Interview - Geen file meer dankzij magisch beton met luiers!

Laurence De MeystLaurence De Meyst is doctoraatsstudent aan de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de UGent.

Onlangs won ze de Oost-Vlaamse voorronde van de jaarlijkse Wetenschapsbattle, een wedstrijd waarbij jonge wetenschappers hun onderzoek een kwartier lang voorstellen op een lagere school, voor een volle zaal kinderen.
Met haar presentatie slaagde Laurence erin de zaal razend enthousiast te maken over haar onderzoek naar zelfhelend beton.

In het Technologiepark-Zwijnaarde (Tech Lane Ghent Science Park) spraken we met Laurence over zelfhelend beton en het belang van kinderen al op jonge leeftijd kennis te laten maken met wetenschap.

 

Wat is zelfhelend beton?

Laurence: “Beton heeft de neiging te scheuren, kapot te gaan. Denk maar aan de tunnels van Brussel of het viaduct van Gentbrugge. Daar vallen brokken naar beneden. Dat is niet alleen gevaarlijk, het kost ook enorm veel om dat beton te herstellen. Herstellen is trouwens niet altijd mogelijk. Slaagt men er wél in het te herstellen, dan is de kans groot dat het over een jaar of tien - of zelfs minder - opnieuw hersteld moet worden. Daardoor ontstond het idee om een soort beton te maken dat zichzelf kan helen. Zoals je huid ook vanzelf weer geneest wanneer je je snijdt.

Verschillende universiteiten doen al een tiental jaar onderzoek naar verschillende types van zelfhelend beton. Aan de UGent onderzoeken we onder andere het toevoegen van bacteriën of polymeren aan beton om het te herstellen. Die polymeren zijn poeders die onder andere in luiers zitten. Als dat poeder in contact komt met urine of met water gaat het zwellen. Het zet uit en wordt groot. Ontstaat er een scheur in beton met polymeren erin verwerkt, dan gaat die scheur terug dicht wanneer er bijvoorbeeld regenwater in komt. Het water dat in die polymeren terechtkomt, gaat dan op een later tijdstip ook nog reageren met het cement dat in het beton zit en zo wordt de scheur effectief permanent opgevuld.

Indertijd heb ik mijn thesis gewijd aan beton met polymeren. Daarna polste de faculteit of ik er een doctoraat over wilde doen. Die uitdaging nam ik aan en nu zit ik in het voorlaatste jaar van mijn doctoraat.”

 

Je presentatie tijdens de Wetenschapsbattle 2019 heette 'Geen file meer dankzij magisch beton met luiers'.
Een erg tot de verbeelding sprekende titel! Hoe heb je die presentatie aangepakt?

Laurence: “Ik heb eerst het probleem gesitueerd voor de kinderen. Insteek was ‘in de file staan’. Vind je dat leuk? Zou je liever iets anders doen? Uiteraard vond niemand het leuk om in de file te staan. Tijdens de finale in Technopolis had ik de meevaller dat ze met de bus waren gekomen, in de file hadden gestaan én te laat waren. Dat was een ideale opener. Want veel extra files ontstaan door werken, zoals nu met de werken aan de tunnels in Brussel.

Daarna heb ik uitgelegd wat beton was en waarvoor het gebruikt wordt: tunnels, wegen, viaducten. Ik heb dan een leerling op het podium geroepen om samen met mij beton te maken. Met het recept voor beton bij de hand wogen we de bestanddelen af en goten we alles in een grote kookpot. Dat veroorzaakte veel stof, wat ze heel leuk vonden. Ik legde uit dat je beton normaal met een betonmolen maakt, en niet met een kookpot, maar dat hadden ze wel door natuurlijk.

Toen haalde ik de pampers erbij, dat vonden ze hilarisch. Met nog een andere leerling uit de zaal heb ik dan de proef met de polymeren gedaan. Ik voegde ze aan water toe en dat meisje mocht roeren. Je zag hoe de polymeren zwollen en een gel vormden. Zo kon ik het concept uitleggen: dankzij de polymeren gaan de scheuren in het beton dicht, zijn er minder werken nodig en gaan we effectief minder files hebben.” 

 

Waarom vind je het zo belangrijk wetenschap over te brengen op kinderen?

Laurence: “Kinderen zijn een heel ander doelpubliek dan bijvoorbeeld andere onderzoekers op een conferentie. Ik zag het als een uitdaging: kan ik mijn onderzoek begrijpelijk uitleggen aan mensen die er niks over weten? Kan ik er zelfs jonge kinderen mee boeien? Het deed enorm deugd om te merken hoe oprecht enthousiast en geïnteresseerd die kinderen waren. Ze stelden ook pientere vragen. Ze hadden echt geluisterd en kritisch nagedacht.

De leeftijd van 10 à 12 jaar is ook de leeftijd waarop kinderen interesses beginnen te ontwikkelen, in dit geval dan voor wetenschap en zoals ze dat zelf graag noemen: uitvinden. Rond je achttiende moet je de keuze maken wat je verder wilt studeren. Dan ga je naar beurzen en opendeurdagen om je te informeren. Ik zeg niet dat dit te laat is, maar hoe vroeger kinderen zaken kunnen ontdekken, hoe beter, en dat staat los van het feit of ze het interessant vinden of niet.

