Deel 12: Stagereglement Politieke Wetenschappen – Belgische Politiek (inclusief onderzoekspaper)

1. Algemene inleiding

De stage in de 3de bachelor Politieke Wetenschappen major Nationale Politiek wil de studenten al tijdens hun studies kennis laten maken met het latere werkveld en hen ook de mogelijkheid bieden om de inzichten van het academisch onderwijs en onderzoek te confronteren met de werkelijkheid. Zodoende ontwikkelen studenten ook handige vaardigheden – zoals werken in teamverband, communiceren, probleemoplossend denken, een planning opstellen, onderhandelen, enz. – die later op de arbeidsmarkt een zeer dienstige ervaring zullen vormen. Anderzijds versterken studenten via deze stage ook hun academische inzichten, en doen ze concrete kennis op, over hoe beleid en politiek in het echt werken.

Mogelijke stageplaatsen zijn kabinetten, overheidsadministraties, studiediensten van sociaal-economische organisaties, politieke partijen, redacties, lokale of provinciale overheden of middenveldorganisaties, ontwikkelingsorganisaties, parlementaire fractiesecretariaten, armoede- of milieuorganisaties, FOD Buitenlandse Zaken, enz. De studenten kunnen zich door deze stage een realistisch beeld vormen van wat er zich in deze instellingen afspeelt en wat er van hen wordt verwacht, eenmaal ze de Universiteit Gent hebben verlaten.

Naast deze algemene doelstellingen staat de stage ook in dienst van je verdere onderzoekscarrière aan de UGent. De stage moet je immers ook helpen bij het bedenken van een maatschappelijk relevante onderzoeksvraag voor je onderzoekspaper (bachelorproef) en eventueel de daaruit voortvloeiende masterproef. Aan de stage wordt dus ook een onderzoekspaper gekoppeld. Daarin moet de student die onderzoeksvragen bedenken en ontwikkelen en een onderzoeksplan en –strategie uitwerken om ze te beantwoorden. Dat vereist uiteraard ook een literatuurstudie. De stage draagt bij tot het uitdenken van dit onderzoek en moet dit onderzoek versterken, bv. omdat de aldaar opgedane ervaring en kennis ingezet kan worden om in de masterproef de onderzoeksvragen te beantwoorden. Misschien leverde de stage een interessante politiek-wetenschappelijke vraag op of kwam je via de stage in contact met mensen die je eventueel zou kunnen interviewen i.f.v. je masterproef. Het kan zijn dat je stage liep bij een parlementslid van Open VLD en dat dit je aangezet heeft om een onderzoek te doen naar partijen. Een stage bij de lokale administratie van de stad Oostende kan dan weer een opstapje zijn naar een onderzoek over lokale politiek.

De stage vormt een belangrijk onderdeel van de 3de bachelor: ze staat voor 15 studiepunten. Voor de begeleiding van de stage zal er aan elke student binnen de Vakgroep Politieke Wetenschappen in de vakgebieden Belgische (onderzoeksgroep GASPAR) of lokale (onderzoeksgroep CLP) politiek een stageverantwoordelijke worden toegewezen. Deze medewerkers begeleiden de studenten en zullen ook geregeld contact onderhouden met de stageplaats. De student krijgt ook op de stageplaats zelf een stagebegeleider toegewezen. De eindverantwoordelijkheid van de stage ligt bij de titularissen: Koenraad De Ceuninck en Nicolas Bouteca.

Naast deze twee titularissen kunnen ook andere professoren/doctoren van GASPAR (Devos, Wauters) of het CLP (Reynaert, Steyvers, Verhelst) promotor zijn van de onderzoekspaper.

De uiteindelijke beoordeling voor dit opleidingsonderdeel gebeurt op basis van alle elementen die met de stage zijn verbonden: de stage, de onderzoekspaper en de mondelinge verdediging van de onderzoekspaper. Die moet mondeling verdedigd worden voor de stagecommissie.

Die stagecommissie bestaat uit de titularissen van het opleidingsonderdeel ‘Stage’, Nicolas Bouteca en Koenraad De Ceuninck. Indien een andere promotor dan een van beide wordt gekozen, zal ook deze promotor lid zijn van de stagecommissie. De commissaris van de onderzoekspaper moet altijd één van beide titularissen zijn. Ook de stageverantwoordelijke maakt deel uit van de stagecommissie. De stagebegeleider kan daar eventueel bij aanwezig zijn.

Bij het zoeken naar een stageplaats kunnen de studenten gebruik maken van een lijst die door de Vakgroep Politieke Wetenschappen wordt opgesteld. Studenten kunnen zelf ook steeds een voorstel doen voor een mogelijke stageplaats.

2. Stagereglement

Duur

1.De stageduur bedraagt in totaal 320 uur. In regel wordt dit totaal bereikt door vier werkdagen, van maandag tot en met donderdag, acht uren per dag, gedurende 10 weken op de stageplaats de afgesproken opdracht(en) uit te voeren.

De stage start in regel ten laatste op maandag 9 oktober 2017 en loopt 10 weken, dus in regel ten laatste tot donderdag 14 december 2016. Studenten kunnen in overleg met hun stagebegeleider en stageverantwoordelijke ook vroeger starten. Dat wordt ook aanbevolen. Bij uitzondering kan ook de kerstvakantie voor de afwerking van de stage gebruikt worden. De vrijdag wordt voorbehouden voor lesactiviteiten. De opleidingsonderdelen van het eerste semester zullen op vrijdag gedoceerd worden.

Voor studenten in het regime ‘deeltijds studeren’ dient via de stageverantwoordelijke een uitzondering te worden aangevraagd. In overleg tussen de student, stageverantwoordelijke en stagebegeleider kan een uitzondering georganiseerd worden i.v.m. de spreiding van de uren van de stage.

Studenten kunnen ook vrijwillig langer stage doen, mits instemming van de stageplaats, en op voorwaarde dat andere opleidingsonderdelen van hun curriculum van deze verlenging geen hinder ondervinden.

2. De stage kan voor hoogstens een halve dag onderbroken worden voor het volgen van een module van het vak ‘Politiek-Wetenschappelijke Methoden’ (PWM) tijdens het eerste semester van het academiejaar, en enkel op die dagen waarop er ook effectief les is voor die specifieke module. Dat moet vooraf aan de stageplaats duidelijk gemaakt worden.

Cumulatieve toelatingsvoorwaarden

3. Vooraleer tot de stage toegelaten te worden moeten de kandidaat-stagiair

  • Ofwel geslaagd zijn in de tweede bachelor
  • Ofwel toegelaten worden voor een gecumuleerde inschrijving in 2de en 3de bachelor of een combi-GIT (niet voor een gewoon GIT). Het doorgaan van opleidingsonderdelen op andere dan vrijdagen vormt evenwel geen reden voor afwezigheid op de stageplaats.
  • De stage kan niet als keuzevak gevolgd worden, noch in het kader van schakelprogramma gevolgd worden.

4. De ‘stage’ kan enkel gevolgd worden door studenten van de major ‘Nationale Politiek’ in de 3de Bachelor Politieke Wetenschappen.

Voorbereiding en toewijzing stageplaatsen

5. De student die stage wil doen, moet contact opnemen met Koenraad De Ceuninck of Nicolas Bouteca (mailadressen aan het einde van deze brochure) en zijn keuze voor een bepaalde stage kenbaar maken. Deze keuze is vrij. De student kan dus om het even waar stage volgen. De enige beperking is dat de stage gerelateerd is aan politiek en beleid. Het personeelslid kijkt na of de stageplaats ooit al is gekozen en neemt, indien dit niet het geval is, contact op met de betrokken organisatie met de vraag tot het voorzien van een stageplaats. Het antwoord wordt zo snel mogelijk aan de student overgemaakt.

De studenten kunnen eventueel ook een stageplaats kiezen uit de lijst met mogelijke stageplaatsen die door de vakgroep jaarlijks ter beschikking zal worden gesteld. Die lijst bevat doorgaans de stageplaatsen van de vorige jaren. Indien een stageplaats op deze lijst open staat, dan schrijft de student een motivatiebrief en een cv en maakt hij een afspraak met Koenraad De Ceuninck of Nicolas Bouteca.

6. Studenten moeten ten laatste op vrijdag 6 oktober 2017 een stageplaats kiezen. Het is dan ook aangewezen om ruim voordien al contact op te nemen met een potentiële stageplaats (teneinde na te gaan of bij deze stageplaats de bereidheid bestaat om een eventuele stagiair toe te laten) of met de begeleiders van dit vak.

7. De student is verantwoordelijk voor het afsluiten van het stagecontract (zie bijlage 1). Dit document telt drie handtekeningen: die van de student, van de stageverantwoordelijke en van de stagebegeleider (stagegever). Het stagecontract, opgemaakt in drievoud, moet ondertekend zijn en een origineel exemplaar moet aan alle ondertekenende partijen bezorgd zijn vóór de aanvang van de stage. Enkel het stagecontract van de UGent website kan worden gebruikt als overeenkomst.

8. Op de facultaire studentenadministratie (Universiteitstraat 8) kunnen de stagiairs een formulier afhalen waarmee ze aan de NMBS kunnen bewijzen dat ze stage lopen in opdracht van hun opleiding. Aan de hand van dat formulier maken studenten aanspraak op studententarieven voor het openbaar vervoer.

Projectvoorstel

9. Begin november dient elke student een projectvoorstel (zie bijlage 2) in bij zijn stageverantwoordelijke. Hierin geeft de student in algemene lijnen de politiek-wetenschappelijke onderzoeksvra(a)g(en) van zijn of haar onderzoekspaper aan. In dit onderzoeksproject wordt tevens aangegeven welke de doelstellingen van de stage zijn en welke link er is tussen de stage en de onderzoekspaper. Hoe kan de stage er bijvoorbeeld toe bijdragen om de gekozen onderzoeksvraag te beantwoorden? Of wat is de inhoudelijke link met de stageplaats? Deadline voor de indiening van dit projectvoorstel is vrijdag 3 november 2017.

10. Het projectvoorstel wordt opgemaakt in overleg met de stageverantwoordelijke en de stagebegeleider. Studenten dienen vóór de opmaak van het projectvoorstel met de stageverantwoordelijke contact op te nemen om één en ander te bespreken. Op basis van dit voorstel zal een promotor worden aangewezen door de begeleiders van dit vak. Die zal instaan voor de verdere begeleiding van de onderzoekspaper.

11. Het projectvoorstel moet ook aan de stagebegeleider bezorgd worden.

Begeleiding

12. De stageverantwoordelijke staat in voor de persoonlijke begeleiding van de student op de stage en fungeert als aanspreekpunt en centraal contactpersoon van de UGent.

13. Hoofdverantwoordelijken voor de stage zijn de titularissen prof. Nicolas Bouteca of prof. Koenraad De Ceuninck, leden van de Vakgroep Politieke Wetenschappen. Zij waken over de kwaliteit van de stage en zijn verantwoordelijk voor de beoordeling van de stage.

14.De stagebegeleider is verantwoordelijk voor de stage op de stageplaats. Hij staat in voor de dagelijkse begeleiding van de student op de stageplaats. Hij helpt waar nodig en mogelijk en staat de student bij in de concrete werkzaamheden. De stagebegeleider wordt niet vergoed of bezoldigd. Hij contacteert de stageverantwoordelijke zo snel mogelijk bij eventuele problemen of vragen.

Gedragscode student

15. De student eerbiedigt het in de stageplaats gebruikelijke werkschema en vervult naar best vermogen de hem/haar toevertrouwde opdrachten. De student is gebonden door de beroepscode van de stageplaats en door de regels van het beroepsgeheim die er gelden, alsook door de algemene gedragscode voor studenten van de Universiteit Gent.

16. De stagebegeleider kan, in overleg met de student en stageverantwoordelijke, eventueel bijkomende regels, afspraken of verplichtingen voorstellen. Deze zijn enkel bindend na instemming ermee door de stageverantwoordelijke en de stagiair.

17. De student kan om ernstige en gegronde redenen verzoeken om van stageplaats te veranderen. Hij richt dit verzoek zo snel mogelijk tot de stagebegeleider en- verantwoordelijke. Laatstgenoemde legt het gemotiveerd verzoek voor aan prof. Koenraad De Ceuninck en prof. Nicolas Bouteca. Zij oordelen over de gegrondheid van het verzoek. De student dient, in overleg met de stageverantwoordelijke, zo snel mogelijk een nieuwe stageplaats te vinden teneinde de in punt 1 vermelde stageduur te realiseren.

18. Zowel de stagebegeleider als de stagiair kunnen een einde maken aan de overeenkomst. Dit kan enkel na een gemotiveerd schrijven. Ook zal er in dit geval eerst een bemiddelingsgesprek plaatsvinden om te proberen tot een oplossing te komen tussen alle betrokken partijen.

