De universiteit moet weer een vrijhaven worden

(08-12-2018) Het is een klacht die onder academisch personeel al lang leeft: de papierberg, de procedures en de administratieve rompslomp zijn uitgegroeid tot proporties die nauwelijks onder controle te krijgen zijn.

Door het voortdurende tellen van publicaties, citaties, doctoraten … én de verrekening daarvan in verschillende financiële verdeelsleutels ervaart het academisch personeel bovendien een steeds toenemende druk; onder invloed van de scherpe competitie voor middelen haalt onderlinge concurrentie het al te vaak van samenwerking over de grenzen van onderzoeksgroepen, faculteiten en – waarom niet – universiteiten heen. Met een nieuw evaluatiebeleid wil de UGent aan die verzuchtingen tegemoetkomen en tegelijkertijd ook een radicaal nieuwe wind door de loopbaanbegeleiding laten waaien. Zodat de universiteit weer een plaats wordt waar talent zich gewaardeerd en gekoesterd voelt.

Met een nieuw loopbaan- en bevorderingsmodel voor ZAPs (Zelfstandig Academisch Personeel) zet de UGent nieuwe bakens uit in Vlaanderen. Het kernidee is dat de academie weer van de academici wordt en niet van de bureaucratie. Procedures en processen met steeds dezelfde sjablonen, metrics en criteria die iedereen over dezelfde kam scheren, gaan daarbij op de schop.

 

We kiezen voor een radicaal nieuw model: wie goed functioneert en presteert, zal bevorderd worden, met een minimum aan verantwoording en administratie en een maximum aan vrijheid en verantwoordelijkheid. De kwaliteit van het individuele menselijke kapitaal krijgt daarbij voorrang: talent moet gekoesterd worden en zich gewaardeerd voelen. De gepersonaliseerde doelstellingen, de jaarlijkse taakomschrijvingen, de vele toetsingsdossiers en activiteitsverslagen verdwijnen. In de plaats komt een nieuwe aanpak die steunt op samenwerking, collegialiteit en teamwork. Alle personeelsleden maken daarbij afspraken over hoe zij kunnen bijdragen tot de doelstellingen van de vakgroep, opleidingen, faculteit en universiteit. De evaluaties worden sterk vereenvoudigd en zullen voortaan maar om de vijf jaar plaatsvinden in plaats van om de twee of vier jaar. Dat moet “evaluatierust” meebrengen.

 

Tegelijk willen we meer aandacht besteden aan welzijn op het werk: in de evaluaties van leidinggevenden zal expliciet rekening gehouden worden met de manier waarop zij mensen aansturen en coachen. Het model moet een antwoord bieden op de klacht van veel jonge professoren dat kwantitatieve parameters doorslaggevend zijn in de evaluaties. De welgekende en versmachtende “publicatiedruk” is daar de meest in het oog springende exponent van. De UGent kiest er expliciet voor om uit die rat race tussen individuen, vakgroepen en universiteiten te stappen. Aan het rangschikken van mensen doen wij niet meer mee.

 

We willen hiermee nadrukkelijk onze eigen verantwoordelijkheid opnemen. In het politieke debat over de financiering van universiteiten en onderzoekaanvragen, poneren wij voortdurend de stelling dat we willen afstappen van het louter competitieve denken dat disruptieve ideeën te weinig kansen geeft. Het antwoord van de beleidsmakers is uiteraard dat we dit dan eerst ook maar binnen de universiteit zelf moeten doen. Dit is alvast een duidelijke stap in die richting en het laat zien dat we ook voor onze eigen deur willen vegen.

 

De UGent neemt met deze cultuuromslag het voortouw in Vlaanderen en daar zijn we best fier op. Het is een initiatief dat onze slogan “Durf Denken” duidelijk onderschrijft. Meer nog, we durven ook te doen. Een universiteit is bij uitstek een plaats waar alles in vraag gesteld mag worden. Waar meningen, procedures en gewoonten doorbroken worden. Waar rigiditeit geen plaats heeft. Ik ben er absoluut van overtuigd dat we over enkele jaren zullen zien dat dit de globale kwaliteit van onze universiteit en haar mensen ten goede is gekomen.

 

Rik Van de Walle