Toespraak Club of Flanders (17 april 2007)

De Universiteit Gent, centrum van onderwijs, onderzoek en dienstverlening

Dames en heren

Het is me een genoegen u vandaag te kunnen toespreken over de Universiteit Gent, als knooppunt van onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening.

De Gentse universiteit behoort tot de grootste en mooiste instellingen in dit land. Het is de verantwoordelijkheid van het universiteitsbestuur de voorwaarden te scheppen om de universiteit in een veranderende tijd verder te ontwikkelen. Zij kan daarbij steunen op een rijke traditie van onderzoek en onderwijs ten dienste van de maatschappij, op toegewijd en enthousiast personeel en op de levendigheid van de stad Gent en de streek waarmee de universiteit op een organische manier verbonden is.

Maar onze universiteit is niet opgesloten in een kleine wereld, waarin zij deze verworvenheden kan koesteren. Wij moeten ons resoluut rich­ten op de toekomst, die zich afspeelt in een kosmopolitische omgeving waarin de universiteiten het intellectuele leiderschap in het maatschappelijke debat weer moeten innemen.

Ik wil graag starten met een paar kerncijfers die de UGent kenmerken:

Aan de Universiteit Gent overkoepelen elf faculteiten, opgedeeld in 133 vakgroepen, vrijwel elke wetenschappelijke discipline. De vakgroepen zijn de kleinste bestuurlijke eenheden die binnen een bepaald vakgebied instaan voor de coördinatie van het academisch onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek en de wetenschappelijke dienstverlening. Aan het hoofd van elke vakgroep staat een vakgroepvoorzitter.

De UGent heeft een jaaromzet van 390 miljoen euro. Haar centrale administratie is opgedeeld in acht directies, met name de directie Onderwijsaangelegenheden, de directie Onderzoeksaangelegenheden, de directie Bestuurszaken, de directie Personeel en Organisatie, de directie Financiën, de directie Informatie- en Communicatietechnologie, de directie Gebouwen en Facilitair Beheer en de directie Studentenvoorzieningen.

De studentenpopulatie aan de Universiteit Gent stijgt jaar na jaar. Voor het academiejaar 2006-2007 schreven zich 29.178 studenten in. De populairste faculteiten zijn Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, Letteren en Wijsbegeerte, Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen en Recht en Criminologie. De meerderheid aan vrouwelijke studenten aan de UGent -voor het academiejaar 2006-2007 een aandeel van 56% studentes- is een blijvende trend.

De universiteit beschikt over 6 studentenhuizen met een totaal van 1352 gemeubileerde éénpersoonskamers, 191 gemeubileerde éénpersoonsstudio's en een appartementsgebouw met 100 gemeubileerde flats voor koppels.

Verschillende inspanningen van het universiteitsbestuur doen het aantal doctoraatsstudenten aan de Universiteit Gent elk jaar toenemen. Uit recente cijfers blijkt dat de UGent tijdens het academiejaar 2006-2007 2.019 doctoraatsstudenten telde, naast 74 studenten die een doctoraatsopleiding volgden, 12 predoctorale proefstudenten en 178 bursalen.

Elk jaar kiezen meer buitenlandse uitwisselingsstudenten voor de Universiteit Gent voor een periode van drie tot twaalf maanden. De UGent telde in 2006 ruim 10% meer buitenlandse studenten in vergelijking met 2005.

Minstens zo belangrijk is de blijvende inzet en enthousiasme van het uitgebreid academisch en ondersteunend personeelskorps. Ruim 4.700 professoren, assistenten en andere medewerkers, naast 1.600 extern gefinancierde

wetenschappers, werken dagelijks aan kwaliteitsvol onderwijs, onderzoek en dienstverlening en zetten zo de UGent mee op de kaart.

Opgesplitst naar categorie geeft dit de volgende bezetting:

Zelfstandig Academisch Personeel: 912

Assisterend Academisch Personeel: 929

Overig wetenschappelijk Personeel: 764

Administratief en Technisch Personeel: 2152

FWO- en IWT-Vlaanderen, VIB en Imec: 756
Doctoraatsbursalen: 839

Navorsers: 47

Binnen de nauwe marges van de UGent-financiering tracht de universiteit hen een passende personele en logistieke omkadering te bieden.

In het Universitair Ziekenhuis Gent zijn nog eens 5000 mensen werkzaam.

Het Universitair Ziekenhuis Gent is met een jaaromzet van om en bij de 333 miljoen euro één van de grootste gezondheidsvoorzieningen in Vlaanderen. Het beschikt hiervoor over uitgebreide voorzieningen voor eendaagse en meerdaagse opnamen, diagnostiek, behandeling en verzorging.

De 5000 medewerkers beschikken over een moderne infrastructuur voor de uitvoering van hun opdrachten, met o.a. meer dan 1100 bedden voor meerdaagse en dagopnamen.

Volgende aantallen geven een beeld van het jaarlijkse activiteitenniveau van het ziekenhuis: consultaties: 365.000 , hospitalisatiedagen: 300.000 , opnamen: 33.000 , eendagshospitalisaties: 24.000.

