Radicalisering op sociale media: de rol van cognitieve fouten

(12-10-2020) De UGent stelt de eerste resultaten voor van een internationaal onderzoeksproject over de communicatie van salafistische extremisten op sociale media.

Salafistisch extremisme vormt nog steeds een ernstige dreiging in België en Frankrijk, zelfs in tijden van een wereldwijde pandemie. Dat wordt nog maar eens bewezen door de mesaanval in Parijs op 25 september, niet ver van het voormalige kantoor van Charlie Hebdo.

Extremisten zijn erg actief op sociale media. Een Europese enquête uit 2018 toonde aan dat 60 procent van de jongeren al geconfronteerd werd met jihadistische content online. In november 2019 verwijderde Europol meer dan 26.000 content-items over Islamitische Staat van sociale media. Dat is slechts het topje van de ijsberg, want een groot deel van de propagandapraktijken blijven onder de oppervlakte. Heel wat extremistische salafisten pleiten voor een gewelddadige jihad zonder (althans openlijk) lid te zijn van een terroristische organisatie. Ze verspreiden hun gewelddadige propaganda samen met neutrale berichten, wat hen erg doeltreffend maakt in het aantrekken van mensen die zich in een radicaliseringsproces bevinden, maar ook moeilijk op te sporen.

“Wij vs. Zij”

Professor Catherine Bouko analyseerde samen met haar team 3.000 Facebook- en Instagramberichten, gepost door extremistische salafisten. Uit de analyse bleek dat 7 tot 24 procent van de posts op elk profiel een tegenstelling bevatten tussen salafisten en andere groepen (niet-gelovigen, westerlingen, enz.).

"Dergelijke tegenoverstellingen (“Wij vs. Zij”) vormen een eerste hefboom voor polarisatie, en daarmee ook voor radicalisering", aldus professor Bouko (UGent)

3 sleutelelementen in het discours van salafistische extremisten

Net zoals bij IS-propaganda kan een tegenstelling tussen de eigen groep en de ‘vijandelijke’ groep op verschillende manieren benadrukt worden:

  • Versterking van crisisgevoelens. Voorbeelden: de vervolging van moslims vroeger en nu, kritiek op internationale politiek en op de leefomstandigheden van moslimgevangenen, ...
  • Het creëren van een collectieve identiteit door gevangenen en terroristen voor te stellen als helden en inspiratiebronnen.
  • De onmogelijkheid van elke vorm van verbinding, en het voorstellen van geweld als een oplossing voor de crisis. Het gebruik van geweld wordt soms expliciet vermeld (in minder dan 1 procent van de geanalyseerde posts), maar in de meeste gevallen is de gewelddadige content impliciet. Op die manier kunnen extremistische profielen de servicevoorwaarden van Facebook of Instagram omzeilen en voorkomen dat hun berichten worden verwijderd. 

Niet alleen extremistische salafisten maken gebruik van dergelijke propagandatechnieken: ook in 500 extreemrechtse posts werden gelijkaardige methodes vastgesteld.

De kracht van cognitieve fouten

Cognitieve fouten of biases zijn geen ‘bugs’ in onze hersenen, en hebben ook niets met intelligentie te maken. Het zijn natuurlijke denkmechanismen die ons doen afwijken van rationaliteit en kritisch beoordelingsvermogen. Ze kunnen een krachtige hefboom zijn voor desinformatie, polarisatie en radicalisering. De UGent-onderzoekers analyseerden daarom extremistische propaganda vanuit een cognitieve invalshoek, met als doel te achterhalen welke cognitieve biases door die propaganda geactiveerd worden – een wereldwijde primeur. Met deze aanpak benaderden ze de problematiek vanuit het perspectief van burgers, en vooral jongeren, die dergelijke online content lezen.

Voorbeelden van cognitieve fouten:

  • De Confirmation bias verwijst naar de neiging om op zoek te gaan naar informatie die onze bestaande visie bevestigt, en die informatie ook de voorkeur te geven. Deze bias komt tot uiting wanneer we selectief informatie verzamelen, onthouden, of interpreteren.
  • De Authority bias verwijst naar de neiging om meer gewicht te geven aan informatie of instructies die van een autoriteitsfiguur uitgaan, waardoor we ook meer geneigd zijn om die instructies te volgen.
  • De Hostile media bias verwijst naar de neiging om mediaberichtgeving als partijdig te beschouwen, en te geloven dat media steeds in het voordeel van de ‘tegenstander’ berichten.

Geweld legitimeren

Onderzoekers aan de universiteit van München hebben ook psychologisch onderzoek uitgevoerd in het kader van dit project. Wat hebben zij ontdekt?

  • Hoe sterker individuen geloven in de superioriteit van hun eigen groep ten opzichte van andere groepen, hoe sterker hun extremistische opvattingen
  • Gewelddadige posts activeren de ‘rechtvaardige-wereld-hypothese’ (een bias waarbij men gelooft dat het lijden van de ‘vijandelijke’ groep gerechtvaardigd is) meer dan andere posts. Dat kan leiden tot het legitimeren van geweld, en dus ook tot een versterking van het radicaliseringsproces.

PRECOBIAS

Dit onderzoek gebeurde in het kader van het Europese project PRECOBIAS. Dit project heeft als doelstelling de digitale weerbaarheid en het kritische denkvermogen van adolescenten en jongvolwassenen te versterken. Het project ontrafelt de mentale processen die een rol spelen wanneer jongeren geconfronteerd worden met online extremistisch discours en richt zich daarbij specifiek op geradicaliseerde jongeren of jongeren die vatbaar zijn voor radicalisering. Daarnaast bestaat de doelgroep van PRECOBIAS ook uit leerkrachten en sociaal werkers die met kwetsbare of geradicaliseerde jongeren werken. Voor hen ontwikkelt het project een MOOC en didactische materialen rond cognitieve fouten en radicaliseringsthematiek (voorjaar 2021). Universiteiten en organisaties uit zes landen (België, Duitsland, Italië, Slowakije, Hongarije en Polen) werken samen aan dit project.


Contact

 

Lees meer artikels over: