Interview - Virtual reality parcours voor jonge fietsers: doe ook de test in jouw school!

Virtual reality parcours voor jonge fietsers: doe ook de test in jouw school!

 

De UGent heeft een virtual reality parcours ontwikkeld voor jonge fietsers van 9 tot 12. Het kind fietst in een virtuele omgeving op een echte fiets. Via de registratie van oog- en fietsbewegingen meten de onderzoekers hoe de jonge fietser gevaarlijke situaties herkent en erop anticipeert. Vlaanderen investeert € 175.000 in dit project.

De onderzoekers trekken dit najaar naar scholen om de test daar uit te voeren bij minstens 200 kinderen. Hiervoor kun je je kandidaat stellen met je school of klas. (meer info verderop in het interview). Wij gingen langs bij de vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen en spraken er met dr. Linus Zeuwts, een van de bezielers van de virtual reality test. 

 

 

 

 

Hoe kwamen jullie op het idee om dit virtual reality parcours te ontwikkelen?

Linus Zeuwts: “Vijf jaar geleden zijn we begonnen met het kijkgedrag van fietsers in het verkeer te onderzoeken. Zowel volwassenen als kinderen lieten we met een eye tracker fietsen, op fietspaden in goede én in slechte staat. Dankzij de eye tracker konden we al snel onze hypothese wetenschappelijk bewijzen: op een slecht fietspad ben je vooral bezig met putten en boomstronken te ontwijken, en heb je veel minder aandacht voor het verkeer. Hiermee trapten we een open deur in natuurlijk. Toch was het belangrijk dat dit eindelijk eens wetenschappelijk bewezen werd, want de gevolgen zijn verreikend.

Voor een andere studie, over risicoperceptie, hebben we vele uren zelf in het verkeer gefietst met een GoPro-camera om gevaarlijke situaties te filmen. Aan de hand van dit beeldmateriaal ontwikkelden we de risicoperceptietest waarbij we de beelden aan testpersonen toonden op een computerscherm. Onder het scherm bevestigden we een eye tracker waarmee we de oogbewegingen van de proefpersonen registreerden. Zodra ze een gevaarlijke situatie ontdekten, moesten de proefpersonen zo snel mogelijk op de muisknop klikken. Wat bleek? Kinderen merkten de gevaren later op en reageerden ook later in vergelijking met meer ervaren volwassenen.

Op basis hiervan ontwikkelden we een training van twee lesuren waarmee we vervolgens langsgingen in scholen. We toonden de verkeerssituaties op een groot scherm. De kinderen mochten zelf aangeven wat ze gevaarlijk vonden en dan discussieerden we erover. We lieten vooral beelden zien waarop de situatie moeilijker in te schatten was, zodat de kinderen cues leerden te herkennen. Denk bijvoorbeeld aan het naderen van een kruispunt waarbij huizen of bomen je het zicht ontnemen op de straat die je wilt kruisen. Als ervaren fietser weet je dat er altijd een andere weggebruiker uit die straat kan komen, hoewel die nog niet zichtbaar is. Dus je gaat de trappers stil houden of vertragen. Maar een kind heeft een andere perceptie. Als er nog geen andere weggebruiker te zien is, vindt het de situatie niet gevaarlijk en gaat het niet anticiperen. Een kind reageert pas wanneer het effectief een auto ziet, en dan is het vaak te laat.

Het virtual reality project bouwt dus voort op bovenvermeld onderzoek met de risicoperceptietest. Die test werkte enkel met videobeelden. Je kon niet rond of achter je kijken zoals in het echte leven. De test liet ook weinig interactie toe en was qua reageren nogal beperkt, gezien de testpersonen alleen konden klikken op de muis. Daarom willen we nu in virtual reality kinderen een meer uitgebreide training aanbieden die een groter leereffect zal hebben, en meer interactie toelaat.”

 

Vertel je even iets meer over het virtual reality parcours zelf?

Linus Zeuwts: “Het wetenschappelijke luik van deze test is heel belangrijk omdat er al veel verkeerstools beschikbaar zijn. Die zijn echter niet altijd even goed wetenschappelijk onderbouwd: het is niet altijd duidelijk of ze effectief werken, en of ze meten wat je eigenlijk wilt meten. Het Grote Fietsexamen is bijvoorbeeld zeer verdienstelijk voor de bewustwording van correct verkeersgedrag bij fietsers. Maar de score die een kind voor dit examen haalt, is deels afhankelijk van de omgeving waarin het wordt afgenomen, van hoe goed de begeleidende leerkrachten of ouders zijn gebrieft, van hoe streng bepaalde foutjes worden geïnterpreteerd, etc. Om die reden is een wetenschappelijke onderbouwing van de virtual reality tool de eerste stap, vooraleer we op grote schaal gaan implementeren.