De Campus van het UZ Gent (52 hectare) omvat ziekenhuis-en facultaire gebouwen, waarvan de totale vloeroppervlakte zowat 294.000 m² bedraagt. Tot slot nog een greep uit de medische uitrusting: 3 CT-scans, 4 CAT-labs, 2 angiografiezalen, 2 MRI (één van 1 tesla en één van 1,5 tesla), een niersteenverbrijzelaar, 3 lineaire versnellers, 1 PET-scan, 1 cyclotron, 2 meerkoppige scanners,…

De UGent bundelt haar krachten in de Associatie Universiteit Gent (AUGent) die officieel werd opgericht op 29 april 2003 door de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent, de Arteveldehogeschool en de Hogeschool West-Vlaanderen. Die oprichting was het gevolg van twee elkaar beïnvloedende en versterkende bewegingen. Enerzijds kende het Vlaamse hoger onderwijs een vernieuwingsdynamiek die het landschap al gedeeltelijk had herschikt. Denken we maar aan de decreten op het universitair onderwijs (1991) en de hogescholen (1994). Anderzijds werkte de Bolognaverklaring (1999) als een katalysator: de principes van Bologna werden in Vlaanderen aangegrepen om een grondige hervorming van het hoger onderwijs door te voeren. Om dit te realiseren was er nood aan een nauwe samenwerking tussen universiteiten en hogescholen. De politieke overheid opteerde hier voor de formule van de associatie: een samenwerkingsverband van een universiteit met één of meerdere hogescholen.

Een associatie is een samenwerkingsverband en geen nieuwe onderwijsinstelling. Ze heeft een bepaalde juridische vorm (in casu een vzw) en beschikt over middelen en een bestuur. De leden blijven evenwel verantwoordelijk voor hun decretale opdrachten, zoals de organisatie van hun onderwijs en onderzoek, de inschrijving van hun studenten en de zorg over hun personeel. De participerende instellingen dragen het beheer van bepaalde materies over aan de associaties, en de associatie bezit beslissingsmacht.

Met de verschillende decreten op het hoger onderwijs zijn de respectievelijke opdrachten fijner op elkaar afgestemd. Hogescholen hebben bijvoorbeeld net als de universiteiten meer opdrachten inzake onderzoek en dienstverlening meegekregen. Studentenvoorzieningen worden op veel vlakken gebundeld en gezamenlijk aangeboden.

Tegelijk worden de universiteiten en hogescholen geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen zoals de uitbouw van een kennismaatschappij, het stijgende belang van onderzoek en ontwikkeling, levenslang leren, afstandsonderwijs, nieuwe studentenprofielen, de behoefte aan flexibele leertrajecten en de verdere internationalisering.

De nood aan optimalisering van onderwijs en onderzoek staat centraal, inclusief de bundeling van middelen en expertise, de verbetering van de randvoorwaarden en voorzieningen, een grotere duidelijkheid naar en voor de arbeidsmarkt, een nauwere afstemming tussen de opleidingen die tot een meer gemotiveerde studiekeuze en soepeler overgangen leidt, enz.

De vorming van de Associatie Universiteit Gent kenmerkt zich op diverse wijzen. Enerzijds geeft ze een gestructureerd kader aan de samenwerking die voordien reeds bestond tussen de verschillende leden. Daarnaast onderscheidt deze associatie zich door een sterke geografische verankering, met een geconcentreerde aanwezigheid in Oost- en West-Vlaanderen. Tot slot valt de Associatie Universiteit Gent op door haar pluralisme: ze verenigt zowel drie grote gemeenschapsinstellingen als een belangrijke katholieke hogeschool.

De belangrijkste doelstellingen van de Associatie Universiteit Gent zijn:

de creatie van een open hoger-onderwijs-ruimte in Vlaanderen, met een totaalaanbod en een brede variëteit aan tertiaire opleidingen op undergraduate, graduate en postgraduate niveau (met inbegrip van levenslang leren);

de creatie van een verruimd kennis-, ontwikkelings-, onderzoeks- en opleidingscentrum, ingebed in een sterke economische, culturele en sociale regio; de opbouw van bijzondere relaties tussen de Associatie Universiteit Gent enerzijds en overheden en stakeholders anderzijds in deze regio;

een actief pluralistisch verband tot stand brengen dat effectief beleefd en verankerd wordt in de organisatie- en werkingsstructuur; het pluralisme wordt bovendien gedragen door het samengaan van een pluralistische universiteit en een pluralistisch gamma van hogescholen;

een preferentieel partnerschap tussen de instellingen creëren; dit sluit niet uit dat deze verdergaan met het afsluiten van samenwerkingsakkoorden met andere universiteiten en hogescholen in binnen- en buitenland, op individuele basis, met dien verstande dat de belangen van de Associatie Universiteit Gent niet geschaad worden en over deze samenwerkingsverbanden de grootst mogelijke openheid bestaat binnen de Associatie Universiteit Gent;

