Thuisleren extra zwaar voor kinderen met ontwikkelingsstoornis en hun ouders

(19-04-2020) Uit een bevraging van UGent-onderzoekers blijkt dat thuisonderwijs een extra hoge belasting legt op kinderen met een ontwikkelingsstoornis, en hun ouders.

In de strijd tegen het coronavirus (COVID-19) wordt het onderwijs in Vlaanderen sinds 16 maart op afstand georganiseerd. Ondanks veel inspanningen van zowel scholen, leerlingen, als ouders, leek deze periode van thuisonderwijs voor veel gezinnen niet evident. Daarom werd vanuit de UGent een bevraging georganiseerd bij ouders van kinderen met en zonder een ontwikkelingsstoornis. De eerste, voorlopige, resultaten tonen aan dat kinderen met een ontwikkelingsstoornis (en hun ouders) op dit moment beduidend zwaarder belast worden dan kinderen zonder ontwikkelingsstoornis. De onderzoekers vrezen dat het risico op overbelasting hoog is.

Beoogde studietijd per dag reeds bereikt

Kinderen spendeerden uiteraard meer tijd aan het thuisleren dan vóór de maatregelen. Voor kinderen in het secundair onderwijs was dit gemiddeld 4 uur. De vanuit de overheid beoogde 4 uur studietijd per dag werd voor deze kinderen dus ook in de eerste periode van thuisleren al bereikt. Het zal belangrijk zijn voor scholen om hier rekening mee te houden, en het aantal taken niet nog meer op te drijven. Lagereschoolkinderen besteedden ongeveer 2 uur per dag aan thuiswerk, voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis was dat ongeveer 20 minuten langer. Het zal belangrijk zijn dat scholen deze verschillen niet verder laten toenemen, bijvoorbeeld door aangepaste taken of meer ondersteuning te geven.

Ouders gaven aan dat ze gemiddeld 4 (voor secundair onderwijs) à 5 (voor lager onderwijs) uur per week bezig waren met het schoolwerk van hun kind. Voor ouders van kinderen met een ontwikkelingsstoornis was dit respectievelijk ongeveer 5,5 en meer dan 7 uur. Een groot gedeelte van die tijd waren ze effectief actief met hun kind bezig, bijvoorbeeld door uitleg te geven of samen oefeningen te maken. Het lijkt er dus op dat de beoogde 2 uur per week actieve betrokkenheid van ouders reeds ruimschoots bereikt is, en dat ouders van kinderen met een ontwikkelingsstoornis hier beduidend zwaarder belast worden.

De specifieke bijkomende ondersteuning (bijles, logopedie, psychotherapie,…) die sommige kinderen kregen vóór de coronamaatregelen werd vrijwel volledig stopgezet. Ook dit draagt bij tot de belasting van de gezinnen: waar de bijkomende ondersteuning vroeger eventuele problemen, onder andere op het gebied van leren, kon helpen aanpakken, valt deze hulp nu weg. De recente goedkeuring van tele-hulpverlening zal voor deze gezinnen wellicht welkom zijn.

"We merken dat kinderen met een ontwikkelingsstoornis (en hun ouders) op dit moment zwaarder belast worden dan kinderen zonder ontwikkelingsstoornis, en vrezen dat het risico op overbelasting hoog is." (Petra Warreyn)

Kinderen missen contact met klasgenoten en leerkrachten

Ondanks de communicatie dat er vóór de paasvakantie enkel herhaling van leerstof zou aangeboden worden, rapporteerden heel wat ouders dat er toch nieuwe leerstof aangeboden werd (ongeveer 25% in de lagere school en 60% in het secundair onderwijs). Opdrachten werden vooral schriftelijk aangeboden, en in een minderheid van de gevallen via live online of opgenomen lessen gegeven (minder dan 5% van de ouders in de lagere scholen gaf aan dat deze methode gebruikt werd, ten opzichte van ongeveer 30% in het secundair onderwijs). Ouders geven nochtans aan dat online en opgenomen lessen het beste lijken te werken voor hun kind. Vrijblijvende opdrachten (i.e. opdrachten zonder deadline) werden door ouders wat minder positief ervaren dan andere methodes.

"Live lessen bieden de meerwaarde van het contact met klasgenoten en leerkracht(en), iets wat kinderen sterk missen op dit moment." (Elke Baten) 

Wanneer de scholen na de paasvakantie meer nieuwe leerstof gaan aanbieden, zal het belangrijk zijn om de methodes te gebruiken die hiervoor het beste werken, zoals live lessen. Dit kan hun motivatie mee verhogen. Ook het aanbieden van groepstaken zou een gelijkaardig effect kunnen hebben. Hierbij is het uiteraard belangrijk om ook rekening te houden met gezinnen waar onvoldoende middelen aanwezig zijn (zoals een laptop voor elk kind, een printer en een goede internetverbinding) om online te leren. In onze bevraging ging dit over een kleine 10% van de gezinnen, maar dit is waarschijnlijk een onderschatting.

