Twee decennia het VLIZ: “Het belang van de zee kan niet overschat worden”

(27-09-2019) Al twintig jaar is het Vlaams Instituut voor de Zee in Oostende een spilfactor in de mariene en maritieme wetenschappen. Hoe komt dat precies?

Hoewel er internationale organisaties huizen, is het VLIZ een wat onbekende parel aan de kust. We trokken op onderzoek met directeur Jan Mees en UGent-hoogleraar Colin Janssen.

Iedereen mee in het bad

Het Vlaams Instituut voor de Zee is een knooppunt voor het uitvoeren van marien en kustgebonden onderzoek en stelt faciliteiten ter beschikking aan onderzoekers. Prof. Dr. Jan Mees, onder meer ook gastprofessor aan de UGent, is er algemeen directeur. Hij was de eerste werknemer en is één van de drijvende krachten in de mariene en maritieme wetenschappen. Doorheen de jaren bouwde hij het VLIZ, dat binnen enkele jaren verhuist naar een nieuwbouw op de Oosteroever in Oostende, uit tot een instituut met meer dan honderd medewerkers. Hij kreeg daarvoor steun van de Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen.schip simon stevin

"Het VLIZ is twintig jaar geleden opgericht binnen een zeer gefragmenteerd bestaand landschap van mariene onderzoeksgroepen”, vertelt Jan Mees. “Ongeveer de helft van dat landschap vond je aan de UGent. Wij verkleinen die verdeeldheid, creëren synergieën en reiken onderzoeksinfrastructuur- en apparatuur aan, zoals ons zeeonderzoeksschip Simon Stevin. Daarnaast staan we in voor informatie- en databeheer en het vertalen van onderzoek naar allerlei doelgroepen waaronder het grote publiek, onderwijs, overheden en bedrijven.”

Het VLIZ en de UGent

Jan Mees (VLIZ) en Colin Janssen (UGent)“We werken steeds samen met onderzoeksgroepen, waarvan de UGent over de grootste pool van expertise beschikt”, vervolgt Jan Mees (links op de foto). "We zetten die kennis in om ons onderzoek naar een hoger niveau te tillen. We proberen ook de niet-mariene onderzoeksgroepen van de UGent mee in het bad te krijgen of te ‘marineren’ (lacht). Ik denk bijvoorbeeld aan een psycholoog die de relatie tussen de zee en de menselijke geestelijke gezondheid onderzoekt. Zo komen we tot een geïntegreerde aanpak van de huidige uitdagingen.”

De rol van het VLIZ en de samenwerking met de UGent wordt almaar belangrijker. Prof. dr. Colin Janssen (rechts op de foto) is hoogleraar aan de UGent (vakgebied ecotoxicologie of vervuiling van ecosystemen). Daarnaast zit hij als ondervoorzitter van de raad van bestuur en voorzitter van de wetenschappelijke commissie in de driving seat van het VLIZ. Via Marine@UGent, waarvan hij voorzitter is, betrekt en stimuleert hij collega’s om met het VLIZ en andere instellingen onderzoek uit te voeren en de kennis te valoriseren. Het belang van de samenwerking werd onderstreept tijdens een recent bezoek van de rector van de UGent aan het VLIZ.

"Het VLIZ en de UGent hebben hun samenwerkingsovereenkomst hernieuwd”, legt Colin Janssen uit. “Op vlak van maritieme wetenschappen is de UGent de grootste Belgische universiteit, met ongeveer vierhonderd wetenschappers, waaronder tachtig professoren en een veertigtal onderzoeksgroepen. Wij publiceren de helft van de publicaties in Vlaanderen en een derde in België. Het is belangrijk dat we die sterkten in aantal en kwaliteit uitspelen.”

Wereldwijde dataverzameling

Naast de samenwerking met de UGent, is het VLIZ ook de uitvalsbasis van enkele gereputeerde internationale organisaties. Jan Mees geeft enkele voorbeelden: “De European Marine Board is een denktank met drie leden per Europees land. Zij stellen inspirerende documenten met bijhorende onderzoeksagenda’s. Doordat deze instelling in Oostende aanwezig is, zijn we een koploper in moderne mariene wetenschappen.”