een inhoudelijke en procesmatige optimalisering van alle opdrachten die aan de instellingen zijn toevertrouwd; deze optimalisatie wordt mogelijk door een uitwisseling en bundeling van krachten, knowhow, middelen en ervaringen; de effectiviteit en de efficiëntie van de werking van de Associatie Universiteit Gent en haar potentieel moeten en zullen verhoogd worden op diverse beleidsvlakken zoals sociale voorzieningen, studentenbeleid, onderwijsbeleid, onderzoeksbeleid, dienstverleningsbeleid, financieel beleid, personeelsbeleid en investeringsbeleid;

de ontwikkeling van bevoorrechte relaties tussen de instellingen op diverse terreinen die enerzijds de Associatie Universiteit Gent een gestalte en een identiteit geven en anderzijds de samenwerking op diverse vlakken ten goede komen;

bij de uitwerking van het samenwerkingsverband ten gronde rekening houden met de eigenheid van de instellingen, hun specifiek opleidingsaanbod, hun levensbeschouwelijke identiteit, hun maatschappelijke missie, hun pedagogisch project, hun regionale situering en hun gedifferentieerde waarden, benaderingen en belangen; gelijke aandacht voor alle studenten in alle opleidingen, rekening houdend met de missie en het profiel van de opleidingen.

Op onderwijsvlak werken de leden van de Associatie Universiteit Gent optimaal samen. Zo biedt de AUGent de studenten binnen het opleidingsaanbod vlotte doorstroommogelijkheden en efficiënte trajectbegeleiding. Alle programma’s worden op elkaar afgestemd, zowel op bachelor- als op masterniveau. Zo stap je bijvoorbeeld met een bachelordiploma van een van de partnerinstellingen vlotter over naar een master binnen de Associatie Universiteit Gent.

Voor Bachelors in de Verpleegkunde, Vroedkunde, Toerisme en Sociaal Werk zijn er alvast nieuwe masters uitgewerkt.

De AUGent bestendigt en stimuleert de onderzoekssamenwerking tussen haar partnerinstellingen. Daarom ontwikkelt de AUGent een veelheid aan initiatieven om onderzoekers van de vier partnerinstellingen structureel samen te brengen en expertise te laten uitwisselen. Zo beoogt de associatie onderzoekslijnen te clusteren, te incuberen en te intensifiëren tot regionale en/of internationale Centers of excellence. Deze kennisclustering draagt bij tot de revaluatie van het Vlaams – fundamenteel, toegepast en projectmatig – onderzoek en in het bijzonder tot een meer efficiënte exploitatie van de beschikbare onderzoeksmiddelen.

De werking van de AUGent stimuleert de creatie van innovatieve kennis met valorisatiemogelijkheden in de profit- en de non-profitsector.

Succesvolle initiatieven zijn alvast de uitwisseling van professoren en onderzoekers, de oprichting van associatieonderzoeksgroepen, de gezamenlijke organisatie van colloquia en onderzoeksnavorming en de tweejaarlijkse dag van het onderzoek. Deze initiatieven brengen onderzoekers van de AUGent bij elkaar en ondersteunen de doelstelling om het uitgebreid en multidisciplinair onderzoekspotentieel van de vakgroepen, departementen en opleidingen te leren kennen en gezamenlijk uit te bouwen.

Een universiteit kan alleen maar, met groot respect voor elk talent, worden bestuurd vanuit wat haar maakt tot wat ze is, vanuit haar drie kerntaken: onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening.

Onderwijs

Het opleidingsaanbod van de Universiteit Gent omvat vrijwel alle academische vakgebieden in Vlaanderen. Van Oosterse Talen en Culturen tot Farmacie, van Criminologie tot Handelsingenieur. De UGent heeft tevens als enige universiteit in Vlaanderen de bevoegdheid voor de opleidingen Diergeneeskunde, Afrikaanse Talen en Culturen en Ingenieurswetenschappen - Toegepaste Natuurkunde. Ook de opties Geomatica en Landmeetkunde en Maritieme Techniek zijn uniek.

De actuele vernieuwingen en realisaties binnen het onderwijs vallen niet te onderschatten voor de Gentse studenten en academici: dossiers als de flexibilisering van het studietraject, de accreditatie van onze opleidingen en de internationalisering binnen en buiten Europa staan hoog op de beleidsagenda van de UGent.

Tijdens het academiejaar 2004-2005 werd de bachelor-masterstructuur aan de Universiteit Gent een feit: bachelor- en masteropleidingen zullen jaar na jaar de bestaande opleidingen (kandidaturen, licenties en proeven) vervangen. Aan de basis van de  BaMa-structuur ligt de Bolognaverklaring.

Ik wil hierbij van de gelegenheid gebruik maken om de stand van zaken en de implementatie van de Bolognahervorming aan onze universiteit toe te lichten.

De voornaamste accenten binnen de Bologna-hervorming zijn de bachelor-masterstructuur, competentiegerichte formulering van de opleidingen, internationale afstemming van de competenties, het creditsysteem en de accreditatie.

De omvorming naar de Bachelor-Master-structuur (BaMa) is een aanleiding voor verdere onderwijsvernieuwing.

