Deel 11: Facultair doctoraatsreglement

Algemeen

De volgende doctoraatstitels kunnen worden behaald aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen (FPSW):

  • Doctor in de Communicatiewetenschappen
  • Doctor in de EU-studies
  • Doctor in de Politieke Wetenschappen
  • Doctor in de Sociologie

Dit facultaire reglement doet geen afbreuk aan de geldende procedures en regels over doctoreren aan de UGent en moet worden beschouwd als een facultaire aanvulling op deze regelgeving. De Faculteitsraad kan dit reglement herzien. De laatste versie is beschikbaar op de facultaire website.

Betwisting als gevolg van de overgang van het oude naar het nieuwe reglement wordt beslist in het voordeel van de doctorandus/a.

De toelatingsvoorwaarden

Artikel 1

De Faculteitsraad (FR) beslist over de toelating om te doctoreren aan de FPSW. De toelating van de Faculteitsraad moet schriftelijk worden aangevraagd op de facultaire studentenadministratie (FSA, Universiteitstraat 8, gelijkvloers), ten laatste 5 werkdagen vóór de faculteitsraad waarop de aanvraag wordt behandeld. Daarbij moeten volgende documenten worden ingediend:

  • een brief/mail gericht aan de FSA met de vraag om op de FR het doctoraatsonderwerp te laten goedkeuren,
  • het inschrijvingsformulier voor het doctoraat en de doctoraatsopleidingen ondertekend door de kandidaat doctorandus/a en de promotor en eventueel vermelding van de namen van de leden van de doctoraatsbegeleidingscommissie (met dit formulier wordt eveneens de keuze van de doctoral school vastgelegd; www.ugent.be/nl/onderzoek/doctoreren/administratie/inschrijvendoctoraat.htm,
  • indien niet afgestudeerd aan de Universiteit Gent: een kopie van het behaalde licentie/masterdiploma (zie ook artikel 2).

De beslissing van de faculteitsraad wordt schriftelijk aan de kandidaat meegedeeld. Na de goedkeuring van de faculteit ondertekent de decaan het inschrijvingsformulier voor het doctoraat en de doctoraatsopleiding en bezorgt de FSA het formulier terug aan de kandidaat doctorandus/a. De kandidaat doctorandus/a kan zich hiermee formeel inschrijven in de Afdeling Studentenadministratie in het Rectoraat, Sint-Pietersnieuwstraat 33 volgens de geldende (her-) inschrijvingsrichtlijnen. De kandidaat doctorandus/a wordt dan automatisch ingeschreven in één van de Doctoral Schools.

Artikel 2

Houders van een buitenlands diploma van hoger onderwijs moeten voldoen aan de toelatingsvoorwaarden van de UGent. http://www.ugent.be/en/research/doctoralresearch De promotor dient een aanvraag in via PhD wizard. Na de goedkeuring wordt het dossier ingediend bij de FSA van de faculteit en wordt de aanvraag op de eerstvolgende faculteitsraad voorgelegd.

Artikel 3

De doctorandus/a kan bij de FR schriftelijk een gemotiveerde vraag indienen tot wijziging van de eerder goedgekeurde aanvraag voor de beoogde doctoraatstitel, het doctoraatsonderwerp, de naam van de promotor(-en) en eventuele copromotor(-en), de taal van het proefschrift, de taal van de openbare verdediging, de keuze van de doctoral school en/of een verandering in de samenstelling van het begeleidingscomité. De documenten kan men vinden op: /www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/doctoreren-administratie. De FR beslist om de wijziging(-en) al dan niet toe te staan.

De promotor, de doctoraatsbegeleidingscommissie en de doctoraatsopleiding

Artikel 4

De promotor vervult een centrale rol bij de begeleiding van de doctorandus/a en heeft een stimulerende, coördinerende en evaluerende rol voor de hele duur van het doctoraatsproces. De promotor is bij voorkeur een ZAP-lid verbonden aan de FPSW. Daarnaast kunnen één of meerdere bijkomende (co-)promotoren meewerken van binnen of buiten de UGent. Als de promotor geen ZAP-lid is dat verbonden is aan de FPSW, moet in elk geval een mede-promotor of copromotor verbonden zijn aan de FPSW.

