Rector en vicerector pleiten voor rust: “En daarna opnieuw aan de bak”

(17-05-2021) Het was een zwaar jaar voor iedereen, dat erkennen ook rector Rik Van de Walle en vicerector Mieke Van Herreweghe, net herverkozen voor een tweede mandaat. “Daarom willen we eerst de rust laten terugkeren voor we opnieuw aan de bak gaan”, klinkt het.

Proficiat met jullie tweede mandaat. Waarop willen jullie de komende jaren inzetten?

Rector Rik Van de Walle: “Die vraag wordt ons vaak gesteld. Ik vind ze lastig, omdat we niet één maar acht thema’s naar voren hebben geschoven, zoals het streven naar een slimme mix voor onze onderwijsactiviteiten, nieuwe vormen van onderzoeksfinanciering, rekrutering, welzijn, ... We hebben een goed evenwicht gevonden tussen die thema’s en vinden dat evenwicht op zichzelf heel belangrijk. We willen niet tot in het extreme gaan in één bepaald domein. De afgelopen jaren hebben we ernaar gestreefd om de universiteit zowel kordaat als evenwichtig aan te sturen. Dat willen we ook de komende jaren doen.”

Het voorbije jaar was niet evident. Jullie hebben veel moeilijke beslissingen moeten nemen. Hoe hebben jullie dat beleefd?

Rik Van de Walle: “In het voorbije jaar lag de focus inderdaad op crisisbeheer. Maar ook daarin hebben we altijd gestreefd naarRector Rik Van de Walle evenwicht. Dat lukte meestal maar bij momenten lukt het niét. Er is op korte tijd heel veel veranderd, soms omdat we dat wilden maar ook omdat het moest. Nu willen we even op de rem staan en de evaluatie maken van de afgelopen maanden, om vervolgens te kijken wat we in de toekomst willen meenemen en wat niet. Zo willen we op het vlak van onderwijs vooral géén uniforme beslissingen nemen die gelden voor alle opleidingen of zelfs alle vakken. We willen niét uniform vastleggen hoeveel procent van de lestijd on campus of online moet worden georganiseerd. Dit moet fijnmazig worden vastgelegd. Wat onze lesgevers en studenten daarover te vertellen hebben, is cruciaal. Voor elk van de vakken zal worden bekeken welke onderwijsvormen het meest aangewezen zijn. Het zullen dus niet de rector of de vicerector zijn die dit zullen vastleggen, verre van zelfs.”

Wat was voor jullie het grootste struikelblok de afgelopen jaren?

Vicerector Mieke Van Herreweghe: “Onze communicatie is soms toch een leerproces geweest voor ons. Zo was er een jaar of twee geleden enige beroering over het dragen van hoofddoeken in het hoger onderwijs. Dat leefde toen blijkbaar enorm onder de studenten. De UGent had echter in 2016 al het standpunt ingenomen dat religieuze of levensbeschouwelijke tekenen toegelaten zijn. Voor ons was dat dus al verworven en daarom hadden we daar tijdens die nieuwe discussie niet meer over gecommuniceerd. Het was voor ons namelijk geen nieuw standpunt maar iets wat al enkele jaren gold aan de UGent. Wij hadden toen echter moeten beseffen dat niet iedereen dat al wist. We kregen heel veel reacties van studenten die zich afvroegen waarom de UGent hier geen publiek standpunt over wou innemen. We hadden dat standpunt toen sneller moeten herhalen om het zo ook duidelijk te maken aan nieuwe generaties studenten.”

Rik Van de Walle: “Ik denk onmiddellijk aan iets dat het verkiezingsresultaat ook bevestigde. Ik ben de afgelopen jaren het contact met de reguliere studenten wat verloren. Dat geef ik grif toe. Een aantal van hun bekommernissen komen niet genoeg tot mij. Dat werd vorig jaar heel erg duidelijk toen we communiceerden dat de plechtige proclamaties van de studenten die afstudeerden niet konden doorgaan. We hadden, zo dacht ik, een zeer goed alternatief bedacht: een digitaal uitzwaaimoment. Ik had verwacht dat de studenten daar heel blij mee zouden zijn, maar dat bleek niet zo te zijn. Ze waren massaal negatief. Dan lees je die reacties en denk je bij jezelf: hoe dat is kunnen gebeuren? Ik wil de komende jaren graag inzetten op meer direct contact met studenten om zoiets in de toekomst te vermijden. Wat we dan weer wél goed hebben gedaan: we hebben zeer veel inspanningen geleverd voor het mentaal welzijn en de geestelijke gezondheidszorg van studenten. Alleen hebben we daar onvoldoende over gecommuniceerd en zijn we er niet altijd in geslaagd om de studenten die nood hebben aan die hulp tot bij de dienstverlening te brengen. Dat kan wellicht beter.”

