Beleidsplan onderwijsinnovatie

Voor 2008 werd onderwijsinnovatie aan de Universiteit Gent voornamelijk gestimuleerd via projecten die door het departement Onderwijs gefinancierd werden. Aanvankelijk werden de projecten ook door het de­partement onderwijs geselecteerd (Stiho), later verliep de selectie via een formele coördinatie door de in­stelling (convenantprojecten). Vanaf 2005 kreeg de universiteit middelen voor een globaal onderwijsont­wikkelingsplan waarbij het departement Onderwijs enkel het algemeen kader goedkeurde en toezag op de uitvoering. Selectie van de projecten (OPL) en herverdeling van de middelen gebeurde door de Direc­tie Onderwijsaangelegenheden (DOWA). Pas in 2008 kregen de faculteiten meer autonomie: voor elke faculteit worden vanaf dan jaarlijks geoormerkte middelen voorzien (BC 17/12/2007) die toegewezen wor­den aan de onderwijsdirecteur en dienen voor het uitwerken van een facultair innovatiebeleid. De geoor­merkte middelen worden besteed aan projectmatige initiatieven met een duidelijke begin- en einddatum en met verifieerbare resultaten. De middelen mogen niet verdeeld worden over de vakgroepen ter onder­steuning van de recurrente onderwijsactiviteiten. Ze kunnen wel tijdelijk ingezet worden voor de gerichte ondersteuning van de onderwijsactiviteiten indien er een duidelijk geformuleerde component inzake on­derwijsontwikkeling is die achteraf de onderwijsactiviteiten ondersteunt zonder inzet van de specifieke middelen voor onderwijsinnovatie.

Onderwijsinnovatie aan de FPPW

Onderwijsinnovatie is noodzakelijk. Het laat een onderwijsinstelling toe zich voor te bereiden op de toekomst eerder dan er door verrast te worden. Een visie op onderwijs en dus op onderwijsinnovatie beperkt zich niet tot de manier waarop het onderwijs wordt verstrekt. De effecten ervan strekken zich uit over alle facetten met betrekking tot het organiseren, administreren, faciliteren, ontwerpen, uitvoeren, evalueren en monitoren van leer- en onderwijsprocessen. Onderwijsvernieuwing is evenwel geen doel op zich maar impliceert altijd een concept of een idee dat praktisch vertaald moet worden met als ultiem doel een probleem op te lossen en daardoor het leren door de student te verbeteren (Verbiest, 2014). Innovatie-initiatieven aan de FPPW vertrekken altijd vanuit concrete vragen uit de onderwijspraktijk of de onderwijsadministratie. De vernieuwing kan zich richten op het verbeteren van bestaande praktijken zowel als op het ontwikkelen en uitproberen van nieuwe praktijken.

Het selecteren en uitwerken van onderwijsinnovatieprojecten gebeurt – via de commissie Kwaliteitszorg Onderwijs – in samenspraak met de onderwijsdirecteur, de voorzitters van de verschillende opleidingscommissies en de beleidsmedewerker kwaliteitszorg onderwijs. Realisaties en opgebouwde expertise worden beschikbaar gemaakt via de website van de Facultaire Dienst Onderwijsondersteuning. Daarnaast wordt steeds een vinger aan de pols gehouden van centrale ontwikkelingen en van innovatie aan andere faculteiten. Op die manier worden ideeën opgedaan en verspreid of wordt simpelweg vermeden dat men op verschillende plaatsen aan hetzelfde werkt. Eigen ontwikkelingen en resultaten worden waar relevant aan de (inter)nationale stand van zaken getoetst onder andere via studiedagen en conferenties. Onderwijsinnovatieprojecten groeien liefst bottom-up en hebben bij voorkeur een potentiële meerwaarde voor de hele faculteit. Innovatieprojecten hebben ook een (tijdelijk) versnellend karakter eerder dan een (continu) ondersteunend karakter. Ze kunnen gebruikt worden om op korte tijd iets te realiseren dat anders te lang zou aanslepen, of om ideeën en nieuwe technologie uit te proberen en op punt te stellen. De continuering van resultaten en expertise ligt in de integratie ervan in bestaande structuren. De Facultaire Dienst Onderwijsondersteuning vervult hierin een belangrijke rol.

Projectlijnen

Het strategisch plan van de Universiteit Gent (2010) beschrijft hoe de UGent wil excelleren in onderwijs. Ze wil dat doen door een universiteitsbreed kwaliteitsborgingssysteem op te zetten, performante didacti­sche methoden te ontwikkelen die ingebed zijn in een moderne leeromgeving en een beleid uit te werken dat excellentie incentiveert. De UGent wil ook haar instroom en doorstroom verbreden en kwalitatief ver­beteren. Daartoe zal ze studiekiezers beter informeren, talent in alle sociale lagen proberen mobiliseren, flexibele leertrajecten uitwerken en het opleidingsaanbod in het Engels uitbreiden. De universiteit wil ten­slotte haar aanbod voor levenslang leren uitbreiden. Daarvoor wordt een universitair nascholingscentrum uitgebouwd. Onderwijsinnovatie aan de FPPW spitst zich toe op vier projectlijnen die op het strategisch plan van de UGent geïnspireerd zijn. Elk van de projecten moet uiteindelijk bijdragen tot

  • competentiegebaseerde, geïntegreerde kwaliteitsborging;
  • een brede, kwalitatieve instroom;
  • het opvolgen en optimaliseren van studievoortgang;
  • of de ontwikkeling van een moderne, 'krachtige' leeromgeving.

Onderstaand schema geeft een overzicht, per projectlijn, van de (samenhang tussen de) innovatie-initiatieven aan de FPPW.

Projectlijnen onderwijsinnovatie in de FPPW.

Lopende innovatieprojecten

  • online evaluatie van masterproefbegeleiding
  • competentiegefundeerd feedback geven
  • een flipped classroom experiment vanuit het opleidingsonderdeel 'relatie- en gezinstherapie'
  • een digitaliseringsproject vanuit de vakdidactieken Nederlands en Engels

Contact

Facultaire Dienst Onderwijsondersteuning
Kris Erauw
onderwijsinnovatie.PP@UGent.be, tel. 09 264 6274