsten. Professor Martens was niet enkel lid van de internationale expertencommissie. Hij zat ook in de adviesraad en de stuurgroep en heeft dus alles van heel dichtbij opgevolgd, met zijn heel brede kennis en samenwerking met andere UGent’ers. We hebben dankzij de UGent ook gebruik kunnen maken van een zeer hogeresolutiemicroscoop. De samenwerking met de afdeling Archeometrie, onder leiding van professor Van den Abeele, was ook boeiend. De academische samenwerking heeft enorm geholpen om de hoeveelheid aan overschilderingen en de toestand van de originele verflaag te bepalen. Zonder die samenwerking hadden we die ontdekking heel moeilijk kunnen objectiveren en de garantie krijgen dat we veilig de overschilderingen konden verwijderen.”

Recent onderzoek over het Lam Gods werd gepubliceerd in het boek ‘Het Lam Gods, Van Eyck. Kunst, geschiedenis, wetenschap en religie’, samengesteld door UGent-professoren Maximiliaan Martens (vakgroep Kunstwetenschappen) en Danny Praet (vakgroep Wijsbegeerte). De uitgifte van Uitgeverij Hannibal is verschenen in 3 talen en verkrijgbaar in het Gentse Museum voor Schone Kunsten en in de betere boekhandel. Het uitgebreide verhaal van de restauratie kan je ontdekken in het net verschenen ‘The Ghent Altarpiece Research and Conservation of the Exterior’, een boek waarin de UGent-bijdrage aan het onderzoek in samenwerking met het KIK mooi aan bod komt.

Een beter klimaat voor het Lam gods

Dat 2020 in Gent in het teken staat van Van Eyck en het Lam Gods is je wellicht niet ontgaan. Heel wat UGent’ers zijn betrokken bij dit feestjaar. Zoals ingenieurswetenschappers professor Aleksandra Pizurica en professor Arnold Janssens. Professor Aleksandra Pizurica (vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking, Group for Artificial Intelligence en Sparse Modelling - GAIM ) zette artificiële intelligentie (AI) in om bloot te leggen wat tot nu toe verborgen was. Om er mee voor te zorgen dat er überhaupt nog een werk te restaureren viel, onderzocht professor Arnold Janssens (vakgroep Architectuur en Stedenbouw) hoe het binnenklimaat in de Sint-Baafskathedraal beter kan.

Wat is de link tussen jouw vakgebied en het onderzoek naar het Lam Gods?

Aleksandra Pizurica: “Al sinds 2010 gebruikt onze onderzoeksgroep digitale beeldverwerking en machine learning - onze expertise bij GAIM - om kunsthistorische vragen te beantwoorden en de (voorbereidingen op de) restauratie te ondersteunen. We hebben onze technologieën ingezet op twee domeinen: analyse van de schilderstijl van Jan Van Eyck en ondersteuning van de restauratie en conservatie via barstdetectie, het nauwkeurig in kaart brengen van lacunes en virtuele restauratie. We verrichtten pionierswerk op beide domeinen.”

Arnold Janssens: “Een van onze onderzoekslijnen gaat over hoe je het museale binnenklimaat kan verbeteren om kunstwerken te beschermen, en over de ontwikkeling van numerieke modellen hierover. Dankzij ons onderzoek vroeg het restauratieteam ons meer dan tien jaar geleden om de klimaatproblemen te analyseren in de Sint-Baafskathedraal en te bekijken hoe die moesten worden opgelost. Het ging onder andere om scheuren en verweerde verflagen.”

Tot welke inzichten heeft je onderzoek geleid?

Aleksandra Pizurica: “Door de analyse van veelvuldig afgebeelde parels en edelstenen, konden we de ‘signatuur’ in schilderstijl karakteriseren. Zo konden we objectief en kwantitatief verschillen aantonen in de schilderstijl van Jan Van Eyck, zijn kopiisten en die van anderen. De consistentie in de uitvoering (bijvoorbeeld van de plaatsing van lichtpuntjes en van de interactie met de lichtbron) varieerde ook afhankelijk van de plaats van de figuren op de panelen. We veronderstellen dat Jan Van Eyck met veel aandacht de parels op prominente plaatsen uitwerkte, en eventueel aan medewerkers uit zijn atelier de uitvoering van kleinere en minder zichtbare parels toevertrouwde. Dit kon ook wijzen op mogelijke aanpassingen, waarmee we de restauratie ondersteunden.”