Ik denk dat veel wetenschappelijk onderzoek kinderen kan aanspreken, zolang je het op een leuke, visuele manier brengt. De kinderen in de zaal dachten duidelijk dat een wetenschapper iemand is die constant achter een bureau zit, of in een labo staat en daar vreemde experimenten uitvoert die niks met het dagelijkse leven te maken hebben. Dat wetenschappelijk onderzoek echt impact heeft - of kan hebben - op hun leven of dat van hun ouders, dié link zien ze niet dikwijls.

Andere onderzoekers hadden het tijdens de Wetenschapsbattle bijvoorbeeld over epilepsie en suikerziekte. Ze vroegen dan aan de kinderen: ‘Heeft hier iemand suikerziekte of ken je iemand in je familie die het heeft?’ De helft van de zaal stak de hand op, wat bewijst dat het belangrijk is in hun leefwereld.

En het mooie is: tijdens zo’n presentatie zien ze dat er mensen naar een oplossing zoeken. Jonge mensen. Dat geeft hen misschien een voorbeeld om zich aan te spiegelen, om naar op te kijken. Een van de juffen sprak ons trouwens aan na de battle. Ze zei dat ze blij was dat er zoveel meisjes hadden deelgenomen. Vier van de vijf onderzoekers waren vrouwen. Ook de kinderen dachten blijkbaar dat het allemaal mannen gingen zijn. Die juf vond het ook leuk dat we er allemaal normaal en tof uitzagen, geen grijze figuren in een stoffige labojas. Goed dus dat dit stereotiep beeld doorbroken werd!”

 

De Oost-Vlaamse selectie vond plaats in een lagere school voor buitengewoon onderwijs.
Was het extra moeilijk om het voor deze kinderen begrijpelijk te maken?

Laurence: “Absoluut niet. Die kinderen hebben de capaciteit om alles te snappen, maar de omstandigheden zijn gewoon moeilijker voor hen. De vragen die ze me daar stelden, waren hoogstaand en getuigden van een kritische ingesteldheid. ‘Hoe duur is dat? Aan de onderkant van een brug regent het toch niet, dus hoe moet het water dan in die scheuren geraken? Je spreekt over beton, maar zijn de meeste wegen in België niet van asfalt gemaakt?’

Je mag hen zeker niet onderschatten. Het is niet omdat ze niet naar een gewone school gaan, dat ze niet in wetenschap kunnen geïnteresseerd zijn, of daarin verder willen en kunnen gaan. Op een andere manier misschien. Gewoon creatief zijn en zelf iets ‘uitvinden’ bijvoorbeeld, maar dan niet in de context van de universiteit of de veeleisende bedrijfswereld. Die kinderen hadden trouwens ook alles zelf georganiseerd, samen met hun juf. Ze hadden een jury samengesteld, tijdbewakers aangeduid, de zaal gedecoreerd, alles was tot in de puntjes verzorgd. Je zag dat ze supertrots waren, en zij zagen ook dat wij veel moeite hadden gedaan. Het was een heel warme, positieve ervaring.”

 

Wil je in de toekomst nog wetenschappelijk onderzoek delen met kinderen?

Laurence: “Het enthousiasme van die kinderen gaf me een boost van ‘wow, ik ben met iets bezig dat geapprecieerd wordt, ook door kinderen, en dat op termijn misschien een verschil kan maken’. Het was ook tof om letterlijk naar buiten te komen met mijn onderzoek. Niet enkel papers schrijven, indienen en geaccepteerd krijgen, en tegen het einde van mijn doctoraat een scriptie afleveren.

Sowieso is het prikkelend om zaken uit het dagelijkse leven te linken aan de wetenschap, zoals die files. Af en toe uitzoomen en kijken naar het waarom, zodat de mensen begrijpen wat we nu eigenlijk doen en wat voor nut dit voor iedereen heeft. Niet enkel voor de universiteit of voor de bedrijven om er producten mee te ontwikkelen, maar ook voor de gewone mens. Wat kan die daar uithalen, of hoe kan die er voordeel aan hebben?

Ik denk dat op elke faculteit onderzoekers zijn die graag zaken overbrengen naar kinderen. UGent biedt al initiatieven op dat vlak natuurlijk, zoals de kinderuniversiteit, en het organiseren van workshops.

Met mijn presentatie over zelfhelend beton wil ik gerust op enkele lagere scholen langsgaan, want zoals ik al zei: het is heel belangrijk dat kinderen zien wat wetenschap doet. Door voor een klas te gaan staan en de zaken op een toffe manier uit te leggen draag je bij aan het leerproces van kinderen, en kinderen zijn onze toekomst.”

 

Wil je Laurence in jouw school laten langskomen met haar presentatie 'Geen file meer dankzij magisch beton met luiers?''
E-mail: