STAP 2: opbouwen partnerschappen

Situering

In CSL wordt vaak een partnerschap aangegaan met een organisatie in het maatschappelijk middenveld of een non-profit organisatie.

Onderwijs wordt georganiseerd in samenwerking 'met' de samenleving en 'vóór' de samenleving en niet 'over' de samenleving. Dit betekent dat de student in CSL werkt naar bepaalde maatschappelijke doelen toe, relevant voor een gemeenschap. Bij het organiseren van CSL in een opleidingsonderdeel, betrek je dus de partner(s), vooral als het gaat over het bepalen van doelstellingen.

>> Meer informatie over wederkerigheid

In het kader van het implementeren van CSL binnen een opleidingsonderdeel kunnen partnerschappen aangegaan worden vanuit twee uitgangspunten:

  1. Als lesgever wil je CSL als onderwijsvorm opnemen, en zoek je zelf actief naar (een) partner(s).
  2. Een organisatie/instelling in de gemeenschap is op zoek naar studenten in het kader van een bepaald maatschappelijk relevant project, wat kan leiden tot het organiseren van CSL als onderwijsvorm in het opleidingsonderdeel.

Principes voor duurzame partnerschappen

1   CSL is onderwijs mét en vóór de gemeenschap en niet over de gemeenschap.

Voor de partner moet het helder zijn dat de praktijkervaring van de student niet enkel gericht is op het leren in het kader van het opleidingsonderdeel, maar ook op het tegemoetkomen aan reële noden en maatschappelijke doelen in de gemeenschap. Dit is een cruciaal verschil met andere ervaringsgerichte onderwijsvormen, zoals stages en veldwerk.

2   Informeer je over de missie, waarden, en doelen van de mogelijke partnerorganisatie.

Dit helpt je om een keuze te maken en kan dienen als verantwoording van het partnerschap.

3   Partnerschappen sluit je af in functie van de te bereiken doelstellingen.

Je gaat een partnerschap aan met een organisatie, die gericht is op het bereiken van doelstellingen niet alleen voor de student, maar ook voor de partner.

4   Zorg voor een open en duidelijke communicatie met de partners.

Zorg voor een duidelijke rolverdeling tussen de partners betreffende de taken bij het ontwikkelen en uitvoeren van CSL.

Onderstaande CSL-projectfiche is hiervoor een goed document.

>> CSL-projectfiche

5   Evalueer je partnerschap best op regelmatige basis.

Dit bevordert wederzijdse tevredenheid.

6   Betrek de partner bij het implementeren van CSL in een opleidingsonderdeel.

De betrokkenheid van de partner is van groot belang in CSL. De student voert immers de praktijkervaring uit vóór een gemeenschap of samenleving. De partner stelt dus duidelijke doelen voorop, verbonden met reële noden.

    Identificatie van geschikte partner(s)

    Bij de identificatie van geschikte partner(s) vertrekken we hier vanuit het uitgangspunt dat je als lesgever CSL als onderwijsvorm wil implementeren in een opleidingsonderdeel, en hierbij zelf op zoek gaat naar geschikte partners.

    Uiteraard is het ook mogelijk dat een specifieke organisatie aanklopt bij de universiteit, die op zoek is naar studenten in het kader van een bepaald maatschappelijk relevant project.

    1   Beslis wat de plaats zal zijn van het partnerschap in CSL.

    Partners in CSL kunnen verschillende functies hebben. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de student rechtstreeks in een gemeenschap iets doet voor een bepaalde doelgroep, in samenwerking met een lokale organisatie. Het is echter ook mogelijk dat de student iets doet in een organisatie, die zich richt tot een bepaalde gemeenschap. De student komt dan niet rechtstreeks in het veld terecht, maar doet wel iets voor het veld.

    2   Exploreer potentiële partners

    Verken partners die relevant kunnen zijn in het kader van CSL in het opleidingsonderdeel. Mogelijk kan je ook vertrekken vanuit een bestaand partnerschap, waarop je dan de leerdoelen voor de studenten verder kan afstemmen.

    • Raadpleeg de sociale kaart.
    • Kijk eens op websites, zoals 11.be, Socius, BTC, minderhedenforum, wetenschapswinkels, ...
    • Informeer bij collega’s.
    • Bekijk samenwerkingsverbanden uit het verleden.
    • Overleg met beleidsmakers.

    3   Contacteer potentiële partners

    Indien je een aantal potentiële partners hebt geïdentificeerd, kan je actief zoeken welke partner de beste match kan zijn.

    • Wat is de functie van de partner?
    • Wat zijn de doelen, missie, visie, taken?
    • Aan welke reële maatschappelijke noden wordt tegemoetgekomen?
    • Kan het uitvoeren van specifieke taken in de organisatie leiden tot het behalen van de vooropgestelde leerdoelen?

    4   Overtuig potentiële partner(s) mee te werken.

    Geef aan wat de voordelen kunnen zijn van samenwerking met de universiteit en meer specifiek welke bijdrage de studenten kunnen leveren vanuit het opleidingsonderdeel. Het kenmerk 'wederkerigheid' is hierbij belangrijk.

    5   Maak aan potentiële partner(s) de doelstelling en het concept van CSL duidelijk.

    Het is noodzakelijk de potentiële partner(s) duidelijk te maken wat de doelstelling is van CSL en welk concept je als lesgever precies voor ogen hebt. Het is daarbij van belang om de partner te informeren over het hele opzet van het opleidingsonderdeel en bijvoorbeeld niet enkel over het specifieke engagement van de studenten. Op die manier krijgt de partner zicht op het hele plaatje.

