STAP 4: praktische organisatie van het opleidingsonderdeel

Situering

Bij aanvang van het opleidingsonderdeel is het aangewezen om aan de studenten duidelijk te maken waarom en op welke wijze CSL er deel van uitmaakt. Onderstaande zaken kan je mogelijk meedelen aan de studenten.

Een duidelijke omschrijving van CSL.

  1. Wat is CSL? Wat zijn de kenmerken van CSL? Waarom wordt CSL toegepast? Welke voordelen biedt het ?
  2. Hoe ziet de theoretische, praktische en reflectiecomponent er uit?
  3. Wat zijn de taken/opdrachten van de student?
  4. Wat zijn de verantwoordelijkheden van de student?
  5. Hoe kan de gemeenschap en/of organisatie omschreven worden (functie, missie, visie, doelgroep, locatie, …)?
  6. Welke leerdoelen moet de student bereiken?
  7. Wat zijn de maatschappelijke doelen in de gemeenschap en/of organisatie?

Een duidelijke omschrijving van de link tussen de verschillende CSL-componenten in het opleidingsonderdeel.

  1. De theoretische component
  2. De praktische component
  3. De reflectiecomponent

Praktische informatie.

    1. Wanneer start de praktijkervaring? Wat is de einddatum? Wat is het tijdsschema?

>> Voorbeeld tijdschema opleidingsonderdeel 'Gemeenschapsgerichte eerstelijnsgezondheidszorg'

>> Voorbeeld tijdsschema opleidingsonderdeel 'Maatschappij en gezondheid'

  1. Hoeveel studenten participeren? Hoe vaak? Hoe lang?
  2. Giet je de praktijkervaring in een groepswerk of gaat het om een individueel maatschappelijk engagement?
  3. Wie oriënteert de studenten/bereidt de studenten voor op de praktijkervaring? Gebeurt dit in de les? In de organisatie of gemeenschap? Komen partners bijvoorbeeld naar de les om vragen van studenten te beantwoorden? Om een presentatie te geven over de organisatie? Wat is de timing?
  4. Wie is of wie zijn de supervisor(s) binnen de organisatie of gemeenschap? Wat is de rol? Waarvoor kunnen studenten bij hen terecht?
  5. Wie evalueert de studenten? Hoe gebeurt de evaluatie van de studenten? Wat zijn de evaluatievormen? Wat zijn de evaluatiemomenten?
  6. Hoe verloopt de communicatie tussen de studenten, organisatie/gemeenschap en  lesgevers? Uitwisseling van contactgegevens is hierbij van belang.

Duidelijke informatie over het evaluatie- en reflectieproces (tools?, wat?, incentives?, …).

  1. Op welke manier zal je studenten evalueren?
  2. Op welke momenten zal je studenten evalueren?
  3. Wat zijn de leerdoelen op basis waarvan je de studenten zal evalueren? Wat zijn de beoordelingscriteria hiermee verbonden?
  4. Wat verwacht je van studenten met betrekking tot kritische reflectie?
  5. Welke methoden gebruik je om het reflectieproces te begeleiden?
  6. Welke reflectiemethoden hanteer je?
  7. Op welke begeleiding of ondersteuning kunnen de studenten rekenen?

Bronnen

Abes, E. S., Jackson, G. & Jones, S. R. (2002). Factors that motivate and deter faculty use of service-learning. Michigan Journal of Community Service-Learning, 9, 5-17.

Seifer, S.D. & Connors, K. Community campus partnerships for health. Faculty toolkit for service-learning in higher education. Scotts Valley, CA: National Service-Learning Clearinghouse, 2007.