Rectorale rede opening academiejaar 2026-2027

(19-09-2026) Op vrijdag 18 september 2026 opende de UGent haar academiejaar 2026-2027. Bekijk en lees hier de volledige rectorale openingsrede van rector Petra De Sutter:

 

Beste studenten, collega’s, alumni en partners,  

Beste vrienden van de universiteit,  

Mag ik jullie even meenemen door de gangen van ons Universiteitsarchief? Daar bekeken Herwig en ik onlangs een afbeelding van een oud, historisch document. Het KB waarmee koning Willem I deze universiteit heeft opgericht.  

En wat blijkt? Dat besluit is van 25 september… 1816. Dat was nieuw voor mij. UGent is een jaar ouder dan ik dacht.  

Amper één jaar later – in 1817 - werd de universiteit opgestart. Ook toen wisten we van aanpakken. 

Tegelijk: het aantal jaren op de teller is op zich geen verdienste. 210 jaar zegt iets over ons verleden. Het zegt niets over de komende 200 jaar. 

Veel belangrijker is dat een universiteit gevormd wordt door de keuzes die elke generatie maakt. Vandaag ligt die verantwoordelijkheid bij ons. 

 

Het afgelopen jaar hebben Herwig en ik intensief geluisterd.

We bezochten campussen in Gent en Kortrijk, Oostende en Zuid-Korea. We spraken met studenten en medewerkers, nieuwkomers en anciens, met partners uit de hele wereld.  

Uit ons luisterjaar zijn drie lessen blijven hangen. 

 

De eerste les: onze community stroomt over van trots en talent.  

Waar we ook kwamen, we ontmoetten UGent’ers die fier zijn op hun werk,  

fier op hun team,  

fier op hun alma mater. 

 

Gepassioneerde mensen, gedreven door nieuwsgierigheid. Achter elk antwoord ontdekken ze een nieuwe vraag. En dan nog één, en nog één.  

Zo bouwen we al sinds 1817 verder op het werk van collega’s, onderzoekers, voorgangers rectoren en vicerectoren. Staan we op hun schouders. 

Maar we hebben ook gezien dat onze krachten nog te vaak versnipperd zijn, dat we apart zoeken naar oplossingen voor soortgelijke problemen, dat we vervallen we in oude tegenstellingen. Centraal tegenover decentraal, faculteit tegenover dienst, academisch tegenover administratief. 

Onze uitdaging is niet dat UGent te weinig kracht en talent bezit. Onze uitdaging is dat we die nog te weinig bundelen. 
 

De tweede les: iedereen wil vooruit.  

Niemand vraagt dat alles blijft zoals het is. Iedereen beseft dat de wereld verandert, dat de universiteit verandert en dat ook onze manier van werken moet veranderen. Dat zie je op veel vlakken: AI; personeelsbeleid; telewerk, infrastructuur…

Maar om die verandering te omarmen en vooruit te gaan, moeten we een heldere koers uitzetten. We moeten richting kiezen. 

 

De derde les: onze diversiteit is een troef en een uitdaging.  

Ons pluralisme in visies, disciplines en achtergronden is geen probleem om op te lossen, het is de kern van onze identiteit. Het is wie we zijn.  

Maar de laatste dagen hoor ik studenten zeggen dat ze zich onveilig of niet welkom voelen. Aan jullie wil ik zeggen, dit raakt mij diep. Daarom wil heel duidelijk stellen: jullie horen hier thuis. Jullie aanwezigheid, jullie ervaringen en jullie stem doen ertoe. We hebben jullie nodig.  

De vrijheid om anders te denken, je eigen pad te kiezen en daar voluit voor te gaan, die moeten we koesteren. Maar diversiteit kan enkel werken als we echt luisteren en de dialoog aangaan. Dan pas krijg je kruisbestuiving en nieuwe inzichten…  

Uit het afgelopen jaar nemen we mee dat we onze trots, onze dadendrang en onze diversiteit moeten verbinden tot één centrale opdracht. 

