Bas Baccarne over zijn doctoraat over collaborative en participatory challenges in stedelijke media-innovatie

(16-10-2019) Op woensdag 25 september 2019 verdedigde Bas Baccarne, onderzoeker bij imec-mict-UGent, succesvol zijn doctoraat. Wij stelden hem achteraf een aantal vragen.

Waarover gaat jouw doctoraat?

 

Mijn doctoraat start vanuit drie belangrijke verschuivingen: (1) het toenemend belang van steden als centra of 'hubs' voor innovatie, (2) de snelle technologische vooruitgang en de toenemende verwevenheid met de stedelijke ruimte en (3) nieuwe manieren waarop een stedelijke overheid zich organiseert. Op het kruispunt van deze drie verschuivingen zien we uitdagen die te maken hebben met nieuwe samenwerkingsmodellen (collaborative challenges) en uitdagingen die te maken hebben met nieuwe participatiemodellen (participatory challenges).

Die laatste twee zijn de twee grote luiken waarop m'n doctoraatsonderzoek zich richt. Het eerste behandelt de manier waarop overheden op zoek gaan naar nieuwe rollen waarmee innovatie kan worden aangewakkerd in innovatie-ecosystemen. Het tweede behandelt de aard van digitale participatiemodellen, met name 'civic crowdsourcing' platformen waarop burgers digitaal hun mening kunnen geven of ideeën kunnen delen. In de slipstream daarvan bespreek ik de opkomst van data-driven participatiemodellen die toelaten om stedelijk beleid te sturen aan de hand van onder meer 'participatory sensing'.

 

Wat zijn de 3 belangrijkste conclusies van jouw doctoraat?

In de zoektocht naar nieuwe samenwerkingsmodellen mag een overheid niet te ver gaan in het 'uitbesteden' van innovatie-ontwikkelingstrajecten en moet een gezonde balans worden gezocht tussen 'civic entrepreneurship' en een overheid die eigenaarschap op zich neemt. Op dit moment zijn er te veel (vaak Europees gesubsidieerde) projecten die nooit verder geraken dan een leuke demo.

Anderzijds voeden dergelijke experimenten wel een collectieve manier om kennis op te bouwen en een sterke innovatieve regio vorm te geven (onder meer door diverse stedelijke actoren dichter bij elkaar te brengen). Met betrekking tot digitale vormen van participatie moet worden geconcludeerd dat deze instrumenten voornamelijk een reeds bestaande participatie-elite dienen.

Daardoor ontstaat een soort Matheus-effect, waarbij wie al veel participeert nog meer wordt gehoord. Aan de andere kant laten deze online platformen wel nieuwe participatierollen toe die niet bestaan bij offline inspraakmodellen (vb. een wijkoverleg) en daardoor een waardevolle democratische rol kunnen spelen.

 

Hoe kijk je terug op jouw periode als doctoraatsstudent?

 

Mijn doctoraat is steeds gedreven door nauwe samenwerkingsverbanden met diverse stedelijke actoren: overheden, start-ups, burgers, etc. Daarbij stond 'iets zinvols doen' altijd centraal voor mij. Het onderzoek dat ik voerde gaat expliciet op zoek naar antwoorden op die vragen waar deze actoren van wakker liggen.

Daarbij is de academische insteek altijd een ondersteunend element geweest, nooit een doel op zich. Dat gaf me veel energie en ik merkte dat dit ook bij de diverse partners waarmee ik samenwerkte erg werd gewaardeerd.

Verder was mijn doctoraatstraject, als assistent aan onze vakgroep, ook sterk gekenmerkt door intense en diverse onderwijsactiviteiten. De verstrengeling van mijn onderzoeksagenda en de uiteenlopende workshops met studenten waren voor mij dan ook erg waardevol.

 

Gefeliciteerd, dr. Baccarne!