“Een tweede Europese groep die hier zit, is EMODnet (Europees Marien Observatie- en Datanetwerk), een initiatief van de Europese Commissie. Het centraliseert en verdeelt vanuit Oostende alle Europese mariene gegevens die op zee verzameld worden. Denk maar aan vervuiling, bodemdiepte, cultureel erfgoed onder water, windmolens op zee, de capaciteit van de zee, welke dieren er in een bepaald gebied leven enzovoort. Met die informatie kan je verduurzamen, producten maken die nuttig zijn voor de industrie, overheden en burgers. Dankzij die data weten we ook dat er voor alle activiteiten op zee grenzen zijn.”

“Een derde partner die ik graag wil vermelden, is de Intergouvernementele Oceanografische Commissie of IOC van de UNESCO. Deze club ontstond na een grote tsunami in Zuid-Amerika in 1960. Een onderdeel ervan, de IODE of International Oceanografic Data and Information Exchange, wisselt vanuit Oostende wereldwijd oceanografische gegevens uit. Denk maar aan de waterhoogtemeters om op lange termijn te zien of de zeespiegel stijgt, hoe het gesteld is met eb en vloed, mogelijke tsunami’s enzoverder. Dit stelt waarschuwingscentra van over de hele wereld in staat om alarmen uit te sturen.”

Oostende als onderzoekshub of Blue Valley

zeekat en colin janssenOostende zal op termijn een onderzoekshub of Blue Valley worden. Belangrijke spelers zoals het VLIZ, de UGent, de Haven van Oostende, het ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek) en het Ostend Science Park zijn er reeds gevestigd. Colin Janssen: “Dat in Oostende zoveel kennis en onderzoek samenkomt, zorgt voor een aanzuigeffect van grote industriespelers. Zo zal het Ostend Science Park, 16,3 hectare groot en een initiatief van de UGent, de POM en de haven van Oostende naar analogie van het Zwijnaarde Technology Park, uitgroeien tot een bedrijvenpark voor mariene en maritieme wetenschappen. Binnen het incubatie- en innovatiecentrum GreenBridge, dat zich in het hart van het Ostend Science Park bevindt, zal een oppervlakte van 400 m² omgebouwd worden tot universiteitslaboratoria.”

Kansen voor het bedrijfsleven

Jan Mees stelt vast dat ondernemingen het voorbije decennium een sterkere interesse gingen vertonen in de kansen die de zee biedt. “Ik denk aan blauwe biotechnologie, offshore energie, maritiem transport en dergelijke meer”, zegt hij. “Veel naties en ook Vlaanderen kijken nu naar de zee als een onderontgonnen gebied met veel economische mogelijkheden.” Colin Janssen: “De overheid beseft dat en er wordt dan ook hard op ingezet. Dit gecombineerd met Vlaanderen als kennisregio maakt dat we nog veel sterker kunnen worden. Een cijfer ter illustratie: in het wereldwijd aantal mariene maritieme wetenschappers per miljoen mensen staat België op de tweede plaats, na Noorwegen. Als we dat uitdrukken per kilometer kust, dan staan we ver vooraan als eerste.”

De vraag is echter hoe je de stap zet van wetenschappelijk onderzoek naar een concrete invulling voor bedrijven. “Tien jaar geleden was die stap nog niet gezet”, aldus Janssen. “Het is een heel complex verhaal om van onderzoek naar economische toepassingen te gaan.” Jan Mees: “Het VLIZ onderzoekt binnen de Blauwe Cluster, een initiatief van minister Muyters dat kantoor houdt in GreenBridge in Oostende, samen met de kennisinstellingen waar we ons precies moeten positioneren. Het reikt onderzoek aan dat bedrijven nodig hebben om tot innovaties te komen.”logo vliz

“Dringend de zee als bondgenoot omarmen”

Over de vraag waarom bedrijven die kans met beide handen moeten grijpen, hoeft Colin Janssen niet lang na te denken. “We staan voor het decennium van de oceanen, die de motor zijn van de klimaatverandering”, besluit Janssen. “Daar wordt het weer en het klimaat gemaakt. 50% van de zuurstof in de atmosfeer komt uit de oceanen. Men heeft echter vaak geen idee van wat zich onder het water afspeelt. We zullen voor onze voedselvoorziening afhankelijk worden van de zee. Het land raakt immers volgebouwd. We hebben eeuwenlang met onze rug naar de zee geleefd en ertegen gevochten. We hebben ze vervuild en dijken gebouwd. Het is tijd om de zee te omarmen als onze vriend en bondgenoot. We moeten de relatie duurzaam uitbouwen en hebben enkel voordeel bij goede samenwerkingen.”

Meer informatie of interesse in een samenwerking? Neem contact op met colin.janssen@ugent.be