19. Studenten die een beroepsbezigheid hebben, kunnen mits motivering en na voorafgaandelijke goedkeuring van prof. Nicolas Bouteca en prof. Koenraad De Ceuninck hun stage eventueel op hun gewone werkplaats vervullen. Deze werkplaats en de reguliere beroepsactiviteiten moeten evenwel voldoen aan de criteria en doelstellingen van de stage. Alle andere bepalingen van dit reglement blijven in dit geval onverkort geldig. In dit geval dient er echter wel een stagecontract op maat te worden opgemaakt.

20. Afwezigheid door ziekte of om andere redenen moet steeds, de dag zelf, door de student aan de stagebegeleider en –verantwoordelijke gemeld worden. De stagebegeleider neemt bij (on)regelmatige afwezigheid contact op met de stageverantwoordelijke. Afwezigheden wegens ziekte moeten verplicht gemotiveerd worden met een doktersattest dat op de eerste dag van de ziekte naar de stageverantwoordelijke dient opgestuurd te worden.

Ook voor andere afwezigheden moet een motivering naar de stageverantwoordelijke en –begeleider gestuurd worden. Na langdurige afwezigheid, vanaf één week, moet in samenspraak met de stagebegeleider en stageverantwoordelijke nagegaan worden of een verlenging van de stageperiode en/of een bijkomende, vervangende opdracht noodzakelijk zijn.

21. Studenten die onreglementair afwezig zijn, of een ander onderdeel van dit algemeen reglement niet respecteren, kunnen gesanctioneerd worden via een vermindering van hun globaal examenresultaat.

Logboek en (zelf)evaluatieformulier

22. De student houdt tijdens de stage een logboek (zie bijlage 3) bij, waarbij dagelijks kort genoteerd wordt wat hij/zij gedurende welke periode van de dag op de stageplaats gedaan heeft. Dit logboek wordt op het einde van de maand aan de stageverantwoordelijke afgegeven. Dit logboek moet worden ondertekend door de stagebegeleider.

23. Meteen na het einde van de stage dient de student een zelfevaluatieformulier en het laatste logboek in op papier (niet elektronisch). Dit zelfevaluatieformulier zal via Minerva ter beschikking worden gesteld begin december 2017.

24. De stagebegeleider vult meteen na het einde van de stage het stagebegeleider-evaluatieformulier in en bezorgt dit ondertekend terug aan de stageverantwoordelijke. Dit stagebegeleider-evaluatieformulier zal eveneens via Minerva ter beschikking worden gesteld begin december 2017. De student maakt het daarop tijdig over aan de stagebegeleider.

Onderzoekspaper

25. De student schrijft na het afsluiten van de stage een onderzoekspaper (zie bijlage 4). Aan de hand van een literatuurstudie en aan de hand van de tijdens de stage opgedane kennis en ervaring werkt hij de politiek-wetenschappelijke onderzoeksvraag van het projectvoorstel verder uit. Na motivering en toestemming van de stageverantwoordelijke en prof. Nicolas Bouteca of prof. Koenraad De Ceuninck kan de student in de onderzoekspaper afwijken van de in het projectvoorstel geformuleerde onderwerp en vragen. Verfijningen, preciseringen of variaties moeten niet vooraf gesignaleerd worden.

26. De onderzoekspaper wordt ingediend de eerste maandag na de Paasvakantie bij de stageverantwoordelijke, zowel in elektronische vorm (uploaden in de dropbox op Minerva) als in ‘hard copy’ (in drievoud).

27. De onderzoekspaper moet vóór de aanvang van de examens eerste zittijd van het tweede semester mondeling toegelicht worden voor een stagecommissie. Die mondelinge verdediging bestaat uit een korte presentatie door de student van zijn onderzoekspaper van ongeveer 10 min. Tijdens die presentatie gaat de student dieper in op de paper: hij presenteert de onderzoeksvragen en het literatuuronderzoek. Verder licht de student ook zijn onderzoeksplan en de gekozen methodologie toe. Hierbij moet gebruik gemaakt worden van een powerpoint-presentatie die vooraf ingezonden moet worden. Nadien moet de student gedurende max. 20 min. vragen en opmerkingen van de stagecommissie beantwoorden, over alle onderdelen van de onderzoekspaper. Daarin moet hij o.a. aantonen waarom hij bepaalde onderzoeksvra(a)g(en) heeft gekozen en andere niet, hoe de stage heeft bijgedragen tot de opstelling van het onderzoeksplan en de eventuele beantwoording ervan in de masterproef.

