Anke Lion deed onderzoek naar de sociaal-culturele rol van humor in Vlaanderen
(19-02-2026) Het doctoraatsonderzoek van Anke Lion onderzoekt hoe humor in Vlaanderen wordt gemaakt, gebruikt en betwist.
Door humorcontroverses centraal te stellen, laat Anke Lion in haar werk zien wat grappen en satire onthullen over de samenleving. Welke ideeën over identiteit, ongelijkheid en maatschappelijke verandering komen daarin naar boven, en wie krijgt daarin een stem?
Waarom gaat jouw doctoraat over dit onderwerp?
Humor wordt doorgaans voorgesteld als louter onschuldig of positief, maar recent zien we dat het steeds vaker de inzet wordt van verhitte publieke discussies. Niet alleen kan humor als bijzonder ‘kwetsend’ en discriminerend ervaren worden, maar kritiek op ‘kwetsende’ humor lokt ook geregeld emotionele en defensieve tegenreacties uit. Ik wilde begrijpen waarom juist humor zo’n geladen terrein is geworden, hoe sommige grappen tot grote controverse kunnen leiden, wie in zulke debatten een stem krijgt en wie niet, en hoe zulke discussies raken aan bredere spanningen rond (culturele) identiteit en maatschappelijke verandering.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit jouw onderzoek?
Mijn onderzoek toont aan dat humor controverses diepe ongelijkheden blootleggen in de zogenaamde ‘politics of offence’: niet iedereen krijgt evenveel ruimte om ‘aanstoot’ te nemen aan stereotiepe humor, zowel in privé- als in publieke en gemediatiseerde contexten. In publieke humor controverses worden de emoties en gevoeligheden van meerderheidsgroepen vaak gecentreerd, terwijl die van minderheidsgroepen sneller worden geminimaliseerd of geproblematiseerd. Specifiek blijven de stemmen van personen van kleur of religieuze minderheden, in het bijzonder Vlaamse moslims, geregeld onzichtbaar of wordt hun kritiek weggezet als ‘humorloos’, ‘‘hypergevoelig’ of zelfs ‘cultureel incompatibel’. Op die manier bevestigen debatten rond humor vaak bestaande hiërarchieën en breuklijnen in de Vlaamse samenleving, waarbij een dominant liberaal-seculier humor regime de ‘gekwetste’ gevoelens van (religieuze) minderheidsgroepen voorstelt als een inbreuk op de vrijheid en het plezier van de witte, atheïstische meerderheid. Tegelijkertijd laat het doctoraat zien dat humor niet enkel een bron van conflict is, maar ook een creatief en kritisch middel kan zijn. In het publieksonderzoek met jonge Vlaamse moslims blijkt hoe humor wordt ingezet voor identiteitsvorming, solidariteit en verzet tegen stereotypering.
Hoe heb je dit onderzocht?
Ik combineerde een longitudinale kwantitatieve en kwalitatieve analyse van nieuwsartikels rond controversiële humor in de Vlaamse pers (1998–2022) met publieksonderzoek bij jonge Vlaamse moslims, voornamelijk met Marokkaanse en Turkse diasporische achtergronden. Daarnaast werkte ik met creatieve methoden om humor niet alleen te analyseren, maar ook te gebruiken als onderzoeksinstrument, alsook om mijn eigen rol binnen het onderzoeksproces mee in beschouwing te nemen.
Hoe kijk je terug op je doctoraatstraject?
Het was een intensief maar zeer verrijkend traject, zowel intellectueel als persoonlijk. Het onderzoek heeft me geconfronteerd met vragen over positie, betrokkenheid en verantwoordelijkheid en ik beschouw dit doctoraat dan ook in de eerste plaats als een voortdurend en nog steeds voltrekkend leerproces. Daarnaast ben ik vooral dankbaar voor de tijd en ruimte die ik heb gekregen om creatief en reflexief te werken rond een maatschappelijk betrokken onderwerp en voor alle inspirerende en hechte vriendschappen die het traject me de afgelopen jaren bezorgd heeft.
Wat zijn je plannen na het doctoraat?
Naast mijn huidige job binnen castingbureau Le Quartier, blijf ik sterk gemotiveerd om mijn werk te delen met een breder publiek en bij te dragen aan zowel het academische als het publieke debat over humor en representatie. In het kader daarvan zal ik in maart een panel co-organiseren voor het jaarlijkse cartoonfestival in Knokke-Heist, waarvoor ik dit jaar als jurylid zetel.