Met de BaMa-implementatie worden onderwijsdoelstellingen, inhouden, inrichting en organisatie van het onderwijsaanbod bijgestuurd om de studenten, naast een zogenaamd normtraject, de kans te geven om met geïndividualiseerde leerwegen een diploma te verkrijgen. De UGent wenst hierbij de nodige aandacht te geven aan het risico van studievertraging en vooral van een eventuele verhoogde ongekwalificeerde uitstroom. Er wordt daarom een uitbreiding voorzien van de studiebegeleiding met als doel de studenten te begeleiden bij het kiezen van hun leertraject en er op te letten dat een optimaal studiecomfort niet ten koste gaat van het hoge studierendement dat het onderwijs aan de UGent nu kenmerkt. Studieadviseurs zullen de student begeleiden doorheen het hele traject, vanaf de instroom, over doorstroom en spoorwissel, tot uitstroom. Zij staan onder meer in voor een naadloze aaneensluiting van deze componenten en zorgen zo mee voor een sturing van het studeertraject. Opdat de begeleiding en de studenten over de nodige informatie zouden beschikken, wordt de hervorming van de studentenadministratie verdergezet met als doel zowel een hoge performantie als transparantie van een studentvolgsysteem.

De academische overheid streeft ernaar de universiteit om te bouwen tot een dynamisch web dat wisselwerking tussen diverse opleidingen mogelijk maakt. Op die wijze kan het onderwijs zich integreren in de groeiende interactie tussen onderzoeksgebieden.

De invoering van de bachelor- en masterstructuur in het hoger onderwijs heeft ingrijpende gevolgen voor de perspectieven en keuzemogelijkheden van de studenten. In 2007 studeert de eerste lichting nieuwe bachelorstudenten af. Dat betekent dat onze studenten dat jaar voor het eerst de afweging zullen maken of en zo ja waar zij hun masteropleiding willen volgen. Die nieuwe structuur is een uitgelezen kans om heldere keuzes te maken voor een eigen profiel en een eigen opzet van bachelor- en masteropleidingen. Bachelor en master onderscheiden zich door een andere studentenpopulatie, andere organisatievormen en andere opleidingsdoelstellingen. Ook het postacademisch onder­wijs (permanente vorming) moet in het licht van de gewijzigde perspectieven na de invoering van de Bolognastructuur worden benaderd. Het aanbod van na- en bijscholing is een geëigend kanaal om de buitenwereld kennis te laten maken met de ontwikkelingen van het onderzoek.

Binnen de Universiteit Gent is het proces van implementatie van de bachelor-masterstructuur in twee fasen opgesplitst waarvoor de UGent telkens een specifiek draaiboek heeft uitgewerkt.

In een eerste fase werd de faculteiten gevraagd voorstellen te formuleren over concrete omvorming en voor elke voorgestelde graad de visie op de opleiding evenals de doelstellingen en eindtermen weer te geven. Ze werden ook verzocht om de diverse ‘bruggen’ met andere onderwijsniveaus tentatief aan te geven. Deze voorstellen werden besproken en verfijnd door de academische overheid, samen met de decanen en alle onderwijsdirecteurs.

De tweede fase bestaat uit de programmering per opleiding en per graad van de onderwijs-programma’s: bepaling van de onderwijs-leeractiviteiten, omzetting van deze activiteiten naar opleidingsonderdelen en de bepaling van de organisatievorm waarin de opleiding wordt aangeboden.

De Universiteit Gent legt de nadruk op een methodi­sche, doelgerichte, functionele en gestructureerde opbouw van de programma’s. Deze opbouw is gestoeld op rationele en pedagogische overwegingen en heeft als resultaat een transparant en coherent geheel. De UGent heeft er bij het omvormingsproces bovendien uitdrukkelijk voor gekozen om studieprogramma’s te laten leiden tot duidelijk herkenbare diploma’s en om er voor te zorgen dat voor elk aangeboden studieprogramma voldoende relevante competentie aanwezig is in de onderzoeksgroepen. Voor kwalitatief academisch onderwijs is een degelijke onderzoeksbasis bij de lesgevers noodzakelijk.

Het was dan ook een uitdrukkelijke beleidsoptie van de UGent om de omvorming naar de bachelor-masterstructuur niet te laten leiden tot een proliferatie van het opleidingsaanbod. De samenwerking tussen de UGent en hogescholen van de Associatie verloopt via do­meinwerkgroepen die werden belast met het aanwijzen van de schakelprogramma’s tussen de graden van de hogescholen en deze van de universiteit.

In deze tweede fase worden door de domeinwerkgroepen o.a. de bruggen tussen de graden van de hogescholen en de UGent verder uitgewerkt en wordt gestart met het uitschrijven van concrete voorstellen voor het proces van academisering van de hogeschoolopleidingen van twee cycli.

Net als haar onderzoek brengt de Gentse universiteit in toenemende mate het onderwijs op het internationale forum. De BaMa-hervorming is bij uitstek aangestuurd door een internationale evolutie. De UGent wenst de internationale uitwisseling van studenten en docenten te stimuleren door ze in te passen in een strategisch netwerk van universiteiten, door haar structuur aan te passen conform het internationale creditaccumulatiesysteem en door haar docenten aan te sporen tot actieve betrokkenheid bij reële en virtuele uitwisselingen en mobiliteit.

