UGent'ers en Van Eyck: kunstwetenschappen en sociale geschiedenis

(26-01-2020) 2020 staat in Gent in het teken van Van Eyck en het Lam Gods. Een van de hoogtepunten is ongetwijfeld de terugkeer van het gerestaureerde schilderij naar de Sint-Baafskathedraal. Aan de schitterende restauratie ging jaren van onderzoek vooraf.

Ook heel wat UGent’ers droegen bij aan nieuwe inzichten over het Lam Gods. De komende weken geven we een inkijk in deze inzichten via vier vakgebieden. Vandaag: kunstwetenschappen en sociale geschiedenis.

Maximiliaan Martens (vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen en verbonden aan het Henri Pirenne Instituut voor middeleeuwse studies) en Jan Dumolyn (vakgroep Geschiedenis en verbonden aan het Henri Pirenne Instituut voor middeleeuwse studies) over nieuwe onderzoeksvragen over Van Eyck in de kunstwetenschappen en de sociale geschiedenis.

Wat is de link tussen jouw vakgebied en het onderzoek naar het Lam Gods? 

Maximiliaan Martens: “Ik bestudeer Vlaamse kunst tussen de 14de en de 16de eeuw. Bijna al mijn publicaties hebben een link met Van Eyck. Mijn specialisatie is de brug leggen tussen exacte wetenschappen en de kunstgeschiedenis. Dat heb ik ook gedaan als coördinator van de interdisciplinaire UGent-onderzoeksgroep in de pre-restauratie- en restauratiefase van het Lam Gods, en als medecurator van de MSK-tentoonstelling ‘Van Eyck. Een optische illusie’.”

Jan Dumolyn: “Ook bij mij is de link met mijn vakgebied, middeleeuwse geschiedenis, duidelijk. We zijn al jaren bezig met onderzoek naar de figuur Van Eyck om meer te weten te komen over zijn sociaal netwerk en de maatschappelijke en geografische context waarin hij leefde. Vroeger bestudeerde men enkel de schilder en eventueel ook nog de opdrachtgever. Maar aan de hand van onze methodologie, de zogenaamde social network analysis, kijken we breder. Dat leidt tot heel wat nieuwe, onverwachte en verrassende inzichten."

Tot welke inzichten heeft je onderzoek geleid?

Maximiliaan Martens: “Binnen de kunstgeschiedenis leidde het tot vele nieuwe inzichten. Sinds de ontdekking in 1823 van het befaamde kwatrijn op de lijst, woedt er een hevige discussie over wie van de broers wat heeft geschilderd. Het kwatrijn stelde immers dat Hubert van Eyck was gestart met het werk en dat Jan het afwerkte. We hoopten met onze onderzoeken meer inzicht te krijgen in dit mysterie maar we zijn vooral meer te weten gekomen over waarom we het niet weten (lacht). Hoofdredenen? De vele overschilderingen - bijna de helft van het werk - en het feit dat er meer handen aan het werk hebben mee geschilderd dan vroeger werd aangenomen."

"We weten nu zeker dat de opschriften op de kaders authentiek zijn. Vroeger was daar discussie over, zelfs over het bestaan van Hubert was er geen consensus. Nu we weten dat het opschrift wél authentiek is, leidt dit tot een nieuwe manier van kijken naar het aandeel van Hubert. Zoals de theorie die Hubert als verantwoordelijke voor het concept aanduidt. Dat zou kunnen, want uit de archieven weten we dat er in 1425 een bezoek plaatsvond in zijn atelier om de ontwerpen te bekijken. Aangezien Hubert al in 1426 zou gestorven zijn, kan hij zelf niet veel geschilderd hebben aan het Lam Gods. Om maar te zeggen: door één ontdekking - de authenticiteit van het opschrift - konden we veel theorieën in de vuilnisbak gooien en werden er nieuwe bedacht."

"Het Lam Gods is altijd een vreemde eend in de bijt geweest in het oeuvre van Van Eyck. Door de restauratie merkten we dat zaken die als ‘raar’ werden beschouwd in feite overschilderingen waren. Na de restauratie zien we dat het werk wel goed aansluit bij de stijl van Jan van Eyck."

