Inspiratiekader voor het resultaatsgebied Onderzoek

Algemeen

Dit inspiratiekader werd ontwikkeld als mogelijke leidraad voor een beschrijving, planning en evaluatie van het onderzoek. Het verdeelt de complexiteit van het onderzoekssysteem in een aantal dimensies, waaruit onderzoekers en onderzoeksgroepen een keuze kunnen maken om hun doelstellingen en ambities te formuleren. 

Dit inspiratiekader is in de eerste plaats ontworpen voor een retrospectieve beoordeling op individueel niveau (wat heeft een persoon gepresteerd op het vlak van onderzoek de voorbije jaren? Hoe kan dit worden gedocumenteerd of geïllustreerd?). Het kan ook bruikbaar zijn op groepsniveau (de verzameling van individuen waarin de respectievelijke sterktes complementair worden ingezet) en voor prospectieve doeleinden of planning (het formuleren van de persoonlijke onderzoeksambities en/of de implementatie van de onderzoeksstrategie van de groep).

Dit kader kan worden gebruikt als hulpmiddel in de context van de procedures beschreven in het Reglement van de Universiteit Gent betreffende de benoeming of aanstelling, de bevordering, de evaluatie en het beroep van de leden van het Zelfstandig Academisch Personeel (‘ZAP-reglement’), in het bijzonder bij het invullen en beoordelen van de sjablonen ‘inpassingstekst’, ‘reflectieverslag’ en ‘evaluatierapport’.

Hieronder worden voor elk van de dimensies suggesties gedaan van elementen die onderzoekers kunnen aanhalen om hetgeen zij binnen een dimensie willen realiseren of realiseerden, te beschrijven en aan te tonen. Deze suggesties zijn cumulatief noch limitatief: niet alle elementen moeten dus worden aangetoond en ook elementen die hieronder niet zijn opgenomen kunnen het dossier versterken. Het inspiratiekader dient enkel ter inspiratie en mag niet opgevat worden als een checklist van elementen die allen verwezenlijkt moeten worden.

Twee hoofdsecties met verschillende dimensies

In dit inspiratiekader wordt de diversiteit aan rollen en ambities vertaald naar twee hoofdsecties, nl. (1) uitbouw en ontwikkeling van onderzoek en (2) impact van onderzoek (wetenschappelijk, maatschappelijk en/of economisch).

EEN INTEGERE EN ETHISCHE ATTITUDE

De UGent onderschrijft de European Code for Research Integrity of ALLEA-code (2017). Zij verwacht dus dat elke onderzoeker de principes van integriteit in onderzoek kent en respecteert, toepast en bewaakt in de eigen omgeving. De algemene principes van wetenschappelijke integriteit gelden voor alle vakgebieden. In de praktijk betekent dit onder meer een nultolerantie voor fabricatie en falsificatie van onderzoeksdata en plagiaat. Bijkomend focust het beleid op het verhogen van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek door het aanpakken van zogenaamde ‘questionable research practices’ zoals onzorgvuldige verwerkingen van gegevens, issues rond coauteurschap, etc.

Naast principes van integriteit gelden in onderzoek ook tal van ethische principes. Algemene ethische topics (en in sommige gevallen bijhorende richtlijnen) zoals het correct gebruik van informed consent, werken met kind/minderjarige respondenten, etc. krijgen daarbij bijzondere aandacht. De uitvoering van de principes wordt in een aantal vakgebieden, methodologieën of contexten bovendien aangevuld met specifieke wetgevingen, bijvoorbeeld privacywetgeving bij onderzoek met personen; dierproevenbeleid bij onderzoek op dieren; dual use beleid voor onderzoek met mogelijke militaire toepassingen, etc..

