Martijn Huisman over zijn doctoraat: “In sickness and in health: Health information behaviour and use among Flemish middle-aged and older adults”

(09-02-2021) Op 11 januari 2021 verdedigde onderzoeker Martijn Huisman digitaal succesvol zijn doctoraatsthesis.

Gezondheidsinformatie is heden ten dage online en offline alomtegenwoordig en steeds belangrijker voor mensen om een gezond leven te (kunnen) leiden en tot beslissingen te komen over hun gezondheid. Hoe ouder we worden, hoe meer we over het algemeen last krijgen van gezondheidsproblemen en dus behoefte hebben aan zorg en informatie.

Martijn’s doctoraatsproefschrift bestudeert daarom gezondheidsinformatiegedrag- en gebruik onder volwassenen van middelbare leeftijd (50-64 jaar) en ouderen (65-80 jaar). Door middel van kwalitatieve analyses van 40 semigestructureerde interviews onderzoekt het proefschrift waarom (niet), hoe, waar, en wanneer deze twee groepen gezondheidsinformatie verkrijgen, verspreiden, en gebruiken, en met welke resultaten en effecten.

 

Gezondheidsinformatie belangrijk in de hedendaagse maatschappij

Martijn concludeert in zijn proefschrift dat gezondheidsinformatie een belangrijk aspect is van het hedendaagse leven alsmede het medialandschap. In een snel vergrijzende maatschappij waarin gezondheid in de breedste zin van het woord hoog in het vaandel en het publieke en individuele bewustzijn staat, en waarin gezondheid en media nauw met elkaar verbonden zijn, speelt gezondheidsinformatie een belangrijke rol bij het informeren en het stimuleren van ‘empowerment’ van burgers op het gebied van gezondheid. Met name online gezondheidsinformatie (‘Dokter Google’) wordt veel geraadpleegd, hoewel traditionele media (televisie, kranten, tijdschriften) en de uitwisseling van gezondheidsinformatie- en ervaringen in het alledaagse leven ook bijdragen tot de circulatie van gezondheidsinformatie.

 

De dokter blijft nummer 1

Hoewel deelnemers gezondheidsinformatie opzoeken en gebruiken, zowel in goede gezondheid als wanneer ze klachten hebben en ziek zijn, lijkt de rol van deze informatie beperkt. Respondenten hebben hun dokter hoog in het vaandel staan en omschrijven deze als de voornaamste medische autoriteit en de meest betrouwbare bron van gezondheidsinformatie.

Als kanttekening moet daarbij worden opgemerkt dat zulke uitspraken tot op bepaalde hoogte onderdeel zijn van de zelfpresentatie-inspanningen van respondenten om zichzelf te beschrijven als verantwoordelijke gebruikers van gezondheidsinformatie. Dat wil zeggen, respondenten presenteren zich over het algemeen als rationele en verstandige personen die (online) gezondheidsinformatie niet te serieus nemen en zichzelf niet diagnosticeren of behandelen.

 

Gezondheidsinformatie en COVID-19

Volgens Martijn zijn de bevindingen van zijn werk van belang en nuttig voor media- en communicatiewetenschappers – in het bijzonder onderzoekers en praktijkmensen op het gebied van gezondheidscommunicatie – evenals informatieprofessionals, zorgverleners, en beleidmakers.

De bevindingen zijn ook relevant in het kader van de COVID-19 pandemie. De COVID-19 crisis heeft niet alleen ruimschoots het belang aangetoond van duidelijke communicatie tussen regeringen, wetenschappers, gezondheidswerkers, de media en het publiek om effectief te reageren op een pandemie, maar ook de noodzaak om op tijd geloofwaardige en nauwkeurige gezondheidsinformatie en advies te bieden aan het publiek. De bevindingen van Martijn’s proefschrift kunnen bijdragen aan inspanningen om het publiek van middelbare en oudere leeftijd te informeren over gezondheid en ziekte, zowel in tijden van crisis als anderszins.

PhD Martijn foto