“Hoe smeden we de vrijheid, het talent en de nieuwsgierigheid van duizenden UGent’ers tot één gezamenlijke, stuwende kracht?” 

 

Wel, ik geef u graag mee hoe ik daarnaar kijk. 

Om te beginnen: vrijheid is essentieel.  

Vrijheid in onderzoek en onderwijs, vrijheid in kritisch denken en vrijheid in maatschappelijke betrokkenheid.  

Aan de UGent moeten mensen grondig van mening kunnen verschillen, ook publiek. Dat is een fundamenteel kenmerk van onze universiteit.  

Tegelijk moeten we als universiteit helder zijn over de waarden en principes die ons verbinden. Wat er de afgelopen weken is gebeurd, toont dat we daarover meer duidelijkheid moeten scheppen. 

Want vrijheid is niet vrijblijvend, ze staat niet los van verantwoordelijkheid en de rechten van anderen. Net daarom moeten we duidelijk maken hoe we er aan de UGent mee omgaan wanneer die waarden met elkaar botsen.  

Daarover is het gesprek nog niet afgerond. Wij moeten dat, met elkaar, voeren. Want als we dat niet aan de universiteit kunnen doen, waar dan wel?  

Ik vind ik het wel van belang dat dit gebeurt op de juiste plaats en het juiste moment. Net bij moeilijke thema’s verkies ik de dialoog, geen eenrichtingsverkeer.  

Want vrijheid is niet ieder voor zich. Vrijheid rendeert pas binnen een  gedeelde visie.  

Net daar zien wij als rectorsduo onze rol. Niet om alles zelf te bedenken. Wel om te luisteren, te verbinden en samen keuzes te maken. 

Ik zie dat op drie niveaus: in de universiteit, in deze stad en in de wereld. 

 

Laat me beginnen bij de universiteit.   

Dit voorjaar bezocht ik campus Sterre met alumnus van het jaar Ellen Moons, prof fysica en secretaris-generaal van de befaamde Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen.  

Wat mij trof, was de nog steeds voelbare band met haar vroegere campus, haar studietijd, haar proffen en medestudenten. Die was na al die jaren nog altijd even sterk. 

Het toonde mij dat een universiteit meer is dan een studieplek. Ze verbindt mensen voor het leven, met een geheel eigen manier van kijken en denken.  

Die verbondenheid zagen we het voorbije jaar overal waar we kwamen. Mensen vinden hier een thuis. 

Maar zo’n groepsgevoel kan ook leiden tot een eilandcultuur, dubbel werk en gemiste kansen.

Ons doel is om bruggen te bouwen tussen al die onderdelen van de universiteit, tussen de mensen die onze gemeenschap vormen.  

Hoe gaan we dat doen? Onder meer door ervoor te zorgen dat we een cultuur creëren van “open dialoog”. Dat is de basis om nieuwe inzichten te laten groeien, samenwerking te versterken en moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken.   

  

Een belangrijke stap naar die open dialoog was onze welzijnsbevraging dit jaar. De resultaten worden nu met alle faculteiten gedeeld.  

Twee dingen zijn me bijzonder opgevallen.

Eén. De medewerkers zijn fier op onze universiteit, geëngageerd, en verbonden. Dat is een niet te onderschatten kracht. Het stuwt ons vooruit.  

En twee. De bevraging toont duidelijke werkpunten voor werkdruk, onduidelijke processen en lichamelijk welzijn. We nemen dat zeer ernstig. We willen een universiteit zijn waar mensen met goesting werken en zich gehoord voelen.  

 

Drie zaken die we concreet vastnemen: 

  1. Volgend jaar hervormen we het evaluatiebeleid voor medewerkers.  

We maken de omslag van scores en afzonderlijke evaluatiemomenten naar een cultuur van continue feedback, dialoog en ontwikkeling. We benoemen wat goed gaat, bespreken tijdig wat beter kan en geven kansen om te groeien.  