“Het tweede deel van ons onderzoek bestudeerde het verfverlies en de barsten in de vernislagen en in de verschillende verflagen die je vaak niet kunt zien met het blote oog. We slaagden er zo in de leesbaarheid van de inscripties te verbeteren. Bijvoorbeeld van het boek op het paneel over de Annunciatie, dat tot nu altijd een mysterie was gebleven. We ontwikkelden verder nog een tool die verfverlies detecteert. De UGent heeft hier volgens mij een primeur te pakken: wij waren de eersten die geautomatiseerde verfverliesdetectie en deep learning voor barstdetectie ontwikkelden voor schilderijen. Van die modellen maken we nu gebruiksvriendelijke tools waarmee de restaurateurs zelf aan de slag kunnen.”

Arnold Janssens: “Na onze analyse van het binnenklimaat gaven we advies over de meest dringende maatregelen. Door het feit dat de ruimte niet verwarmd werd, liep de relatieve vochtigheid in de winter hoog op met risico's op biologische schade. De klimaatschommelingen waren dan weer vooral het gevolg van de ligging van de kapel vlak bij de ingang van de kathedraal, waar de deuren permanent open stonden. Het levert risico's op voor vervorming van de panelen en breuken van de verflagen.”

“We adviseerden daarom de installatie van verwarming en van een sas aan de ingang van de kathedraal. Beide adviezen heeft de kerkfabriek gevolgd. In het schrijn kwam er een lokale bevochtiger om de extreem droge condities te bewaken. Ook het hoge aantal bezoekers dat tegelijk naar binnen mocht, leidde tot risicovolle kortetermijnschommelingen: natte jassen, ademhaling, lichaamswarmte, ... We stelden voor om een bezoekersbeheer in te voeren met kleinere groepen. Maar dat is nooit doorgevoerd.”

“Na deze maatregelen deden we nieuwe metingen. Dat leidde tot nieuwe initiatieven zoals een opleiding voor de zaalwachters en de installatie van een permanent monitoringsysteem.”

Aleksandra Pizurica: Nu het Lam Gods is teruggekeerd naar de Sint-Baafskathedraal kan je zelf op ontdekking gaan. Hoeveel parels tel jij in het werk? Kan je met het blote oog de inscripties ontcijferen? Drummen er niet te veel bezoekers tegelijk rond het Lam Gods? En oh ja, neem vooral je tijd om te genieten van dit meesterwerk! Vergeet wel je warme jas niet aan te trekken, want het Lam heeft het niet graag te warm."

'Van Eyck. Een optische revolutie'

Van Eyck. Een optische revolutieNog tot eind april loopt in het Gentse Museum voor Schone Kunsten (MSK) de grootste Van Eyck-tentoonstelling ooit. ‘Van Eyck. Een optische revolutie’ confronteert de helft van de slechts twintig bewaarde meesterwerken van Jan van Eyck met werk van tijdgenoten. De tentoonstelling biedt een unieke kans om op een paar centimeter afstand de recent gerestaureerde zijpanelen van het wereldberoemde altaarstuk 'De aanbidding van het Lam Gods' te ontdekken. Professor Maximiliaan Martens (vakgroep Kunstwetenschappen) en professor Jan Dumolyn (vakgroep Middeleeuwse geschiedenis) zijn samen met Till-Holger Bolchert (directeur Stedelijke Musea Brugge) de curatoren. De tentoonstelling zoomt onder andere in op de revolutionaire aanwending van de optica in Van Eycks werk. Hoe dat nu zit met die optica legt professor Martens uit.

Gesublimeerde realiteit

Maximiliaan Martens: "Wat maakte Van Eycks blik en observatievermogen zo revolutionair? Zijn technische virtuositeit diende een hoger doel, de schepping van God meer dan volmaakt weergeven. Hij oversteeg daarbij de realiteit en sublimeerde die. Geïnspireerd door een metafysische interpretatie van de middeleeuwse optische kennis", aldus professor Martens. “Aan de basis van de tentoonstelling ligt het concept over de optica van Van Eyck, dat al 20 jaar geleden door collega en ere-professor Marc De Mey werd bestudeerd en een van de belangrijkste recente en innovatieve inzichten is over Van Eyck. Hij vertrok vanuit een psychologische insteek, ik vanuit een historisch perspectief. De kennis over de optica was aan het einde van de middeleeuwen al wijdverbreid. De bevindingen van onder andere de Arabische geleerde Alhazen werden toen gedoceerd aan universiteiten en andere westerse intellectuele centra.”