De positiebepaling van de universiteit zal zich meer en meer in Eu­ropees – en zelfs mondiaal – verband voltrekken. We ruilen het oude, gesloten stelsel van hoger onderwijs in voor een nieuw, open stelsel, dat zich wezenlijk kenmerkt door mobiliteit. Dat is de kern van de Bolognaverklaring. Professoren, assistenten, junior onderzoekers en studenten ‘bewegen’ zich voortaan in een web van universiteiten en hogescholen, niet alleen lokaal en regionaal maar ook in Europa en zelfs daarbuiten.

De Universiteit Gent wenst enerzijds de obstakels ten aanzien van internationalisering uit de weg te ruimen en anderzijds internationalisering actief te promoten. Daartoe wordt aan­dacht besteed aan het uittekenen van de optimale organisatievorm van een opleiding, gericht op flexibilisering, waarbij een semestriële opbouw toekomstige uitgaande en inkomende studentenmobiliteit kan faciliteren.

In de voorbije jaren heeft de UGent, mede dankzij het ontwikkelingsplan, internationalisering duurzaam uitgebouwd, een evolutie die sterk gestuurd werd vanuit een Europese Bologna context.

Inzake het optimaliseren van de context voor Europees gerichte opleidingen situeerden de activiteiten zich op twee niveaus. Enerzijds werd er intern binnen de UGent een werkgroep samengesteld met alle betrokkenen bij de implementatie van joint masters. De werkgroep heeft als opdracht de terminologieën eenduidig te definiëren, de diverse initiatieven die ontstaan vanuit de faculteiten te inventariseren en om te buigen conform de Vlaamse decretale regelgeving en gestandaardiseerde modellen uit te tekenen volgens welke joint master opleidingen kunnen uitgewerkt worden.

Anderzijds leverde de UGent inspanningen om de operationalisering van joint masters naar Erasmus Mundus toe, succesvol te laten verlopen.

Een belangrijke factor binnen de vele nieuwe initiatieven en trends in het Europese onderwijsgebeuren is het aanpassen en uitbreiden van het bestaande European Credit Transfer System. Creditsystemen kunnen een niet te onderschatten bijdrage leveren aan die Europese ruimte voor hoger onderwijs, de promotie van internationale mobi­liteit, het anticiperen op toekomstige uitdagingen in de gemundialiseerde onderwijswereld en het ontwikkelen van een internationaal georiënteerde kwaliteitszorg en/of accreditatie. Het basisprincipe van een creditsysteem zoals vandaag van toepassing aan de UGent houdt in dat het volledige studieprogramma in studiepunten wordt uitgedrukt. Daarnaast opteert de UGent binnen mobiliteitsactiviteiten voor credit transfer, de overdracht van studiepunten die binnen een andere opleiding verworven zijn. Internationaal gezien is dit de minimale vereiste om van een echt credit systeem te kunnen spreken. Naar de toekomst toe onderschrijft de UGent het principe van een Europees creditaccumulatiesysteem (het optellen van studie­punten verzameld via klassieke of individuele leertrajecten).

Voor een interculturele ervaring hoef je niet altijd ver weg te reizen. Ook aan de eigen universiteit valt er heel wat internationaal te beleven. De UGent hecht sterk belang aan het bereiken van de niet mobiele student, wat impliceert dat het concept 'Internationalisation@Home' een verdere uitwerking krijgt. Studenten kunnen bijvoorbeeld les krijgen van een buitenlandse gastdocent. Ook de buitenlandse studenten op de campus kunnen een meerwaarde bieden aan de eigen studieperiode. Het uitwisselen van ervaringen en het leren samenwerken met studenten van een andere cultuur geven ook een ruimere dimensie aan de studie. De rol van de internationale docent is daarbij cruciaal, en zal in het toekomstige onderwijsbeleid mogelijk makkelijker te vervullen zijn dankzij meer flexibele onderwijsvormen en de geboden elektronische omgeving. Tevens zal onderzocht worden hoe de docenten­mobiliteitsstroom de nodige erkenning kan krijgen in het loopbaanpad van de betrokken docenten. Een integrale aanpak van een internationaal geïnspireerde leeromgeving impliceert tevens het aanreiken van opleidingen in de vorm van 'European Masters' of 'Joint Degrees'. De UGent zal dan ook toezien op een optimale context voor de implementatie van Europees gerichte opleidingen. Vanuit het huidig internationaal perspectief dient ook rekening te worden gehouden met het aanbieden van transnationale opleidingen en de continue stijging van, al dan niet virtuele, studentenmobiliteit daarbinnen.

De UGent wil de internationalisering van het onderwijs inpassen in haar plannen voor de uitbouw van duurzame partnerrelaties met buitenlandse universiteiten en daartoe de nodige middelen ter beschikking stellen. Strategische uitwisseling van studenten en docenten kan bijdragen tot de verdieping van het internationaal netwerk van de UGent en kan tevens leiden tot een betere integratie van de buitenlandse onderwijservaringen in het gewoon onderwijs­traject van de studenten.