HOOFDSECTIE UITBOUW EN ONTWIKKELING VAN ONDERZOEK

Deze dimensie legt de klemtoon op groei en ontwikkeling. Ze typeert binnen het Europees kader voor onderzoekscarrières de transformatie van “Recognised Researcher” (R2) – onderzoekers met een paar jaar ervaring na het doctoraat – naar “Established Researcher” (R3) – de fase waarin men als autonoom onderzoeker opereert, en verder naar “Leading Researcher” (R4) – de fase waarin men intern als groepsleider opereert, als rolmodel functioneert voor andere onderzoekers, internationaal een sterke reputatie geniet en waarbij de intrinsieke kwaliteit van het eigen onderzoek groeit door ervaring en inzicht. Zowel binnen de eigen onderzoeksentiteit (als groepsleider) als buiten de universiteit (als coördinator van internationale projecten) liggen vele uitdagingen voor goed leiderschap in onderzoek.
  • Gunstige beoordeling voor aanvraagdossiers van onderzoeksbudgetten bij externe financiers (type FWO, Europa, stichtingen, bedrijven) 
  • Internationale prijzen en erkenningen gericht op intrinsieke onderzoekskwaliteit, bijv. ERC advanced grant, Francqui Chair,.. en andere generieke of disciplinespecifieke bijzondere erkenningen
  • Het reviewen van papers als uitgenodigde peer review expert 
  • Leidende rol als evaluator of expert in het eigen vakgebied (bijv. panel chair, lid van een “high level group”)
  • Volgehouden en uitmuntend track record in (sociaal) ondernemerschap
  • Trekkersrol in een spin-offproces 
  • Trekkersrol in een wetenschappelijke organisatie
  • Publicaties met een belangrijke eigen inbreng (in tijdschriften met peer review, als boekpublicatie, conferentieproceedings met peer review, …) 
  • Keynote speeches (op uitnodiging) op toonaangevende conferenties
  • Groei van de onderzoeksgroep (bijv. in FTE)
  • Succesvolle doctoraatsverdedigingen als promotor 
  • Review articles op uitnodiging in gerenommeerde vakspecifieke tijdschriften
Vernieuwing is cruciaal voor onderzoek. Deze dimensie sluit aan bij vitaliteit maar legt daarin de klemtoon eerder op “vernieuwing” dan op “uitbreiding”, bijv. via toepassing van nieuwe methodologieën, of door ontsluiting van weinig bekend onderzoeksmateriaal. Hoog-risico-onderzoek is een specifieke vorm van originaliteit: een nieuwe, en vaak onvoorspelbare onderzoekslijn wordt uitgebouwd, overeenstemmend met de ambitie van de onderzoeksgroep.
  • Het uitbouwen van een nieuwe onderzoekslijn binnen de groep Erkenning binnen de internationale onderzoeksgemeenschap, bijv. met een ERC-grant, of andere generieke of disciplinespecifieke bijzondere erkenningen
  • Internationale prijzen op topniveau, zowel generieke als disciplinespecifieke
  • Appreciatie door evaluatoren/ uitstekende score betreffende originaliteit bij aanvraagdossier voor onderzoeksbudgetten bij externe financiers (type FWO, Europa, stichtingen, bedrijven)
  • Ontwikkeling en toetsing van nieuwe methodologieën
  • Negatieve review in een toptijdschrift wegens te radicale of te vernieuwende insteek
  • Genormaliseerde citatie-impact van SSCI en SCIE publicaties tijdens de referentieperiode
  • Publicaties in top 5% of top 10% tijdschriften
  • Een boekpublicatie bij een internationaal gerenommeerde uitgeverij
  • Gepubliceerde negatieve resultaten
  • Succesvolle doctoraatsverdedigingen als promotor
Leiderschap wordt belangrijker naarmate een onderzoeker meer ervaring opbouwt en meer verantwoordelijkheden opneemt, maar de kiemen ervoor worden reeds ontwikkeld in de begeleiding van studenten, in de collegiale ondersteuning van collega’s en in de uitbouw van een onderzoekslijn. Goed leiderschap wordt erkend binnen de eigen onderzoeksgroep maar leidt ook tot een grotere zichtbaarheid daarbuiten.
  • Rol als people manager bij het uitbouwen van een onderzoeksgroep of onderzoeksconsortium
  • Begeleiding van medewerkers
  • Degelijk management en/of reorganisatie van de onderzoeksgroep
  • Kwaliteitsvolle begeleiding van doctoraatsstudenten
  • Groei van de onderzoeksgroep (bijv. in FTE)
  • Leidende rol als evaluator of expert in het eigen vakgebied (bijv. panel chair, lid van een “high level group”)
  • Het reviewen van papers als uitgenodigde peer review expert
  • Trekkersrol in een spin-offproces
  • Trekkersrol in een wetenschappelijke organisatie
  • Internationale prijzen en erkenningen voor onderzoek op hoog niveau, bijv. ERC advanced grant, Francqui Chair,.. en andere generieke of disciplinespecifieke erkenningen
  • Keynote speeches (op uitnodiging) op toonaangevende conferenties
  • Succesvolle doctoraatsverdedigingen als promotor
  • Verworven onderzoeksbudget in de voorbije 5 jaar
Onder 'interdisciplinariteit' begrijpen we: de diverse gradaties en modaliteiten van samenwerking buiten de eigen discipline . Dit omvat cross-, multi-, inter- en transdisciplinariteit. Meer informatie.
De mate van integratie tussen diverse disciplines kan variëren. In de meest beperkte vorm kan het ene vakgebied of de ene collega bepaalde expertise 'lenen' aan een ander vakgebied/collega; in de meest geïntegreerde vorm beschikken de onderzoekers en de discipline over een 'dubbele ruggengraat' en is er een even sterke uitwisseling van expertise in beide richtingen. Wanneer deze geïntegreerde vorm doorheen de tijd ingeburgerd geraakt ontstaat soms een nieuwe, zelfstandige discipline (neem bijv. biochemie, politieke geschiedenis) die een zodanige vanzelfsprekende eigen methodologie heeft ontwikkeld dat ze niet langer als geïntegreerd interdisciplinair vakgebied wordt beschouwd, maar als nieuw, herkenbaar vakgebied met een individuele identiteit.
