Nieuw Apestaartjaren-onderzoek toont hoe Vlaamse jongeren digitale media gebruiken

(28-05-2020) Hoe gaan Vlaamse jongeren om met digitale media? Dat is al sinds 2006 de vraag die Apestaartjaren bezig houdt.

Het Apestaartjaren-onderzoek is een tweejaarlijkse bevraging door Mediaraven, Mediawijs en onze onderzoeksgroep imec-mict. Het onderzoek brengt niet alleen de digitale leefwereld van kinderen en jongeren in kaart, maar toont ook hoe ze daar invulling aan geven en welke uitdagingen dat met zich meebrengt. 

Het onderzoek bestaat uit twee bevragingen: een uitgebreide survey bij kinderen van 6 tot 12 jaar in de lagere school en bij jongeren van 12 tot 18 jaar in de middelbare school. 

KINDEREN, tussen 6 en 12 jaar

Jonger een smartphone

De tablet blijft het populairste toestel bij kinderen, al krijgen ze steeds jonger een smartphone in hun bezit. In 2018 was de 12 jarige leeftijd en de stap naar het middelbaar het schakelpunt, in 2020 krijgen ze die al aan hun 9 jaar. 

Kinderen gebruiken digitale toestellen nog steeds vooral om video’s te kijken en spelletjes te spelen, al luisteren ze nu ook meer naar muziek via zo’n toestel.

YouTube op de tablet, TikTok op de smartphone

Filmpjes kijken, muziek luisteren en spelletjes spelen zijn de favoriete activiteiten van kinderen. YouTube, Spotify en Netflix zijn hun favoriete platformen. Van zodra ze een smartphone krijgen, komen TikTok, Snapchat en Whatsapp in beeld. 

Kinderen kiezen voor elk communicatiedoel een ander kanaal. Praten met vrienden gebeurt via Whatsapp, ouders krijgen nog een telefoontje.

Liegen over leeftijd

Op veel sociale media geldt eigenlijk een leeftijdsgrens van 13 jaar. Toch gebruiken gebruikt 44% TikTok, 27% Snapchat en 22% Instagram. Ouders hebben daar weinig problemen mee, maar houden wel graag een oogje in het zeil.

Praten over cyberpesten

13% van de kinderen had ooit last van cyberpesten. 28% praat daar met niemand over en als ze het wel doen dan is dat voor 39% van de kinderen met de ouders en voor 33% met klasgenoten.

Opvoeden in tijden van digitalisering

Bij 82% van de kinderen zijn er thuis regels over het mediagebruik. Bij 58% zijn er afspraken over schermtijd, bij 45% over wanneer ze media mogen gebruiken. Naarmate kinderen ouder worden, krijgen ze minder regels opgelegd.

Volwassenen die een oogje in het zeil houden zonder daar afspraken over te maken, breken het vertrouwen met hun kind. Een eigen plekje, zowel online als offline, is belangrijk. 

JONGEREN, tussen 12 en 18 jaar

Jonger een smartphone

De smartphone blijft alomtegenwoordig: 94% van de jongeren heeft er een. Ze krijgen bovendien alsmaar jonger hun eerste eigen smartphone. In 2018 was dat aan 12 jaar en de stap naar het middelbaar het schakelpunt, in 2020 krijgen ze die al aan hun 9 jaar. 

Die smartphone geven ze op jongere leeftijd ook een sociaal nut. Jongeren zijn nu voor hun twaalfde al vertrouwd met Whatsapp, Instagram en Snapchat.

YouTube en Instagram meest gebruikt

89% van de jongeren gebruikt YouTube minstens wekelijks, bij Instagram is dat 86%. Daarmee zijn dat populairste platformen. TikTok is voor de meesten geen wekelijkse kost: 28% van de jongeren gebruikt het wekelijks.

Facebook zinkt dieper de vergeetput in. Slechts 39% van de jongeren gebruikt Facebook nog wekelijks. 

Versnipperde communicatie

Hoewel de populairste sociale media ideaal zijn om met elkaar te communiceren, vertellen jongeren niet alles via gelijk welke app. De meeste jongeren sms’en met hun ouders, spreken via Snapchat of Instagram met vrienden af en gebruiken Whatsapp om over schooltaken te overleggen.

Sociale media als nieuwsbron

Sociale media zijn de voornaamste nieuwsbron. 54% van de jongeren lezen dagelijks nieuws via sociale media. De interesse komt bovendien met de jaren: bij jongeren uit de derde graad is de nieuwsconsumptie het grootst. 

Vooral Facebook blijkt in deze context relevant. Pagina’s en groepen zijn ideaal om te weten wat er in de wereld gebeurt en om zelf een statement te maken.

Cyberpesten minder zichtbaar

17% van de jongeren is het afgelopen jaar online lastig gevallen, slecht behandeld of kwam in aanraking met een schokkende gebeurtenis. 21% van de meisjes was ooit slachtoffer, tegenover 13% bij de jongens. 

Omstaanders spelen een grote rol bij cyberpesten. Anno 2020 was 25% van de jongeren getuige, tegenover 54% in 2018. Cyberpesten blijkt zich nu vooral in privégesprekken plaats te vinden.

Privacyvaardig, thuis en op school

61% van de Vlaamse jongeren zegt zelden les te krijgen over online privacy. Daarbovenop ergeren ze zich aan de veronderstelling dat ze onverstandig zouden omspringen met hun privacy. Ook schatten jongeren waar thuis afspraken over mediagebruik gemaakt worden, hun privacyvaardigheden hoger in. 

Download het volledige onderzoeksrapport op www.apestaartjaren.be

 

Gerelateerde inhoud