Alleen als de universiteit zich actief op een wereldwijd forum ontplooit, kunnen we ernaar streven om bij de mondiale intellectuele top te behoren. Het dient haar ambitie te zijn door te groeien naar een internationale onderzoeks- en onderwijsinstelling met een sterke mobiliteit van onderzoekers en studenten.

Onderzoek

De universiteit onderscheidt zich van andere instellingen voor hoger onderwijs door een uitgesproken gerichtheid op wetenschappelijk onderzoek. Alleen door haar onderzoek kan zij haar eigenheid bewaren, zich ontplooien in een associatie met de hogescholen en haar rol als kritisch denkcentrum met overgave vervullen.

De beste universiteiten kenmerken zich door een combinatie van uitmuntendheid in onder­zoek en uitmuntendheid in onderwijs. We moeten bijgevolg onderzoek en onderwijs complementair laten zijn. In het onderwijs leren we onze studenten de mogelijkheden maar ook de grenzen van het onderzoek kennen door hen te laten deelnemen aan het onderzoek in het labora­torium, het seminarie of de werkzitting. Omgekeerd houdt het contact met studenten onze onder­zoekers dynamisch en dwingt het hen tot heldere communicatie van methoden en resultaten.

In tweehonderd jaar heeft de Universiteit Gent een stevige wetenschappelijke reputatie opgebouwd. Ze kan een uitgebreid palmares voorleggen op het gebied van internationaal erkend onderzoekswerk. Zo kreeg de Gentse professor Corneel Heymans als enige Vlaming ooit de Nobelprijs voor Geneeskunde en legde Friedrich August Kekulé de grondslagen van de moderne organische en analytische scheikunde. Joseph Plateau lag als vooraanstaand natuurkundige aan de basis van de cinematografie en Leo Baekeland gaf zijn naam aan de kunststof “bakeliet”. De

Gentse universiteit kent ook meerdere gerenommeerde rechtsgeleerden.

De Universiteit Gent besteedt 172,5 miljoen euro aan onderzoek, inclusief de fondsen in beheer van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB), het Interuniversitair Micro-Elektronica Centrum (IMEC) en het

Interdisciplinair Instituut voor BreedBand Technologie (IBBT).

De Vlaamse overheid kent jaarlijks financiële middelen toe voor onderzoek aan de Universiteit Gent. Het Bijzonder Onderzoeksfonds is het belangrijkste en financieel omvangrijkste kanaal van het eigen onderzoeksbeleid van de Universiteit Gent (29,4 miljoen euro). Andere onderzoeksgelden van de Vlaamse gemeenschap komen onder meer van de Interuniversitaire Attractiepolen (3,6 miljoen euro) en het FWO-Vlaanderen (15,1 miljoen euro).

Ook de federale overheid en de Europese Unie hebben onderzoeksprogramma’s lopen aan de UGent. Daarnaast promoten associaties zoals de European Science Foundation op internationaal vlak onderzoek aan de UGent.

De promotie en ondersteuning van de valorisatie van de onderzoeksresultaten is een beleidsprioriteit voor de Universiteit Gent. Binnen de UGent is de afdeling Technologietransfer verantwoordelijk voor de coördinatie van de commercialisering van onderzoeksresultaten. Dit gebeurt voornamelijk via octrooien en spin-offs.

De octrooiportefeuille van de Universiteit Gent bevat 163 octrooifamilies waarvan de universiteit eigenaar of mede-eigenaar is. Vanuit de universiteit worden ook jaarlijks gemiddeld twee tot drie spin-offs opgericht. Eind 2005 waren een 35-tal spin-offs opgericht op basis van UGent-technologie; de universiteit participeert er in 11.

In het najaar van 2005 richtte de Universiteit Gent samen met de leden van de Associatie Universiteit Gent en enkele privé-partners het Baekeland Fonds II op. Als opvolger van het eerste Baekeland Fonds (1999) verschaft Baekeland II

zaai- en groeikapitaal aan beloftevolle spin-offs van de vier associatiepartners of aan kmo’s die wezenlijk samenwerken met labo’s van de Associatie Universiteit Gent. Het fonds bracht 11,1 miljoen euro op.

In een door economische principes gedomineerde samenleving bestaat immers de perceptie - zowel in een industriële als universitaire context – dat er door de talrijke dagelijkse verplichtingen niet voldoende tijd en ruimte voorhanden is voor het ontwikkelen van lange termijn overeenkomsten en strategieën voor onderzoek en ontwikkeling. Informatie, kennis, onderzoek en ontwikkeling, innovatie, opleiding en creativiteit bieden troeven en mogelijkheden, die we samen optimaal moeten benutten en uitbouwen. We kampen nog teveel met een kennisparadox: er is voldoende hoogstaande kennis aanwezig, maar die kennis vindt nog te moeilijk haar weg naar industriële activiteiten. Een kwaliteitsvolle en verantwoordelijke samenwerking tussen de industrie en de Universiteit Gent is in deze van essentieel belang.

De knowhow effectief naar de markt brengen via contractonderzoek, dienstverlening, licenties op patenten en via spin-offs wordt expliciet beschouwd als een onderdeel van het universitaire proces. We kunnen ons geen universiteit meer indenken die deze rol van technologietransfer niet op gestructureerde wijze opneemt.