Dankzij onze fiets op rollen gaat het kind echt fietsen in een virtuele omgeving, en die omgeving beweegt in overeenkomst met hoe die jongen of dat meisje beweegt. Zo kunnen wij perfect meten hoe snel en op welke manier er wordt geanticipeerd. Vertragen? Uitwijken? Versnellen? Ook de oogbewegingen volgen we. Zo ontdekten we al grote verschillen tussen fietsende kinderen en volwassenen qua kijkgedrag en reactiesnelheid.
Het gaat zo in zijn werk: we nemen twee tests met zeven gevaarlijke situaties af. Achteraf gaan we dan opnieuw met de fiets naar de scholen om het effect van onze eerste interventie te meten. Zes maanden later gaan we dan nog eens terug om te zien hoelang het effect blijft hangen. Voor en na de test laten we de kinderen ook het Grote Fietsexamen afleggen, maar met een iets andere scorefiche. Zo kunnen we onze tussenkomst naar effectiviteit toetsen.

Met virtual reality werken is trouwens een ethische manier om kinderen te testen: je stelt hen aan gevaarlijke verkeerssituaties bloot zonder dat ze effectief gevaar lopen.”

 

Jullie zijn van plan het virtual reality parcours dit najaar op 200 leerlingen te testen. Hoe kunnen scholen zich hiervoor kandidaat stellen?

Linus Zeuwts: “Scholen kunnen mij contacteren via mail: linus.zeuwts@ugent.be. De bedoeling is minstens 200 leerlingen te testen, maar ik zou liever veel meer tests afnemen, want hoe meer kinderen je bereikt, hoe sterker je onderzoek wordt. Dus als scholen zich willen inschrijven, heel graag! De tests beginnen ten vroegste vanaf 1 november. We mikken hiervoor op 9- tot 12-jarigen. Die kinderen hebben vaak hun motorische vaardigheden nog niet helemaal onder de knie. Als ze een moeilijke situatie in het verkeer ervaren, ligt hun aandacht vooral op hun motorische taak: voeten goed op de trappers houden, etc. Zo verliezen ze snel alle aandacht voor het verkeer. Ze merken zaken wel op, maar kunnen er niet tijdig op inspelen door de overload aan informatie.”

 

Het is de bedoeling dat jullie ook een educatieve doos - een virtual reality box - ter beschikking zullen stellen van scholen?

Linus Zeuwts: “Inderdaad, we zijn nu volop deze training voor kinderen aan het ontwikkelen. Die zou eind januari klaar moeten zijn, om proef te draaien voor ons onderzoek. We willen alles eerst uitgebreid testen. Deze training is ook in virtual reality, maar dan zonder de echte fiets. Het is immers de bedoeling dat de training voor ieder kind beschikbaar wordt. We werken hier met een goedkopere virtual reality bril en een joystick waarmee je kunt bewegen in de virtual reality omgeving. De training zelf bestaat uit een tiental sessies van 25 minuten.

Deze virtual reality box met zowel training als test en posttest zullen scholen ten vroegste begin 2020 bij ons kunnen ontlenen. Het doel is een educatieve doos te maken waarbij de leerkracht zo min mogelijk achtergrondkennis moet hebben. In principe zal de leerling de virtual reality bril gewoon opzetten en zal alles zichzelf uitwijzen.

Deze box willen we op grotere schaal verspreiden. Tot nu toe is er op school qua verkeerstraining - naast effectief in het verkeer zelf leren fietsen - vooral educatie via boeken, en dat spreekt natuurlijk veel minder aan. Het vertaalt zich ook zelden naar goed gedrag in het verkeer. Echte training of virtual reality training is ook veel tijdsefficiënter. Kinderen leren er sneller uit. Het bijkomende voordeel van de virtual reality is natuurlijk dat het ook veilig is.”

 

En daarna volgt nog de grootschalige implementatie via de app?

Linus Zeuwts: “Nadat we de training grootschalig hebben onderzocht en op punt gesteld, én als we weten hoe groot het effect van de training is, dan willen we er een app van maken voor smartphones en tablets. Denk hierbij aan een soort educatieve game die kinderen in de woonkamer kunnen spelen en die je kunt downloaden via Google Play of de App Store.

Die app is voor in de laatste fase. We weten nog niet wanneer die beschikbaar zal zijn. Dat heeft vooral met development te maken. De test vereist heel zware graphics en telefoons kunnen dat niet altijd aan. We moeten de beelden dus gaan vertalen naar een minder zware app. Nu is de fiets gekoppeld aan een heel krachtige computer die de beelden moet renderen.

In een veel later stadium kunnen we die app nog uitbreiden naar kinderen met coordination disorders of bijvoorbeeld adhd, omdat zij impulsiever kunnen reageren in het verkeer. We kunnen ook een app voor volwassenen maken, voor senioren, voor mensen met een migratieachtergrond, die geen ervaring hebben met fietsen. De mogelijkheden zijn eindeloos.”