Daarbij is feedback tweerichtingsverkeer: leidinggevenden en medewerkers kunnen van elkaar leren.  

Tegelijk creëren we meer duidelijkheid over rollen, taken en verwachtingen, zonder alles vast te leggen in zware regels en procedures.  

Vanaf 1 januari (*) treedt het nieuwe systeem in werking. We voorzien daarvoor instrumenten, opleiding en communicatie.

 

2. Extra kwaliteitszorg voor onze doctoraatsstudenten.  

Onderzoek toont dat de band tussen doctoraatsstudent en promotor de belangrijkste hefboom is voor hun welzijn. Daarom bouwen we ons systeem voor kwaliteitszorg verder uit. De begeleiding van doctoraatsstudenten moet structureel ondersteund en versterkt worden. 

 

3. Betere samenwerking tussen diensten en faculteiten 

Ook daarin kunnen we nog flinke stappen vooruitzetten. Onduidelijke processen en dubbel werk zijn ook een oorzaak voor frustratie.  

Met het nieuwe Samenwerkingsmodel pakken we dat aan. Het zorgt voor duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Standaardisering om de kwaliteit en efficiëntie te verhogen. En maatwerk waar nodig.  

Het is niet de bedoeling dat de universiteitsdiensten alles overnemen, wel dat faculteiten zich gesteund weten in hun werk. 

Alleen zo kunnen we opschalen, versnellen en versterken. En als universiteit antwoorden bieden in de samenleving van morgen. 

Maar vergis u niet. Ja, we willen méér connectie, méér ontmoeting en méér dialoog. Maar meer verbinding betekent niet ‘altijd en overal bereikbaar’.  

Er moet ruimte zijn om de knop om te draaien na de werkuren, in het weekend, tijdens de vakantie, voor deconnectie. Opgeladen mensen komen met frisse ideeën naar het werk.  

Vervolgens, we streven niet enkel naar een sterke gemeenschap voor onze medewerkers. Maar ook voor onze studenten. 

Kijk naar de opening van ons Studentencentrum: één centrale, warme plek waar studenten terechtkunnen voor info, advies en begeleiding.  

De cijfers na één jaar spreken voor zich: onze collega’s beantwoordden bijna tienduizend vragen en voerden meer dan zevenduizend gesprekken. Studenten vinden de weg.  

Veel dank aan alle medewerkers! 

 

Tot slot, ook ons onderwijs bereiden we voor op de toekomst. We actualiseren onze onderwijsvisie, met Durf Denken als blijvend vertrekpunt. We willen studenten vormen tot kritische, onderzoekende en maatschappelijk bewuste burgers.  

Eén uitdaging springt eruit: generatieve AI. Onze studenten zullen straks volop samenwerken met AI-systemen. Daarom zal de focus verschuiven van wat ze kennen, naar hoe ze tot oplossingen komen. Dat vraagt ook om nieuwe vormen van evaluatie, met meer aandacht voor leren en mondelinge verantwoording.  

Trouwens, die aanpassing geldt voor de hele universiteit. Ook in ons dagelijks werk zal er veel veranderen. Met onze AI Community willen we medewerkers en studenten helpen om de ontwikkelingen te volgen, ervaringen uit te wisselen en concrete toepassingen te verkennen.  

Daarnaast maakt de Vlaamse overheid tien miljoen euro vrij om de kennis over AI in het onderwijs te bundelen. Met de andere universiteiten en hogescholen werken we aan een aanpak om scholen, leerkrachten en leerlingen een houvast te geven bij de toepassing van AI. 

 

Niet alleen binnen de universiteit willen we zorgen voor verbinding. Ook met de stad Gent is er een speciale band. En die willen we verder versterken. 