De Universiteit Gent levert hier zeker een belangrijke bijdrage, ik geef u enkele voorbeelden:

Een aanzienlijk deel van het onderzoek aan de Universiteit gebeurt in nauwe samenwerking met de industrie. De resultaten hiervan komen zowel de universitaire ontwikkeling als de bedrijfswereld ten goede, een duidelijke win- win situatie dus.

Reeds halfweg de jaren ‘80 besliste de universiteit een eerste wetenschapspark op te richten in Zwijnaarde bij Gent. Momenteel zijn daar een veertigtal onderzoeksintensieve bedrijven actief, welke rechtstreeks 2.000 hooggekwalificeerde jobs vertegenwoordigen. Dit wetenschapspark is uitgegroeid tot één van de belangrijkste knooppunten van biotech-onderzoek en bedrijfsactiviteit in Europa.

Momenteel heeft de Universiteit een dertigtal spin-offs en er wordt hard gewerkt aan het opstarten van nieuwe en succesvolle high-tech bedrijven.

Daarnaast speelt de UGent een belangrijke rol in onderzoeksinstituten van wereldfaam zoals het VIB en IMEC, beiden trendsetters voor onderzoek en het op de markt brengen van technologieën in hun vakgebied. Vlaanderen heeft goede universiteiten en moet die blijven koesteren, want zij hebben in het verleden de noodzaak ingezien van het opleiden van grote groepen specialisten, waaruit onze internationaal erkende topcentra zijn gegroeid: IMEC in de micro-elektronica en VIB in de biotechnologie. Zulke topcentra vormen de motor van de kenniseconomie die we moeten in stand houden, willen we ons welvaartsniveau en onze plaats in de wereld handhaven. Daarvoor moeten we keuzes durven maken.

De Universiteit Gent blijft investeren in onderzoeksinfrastructuur. Deze investeringen in onderzoeksinfrastructuur laten toe om aan de top te blijven op het vlak van onderzoek en innovatie. Dit komt uiteindelijk ook de industrie ten goede. Recente voorbeelden zijn de cleanroom infrastructuur voor nanotechnologisch onderzoek en het nieuw UGent-VIB biotechnologie onderzoeksgebouw.

Valorisatie van onderzoek is één van de sleutelfuncties van een universiteit. Maatschappelijke evoluties en veranderingen dwingen de universiteiten ertoe zich voortdurend te bezinnen over de manier waarop zij richting geven aan de kennisontwikkeling en hoe ze die nieuwe kennis kunnen delen met de ruimere samenleving. We moeten erkennen dat de relatie met het bedrijfsleven hierbij van strategisch belang is en deel uitmaakt van de taak van universiteiten. De Universiteit Gent beoogt een ondernemende universiteit te zijn, met aandacht voor de sociale en economische toepassing van haar onderzoeksresultaten. Het belang van innovatie wordt dagelijks door de industrie beklemtoond. De Universiteit Gent ondersteunt de verschillende initiatieven van de Vlaamse en federale regering waarin daadwerkelijk geïnvesteerd wordt in innovatie. De UGent verwelkomt deze initiatieven ten volle en speelt hier op in door de universiteit toegankelijker te maken voor vragen vanuit de bedrijfswereld.

Strategisch, stimulerend en inventief meedenken met de bedrijven, een visie op langere termijn ontwikkelen, dit zijn taken die de academische wereld op zich moet kunnen nemen.

De Universiteit Gent is actief binnen alle facetten van het onderzoek, gaande van wetenschappelijke ontdekking en verwerven van nieuwe kennis tot en met uitvinding en ontwikkeling. Daarin staat het stimuleren van intense samenwerking centraal: niet alleen met regionale, internationale, industriële en economische actoren, maar ook met de non-profitsector, de beleidsmakers en overheden. De uitbouw van een industrieel expertisenetwerk, dat een multidisciplinaire doorstroming van kennis kan waarborgen, is hierbij cruciaal.

Dienstverlening

De kwaliteit van een universiteit is ook afhankelijk van de mate waarin en de manier waarop zij zich in de maatschappij plaatst en gedraagt. De Universiteit Gent moet kiezen voor engagement, zowel ‘buitens-‘ als ‘binnenshuis’. Haar kennis en wetenschap komen de samenleving ten goede. De universiteit wordt ook beoordeeld op haar bijdrage aan het intellectuele debat.

Het engagement ‘buitenshuis’ houdt in dat onze universiteit meer dan ooit een actor moet zijn in het maatschappelijke debat. De universitaire gemeenschap heeft interesse in wat zich rondom haar afspeelt: de politieke discussies, de sociale knelpunten, de economische trends, de culturele vernieuwingen, de ethische en religieuze problematieken. De universiteit mag geen getto zijn. Leden van de universitaire gemeenschap kunnen en durven posities innemen, en doen dat op een wetenschappelijk deskundige en onafhankelijke wijze.