Het onderzoeksproces “open” stellen naar andere disciplines vereist dat de onderzoekers zich met een open blik en nieuwsgierig opstellen tegenover de expertise van een ander en vanuit deze confrontatie op zoek gaan naar vernieuwing.
  • Delen van onderzoeksinfrastructuur
  • Management van en betrokkenheid in een interdisciplinaire onderzoeksgroep
  • Uitgewerkte strategie over de interdisciplinaire aanpak in de eigen onderzoeksomgeving
  • Het implementeren van een “Open Science” cultuur binnen de eigen onderzoeksgroep, gericht naar andere disciplines
  • Bijdragen aan interdisciplinaire tijdschriften of vaktijdschriften buiten het eigen wetenschappelijke domein
  • Gezamenlijke publicaties met collega’s in andere vakgebieden
  • Gezamenlijke doctoraten met collega’s in andere vakgebieden (incl. UGent interdisciplinair doctoraat)
  • Gezamenlijke aanvragen voor onderzoeksfinanciering met collega’s in andere vakgebieden
Onderzoekers opereren in een internationale wetenschappelijke context: ze blijven op de hoogte van de wereldwijde ontwikkelingen via de literatuur en conferenties in hun vakgebied en verspreiden hun eigen onderzoeksresultaten wereldwijd via dezelfde kanalen. Internationale samenwerking gaat een stap verder dan internationale communicatie.
Effectieve internationale samenwerking leidt tot gezamenlijke projecten en publicaties en is aldus een middel om bij te dragen tot een sterkere wetenschappelijke kwaliteit en grotere impact. Ook beleidsmatig kan worden samengewerkt, bijvoorbeeld in het management van internationale wetenschappelijke organisaties.
Dit goed doen, vereist een grote investering op het vlak van voorbereiding, management en opvolging. Binnen deze dimensie wordt vooral nieuwe samenwerking ofwel groei en versterking van reeds bestaande samenwerking beoogd. Daarbij kan men inspelen op bestaande of nieuwe samenwerkingsopportuniteiten en financieringskanalen (b.v. VLIR-UOS, Europese kaderprogramma’s, CERN,...).
  • Leidende rol in internationale wetenschappelijke organisaties, bijv. als lid van het organisatiecomité van een internationaal gerenommeerde conferentie
  • Management van een internationaal onderzoeksproject (zoals VLIR-UOS, EU,…) of onderzoeksaanvragen als lid van internationale consortia
  • Verworven onderzoeksfinanciering uit internationale bronnen
  • Nieuwe bilaterale samenwerkingsprojecten
  • Opbouwen, bestendigen en versterken van een internationaal netwerk met het oog op kwaliteitsvolle samenwerking en uitwisseling
  • Publicaties in internationaal samenwerkingsverband
  • Gezamenlijke doctoraten
  • Begeleiding van international exchange doctorandi
  • Patenten met internationale co-aanvragers
Extern academisch engagement onder de vorm van valorisatieactiviteiten zit reeds vervat in het luik “maatschappelijke en economische impact”. Daarnaast bestaan er ook andere vormen van engagement die weinig of niet gerelateerd zijn aan de eigen specifieke onderzoeksexpertise of aan de toepassingsmogelijkheden van het eigen onderzoek, maar wel voortvloeien uit de rol die men vervult als onderzoeker. Academisch engagement kan activiteiten omvatten die bijdragen tot de efficiënte werking van de universiteit op het vlak van onderzoek (bijvoorbeeld het lidmaatschap van de Onderzoeksraad binnen de eigen universiteit) of activiteiten die bijdragen tot de beleidsvoering inzake onderzoek of Innovatie in Vlaanderen, België of Europa, of tot het regionaal, nationaal of internationaal management van toonaangevende organisaties binnen het eigen vakgebied. Dergelijke activiteiten vereisen een substantiële tijdsinvestering maar dragen bij tot de profilering van de UGent. Gewoonlijk is in deze rol, lidmaatschap of functie de instellingsaffiliatie met de UGent ofwel noodzakelijk (als vertegenwoordiger van de universiteit), ofwel een meerwaarde (in die zin dat de associatie met de universiteit bijdraagt tot de credibiliteit en autoriteit van deze externe opdracht). In sommige gevallen is de grens niet zo scherp tussen vormen van academische engagement die berusten op generieke expertise aan de ene kant, en de maatschappelijke valorisatie van onderzoek aan de andere kant.
  • Lidmaatschap van een FWO-selectiecommissie
  • Participatie in onderzoeksgerelateerde beleidscommissies buiten de UGent – op interuniversitair, Vlaams, nationaal of internationaal niveau (bijv. VLIR, KVAB, Jonge Academie, VARIO, Europese Commissie,…)
  • Leidende rol als evaluator of expert in het eigen vakgebied (bijv. panel chair, lid van een “high level group”)
  • (co-)Auteurschap van rapporten of adviezen over onderzoeks- of innovatiebeleid
  • Leidende of strategische rol omwille van de eigen generieke onderzoeksexpertise in bijv. Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten, Internationale wetenschappelijke vereniging, ...
  • Lid van onderzoeksvisitatiecommissie

