Opleidingsdidactisch concept van de educatieve masteropleidingen

Het opleidingsdidactisch concept waarop het programma van de educatieve masteropleiding steunt, vertrekt van de visie op onderwijs van de UGent gefundeerd in het principe van multiperspectivisme (Durf Denken) en combineert dit met het onderwijsconcept van de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Vanuit deze twee concepten worden de volgende vijf concrete opleidingsdidactische principes geformuleerd:

1. Competentiegericht onderwijs

Het competentiegericht onderwijs binnen de educatieve masteropleidingen integreert kennis, vaardigheden en attitudes van toekomstige leraren in de onderwijsleeromgeving en sluit hiermee aan bij de decretale krijtlijnen, cq. beroepsprofiel en basiscompetenties. Voor het verwerven van de opleidingscompetenties wordt bewust ingezet op geïntegreerd ontwikkelen, zodat studenten nieuwe uitdagingen en problemen adequaat kunnen aanpakken.

2. Actief en samenwerkend leren met het oog op het ontwikkelen van een onderzoekende houding

Binnen de onderwijsleeromgeving van de educatieve masteropleidingen wordt sterk ingezet op activerend leren. In alle programmalijnen komen activerende werkvormen aan bod (bv. simulaties, flipped classroom, practica, casusmateriaal, groepswerken, microteaching, etc.). Deze werkvormen zijn aangepast aan de specificiteit van de programmalijn (bv. flipped classroom bij algemene vakken en groepswerken binnen de vakdidactieken). Voor de vakken uit de theoretische programmalijn wordt bovendien ingezet op blended learning. Het inzetten op actief en samenwerkend leren is voor de educatieve masteropleidingen van belang in functie van het ontwikkelen van autonomie en collegialiteit bij toekomstige leraren en het stimuleren van een onderzoekende houding bij student-leraren.

3. Gecontextualiseerd leren

Leren binnen de educatieve masteropleidingen gebeurt altijd in context. Dit gecontextualiseerd leren impliceert dat het leren aansluit bij authentieke contexten, probleemsituaties uit concrete onderwijssettings en de interessewereld van de studenten zelf. De opleiding wil studenten uitdagen om concrete leerervaringen uit onderwijssettings te toetsen aan hun persoonlijke ervaringsbasis om op die manier de verankering van theoretische kennis te versterken. Dit gecontextualiseerd leren krijgt zeer nadrukkelijk een plaats in de stagecomponent, maar komt ook aan bod in de theoretische vakken en de vakdidactieken door het gebruik van bv. praktijkvoorbeelden.

4. Nadruk op reflectie

Toekomstige leraren worden opgeleid tot ‘reflective practitioners’. Dit betekent dat - doorheen de volledige onderwijsleeromgeving en in alle programmalijnen - praktijk- en onderzoekservaringen de basis vormen voor reflectieactiviteiten die de verwerking van de aangebrachte kennis enerzijds, en de ontwikkeling van praktijkkennis en een eigen professionele identiteit anderzijds stimuleren. In de onderwijsleeromgeving wordt met andere woorden via verschillende methodieken aansluiting gezocht bij het persoonlijk interpretatiekader en de praktijkervaringen van de student-leraar en wordt in gepaste begeleiding voorzien. 

5. Coaching en feedback

De educatieve masteropleidingen kiezen er bewust voor om studenten intensief te begeleiden gedurende alle programmalijnen uit de leeromgeving. Zo krijgen studenten systematisch feedback over taken en opdrachten en worden ze gestimuleerd om hun eigen resultaten in vraag te stellen en te anticiperen op nieuwe kennis. Het volledige (vak)didactische team staat hiervoor in.