Academici van de Universiteit Gent stellen regelmatig hun expertise ter beschikking van initiatieven ten bate van de gemeenschap. Zo is een groot aantal professoren en onderzoekers actief als lid van regionale, nationale en internationale commissies en werkgroepen, in het bijzonder ter advisering van de overheid en de beleidsmakers. Verschillende deskundigen maken deel uit van ministeriële kabinetten als wetenschappelijk adviseur of hebben een functie binnen internationale politieke, socio-economische en culturele organisaties.

De samenwerking tussen de universiteit en derden dient geplaatst in het licht van de universitaire zending zoals die in het decreet van 12 juni 1991 geformuleerd is: "Universiteiten zijn, in het belang van de samenleving, tezelfdertijd werkzaam op het gebied van het academisch onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek en de wetenschappelijke dienstverlening".

De motivatie van de universiteit en haar academisch korps om zich in te zetten voor wetenschappelijke dienstverlening en tegelijk de reden waarom deze opdracht formeel ingeschreven is in het Universiteitendecreet, is gelegen in de interactie in twee richtingen:

Het academisch onderwijs en wetenschappelijk onderzoek worden erdoor geïnspireerd en vinden erdoor aansluiting bij de realiteit van de samenleving buiten de universiteit;

De expertise van de universiteit wordt ter beschikking gesteld van de gemeenschap; de geboden dienstverlening verkrijgt op deze manier een wetenschappelijk onderbouwde deskundigheid.

Naast de onderzoekssamenwerking met nationale en internationale overheids- en privé-partners, stellen de leden van het academisch personeel hun expertise ook ter beschikking van andere initiatieven ten bate van de gemeenschap.

De Universiteit Gent is tevens betrokken (als eindverantwoordelijke of als partner) bij diverse universitaire steunpunten voor beleidsrelevant onderzoek, door de Vlaamse overheid in 2002 opgericht.

Dagelijks wordt een beroep gedaan op de wetenschappelijke kennis van de Gentse onderzoekers door de gedrukte en de audiovisuele massamedia.

Zoals bepaald in het “Actieplan Wetenschapsinformatie en Innovatie 2005-2006” van de Vlaamse Gemeenschap werd, onder impuls van vice-minister-president Fientje Moerman, de Universiteit Gent in 2006 voor het eerst op een structurele manier ingeschakeld op het vlak van de popularisering van wetenschappen, techniek en technologische innovatie.


De in april 2006 opgerichte Wetenschapswinkel Gent maakt deel uit van een Vlaams Netwerk van Wetenschapswinkels en wil een brug slaan tussen de maatschappij en de academische wereld. Al in oktober 2006 startte een eerste studentenonderzoek.

Het engagement ‘binnenshuis’ houdt in dat we het gelijkekansenbeleid verruimen tot een actief diversiteitsbeleid, dat onder meer het aantrekken en begeleiden van allochtone studenten en medewerkers vereist. Dat veronderstelt het openbreken van een besloten en op zichzelf gericht universiteitsmodel.


Het diversiteitsbeleid en de initiatieven binnen de Universiteit Gent hebben in eerste instantie als doel voor ieder student of personeelslid een optimaal welbevinden te realiseren en hem/haar voor te bereiden op een toekomstige (werk)situatie binnen deze samenleving, waar de vaardigheid in de omgang met verschillen onmisbaar geworden is. Het beleid krijgt bij voorkeur dan ook de vorm van een globale aanpak of benadering. Hindernissen worden hierbij bij voorkeur weggenomen door het hanteren van algemene maatregelen die iedereen ten goede komen. Het vertrekpunt binnen een globale aanpak is dat de meerderheid van de studenten en personeelsleden binnen de universiteit de gewone regeling volgt, maar dat, naargelang de individuele behoeften, er uitzonderingen zijn.

Naast het globale karakter van het diversiteitsbeleid wordt tevens expliciet ingespeeld op de specifieke kansengroepen, met als doel hen mogelijkheden te bieden tot participatie en verdere ontplooiing. In het bijzonder wordt ingespeeld op de kenmerken en behoeften van deze instromende groepen en wordt er rekening gehouden met de diversiteit aan achtergronden (levenservaring, vooropleiding, religie, seksuele geaardheid, enz.). Op een proactieve wijze brengen we binnen de Universiteit Gent de belemmerende factoren van deze groepen in kaart en vormen ze om tot facilitator. Categoriale maatregelen die gericht zijn op een bepaalde kansgroep hebben vooral als doel een inhaalbeweging op te zetten.

Het diversiteitsbeleid besteedt als een gelijkekansenbeleid hierbij niet alleen aandacht aan de verschillen tussen sociale groepen, maar ook aan de individuele ontplooiing en ontwikkeling van mensen binnen die groepen. Aan de hand van verschillende initiatieven worden er materiële, fysische, sociale en culturele factoren gecreëerd die de prestaties in positieve of negatieve zin kunnen beïnvloeden. Het gevolg is dat door middel van een gedifferentieerde behandeling gefocust wordt op het wegwerken van aanwezige belemmeringen of het wegwerken van een bepaalde achterstand.

Dames en heren, ik hoop dat deze beschouwingen u een ruimere kijk bieden op de Universiteit Gent en dat u overtuigd bent dat de universiteit het knooppunt bij uitstek is van onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening.

Ik dank u voor uw aandacht.

(17/4/2007)