Artikel 5

Bij elk doctoraat in de FPSW stelt de FR een doctoraatsbegeleidingscommissie (DBC) aan op voorstel van de promotor. Dit gebeurt bij voorkeur al bij de eerste aanvraag tot goedkeuring van het doctoraatsonderwerp.

De DBC bestaat uit ten minste drie leden, onder wie de promotor. Ten minste één lid moet een expert zijn van buiten de vakgroep van de promotor, en bij voorkeur van buiten de UGent. De DBC is verantwoordelijk voor de ondersteuning en de beoordeling van de doctorandus/a doorheen de gehele studie- en onderzoeksperiode. De doctorandus/a rapporteert eenmaal per jaar, via de Doctoral Schools opleiding, over de voortgang van het onderzoek aan de DBC.

Artikel 6

De doctorandus/a heeft het recht om een doctoraatsopleiding te volgen. De organisatie van deze opleiding wordt gedragen door de Doctoral School waarin de doctorandus/a is ingeschreven. De DBC kan, in onderling overleg, de doctorandus/a verplichten om de doctoraatsopleiding of een deel daarvan te volgen, aangepast aan de individuele noden van de doctorandus/a. De concrete invulling van het programma wordt bepaald door de doctoraatsbegeleidingscommissie, zonder daarbij afbreuk te doen aan het algemene Doctoral Schools reglement en het reglement van de Doctoral School waartoe de doctorandus/a behoort (o.m. wat betreft het aantal studiepunten dat gekoppeld is aan de verschillende componenten van de opleiding). De DBC kan beslissen om de daadwerkelijk te behalen credits te verminderen op grond van ‘Eerder Verworven Competenties' (EVC) of 'Eerder Verworven Kwalificaties' (EVK). Indien de DBC beslist om een (deel van de) doctoraatsopleiding te verplichten, wordt dit gemeld aan de FR.

Het proefschrift

Artikel 7

De DBC beslist over het formaat van het in te dienen doctoraat, bij voorkeur bij het begin van het doctoraatsonderzoek.

Een proefschrift kan de vorm aannemen van een klassiek doctoraat in boekvorm, maar kan ook bestaan uit een bundeling van min. 3 en max. 7 wetenschappelijke papers. Een afwijking van het aantal papers kan mits motivering worden aangevraagd aan de FR. De doctorandus/a hoeft niet noodzakelijk de enige of eerste auteur te zijn, maar de artikels moeten het resultaat zijn van het persoonlijke onderzoekswerk van de doctorandus/a. Van artikels waarvan de doctorandus/a niet de eerste auteur is, moet de eigenlijke eerste auteur vooraf schriftelijk bevestigen dat hij akkoord gaat met de opname van het artikel in het proefschrift. Als de doctorandus/a co-auteur is van één of meerdere papers in het doctoraat dan voorziet hij/zij een korte toelichting over zijn/haar precieze bijdrage aan het (de) betreffende artikel(s) (zie art. 8).

Publicaties die meer dan één jaar voor de inschrijving tot het doctoraat werden gepubliceerd komen niet in aanmerking. Er wordt verder geen publicatievereiste noch aanvaarding voor publicatie aan de gebundelde papers opgelegd, maar iedere paper moet wel publiceerbaar zijn in een tijdschrift met leescomité. Het is de bevoegdheid van de examencommissie om de geschiktheid en de kwaliteit van het werk te beoordelen (en te aanvaarden of te weigeren). De bundeling van artikels moet een inhoudelijk samenhangend geheel vormen. De bijdragen moeten worden voorafgegaan door een inleidend hoofdstuk met een situering van het bestaande werk in het relevante onderzoeksdomein. De bijdragen moeten worden gevolgd door een concluderend hoofdstuk.

