Mensenrechtenbeleid

Visie

In haar missieverklaring definieert de UGent zichzelf als een sociaal geëngageerde universiteit. Dit impliceert dat de instelling reflecteert over de positieve impact die haar activiteiten op de samenleving kunnen hebben en dat ze probeert die impact te optimaliseren. Het impliceert ook de reflectie over de mogelijke negatieve impact van activiteiten op de samenleving en de poging om dergelijke impact te minimaliseren.
Omdat de internationale dimensie ook deel uitmaakt van de zelf bevestigde identiteit van de UGent, zoals ook wordt benadrukt door de missieverklaring, kan reflectie over de maatschappelijke impact niet beperkt blijven tot Vlaanderen of België, maar moet deze de bredere impact in de wereld als geheel omvatten.

De noodzaak voor de UGent om een mensenrechtenbeleid te voeren is bovendien gebaseerd op haar status als publieke speler. Door het aanbieden van hoger onderwijs, wat een sterke component van openbaar belang in zich draagt, is de UGent ingebed in de bredere publieke sector en wordt van de UGent verwacht dat zij de waarden van publieke dienstverlening uitdraagt. Daarnaast wordt het mensenrechtenbeleid van de UGent geïnspireerd door de basisprincipes van de VN voor het bedrijfsleven en de mensenrechten. Als wordt verwacht dat bedrijven zich aan de mensenrechtennormen houden, is dit a fortiori het geval voor universiteiten vanwege hun bij uitstek sociale rol.

Dimensies

Het mensenrechtenbeleid van de UGent omvat een positieve dimensie, gericht op het optimaliseren van de positieve impact die de activiteiten van de UGent en haar leden kunnen hebben, en een negatieve dimensie, gericht op het minimaliseren van eventuele negatieve effecten van activiteiten van de UGent op mensenrechten. Beide dimensies zijn van elkaar afhankelijk.

Positieve dimensie

  • In haar communicatie en externe activiteiten verbindt de UGent zich ertoe om respect voor mensenrechten uit te dragen.
  • Als onderdeel van haar maatschappelijke dienstverlening, verbindt de UGent zich ertoe om initiatieven te ondersteunen en te ontwikkelen die de toepassing van mensenrechten bevorderen.
  • De UGent verbindt zich tot het faciliteren en ondersteunen van activiteiten van haar personeel en studenten die respect voor mensenrechten uitdragen, of de toepassing van mensenrechten bevorderen, op het gebied van onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening.
  • De positieve verbintenis van de UGent op het vlak van mensenrechten omvat zowel activiteiten die het respect voor mensenrechten uitdragen (het discours) als activiteiten die de toepassing van mensenrechten op het terrein bevorderen (de actie). In elke categorie zijn er een aantal lopende activiteiten

Negatieve dimensie

  • De UGent streeft ernaar om rechtstreekse of onrechtstreekse bijdragen tot of facilitering van schendingen van mensenrechten te voorkomen.
  • De UGent streeft ernaar om te voorkomen dat zij enig winst of voordeel zou halen uit schendingen van mensenrechten.
  • De UGent verbindt zich ertoe om elke schending van mensenrechten te veroordelen waarmee zij geconfronteerd wordt in haar internationale activiteiten.

Impact Assessment (effectbeoordeling) inzake mensenrechten

Om de UGent toe te laten mogelijke negatieve gevolgen op het vlak van mensenrechten te voorkomen, werd een effectbeoordeling inzake mensenrechten opgenomen in het proces voorafgaand aan het aangaan van een internationale samenwerking. Dit laatste moet in brede zin worden begrepen en omvat internationale samenwerking aangegaan door de universiteit, de faculteiten, onderzoeksgroepen of individuele onderzoekers, met inbegrip van bilaterale en multilaterale samenwerking.