Metafysische optica

Maximiliaan Martens: "Van Eyck heeft niet gestudeerd aan de universiteit, maar waarschijnlijk wel aan een Latijnse school. Als lid van de hofhouding van Filips de Goede kwam hij bovendien in contact met die kennis; misschien heeft hij er boeken over gelezen. De inzichten van Alhazen kregen door theologen een christelijke en metafysische interpretatie, die de basis vormt van Van Eycks optische illusies. Wat hield die interpretatie in? Via de visuele waarneming (langs het oog en de lichtinval) krijgt men inzicht in de creatie van God en het zien van God. ‘De visione dei’ - het zien van God - staat letterlijk op het Lam Gods. En die vraag: hoe kunnen we God zien, hield kerkgeleerden toen al eeuwenlang bezig. De metafysische interpretatie van de optica geeft een antwoord op die vraag. Alhazen verdeelde de optica onderin drie niveaus: de directe waarneming, de waarneming in reflectie en de waarneming via refractie of lichtbreking. Bij Van Eyck zien we dat laatste meesterlijk uitgewerkt in de manier waarop hij licht door glas of water laat breken.”

Van nabij ontdekken

Maximiliaan Martens: “Aan deze drie vormen van optica gaven middeleeuwse scholastici een metafysische interpretatie. Tijdens ons leven zien we enkel een vage en vervormde reflectie van God, na de dood nemen we God indirect waar, maar pas na de Verlossing zullen we we God direct zien. Van Eyck integreerde die metafysische interpretatie in al zijn werk. Waarom schilderde hij details die we zelfs niet kunnen zien? Omdat we volgens Van Eyck in al die details Gods schepping kunnen zien. Tijdens de tentoonstelling kunnen bezoekers van zeer nabij al die details ontdekken en zo zijn optische aanpak leren kennen op een manier die anders onmogelijk is als je voor zijn werk staat.” ``

De tentoonstelling ‘Van Eyck. Een optische revolutie’ in het MSK loopt nog tot 30 april. Een absolute must-see dit jaar! Wie geen genoeg krijgt van Jan Van Eyck, kan tot 12 juli naar de tentoonstelling ‘Van Eyck in Bruges’ in het Brugse Groeningemuseum, waar professor Jan Dumolyn de co-curator van is.
 
De tentoonstelling sluit af op 27 en 28 april met een wetenschappelijk colloquium over Van Eyck met op maandag 27 april een after hours bezoek aan de tentoonstelling, gevolgd door een dag vol internationale experten in de kunstgeschiedenis en middeleeuwse geschiedenis in de Gentse Aula. Inschrijven kan vanaf 1 april. Daar vind je ook meer info over het programma.
In de UGent podcastreeks Geheugenissen gaan professor Maximiliaan Martens en professor Jan Dumolyn dieper in op hun onderzoek naar Van Eyck en het Lam Gods. In de aflevering ‘Het genie Van Eyck: de code gekraakt’ kraken ze de code van het genie Van Eyck, ontdek je wie zijn buren en vrienden waren en gaan ze op zoek naar sporen van zijn mysterieuze broer Hubert. Aanrader!
 

Pop-upexpo: ‘Van Eyck in de diepte. Frictie en harmonie door het oog van architecten en kunstenaars’

‘Van Eyck in de diepte. Frictie en harmonie door het oog van architecten en kunstenaars’Zaterdag 21 maart 2020 is het zover! Dan openen we de deuren van het nieuwe GUM (Gents Universiteitsmuseum) midden in de Gentse Plantentuin, om de hoek van S.M.A.K. en MSKGent.

Samen met de feestelijke opening van het nieuwe museum opent ook de pop-uptentoonstelling 'Van Eyck in de Diepte. Frictie en harmonie door het oog van architecten en kunstenaars'.

Deze tentoonstelling draait helemaal rond de Vlaamse Meesterschilder Jan Van Eyck. Al is Jan Van Eyck een briljante schilder, hij is jammer genoeg ook bekend geworden als ‘de schilder die de wetten van het perspectief niet kende’, in tegenstelling tot zijn Italiaanse collega-schilders…. Maar is dat ook echt zo?