Jonas De Meulenaere verdedigde zijn doctoraat over online buurtnetwerken

(17-03-2020) Op maandag 2 maart 2020 verdedigde Jonas De Meulenaere succesvol zijn doctoraat. Wij stelden hem een aantal vragen.

Waarover gaat jouw doctoraat?

 

In mijn doctoraat heb ik online buurtnetwerken, zoals “ge zijt van … als ge…”, bestudeerd. Deze groepen kaderen binnen een bredere internationale trend waarbij buurtbewoners op een opportunistische manier sociale media platformen zoals Facebook gebruiken om lokale groepen te creëren.

 

Onderzoek naar eerdere manifestaties van gelijkaardige lokale online platformen toonde aan dat het gebruik ervan positieve gevolgen kunnen hebben op vlak van lokale sociale relaties en het vertonen van nabuurschap. We zien echter dat in de publieke opinie en in de populaire media deze groepen soms denigrerend worden weggezet als een verzameling van verloren gelopen katten, klagende mensen en burenruzies.

 

Binnen dit doctoraal onderzoek ging ik aan de slag met deze schijnbare tegenstelling en stelde ik me de vraag of en op welke manier de huidige online buurtnetwerken zoals ze ontstaan op Facebook en (in mindere mate) Hoplr eveneens positieve lokale consequenties kunnen hebben.

 

Concreet heb ik onderzocht

  • hoe we deze online buurtnetwerken kunnen begrijpen
  • hoe we het gebruik ervan kunnen meten,
  • wie er gebruik van maakt
  • en hoe het gebruik ervan zich verhoudt tot het ontwikkelen van een lokaal gemeenschapsgevoel en het uitwisselen van sociale steun onder buurtbewoners.

 

Wat zijn de 3 belangrijkste conclusies van jouw doctoraat?

In de zoektocht naar nieuwe samenwerkingsmodellen mag een overheid niet te ver gaan in het 'uitbesteden' van innovatie-ontwikkelingstrajecten en moet een gezonde balans worden gezocht tussen 'civic entrepreneurship' en een overheid die eigenaarschap op zich neemt. Op dit moment zijn er te veel (vaak Europees gesubsidieerde) projecten die nooit verder geraken dan een leuke demo.

 

Anderzijds voeden dergelijke experimenten wel een collectieve manier om kennis op te bouwen en een sterke innovatieve regio vorm te geven (onder meer door diverse stedelijke actoren dichter bij elkaar te brengen). Met betrekking tot digitale vormen van participatie moet worden geconcludeerd dat deze instrumenten voornamelijk een reeds bestaande participatie-elite dienen.

 

Daardoor ontstaat een soort Matheus-effect, waarbij wie al veel participeert nog meer wordt gehoord. Aan de andere kant laten deze online platformen wel nieuwe participatierollen toe die niet bestaan bij offline inspraakmodellen (vb. een wijkoverleg) en daardoor een waardevolle democratische rol kunnen spelen.

 

Hoe kijk je terug op jouw periode als doctoraatsstudent?

 

Mijn doctoraat is steeds gedreven door nauwe samenwerkingsverbanden met diverse stedelijke actoren: overheden, start-ups, burgers, etc. Daarbij stond 'iets zinvols doen' altijd centraal voor mij. Het onderzoek dat ik voerde gaat expliciet op zoek naar antwoorden op die vragen waar deze actoren van wakker liggen.

 

Daarbij is de academische insteek altijd een ondersteunend element geweest, nooit een doel op zich. Dat gaf me veel energie en ik merkte dat dit ook bij de diverse partners waarmee ik samenwerkte erg werd gewaardeerd.

 

Verder was mijn doctoraatstraject, als assistent aan onze vakgroep, ook sterk gekenmerkt door intense en diverse onderwijsactiviteiten. De verstrengeling van mijn onderzoeksagenda en de uiteenlopende workshops met studenten waren voor mij dan ook erg waardevol.

 

Proficiat, dr. De Meulenaere!