De samenwerking leidde ook tot heel wat interessante kennis en inzichten over hoe AI kan ingezet worden in de kunstgeschiedenis, bijvoorbeeld voor beeldherkenning (meer hierover kan je lezen in de nieuwsbrief van volgende week met professor Aleksandra Pizurica, nvdr).
Jan Dumolyn: “Dankzij archiefonderzoek zijn we te weten gekomen in welke straat in Brugge Van Eyck heeft gewoond. Middenin de commerciële buurt van een stad die bruiste van cultuur en internationale handel. Die informatie maakt komaf met de theorie dat Jan van Eyck een geïsoleerde kunstenaar was, een bizar genie zonder contact met andere kunstenaars. Deze ontdekking en andere hebben we verwerkt in een kaart met daarop alle plaatsen in Europa waar Van Eyck is geweest. De kaart - gemaakt door cartograaf Hans Blomme - is te zien op de tentoonstelling in het MSK."

"Iets anders dat we door de analyse van financiële documenten uit de archieven hebben afgeleid is het feit dat de vrouw van Van Eyck, Margareta van Eyck, voor 1450 is gestorven. Hijzelf stierf in 1441. Die ontdekking deden we terwijl we op zoek waren naar andere zaken, maar zo zie je dat in (historisch) onderzoek een grote mate van serendipiteit speelt (lacht). De ontdekking dat zij voor 1450 moet gestorven zijn had dan weer impact op de idee dat zij na de dood van Jan zijn atelier verder geleid zou hebben. We moeten nu concluderen dat zijn atelier al in 1450 is opgeheven.”

Welke UGent’ers werkten mee aan dit onderzoek?

Maximiliaan Martens: “Al die inzichten zijn er gekomen dankzij een interdisciplinaire aanpak, de vele observaties van de restaurateurs, en het gebruik van allerlei technologieën. Nog voor de restauratie onderzocht collega Arnold Janssens het binnenklimaat van de Villakapel en de Sint-Baafskathedraal. Dankzij de 3D-microscoop van collega Peter Vandenabeele en de chemische beeldvorming door collega’s van UA weten we hoeveel procent van het Lam Gods overschilderd is en in welke toestand de originele verflagen zich bevonden. Peter Vandenabeele heeft via het onderzoek van het Lam Gods de analysetechnieken van pigmentanalyse verbeterd. Aleksandra Pizurica en haar team denken voortdurend na hoe we met technologieën als machine learning (AI) restauratiemethodes kunnen verbeteren.”

Jan Dumolyn:  “Ik heb behalve met Maximiliaan Martens voor het archiefonderzoek nauw samengewerkt met professor Frederik Buylaert van mijn vakgroep en met doctoraatsstudenten Mathijs Speecke en Ward Leloup. De materiële cultuur die Jan van Eyck afbeeldt werd nader onderzocht door professor Wim de Clercq en postdoctoraal onderzoeker Maxime Poulain van de vakgroep Archeologie.” 

Kijken naar God

De tentoonstellingVan Eyck. Een optische revolutie in het MSK (1 februari - 30 april) is een absolute aanrader.

Maximiliaan Martens: “Voor de eerste keer kan je van zo dichtbij de rijkdom van zijn werk ontdekken. Door te kijken kom je te weten hoe Van Eyck en zijn tijdsgenoten naar de wereld keken en welke metafysische betekenissen ze in die waarnemingen verborgen.”

Jan Dumolyn: “De inhoudelijke inbreng van de UGent van deze tentoonstelling is niet te onderschatten. Maximiliaan Martens en ik schreven en corrigeerden de zaalteksten. We namen ook de redactie van de catalogus op ons met ook enkele hoofdstukken van onze hand.” Wie geen genoeg krijgt van Jan Van Eyck, kan vanaf 12 maart naar de tentoonstelling ‘
Van Eyck in Bruges’ in het Brugse Groeningemuseum, waar Jan Dumolyn de curator van was.

In de UGent podcastreeks Geheugenissen gaan Maximiliaan Martens en Jan Dumolyn vanaf de eerste week van februari  dieper in op hun onderzoek naar Van Eyck en het Lam Gods. In de aflevering ‘Het genie Van Eyck: de code gekraakt’ kraken ze de code van het genie Van Eyck, ontdek je wie zijn buren en vrienden waren en gaan ze op zoek naar sporen van zijn mysterieuze broer Hubert. Aanrader!

Volgende week: UGent’ers en Van Eyck: ingenieurswetenschappen
TIP!
Julie Van Bogaert (vakgroep Geschiedenis), maakster van de UGent-geschiedenispodcast Geheugenissen, heeft een episode gewijd aan Van Eyck, in gesprek met UGent-professoren (en curatoren) Jan Dumolyn en Maximiliaan Martens. De aflevering “Het genie Van Eyck: de code gekraakt” is een van de beste stukken die er te vinden zijn in het Nederlands
 
 
Lees meer artikels over: