OpenAIRE

OpenAIRE is het acroniem voor Open Access Infrastructure for Research in Europe. Wat startte als een project om publicaties van Europees onderzoek vrij toegankelijk te maken, is ondertussen uitgegroeid tot een uitgebreid portaal voor Europees onderzoek, gefinancierd door de Europese Commissie binnen FP7 en H2020. Verschillende projecten liggen aan de basis van de infrastructuur, nl. OpenAIRE, OpenAIREplus, OpenAIRE2020 en OpenAIRE-Advance.

De Universiteitsbibliotheek heeft vooral een rol in het ondersteunende netwerk dat training voorziet, de bekendheid van open science en wat dat inhoudt aanwakkert en het beleid van informatie voorziet. Daarnaast coördineert ze het netwerk van National Open Access Desks in West-Europa en maakt ze deel uit van het Project Steering Committee.

OpenAIRE

In 2008 lanceerde de Europese Commissie de FP7 Open Access pilot (FP7 OA pilot) in 7 thematische onderzoeksdomeinen (Health, Energy, Environment, Information and Communication Technologies (Challenge 2: Cognitive Systems, Interaction, Robotics), Research Infrastructures (e-Infrastructures), Science in Society, Socio-economic Sciences and Humanities.). Deze pilot verplicht dat peer reviewed wetenschappelijke publicaties resulterend uit deze FP7 projecten, in Open Access beschikbaar moeten worden gesteld via een Open Access repository (de zogenaamde green road to Open Access) om zo de onderzoeksresultaten online ter beschikking te stellen voor een groter publiek en de zichtbaarheid ervan te verhogen. Embargo’s tot 12 maanden worden toegelaten, afhankelijk van onderzoeksdomein.

Elk project uit deze FP7 thema’s dat ondertekend is na augustus 2008 is aan deze verplichting onderworpen. Dit is opgenomen in de special clause 39 van het contract. Het FP7 project OpenAIRE, waaraan de Universiteitsbibliotheek Gent participeert, ondersteunt onderzoekers in deze verplichting. Ook de ERC Scientific Council Guidelines for Open Access, die in dec. 2007 werden aangenomen, worden door OpenAIRE ondersteund.

OpenAIRE bouwt de nodige ondersteunende infrastructuur uit

  1. Er is de Europese Helpdesk, gekoppeld aan de Nationale Open Access Desks (NOAD) die in 28 Europese landen werden opgericht. Deze NOAD’s verspreiden informatie over de FP7 OA pilot en de ERC OA guidelines en beantwoorden vragen die daarmee verband houden. De Universiteitsbibliotheek Gent is de NOAD voor België. Contact: openaccess@UGent.be
  2. Het OpenAIRE orphan repository is beschikbaar voor onderzoekers die geen eigen Open Access repository ter beschikking hebben. UGent heeft echter wel een eigen Open Access repository, biblio, dat ook de academische bibliografie is: http://biblio.ugent.be
  3. Het OpenAIRE portaal (http://www.openaire.eu) ondersteunt bovenstaande functies en biedt een overzicht van de FP7 publicaties. Om dit eenvoudig mogelijk te maken voor UGent-onderzoekers kan men projectinformatie  toevoegen aan een publicatieregistratie in biblio
  4. Verder wordt er ook nog onderzoek gedaan naar de vereisten om wetenschappelijke datasets (horend bij onderzoeksartikels) te deponeren en ter beschikking te stellen.

OpenAIREplus

OpenAIREplus is het opvolgproject van OpenAIRE met als doel de infrastructuur verder uit te bouwen.

Waar de focus van het project OpenAIRE enkel ligt op publicaties van FP7-projecten, breidt deze nu uit naar alle publicaties resulterend uit Europees onderzoek. De missie is dan ook een infrastructuur te bieden die de toegang vereenvoudigt tot de hele wetenschappelijke productie van the European Research Area, inclusief cross-links van publicaties naar data. Het project bouwt een infrastructuur op die open access datasets verzamelt, verrijkt en opslaat.

Open access contactpunten in 31 Europese landen zijn het aanspreekpunt voor onderzoekers, beleidsmakers en andere lokale stakeholders. Zij verspreiden informatie over open access en meer specifiek open access binnen de door de Europese Commissie ondersteunde projecten, beantwoorden vragen, spreken lokale beleidsmakers aan.

Technisch wil OpenAIREplus de uitwisseling van wetenschappelijke gegevens tussen verschillende infrastructuren vereenvoudigen en bijdragen tot standaardisatie van deze uitwisseling. Daarenboven verbreedt ook de inhoud van het orphan repository, dat nu Zenodo heet. Niet enkel publicaties worden nu opgenomen maar ook datasets.

In OpenAIREplus werken 41 pan-Europese partners samen.

OpenAIRE2020

In OpenAIRE2020 komt de focus meer op onderzoeksdata te liggen. In Horizon2020, het Europese financieringsprogramma voor wetenschap, is een open research data pilot opgenomen. Erst beperk tot enkele disciplines, maar sinds 2017 voor elk project. De pilot verplicht projecten een Data Management Plan (DMP) op te stellen. Zo'n plan geeft weer welke data binnen het project worden aangemaakt, verzameld en behandeld. Het is een goede tool om na te denken over het bewaren van datasets, wie welke verantwoordelijkheid heeft, welke rechten moeten worden gerespecteerd, wie de data mag zien en hergebruiken. Daarnaast stimuleert de pilot opslag en openlijk beschikbaar maken van data.

Verder blijft het open accessmandaat actief: alle wetenschappelijke publicaties resulterend uit H2020-projecten moeten in open access beschikbaar zijn.

OpenAIRE ondersteunt het Europese beleid maar gaat daarnaast internationale samenwerking aan om wetenschappelijke communicatie te ondersteunen. Ondertussen zijn 50 partners aangesloten bij het project. UGent is National Open Access Desk van België en ondersteunt op deze manier de Belgische onderzoeksgemeenschap. Daarnaast is UGent deel van het steering committee en coördineert ze de regio West-Europa.

OpenAIRE-Advance

In OpenAIRE-Advance gaat het consortium verder op de ingeslagen weg van samenwerking om onderzoek in Europa samen te brengen. OpenAIRE biedt training en guidance aan en een infrastructuur die projecten, publicaties en data samenbrengt. Een nieuwe invalshoek in het project is citizen science.

Daarnaast bereidt OpenAIRE-Advance mee de European Open Science Cloud voor en werkt het consortium daarvoor samen met EOSC-HUB.