Rectorale rede opening academiejaar 2018-2019

(21-09-2018) Rector Rik Van de Walle. Universiteit Gent, Aula, 21 september 2018

Beste UGent’ers

Vandaag heb ik een bijzonder gevoel. Daar zijn jullie mee verantwoordelijk voor. Samen doorkruisten we de stad. We waren met honderden, droegen manifestatieborden en pamfletten. We vormden een optocht. Een betoging, bijna, maar dan wel een van de mooiste soort.

U weet wellicht dat ik een boon voor positief activisme heb. Ik zei ‘positief’ activisme, niet ‘politiek’ activisme. Ik kan het gewoon niet laten. De activistische academicus draag ik een warm hart toe. Van de manifestatie van vanmiddag heb ik om die reden alleen al bijzonder genoten. Ik hoop dat u hetzelfde gevoel had. Van één ding ben ik hoe dan ook zeker: we werden gezien en gehoord.

Misschien fronst u nu schamper de wenkbrauwen. Of wisselt u een meewarige blik uit met uw buurman of vrouw. Want wat wil ik nu eigenlijk zeggen? Ik wil u het volgende zeggen: wees positief activistisch. Dat betekent: zet dingen in beweging. Kom op voor waar u in gelooft. Spreek u uit, beargumenteer, durf de wereld te veranderen, te verbeteren. Verleg grenzen. Stel veel, zo niet alles in vraag. Zorg voor dynamiek, voor verandering. In woorden en veel meer nog in daden. Het is een van de bestaansredenen van het academisch métier. Van ons vak. Academisch werk hoort positief activisme te zijn.

Waarom? Het antwoord is eenvoudig: omdat wij de samenleving en de wereld niet alleen onderzoeken. Wij beschrijven haar niet enkel. Wij doen meer dan haar telkens op een andere manier te belichten. We zetten haar in beweging. Wij drukken onze stempel op de toekomst. We doen dingen veranderen. Soms niet bewust of gewild, maar vaak wel bewust én gewild.

Wanneer we in onze auditoria staan en jonge mensen vormen, bijvoorbeeld. Wanneer we zoeken en onderzoeken. Wanneer we blootleggen waar de toekomst van de biofarmacie ligt. Wanneer we onszelf de vraag stellen wat wel en niet geoorloofd is in de genetica of biotechnologie. Wanneer we nagaan hoe ons darmstelsel onze cognitieve functies beïnvloedt. Wanneer we onderzoeken wat de sociale gevolgen van gedwongen migratie zijn. Wanneer we daarover communiceren. Sereen, zonder sneren of uitroeptekens. Dat alles is wat ik versta onder positief activisme. Het is wat u doet, het is wat ik van u verwacht, en het is ook wat de maatschappij van ons verwacht.

Een pleidooi dus, voor positief activisme. Aan àlle UGent’ers, waar uw expertise en ervaring ook ligt. In de bibliotheek, in de resto’s, op kantoor, in labo's, in leszalen, waar ook in onze gebouwen: wees positief activistisch.

Maakt u zich allen overigens geen zorgen. Ik vraag u niet om op barricades te gaan staan of deze borden en pamfletten voortaan elke dag mee naar het werk te nemen. Ik vraag u niet om ze mee te geven aan de hier aanwezige politici en beleidsmakers. Dat zou ik niet durven (alhoewel). Ik vraag u ook niet om in uw pen te kruipen en scherpe opiniestukken te produceren (al zal ik u ook niet tegenhouden als u het wel doet).

Dit durf ik u wel te vragen: laat u mee op sleeptouw nemen door ons positief activisme.

Ik verklaar me nader. Ik wil het met u over drie dingen hebben. drie zaken die cruciaal zijn voor onze universiteit. Mocht ík een pamflet kunnen schrijven en mocht ú mij daarvoor meer dan twee kantjes A5 gunnen, dan is dit wat ik zou zeggen. Vrees niet. Het worden geen stenen tafels met geboden op. Het worden geen 96 stellingen. En ik ben ook niet van plan om ze, zoals Luther, aan de poort van de kathedraal te nagelen, noch aan die van onze Aula. Wel: drie zaken die cruciaal zijn voor onze universiteit.

1. Het is niet omdat anderen het niet willen horen, dat het niet gezegd mag worden

Hier zal ik op blijven hameren. Ik ben er stellig van overtuigd dat we in dat zeggen ver mogen gaan, heel ver zelfs. Dat zijn we aan onszelf verplicht. Aan elke universiteit wordt veel gezegd en nog meer geschreven. Ook aan de UGent wordt gesproken, uitgesproken en tegengesproken. En toch hebben we twee weken geleden op de nationale televisie moeten vaststellen dat een grens overschreden kan worden. Tot onze verbazing, en tot onze spijt.