Niet met dromen, maar met daden. Zoals ons masterplan infrastructuur UGent Verbeeldt 2050. 

Waarover gaat het? We concentreren onze universiteit rond drie clusters op één as door de stad. In het centrum de stadscluster. Rond De Sterre en het UZ: gezondheid en wetenschap. En in het zuiden: technologie- en innovatie, in nauwe samenwerking met bedrijven. 

 

Waarom doen we dat?  

Niet alleen om ons patrimonium klimaatneutraal te maken,  

niet alleen om onze impact op mobiliteit te milderen,  

maar vooral om mensen met elkaar in contact te brengen. 

 

Nieuwe ideeën ontstaan niet in isolement, maar aan de koffiemachine of aan de bench. Inspiratie krijg je vooral in gesprek met anderen. Daarom kiezen we bewust voor fysieke lessen, voor werkplekken en ontmoetingsruimtes, niet voor een virtuele campus. 

UGent Verbeeldt gaat nu van dromen naar doen. 

We maken een half miljoen vierkante meter patrimonium klaar voor 2050: nieuwe laboratoria, nieuwe leslokalen, nieuwe technologie. Een investering van twee en een half miljard waarvoor we, voor het eerst, middelen lenen.  

Topuniversiteiten hebben immers topinfrastructuur nodig.  

En da’s belangrijk, want een universiteit die zo investeert, zegt aan onderzoekers, studenten en ondernemers: hier moet je zijn, hier bouwen we de toekomst. 

En ik zeg er graag bij, aan de beleidsmakers in de zaal: wij hebben ons huiswerk gemaakt. Help ons om die financiering rond te krijgen. 

 

Met infrastructuur in de stad komen we ook bij studentenhuisvesting.  Ook daar nemen we onze verantwoordelijkheid. Want we weten dat de huizenmarkt in Gent onder druk staat.  

Ons antwoord?  

De komende jaren realiseren we 1.700 bijkomende koten, waardoor ons totale aanbod tot 6.000 zal stijgen. We kiezen bewust voor eenvoudige, betaalbare kamers zodat hoger onderwijs toegankelijk blijft voor iedereen. 

 

Onze verbinding met de stad werpt vruchten af, en de wereld merkt het. In de Global Tech Ecosystem Index van Dealroom staat Gent op plaats tien wereldwijd en op plaats vier in Europa.  

In die analyse wordt het Gentse ecosysteem aangehaald als troef, met een bijzondere combinatie van speerpunten: biotech, healthtech, digital en cleantech. En vooral: de sterke band met de universiteit en haar alumni met al die bedrijven. 

Deze analyse toont: samenwerking loont.  

UGent is de voedingsbodem van dit ecosysteem: met onderzoek, met talent, met spin-offs, met ondernemende studenten en wetenschappers. 

En wat in Gent geldt, geldt eigenlijk voor de hele wereld: onze kracht groeit wanneer wij sterke allianties aangaan.  

 

Dear colleagues, dear guests, dear students, 

Dear friends, 

I just spoke about our role within the university and in the city. 

That leaves our role in the world, bringing me to internationalisation. For us, it is a way to greater impact and academic excellence. 

Today, we are developing a clear strategy to ensure that our international partnerships make us stronger. Of course, researchers will retain the freedom to choose who they work with. 

But central resources are not unlimited. We will be more selective about how we allocate them, which is something we’ll discuss over the coming year. 

 

Let me highlight three priorities. 

First, there is the European alliance ENLIGHT. Here, we are breaking down barriers so that students and researchers can study and collaborate seamlessly across institutions. 

Second, we remain firmly committed to collaboration with the Global South. Together with Howest and HOGENT, we will launch new long-term partnerships with Gulu University and the Technical University of Mombasa, focusing on agri-food and One Health. 

Third, we turn our campus in South Korea (GUGC) to a regional hub for all our faculties. 