Bij een effectbeoordeling inzake mensenrechten verifieert de (kandidaat-)promotor aan de UGent de impact inzake mensenrechten van de activiteiten die in het kader van een dergelijke samenwerking worden ondernomen. De vragen die moeten worden beantwoord, zijn de volgende:

  • Wat is het risico dat de activiteiten die worden ondernomen in het kader van de samenwerkingsovereenkomst rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot een schending van een van de rechten die worden gegarandeerd in een van de fundamentele instrumenten inzake mensenrechten?
  • Is de partnerinstelling of -organisatie betrokken bij ernstige of systematische schendingen van mensenrechten?

Om ook medeplichtigheid via het verkrijgen van voordelen en stilzwijgende medeplichtigheid te voorkomen, omvatten problematische samenwerkingen niet alleen die welke zelf een (rechtstreekse of onrechtstreekse) negatieve impact hebben op de mensenrechten, maar ook die welke geen dergelijke impact hebben maar waarbij een zeer problematische partner betrokken is. In het laatste geval ligt de norm echter veel hoger: ernstige of systematische schendingen, in plaats van elke schending van de mensenrechten. Voorbeelden van dergelijke schendingen zijn een discriminerend of segregationistisch toegangs- of aanwervingsbeleid en uitbuitende arbeidsvoorwaarden.

Kandidaat-promotoren kunnen bij de Commissie voor het Mensenrechtenbeleid inzake Internationalisering terecht voor advies over de effectbeoordeling inzake mensenrechten wat betreft hun geplande internationale samenwerking/project. Een reeks risicofactoren geeft richtlijnen. Raadpleeg voor meer informatie de Checklist Impact Assessment

De UGent maakt bewust de keuze om samenwerking niet uit te sluiten op basis van criteria met betrekking tot het land waarin een partner is gevestigd. Dit belet de UGent niet om op enig moment in de toekomst te beslissen om deel te nemen aan een academische boycot tegen een bepaald land.

In sommige landen zijn bepaalde mensenrechtenschendingen rechtstreeks het gevolg van het wettelijk kader. In dergelijke situaties verwacht de UGent niet dat zijn partners dissident zijn of ingaan tegen de wet. Het huidige beleid houdt partners niet verantwoordelijk voor het eenvoudig toepassen van een problematische wet. Partners die zich echter sterk identificeren met een overheidsbeleid dat de mensenrechten schendt en dit promoten en toepassen buiten het bereik van de wet, zullen volgens dit beleid wel aansprakelijk worden gehouden.

Als principe zou er niet mogen samengewerkt worden met een partnerinstelling die betrokken is bij grove of systematische schendingen van de mensenrechten. Bovendien moet de UGent transparant zijn over de redenen voor de weigering tot samenwerking wanneer deze gerelateerd zijn aan mensenrechten. Het meedelen van deze redenen (in de eerste plaats aan de afgewezen partner, maar mogelijk breder) is op zichzelf een manier om het respect voor de mensenrechten uit te dragen.

Afgezien van dit scenario en als uit de effectbeoordeling inzake mensenrechten blijkt dat er mogelijk een negatief effect op de mensenrechten is, worden stappen ondernomen om een negatieve impact op de mensenrechten of een bijdrage daartoe te voorkomen, of om het risico van een negatieve impact te verkleinen. Als dergelijke verzachtende maatregelen niet mogelijk zijn, moet de UGent ervan afzien om deze samenwerking aan te gaan. Ook in dit scenario is het wenselijk dat de Universiteit Gent hierover transparant is in haar communicatie.

Onderhandelingen over een samenwerkingsovereenkomst bieden een uitgelezen kans om een dialoog aan te gaan met een potentiële partnerinstelling om negatieve gevolgen voor de mensenrechten te bespreken, en om preventieve of verzachtende maatregelen overeen te komen om de mogelijk negatieve gevolgen van de activiteiten in het kader van de samenwerkingsovereenkomst aan te pakken. In dat geval is de Commissie voor het Mensenrechtenbeleid inzake Internationalisering bij uitstek in een positie om advies te geven over de voorgestelde preventieve of verzachtende maatregelen.