Artikel 8

Eén exemplaar van het proefschrift wordt ingediend bij de FSA voor de aanvang van de FR. Indien het doctoraat bestaat uit een bundeling van wetenschappelijke artikels geschreven door meerdere auteurs dan moet bij het indienen van het werk een document worden toegevoegd waarin een overzicht wordt gegeven van alle bijdragen met vermelding van auteurs en co-auteurs en waarin de doctorandus/a aangeeft wat precies zijn/haar aandeel is in elk artikel met meerdere auteurs (zie art. 11).

De Vakgroep verwacht de andere exemplaren van het proefschrift voor alle leden van de examencommissie ten laatste een week na FR. Voor de aanvang van de FR doet de promotor, in overleg met de doctorandus/a, een voorstel van mogelijke data waarop de vergaderingen van de examencommissie en de verdediging kunnen plaatsvinden, rekening houdend met de termijnen die zijn bepaald in het onderwijs- en examenreglement en het facultair doctoraatsreglement (zie art. 9).

Het doctoraatsexamen

Artikel 9

§1. Het doctoraatsexamen bestaat uit:

  • het indienen en beoordelen van een proefschrift,
  • het in het openbaar verdedigen van dit proefschrift.

§2. In het eerste gedeelte van het examen beoordeelt de examencommissie, ten minste 30 kalenderdagen en ten hoogste 90 kalenderdagen na haar aanstelling, het proefschift van de betrokken kandidaat en de waarde van het onderzoek.

§3. De voorzitter van de examencommissie opent het eerste gedeelte van het examen door aan de leden een eerste beoordeling te vragen. Daarna vervoegt de kandidaat de vergadering. De leden van de examencommissie geven feedback aan de doctorandus/a. De kandidaat geeft toelichting bij de vragen en opmerkingen die de leden van de examencommissie formuleren. Nadat de kandidaat is gehoord, delibereert de commissie en deelt het resultaat mee.

§4. De deliberatie levert één van de volgende uitspraken op:

  • toelating tot het tweede gedeelte van het examen (openbare verdediging).
  • toelating tot het tweede gedeelte, na het aanbrengen van correcties in het proefschrift die binnen de door de examencommissie opgelegde termijn door de doctorandus uitgevoerd kunnen worden. De voorzitter en de promotor(en) zien er in samenspraak op toe dat dat aan de gevraagde correcties gevolg wordt gegeven. De examencommissie deelt heel duidelijk mee welke correcties en aanpassingen nodig zijn.
  • geen toelating tot het tweede gedeelte. In dit geval wordt het proefschrift op een later tijdstip opnieuw ingediend bij de examencommissie.

§5. In het tweede examengedeelte verdedigt de doctorandus mondeling en in het openbaar het proefschrift.

§6. Het tweede gedeelte van het examen (de publieke verdediging) begint met een presentatie van de kandidaat van maximum 30 minuten, gevolgd door een vragenronde van de leden van de examencommissie.

Artikel 10

Overgangsmaatregel: Doctorandi die hun doctoraat indienen in het academiejaar 2014-2015 hebben de keuze om volgens de bepalingen van het vorige doctoraatsreglement beoordeeld te worden.

De examencommissie

Artikel 11

Om de onafhankelijkheid van de examencommissie te waarborgen mag de meerderheid van de leden in de examencommissie geen co-auteur zijn van een artikel in het te beoordelen doctoraat.

Ombudspersoon

Artikel 12

De facultaire ombudspersoon fungeert als ombudspersoon voor de doctorandi/ae van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen. Bij afwezigheid van de ombudspersoon treedt de voorzitter van de facultaire commissie onderzoek op als vervanger.

Veelgebruikte afkortingen:

DBC
Doctoraatsbegeleidingscommissie
FPSW
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen
FR
Faculteitsraad
FSA
Facultaire Studentenadministratie http://www.ugent.be/ps/nl/onderwijs/administratie
ZAP
Zelfstandig academisch personeel