HOOFDSECTIE WETENSCHAPPELIJKE, ECONOMISCHE EN/OF MAATSCHAPPELIJKE IMPACT

Deze hoofdsectie richt zich vooral op de outcomes van vernieuwend onderzoek zoals enerzijds het beïnvloeden van andere onderzoekers, het ontsluiten van een nieuw onderzoeksdomein, de erkenning door de internationale onderzoeksgemeenschap (= wetenschappelijke impact),… en anderzijds de aantoonbare bijdrage die excellent onderzoek levert aan de maatschappij en de economie.

De wetenschappelijke impact van onderzoek is nauw verbonden met de intrinsieke onderzoekskwaliteit, maar betekent niet hetzelfde. Wetenschappelijke impact verwijst naar de aantoonbare bijdrage van kwaliteitsvol onderzoek tot het werk van collega-wetenschappers: een bijdrage tot de conceptuele veranderingen binnen het eigen vakgebied of tot de vooruitgang van de wetenschappelijke, methodologische en theoretische inzichten en toepassingen in het eigen en in andere vakgebieden.
Er bestaat dus ook uitstekend onderzoek met een hoge intrinsieke kwaliteit, dat desondanks weinig invloed heeft op het werk van collega’s. In de huidige wetenschappelijke context van biomedische en natuurwetenschappen zijn citaties in wetenschappelijke tijdschriften de meest eenvoudig aantoonbare vorm van wetenschappelijke impact; op hun beurt genereren citaties een brede waaier aan mogelijke bibliometrische indicatoren die verschillende aspecten van impact belichten. Daarnaast zijn er ook diverse andere, soms moeilijker te illustreren maar minstens even belangrijke vormen van wetenschappelijke impact.
Wetenschap “open” stellen naar collega- wetenschappers via open access tot publicaties, en via open data en datamanagement volgens de principes van FAIR (findable, accessible, interoperable, reproducible), versterkt de wetenschappelijke impact van onderzoekers. In een open omgeving zijn resultaten makkelijker toegankelijk voor collega-wetenschappers, is onderzoek reproduceerbaar door andere collega-wetenschappers, en sluit het onderzoeksproces immers nauwer aan bij de principes van wetenschappelijke integriteit en ethiek.
  • Keynote speaker op de meest gerenommeerde congressen in het vakgebied
  • Oplage/verspreiding boekpublicatie bij een gerenommeerde academische uitgeverij
  • Editor (op uitnodiging) van een themanummer van een tijdschrift of van een wetenschappelijke boekenreeks
  • Lid in of voorzitter van beoordelings- of evaluatiecommissies buiten de UGent
  • Wetenschappelijke erkenning of prijs voor het verleggen van de grenzen van het vakgebied
  • Aantal downloads van (Open Access) papers
  • Aantal gebruikers/downloads van (open) datasets
  • Genormaliseerde citatie-impact van SSCI en SCIE publicaties tijdens de referentieperiode
  • Highly cited papers
  • Erkenning als Highly Cited Researcher
Maatschappelijke en/of economische impact is de aantoonbare bijdrage die excellent onderzoek levert aan de maatschappij en de economie. Het betreft een aantoonbaar effect of een aantoonbare verandering of voordeel:
ten opzichte van de activiteiten, het gedrag, het bewustzijn, de slagkracht, de kansen, het beleid, de gebruiken en processen en/of het begrip van;
van een diverse waaier aan belanghebbenden (‘stakeholders’) – van een gemeenschap over organisaties tot individuen;
op elk geografisch niveau (lokaal, regionaal, nationaal, internationaal).
Maatschappelijke impact steunt op duurzame samenwerkingsverbanden en uitwisseling van kennis in beide richtingen. Het is het resultaat van een incrementeel proces van (diverse) valorisatieactiviteiten (gaande van cocreatie tot wetenschapscommunicatie, en dergelijke meer) die kunnen worden ingebouwd in de diverse fasen van de levenscyclus van onderzoek.