    Communicatie de met partner(s)

    De kwaliteit en continuïteit van het partnerschap, is voor een groot stuk afhankelijk van de communicatie tussen de partijen. Het is daarom relevant een communicatieplan op te stellen, tussen de student, de partner(s) en de eventuele supervisor(s) of mentor(en) in de organisatie en de lesgever(s) van het opleidingsonderdeel. Op die manier wordt duidelijk voor wat, wanneer, met wie, en hoe gecommuniceerd wordt.

    Onderstaande zaken zijn van belang te communiceren met de partner.

    1   Beschrijving componenten CSL en de organisatie ervan (methodiek, timing, plaats, …)

    • Theoretische component
    • Praktische component
    • Reflectiecomponent

    2   Doelen en verwachtingen

    • Wat zijn de doelen en verwachtingen van het samenwerkingsverband (CSL is meer dan stage of vrijwilligerswerk)?
    • Wat zijn de academische leerdoelen van de student?
    • Wat zijn de maatschappelijke en persoonlijke leerdoelen van de student?
    • Wat zijn de maatschappelijke en sociale noden en doelen in de gemeenschap en/of organisatie?
    • Wat zijn de taken/opdrachten van de student in de gemeenschap en/of organisatie?

    3   Rollen en verantwoordelijkheden van de partijen

    • Wat zijn de taken/opdrachten van de student in de  gemeenschap en/of organisatie?
    • Wat wordt verwacht van de student?

    4   Wat is de rol en verantwoordelijkheid van de lesgever in CSL met betrekking tot:

    • voorbereiding student?
    • reflectie?
    • evaluatie?
    • supervisie?
    • feedback?
    • begeleiding?

    5   Wat is de rol en verantwoordelijkheid van de supervisor of mentor in de organisatie in CSL met betrekking tot:

    • voorbereiding student?
    • reflectie?
    • evaluatie?
    • supervisie?
    • feedback?
    • begeleiding?

    4   Profielen van de partijen

    • Wat is de doelstelling/missie/visie/functie van de organisatie?
    • Wat is het profiel van de student?
    • Wat is het profiel van de supervisor of mentor?

    Supervisie

    In het kader van de praktijkervaring in de gemeenschap en/of organisatie is het aangewezen (een) supervisor(s) aan te stellen.

    Een supervisor in CSL ondersteunt het leren van de student enerzijds en ondersteunt de student in het werken naar bepaalde maatschappelijke doelen toe anderzijds. Concreet betekent dit dat de supervisor:

    • de praktijkervaring van de student in goede banen leidt,
    • de student informatie verstrekt over de gemeenschap en/of organisatie,
    • de student begeleidt in het bereiken van de leerdoelen en de maatschappelijke doelen.
    • een aanspreekpunt is voor bezorgdheden en problemen, zowel voor de student als voor jou als lesgever,
    • de student aanzet tot reflectie en hierin ondersteuning biedt.
    • feedback geeft waar nodig,
    • de evaluatie van de student kan sturen, aan de hand van evaluatietools. De lesgever is uiteraard verantwoordelijk voor de uiteindelijke evaluatie van de studenten.

    Terwijl het belangrijk is dat studenten inzien dat hun academische expertise voor de gemeenschap en/of organisatie een meerwaarde kan zijn, is het ook van belang dat studenten inzien dat ze veel kunnen bijleren van de supervisor(s) of personen in de organisatie waarin deze actief zullen zijn. Daarom is het van belang dat studenten:

    • supervisie aanvaarden,
    • open communiceren,
    • moeilijkheden rapporteren,
    • punctueel, professioneel en beleefd zijn,
    • de regels respecteren binnen de organisatie.

    Bronnen

    Bringle, R. G., Clayton, P. H. & Price, M. (2009). Partnerships in service-learning and civic engagement. Partnerships: A Journal of Service-learning & Civic Engagement, 1(1), 1-20.

    Conville, R. L. & Weintraub, S. C. (Eds.). (2001). Service-learning and communication: a disciplinary toolkit. National Communication Assoc.

    Deans, T. (2001). Writing partnerships: Service-learning in composition. Reflections, 2(1), 16.

    Gelmon, S. B., Holland, B. A., Seifer, S. D., Shinnamon, A. & Connors, K. (1998). Community-university partnerships for mutual learning. Michigan Journal of Community Service-learning, 5, 97-107.

    Hatcher, J.A. (ed.). (1998). Service-learning tip sheets: A faculty resource guide. Indianapolis: Indiana Campus Compact.

    Heffernan, J., Kendrick, R. & Roodin, P. (2007). Service-learning: a toolkit. New York: The state university of New York.

    Howard, J. (2001). Service-learning course design workbook. Michigan journal of community service-learning, 1-82.

    Jacoby, B. (1999). Partnerships for service-learning. New Directions for student services, 1999(87), 19-35.

    Lindell, G. N. D. (2001). Community engagement through service -earning manual. Frances Payne Bolton School of nursing.

    Markus, G. B., Howard, J. P. & King, D. C. (1993). Notes: integrating community service and classroom instruction enhances learning: Results from an experiment. Educational evaluation and policy analysis, 15(4), 410-419.

    Molenaar, L. (2013). Haalbaarheidsonderzoek community service -learning fase 1. Niet-gepubliceerd rapport, Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam.

    Roehlkepartain, E. C. (2009). Service-Learning in community-based organizations: a practical guide to starting and sustaining high-quality programs. Scotts Valley: Learn and Serve America’s National Service-Learning Clearinghouse.

    Seifer, S.D. & Connors, K. Community campus partnerships for health. Faculty toolkit for service-learning in higher education. Scotts Valley, CA: National ServiceLearning Clearinghouse, 2007.

    Service-learning series: guide to service-learning pedagogy. North Carolina: Carolina center for public service.