Mensenrechtenclausule

Alle internationale samenwerkingsovereenkomsten waarbij de UGent in een positie is om te onderhandelen omtrent de voorwaarden, moeten een mensenrechtenclausule bevatten die de UGent in staat stelt om de samenwerkingsovereenkomst te beëindigen wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat de partnerinstelling betrokken is bij een ernstige overtreding van mensenrechten. De mensenrechtenclausule biedt de universiteit de mogelijkheid om te reageren op ernstige schendingen van mensenrechten door de partnerinstelling waarvan zij niet op voorhand wist of die pas ontstonden na het aangaan van de samenwerking. De clausule wordt alleen toegepast als een laatste redmiddel, na het aangaan van een dialoog met de partnerinstelling.

De clausule: “Deze overeenkomst kan door elk van de partijen worden opgezegd in geval van duidelijk en overtuigend bewijs dat de wederpartij betrokken is bij een ernstige schending van de mensenrechten. De partij die de overeenkomst wil beëindigen, geeft dit voornemen per aangetekend schrijven door aan de wederpartij, zodat de wederpartij binnen een redelijke termijn kan reageren op de aantijgingen. Bij het uitblijven van een bevredigend antwoord of bij het uitblijven van een antwoord binnen een redelijke termijn, zal de partij die de overeenkomst wenst te beëindigen het voornemen tot beëindiging per tweede aangetekend schrijven herhalen. De overeenkomst houdt op effect te hebben tussen de partijen vanaf het moment dat een dergelijke tweede kennisgeving wordt gedaan.”

“Een ernstige schending van mensenrechten” is een categorie die vele situaties kan omvatten, waaronder ook geïsoleerde, maar ernstige incidenten. Enkele voorbeelden zijn:

  • Ordehandhavingstroepen die buitensporig geweld gebruiken slaan een studentenprotest neer, op vraag van de partnerinstelling.
  • Een medewerker van de universiteit wordt ontslagen vanwege zijn/haar kritiek op het overheidsbeleid.
  • Samenwerking in een onderzoeksproject, met inbegrip van de bouw/installatie van nieuwe faciliteiten (laboratorium, velden,…) waarvoor mensen met geweld uit hun huis zijn gezet in strijd met internationale mensenrechten (bv. zonder compensatie).

De mensenrechtenclausule bevat de bewijsnorm van "duidelijk en overtuigend bewijs". Deze norm ligt hoger dan de bewijsnorm van overwicht van waarschijnlijkheid ("meer waarschijnlijk dan niet"), maar lager dan de norm "zonder redelijke twijfel" die in het strafrecht wordt toegepast. De norm van "duidelijk en overtuigend bewijs" is voldoende hoog om een willekeurige beëindiging van de overeenkomst te voorkomen, maar niet zo hoog dat men weerhouden wordt om deze norm in te roepen. De clausule is op een wederkerige manier opgesteld, om duidelijk te maken dat de UGent ook bereid is om verantwoordelijk te worden gehouden, en bevat een aantal procedurele waarborgen om willekeurige beëindiging van de overeenkomst te voorkomen en dialoog mogelijk te maken.

Commissie voor het Mensenrechtenbeleid inzake Internationalisering

Om het mensenrechtenbeleid in te bedden in de beleidsstructuren van de UGent en om de universitaire gemeenschap te begeleiden, werd een Commissie voor het Mensenrechtenbeleid inzake Internationalisering opgericht. De samenstelling is representatief voor de gehele gemeenschap van de UGent, maar de commissie heeft ook de nodige expertise over mensenrechtenkwesties. De commissie heeft de volgende bevoegdheden:

  • De leidinggevenden aan de universiteit adviseren over institutionele publieke posities met betrekking tot mensenrechten inzake internationalisering.
  • Deskundig advies formuleren met betrekking tot effectbeoordelingen inzake mensenrechten.
  • Richtlijnen formuleren voor medewerkers om aan te geven voor welke vormen van samenwerking een effectbeoordeling inzake mensenrechten vereist is.
  • De mensenrechtenclausule inroepen bij internationale overeenkomsten.
  • Ontwikkelen en opvolgen van de positieve dimensie van het mensenrechtenbeleid van de universiteit.