Niet dat we niet wisten dat er ook aan onze universiteit extreme meningen zijn. Dat weten we. Dat is een goede zaak. Meer zelfs: het is een noodzaak.

Het is onze verdomde plicht om naast gematigde ook extreme meningen aan bod te laten komen. Niet alleen om ze te laten horen, maar ook om ernaar te luisteren. Om in gesprek te gaan. Weerwoord te bieden.

Want waar anders zou dat nog kunnen, als het niet hier kan? Waar anders dan aan onze universiteit, die voorop loopt wanneer het over transgenders gaat, over genderstudies, over engagement, over mensenrechten, over duurzaamheid?

Laat het dus nogmaals gezegd zijn: aan een universiteit als de onze mag iedereen om het even wat denken, en zijn of haar mening geven. Toch kan niet alles worden getolereerd. Niet in een rechtsstaat. Zelfs niet aan een universiteit binnen die rechtsstaat. Zowel de eerste als de laatste hebben een zware verantwoordelijkheid. Op juridisch vlak. Op ethisch vlak. De gedachten zijn vrij, volkomen vrij zelfs. Maar aanzetten tot racisme, antisemitisme, seksisme, wapengebruik of geweld kan niet.

Deze universiteit is geen rechtbank. Deze universiteit is een universiteit. Een universiteit met waarden die vervat liggen in onze opdrachtverklaring, een universiteit met rechten en plichten. Die beslissingen durft te nemen als die genomen moeten worden. Het is die verantwoordelijkheid, die onze universiteit durft te nemen, die ervoor zorgt dat duizenden medewerkers en vele tienduizenden studenten én hun ouders elke dag hun vertrouwen aan onze universiteit geven. De UGent: een open, verdraagzame universiteit, waar met respect over mensen wordt gesproken, wat ook hun achtergrond moge zijn.

2. Pluralisme is niet gelijk aan neutraliteit

"Meneer de rector, waarom vertrekt de stoet dit jaar 'in godsnaam' uit de Sint-Baafskathedraal?" Velen onder u spraken mij er de afgelopen weken over aan. Wel: we deden dat niet in Gods naam, maar wel omdat het kan. Het illustreert wat pluralisme is.

Onze universiteit is niet katholiek, zoals die van Leuven. Onze universiteit is niet vrijzinnig, zoals die van Brussel. De universiteiten van Leuven en Brussel zijn overigens zeer goede universiteiten (net als de universiteiten van Antwerpen en Hasselt overigens), maar onze universiteit is katholiek noch vrijzinnig. Wij zijn pluralistisch.

De Universiteit Gent is alle religies en alle overtuigingen. Onder één dak. Dat betekent dat we dit jaar uit de kathedraal kunnen vertrekken en volgend jaar uit de moskee. Ons respect voor al die overtuigingen, levensopvattingen en gemeenschappen is cruciaal. Het is wat ons onderscheidt van vele andere universiteiten. Het is die ongebondenheid die onze geesten zo verruimt.

Daarom vraag ik u: draag dat respect en die ongebondenheid uit, zonder uw eigen overtuigingen of levensopvattingen te minimaliseren.

Overigens, de openingsstoet hoeft de komende academiejaren niet uitsluitend in kathedralen, kerken of moskeeën van start te gaan. Evengoed kunnen we vertrekken vanuit bijvoorbeeld de Vooruit, het NTGent, de Brugsepoort of het Tolhuis.

3. Soms is minder meer

Kwantiteit en kwaliteit sluiten elkaar niet per definitie uit. Gelukkig maar. Tegelijk zijn we op sommige vlakken wat doorgeschoten. We zijn in die dossiers voorbij het optimale punt aanbeland. Dat geldt onder andere voor de financiering van universitair onderzoek.

Mieke en ik hebben de vele signalen – soms waren het echte noodsignalen – van de onderzoekers goed begrepen. Publicatiedruk kan versmachtend zijn voor het welzijn van onze onderzoekers. Die druk kan ook versmachtend zijn voor het onderzoek zelf: we moeten erover waken dat voldoende kansen (en dus ook voldoende middelen) worden geboden om risicovol, fundamenteel-wetenschappelijk onderzoek op te zetten.

De signalen van onze onderzoekers wegzetten als geklaag van kneusjes, zoals wel eens gebeurt, daar doen wij niet aan mee. We nemen ze ernstig, die signalen. Samenwerking tussen de Vlaamse universiteiten moet worden gestimuleerd, meer dan nu het geval is. Er is nood aan meer aandacht voor multidisciplinair onderzoek. En ja, soms is minder meer.

Onze universiteit gaat hierover in gesprek met de andere universiteiten en met de bevoegde minister. Het doet mij plezier dat de Vlaamse regering erkent wat goed gaat, begrip heeft voor wat beter kan en bereid is daar samen met ons aan te werken. Ik hoop dat de herziening van de BOF-sleutel, later dit jaar, een eerste positief gevolg van die constructieve dialoog kan zijn.