Op welke verwezenlijking zijn jullie het meest trots?

Vicerector Mieke Van HerrewegheMieke Van Herreweghe: “Als je beleidslijnen wil uitzetten, moet je eerst nadenken vanuit welke normen en waarden je wil vertrekken. Wij hebben van bij het begin gezegd dat vertrouwen gekoppeld aan verantwoordelijkheid daar de basis van moet zijn. We gaan uit van vertrouwen in onze medewerkers en in studenten. Dat moet je dan ook in de beleidslijnen vertalen. Daarom hebben we bijvoorbeeld verschillende loopbaanpaden aangepast met de focus op vertrouwen in plaats van op wantrouwen of controle. Die nieuwe loopbaanpaden zijn echt iets om trots op te zijn.”

Rik Van de Walle: “Vertrouwen heeft veel te maken met de manier waarop je mensen en activiteiten evalueert. In essentie zijn er twee opties. Ofwel ga je er a priori van uit dat medewerkers goed functioneren en schenk je hun vertrouwen, gekoppeld aan de verantwoordelijkheid om het beste van zichzelf te geven en het geloof dat ze dat ook zullen doen. Ofwel ga je a priori uit van wantrouwen, vraag je aan medewerkers om geregeld allerlei formuleren in te vullen waaruit dan moet blijken wat ze wel of niet hebben gepresteerd. In het eerste geval ga je uit van goed functioneren, tenzij er indicaties van het tegendeel zijn. In het tweede geval ga je er eigenlijk van uit dat medewerkers niets doen, tenzij ze kunnen bewijzen dat ze wel iets hebben gedaan. Wij hebben de voorbije jaren radicaal ingezet op de eerste aanpak: vertrouwen gekoppeld aan verantwoordelijkheid is hét kernelement van ons beleid. We hebben die visie concreet vertaald in nieuwe loopbaanmodellen. We zijn begonnen bij de professoren, nadien hebben we hetzelfde gedaan voor het administratief en technisch personeel, en recent ook voor de doctoraatsstudenten. Onze aanpak is dermate vernieuwend dat hij internationaal werd opgepikt. ‘The Ghent model’ noemen ze het. Ik denk dat we mogen zeggen dat dit een grote verdienste is, van onszelf en van de hele universiteit.”

Mieke Van Herreweghe: “Daarnaast draait ook veel om vertrouwen in ons, als bestuursploeg. Dat vertrouwen moet je creëren door veel te praten, participatie te stimuleren en inbreng mogelijk te maken. Je moet een veilige ruimte creëren waarin mensen je ook durven tegen te spreken. Dat is altijd belangrijk geweest voor ons. We zijn toegankelijk en dat willen we ook uitdragen.” 

Hebben jullie nog een boodschap voor UGent’ers?

Mieke Van Herreweghe: “Het afgelopen jaar is bijzonder moeilijk geweest. We hebben onze normale manier van werken moeten aanpassen, meer nog, onze normale manier van zijn moest aangepast worden. We hebben de afgelopen jaren veel veranderingen doorgevoerd op een relatief korte termijn. Rik en ik willen graag nog een aantal zaken aanpakken en dus veranderen in de toekomst, maar denken dat de rust in eerste instantie moet terugkeren. Daarom staan we even op de rem en geven we mensen de ruimte om alles te laten bezinken, maar nadien willen we toch opnieuw aan de bak gaan .”

En voor de studenten?

Rik Van de Walle: "Wat we voordien eigenlijk ook al wisten, is nog duidelijker geworden tijdens de coronacrisis: studenten hebben sociaal contact nodig. Studenten die last hebben van eenzaamheid, zelfs in die mate dat hun mentaal welzijn eronder lijdt, is een probleem. We moeten manieren vinden om hen te bereiken en te helpen. Meer algemeen roep ik de overheid op om te investeren in mentaal welzijn en geestelijke gezondheidszorg van jongeren. Dat is belangrijker dan, ik zeg maar wat, laptops beloven die we eigenlijk niet nodig hebben. Om nog maar te zwijgen over soep (lacht)."