28. Aan het begin van het academiejaar wordt een infomoment georganiseerd waarop meer uitleg wordt gegeven over het doel en uitzicht van de onderzoekspaper. Op die sessie zal ter inspiratie ook een overzicht gegeven worden van mogelijke onderwerpen en mogelijke promotoren.

29. De stagecommissie bestaat uit prof. Nicolas Bouteca en prof. Koenraad De Ceuninck, de promotor van de onderzoekspaper indien dat niet één van beide titularissen is (in de praktijk een ZAP-lid of dr. van de vakgebieden Belgische of lokale politiek) en de stageverantwoordelijke. Ook de betrokken stagebegeleider kan daarbij aanwezig zijn, hij treedt dan op als adviserend lid van de stagecommissie. De stagebegeleider maakt echter geen deel uit van de stagecommissie.

30. De stagebegeleider ontvangt een kopie van de onderzoekspaper.

Beoordeling

31. Het globale examencijfer – in het kader van permanente evaluatie – is het geheel van evaluaties op alle genoemde onderdelen: het projectvoorstel, de stage, het logboek en het zelf-evaluatieformulier, het stagebegeleider-evaluatieformulier, de onderzoekspaper en de mondelinge verdediging van de onderzoekspaper.

32. Prof. Koenraad De Ceuninck en prof. Nicolas Bouteca dragen de eindverantwoordelijkheid voor het globale examencijfer. Zij bepalen dit na eventuele gesprekken met de promotor, de stagebegeleider en de stageverantwoordelijke. Laatstgenoemde kan desgevraagd het evaluatieformulier toelichten.

33. Indien een student één of meerdere verplichtingen die met de stage verbonden zijn niet nakomt, zullen prof. Nicolas Bouteca en prof. Koenraad De Ceuninck bepalen wat de student, gegeven de omstandigheden, als eventuele vervangopdracht moet vervullen of de sanctie die daaraan verbonden is bepalen.

34. Men kan niet worden vrijgesteld van de stage.

35. Dit reglement geldt onverminderd de bepalingen van het algemene en de bijzondere examenreglementen. Dit betekent onder meer dat de studenten voor de stage ook een beroep kunnen doen op de ombudspersoon.

36. Een herkansing tijdens de tweede zittijd voor dit opleidingsonderdeel is enkel mogelijk voor de onderzoekspaper. Voor de stage is geen tweede zittijd mogelijk.

37. De concrete puntenverdeling van het eindresultaat wordt voor 40% bepaald op basis van de stage (inclusief het logboek en de evaluatieformulieren) en voor 60% op basis van de onderzoekspaper (inclusief het projectvoorstel en de mondelinge presentatie van de paper).

3. Enkele belangrijke data voor de stage academiejaar 2017 – 2018

  • Ten laatste op vrijdag 6 oktober 2017 stageplaats kiezen en de stagecontracten in orde brengen via de online applicatie.
  • Start stage ten laatste op maandag 9 oktober 2017.
  • Ten laatste op vrijdag 3 november 2017 projectvoorstel indienen op papier (dus niet elektronisch) bij de stageverantwoordelijke en de stagebegeleider.
  • In de loop van november 2017 de promotor ingeven via de website artemis: http://artemis.ugent.be/scriptie De exacte datum zal via Minerva worden meegedeeld.
  • Einde stage op 14 december 2017.
  • Na het einde van de stage moeten alle evaluatieformulieren (met datum en handtekening) worden ingediend bij de stageverantwoordelijke, evenals het logboek.
  • Ten laatste op maandag 16 april 2018 de onderzoekspaper indienen op papier bij de stageverantwoordelijke (in drievoud) en elektronisch (uploaden in de dropbox op Minerva).
  • Examenperiode mei - juni 2018: mondelinge verdediging van de stage en de onderzoekspaper. De exacte datum zal via Minerva worden meegedeeld.

Bijlagen

bijlage 1 het stagecontract
bijlage 2 het projectvoorstel
bijlage 3 het logboek
bijlage 4 de onderzoekspaper