Ook binnen onze eigen universiteit zetten we in op kwaliteit. De nieuwe loopbaanmodellen voor professoren en wetenschappelijk personeel, waarvan de principes recent werden goedgekeurd door de Raad van Bestuur, gaan expliciet en zeer nadrukkelijk uit van vertrouwen. Ze treden begin volgend jaar in voege en zullen alle medewerkers de kans geven om hun kwaliteiten verder te ontwikkelen. Om de talenten te ontplooien die de UGent als instelling nodig heeft. Voor onderwijs, onderzoek en voor maatschappelijk engagement. Met die visie is onze universiteit een pionier, we hebben loopbaantrajecten opgezet die aantrekkelijk en uitdagend zijn, en die bovenal – ik herhaal het nogmaals – uitgaan van vertrouwen. Betutteling en eindeloos geëvalueer: we zetten er het mes in.

Het aantal publicaties is an sich niet de beste parameter voor het meten van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek. Het aantal studenten dat aan een universiteit studeert is evenmin de beste parameter voor het meten van onderwijskwaliteit. Van die hardnekkige assumpties wil ik af. Onze inschrijvingscijfers nemen bijna elk jaar toe. Dat is positief voor zover het betekent dat steeds meer jongeren die over de nodige talenten beschikken om een universitair diploma te behalen, de weg naar onze universiteit vinden. Maar toenemende studentenaantallen zijn geen absolute must. Jongeren die andere talenten of interesses hebben, moeten we niet willens nillens naar de universiteit lokken. Hun talenten en interesses moeten naar waarde geschat worden, ook wanneer zij niet aan de universiteit tot ontplooiing komen.

De drempels die leiden naar de universiteit moeten laag zijn, de inschrijvingsgelden betaalbaar. Dat zeker. Zijn minstens even belangrijk: de best mogelijke studieduur, het best mogelijke studietraject voor elke student en studiekiezer, de diversiteit van de studenten, hun doorstroom. Daar zullen wij de komende jaren op werken, onder meer via activerend leren.

Meer publicaties, meer studenten: zij leiden niet noodzakelijk tot een betere wereld, zelfs niet tot een betere universiteit. Soms is minder meer. Publicaties die het verschil maken, de juiste studenten op de juiste plaats: zij maken meer kans om de toekomst vorm te geven. De universiteit moet erin slagen om alle jongeren die de talenten en interesse hebben om een diploma te behalen, ongeacht hun sociale achtergrond, zo ver te brengen. Jongeren die deze talenten of die interesse niet hebben, mogen niet verleid of onder druk gezet worden om tegen beter weten in toch naar de universiteit te komen.

Beste mensen, ik heb u willen vertellen dat louter kwantificeren niet aangewezen is. Niet als het over publicaties gaat, niet als het over studentenaantallen gaat. Ik heb u duidelijk gemaakt dat kwantiteit en kwaliteit elkaar niet uitsluiten maar dat kwaliteit wat mij betreft altijd primeert. Ik heb u op het hart gedrukt dat er aan de UGent gesproken, uitgesproken en tegengesproken wordt. En: geluisterd.

Bedankt, van harte

Ik heb veel gesproken. Ik wil u tenslotte nadrukkelijk nog van harte danken. Het afgelopen jaar was voor Mieke en mij het eerste. Het is voorbij gevlogen.

Beste collega’s, bedankt voor jullie inzet en passie. We weten dat we soms veel van jullie vragen. Samen met jullie zien we veel in onze universiteit.

Beste studenten, bedankt voor jullie durf. Voor jullie constructieve meningen, ook in moeilijke dossiers. De academische kalender, weet je wel? We hebben naar jullie geluisterd en we zijn daar trots op.

Beste bestuurders, bedankt voor jullie moed en volharding, voor het spreken en tegenspreken. We wensen onze afscheidnemende bestuurders alle goeds, onze nieuwe bestuurders alle succes.

Mevrouw de minister, beste Hilde, bedankt voor je bevlogen woorden. Voor je hart voor de academische wereld, voor je hart voor onze universiteit in het bijzonder. We hebben samen al een heel parcours afgelegd. Ik hoop dat we dat pad de komende tijd verder zullen kunnen bewandelen.

Beste politici, beste beleidsmakers, beste burgers, bedankt voor uw luisterend oor, bedankt voor de dialoog die u steeds met ons wilt aangaan.

Beste UGent’ers, u allen dus, bedankt voor uw aanwezigheid en voor uw welwillende aandacht.

Het enige wat mij nu nog rest is het academiejaar 2018-2019 officieel voor geopend te verklaren. Dat doe ik hierbij graag.

Moge het een inspirerend, leerrijk en positief activistisch jaar voor u allen worden.