Ouders van kinderen met ontwikkelingsstoornis zijn bezorgd om leerachterstand

Kinderen maakten zich het meest zorgen over de social distancing maatregelen. Ze misten onder meer vrienden en hobby’s. Ouders maakten zich dan weer vooral zorgen over ziek worden (zelf of iemand uit de nabije omgeving). Vooral ouders van wie het kind een ontwikkelingsstoornis had, rapporteerden een bezorgdheid over de leerachterstand. Het zal voor scholen belangrijk zijn om deze bezorgdheden ernstig te nemen. Niet door het geven van meer taken, maar door het bieden van meer ondersteuning. Binnen het onderzoek zullen we zoveel mogelijk ouders opnieuw bevragen binnen 6 en 12 maanden, om na te gaan of er effectief een grotere leerachterstand is opgelopen bij kinderen met een ontwikkelingsstoornis, en welke mogelijk andere voorspellers van een leerachterstand er zijn.

Thuisleren niet evident - en zeker niet voor kinderen met ontwikkelingsstoornis

Thuisleren figuur 1Slechts een minderheid van de ouders (ongeveer 15% bij kinderen met een ontwikkelingsstoornis en 25% bij kinderen zonder ontwikkelingsstoornis) rapporteerde dat het thuisleren zonder problemen verliep. Door ouders vaak aangehaalde problemen waren een gebrek aan beschikbare tijd om hun kind te ondersteunen tijdens het thuisleren, maar ook het gebrek aan motivatie van het kind. Er waren bovendien te veel taken, volgens de ouders, en men vond het niet steeds duidelijk wat er precies van het kind werd verwacht. Ouders van kinderen met een ontwikkelingsstoornis gaven beduidend meer problemen aan dan de andere ouders, vooral in het secundair onderwijs.

Thuisleren figuur 2bDeze bevindingen tonen aan dat het thuisleren voor veel mensen niet evident was, maar dat dit in het bijzonder een uitdaging was voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis en hun ouders. Het lijkt ons dan ook belangrijk om sterk in te zetten op ondersteuning van deze kinderen en ouders, door het bieden van duidelijkheid en structuur, het actief virtueel aanwezig zijn in het geval van vragen, en het overwegen van kortere, eenvoudigere, of minder taken. Gezien ook de grotere tijdsinvestering die door deze groep aangegeven werd, is het risico op overbelasting ons inziens bij deze groep reëel.

De intrinsieke motivatie van de kinderen leek in de bevraagde periode niet hoog. Hoewel we niet weten of de motivatie hoger lag voor de periode van thuisleren, lijkt het ons toch belangrijk om dit niet uit het oog te verliezen. Keuzevrijheid (rond bv. vorm en timing van taken), expliciteren van doelen, persoonlijke contacten en regelmatige feedback kunnen hierbij helpen.

Feedback op opdrachten en communicatie uit school werd over het algemeen genomen positief ervaren. Ouders gaven wel aan vaker feedback (en dit niet in de vorm van antwoordsleutels) te willen ontvangen. 

Meer informatie

De vragenlijst werd door 2328 personen volledig ingevuld, waarvan ongeveer 35% ouders van kinderen met een ontwikkelingsstoornis. Hoewel het niet onze gewoonte is om voorlopige onderzoeksresultaten te communiceren, vinden we het op dit moment onze maatschappelijke plicht om de meest relevante resultaten (en bijhorende adviezen) uit onze bevraging zo snel mogelijk te communiceren, vooral naar de scholen toe. Op die manier hopen we dat met een aantal aspecten rekening kan gehouden worden bij de organisatie van de komende weken thuisonderwijs. We denken dat, naast een aantal algemene tips, onze bevindingen in verband met kinderen met een ontwikkelingsstoornis (dyslexie, dyscalculie, aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD), autismespectrumstoornis (ASS), coördinatie-ontwikkelingsstoornis (DCD) en/of een taalstoornis) in het bijzonder relevant zijn.

Het eerste deel van de enquête rond thuisleren (die liep van 16 maart t.e.m. 3 april) is afgesloten. Nu de scholen ook na de paasvakantie gesloten blijven, is er een tweede deel van de enquête, waarin gepeild wordt (veranderingen in) ervaringen met het thuisleren. Ouders die reeds aan de eerste enquête deelnamen en daar hun e-mailadres achterlieten, zullen automatisch gecontacteerd worden voor de tweede bevraging.

  • Nam je nog niet eerder deel? Neem dan nu deel aan de enquête op tiny.cc/thuisleren
    Het is niet vereist dat je deelnam aan de eerste bevraging.

  • Nam je reeds eerder deel en liet je je e-mailadres achter voor de vervolgbevraging? Neem dan deel via de persoonlijke link die je per e-mail onving.
  • Volg de Facebookpagina van de onderzoeksgroep
  • Blijf op de hoogte via de website van de onderzoeksgroep

Contact

Deze bevraging kwam tot stand binnen de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie, onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen.

Elke Baten 0496 35 79 85

Petra Warreyn 

Fieke Vlaeminck

Marjolein Mués

Annemie Desoete