Economische impact is gericht op de valorisatie van kennis en technologie met economische finaliteit, gaande van samenwerkingscontracten met partners uit de industrie tot de vermarkting van intellectuele eigendom via octrooien, licenties en spin-offs, en het stimuleren van ondernemerschap binnen het onderzoeksteam .
Tot maatschappelijke of economische impact behoort eveneens ‘dienstverlening’ in de (enge) betekenis van: “het ten dienste stellen van de eigen onderzoeksexpertise of onderzoeksinfrastructuur op vraag van externen en in het voordeel van externen”, zoals omschreven in Codex Hoger Onderwijs, artikel IV, 71 - het wettelijk referentiekader.
Wetenschap “open” stellen naar collega- wetenschappers en naar de niet-academische samenleving maakt een belangrijk deel uit van een focus op maatschappelijke impact. Wetenschap wordt immers voor een groot deel gefinancierd met publieke middelen. Het is dan ook logisch dat de maatschappij maximaal betrokken kan worden bij het onderzoeksproces (het onderzoek openstellen naar gebruikers, patiënten en publiek) en toegang kan krijgen tot de onderzoeksdata en -resultaten (de resultaten openstellen voor collega-wetenschappers en het brede publiek). Privaat gefinancierd onderzoek, daarentegen, vereist vaak geslotenheid, hoewel ook samenwerking met bedrijven steeds vaker in een open innovatiecontext wordt gevoerd. Deze principes van openheid en geheimhouding spreken elkaar niet tegen: afhankelijk van de context, is kwaliteitsvol onderzoek “open waar mogelijk en gesloten waar nodig”.
  • Uitbouw van een valorisatiestrategie voor onderzoek(sresultaten)
  • Voorbereiding / oprichting spin-off
  • Oprichting van een leerstoel
  • Deel uitmaken van een IOF-valorisatieconsortium als stuurgroeplid met een bijdrage aan de valorisatiewerking
  • Onderzoeksprojecten in samenwerking met niet-academische partners (industrie, overheid, private-non-profit,…), SBO-projecten, projecten beleidsrelevant onderzoek, …
  • Opzetten van interdisciplinaire innovatieplatformen of clusters die verschillende onderzoeksgroepen gezamenlijk positioneren
  • Internationaal publiek profiel op vlak van beïnvloeding van professionele praktijk en beleid
  • Oplage/verspreiding boekpublicatie bij een generieke uitgeverij (andere dan verplicht cursusmateriaal)
  • Onderzoeksprojecten in samenwerking met partners in ontwikkelingslanden
  • Uitwerking van een trainingspakket of sensibiliseringsactie (binnen of buiten UGent, of bijv. in het kader van onderzoekssamenwerkingen en/of ontwikkelingsprojecten met academische partners in het Zuiden)
  • Structurele samenwerking met publieksplatformen UGent (GUM, Krook, …)
  • Structurele betrokkenheid van belanghebbenden van onderzoek (living labs, cocreatietrajecten, citizen science, …)
  • Strategische aanpak voor communicatie via publieke media (bijv. opiniestukken, blogposts, bijdragen aan Wikipedia, Ikhebeenvraag.be, …)
  • Participatie in Open Innovatie-projecten
  • Ingediende octrooiaanvragen en toegekende octrooien
  • Klinische studies
  • Participatie (organisatie, key notes, …) aan relevante publieksevenementen, stakeholder events, activiteiten Wetenschapscommunicatie, Wetenschapswinkel, ...
  • Handboeken voor scholen en andere onderwijsverstrekkers
  • Organisatie van een tentoonstelling/expositie
  • Beleidsrapporten en –adviezen
  • Altmetrics

Printversie van het inspiratiekader