We all know that international collaboration is becoming harder. Funding is under pressure. Administrative burdens are growing. Language and visa requirements are real barriers. And geopolitical risks are increasing by the day. 

And yet, we have decided not to turn inwards. Now, more than ever, we must look across borders. Now, more than ever, we must choose partnerships that lift us up. 

After all, being ambitious pays off. 

 

Take Horizon Europe. In terms of funding through ERC grants and Horizon projects, we rank among the top five universities in Europe. 

That is only possible because we attract talent from around the world. 

Take Erasmus Mundus. No European university offers more of these joint master’s programmes than we do.  

To policymakers, I say: Every euro we invest in international talent pays for itself many times over. Cutting funding for international students and researchers, or holding them back with overly rigid language requirements, undermines our knowledge economy. Let us work together on a bold internationalisation strategy for Flanders. 

For our part, we are already acting. 

In April, together with many partners, we launched the “International House East Flanders”. It is a single point of contact for international talent, their families and employers. It offers support from housing and administration to settling in. 

A researcher who comes here should be able to devote her time to her team and her research — not to paperwork. 

Our higher education and research institutions are the crown jewels of this region. Fundamental research is the foundation on which everything else is built. Attracting international talent is essential to that. Cutting funding for international talent puts our prosperity at risk. 

 

Beste mensen, ik heb het gehad over de verbinding binnen de UGent-gemeenschap, en onze connectie met de stad en de wereld. Maar hoe ziet UGent er binnen vijf of tien jaar uit?  

Wij zien een verbonden universiteit over campussen heen: gedragen door dialoog, welzijn en excellentie.  

We zien onderzoekers die ruimte krijgen en internationale partners die ons omhoog tillen.  

We zien een universiteit met een heldere visie, waarover we met trots praten. 

Om dat te realiseren, starten we dit academiejaar een strategische oefening. We willen komen tot een gedeelde, wervende visie, een aantal scherpe keuzes en een kompas voor toekomstige beslissingen. 

We zullen luisteren, bevragen en afwegen. En we zullen ook beslissen, keuzes maken.  

De vragen zijn helder. Waar maken we straks het verschil? Welke sterktes bouwen we uit? Maar ook, en vooral: wat blijven we niet langer allemaal doen? 

Die laatste vraag is de moeilijkste. Maar een strategisch plan is geen opsomming van alles wat waardevol is, geen bucket list, maar wél een doordachte keuze voor wat nu het belangrijkst is. 

Daarvoor hebben we iedereen nodig.  

 

Studenten: laat van je horen.  

Onderzoekers en lesgevers: overstijg grenzen en disciplines.  

Medewerkers: zie kansen en opportuniteiten en grijp ze. 

Leidinggevenden: geef ruimte aan initiatief.  

Faculteiten en diensten: kies voor een gezamenlijke koers.  

En alumni en partners: help ons kennis om te zetten in maatschappelijke vooruitgang. 

 

Terug naar ons archief. En naar het KB uit 1816. Daarin staat hoe de archieven van de universiteit bewaard moeten worden. Wat wij nu beslissen, komt daar ooit in terecht. Laten we ervoor zorgen dat wie het over tweehonderd jaar leest, ziet dat wij gekozen hebben. Dat we gedurfd hebben om te kiezen voor verbinding met onze universiteit, de stad en de wereld. 

Laten we daarom luisteren en doen, keuzes maken en die vooral uitvoeren.  

En laten we onze vrijheid, ons talent en onze nieuwsgierigheid verbinden tot één gezamenlijke, stuwende kracht. 

Ik wil jullie allemaal van harte danken voor de afgelopen 12 maanden. En wens jullie een prachtig academiejaar.  

Dank u. 

(*) In de uitgesproken rede stond dat het nieuwe evaluatiesysteem voor medewerkers midden volgend jaar in werking treedt. Dat is echter al op 1 januari en werd zo aangepast.