Deel 14: Stagereglement Communicatiewetenschappen

1. Algemene inleiding

De stage is toegankelijk voor studenten uit de vier afstudeerrichtingen van de Master Communicatiewetenschappen. Via een stage kan de student/e reeds tijdens zijn/haar studies kennis maken met het werkveld en de inzichten van het academisch onderwijs en onderzoek toepassen in dit werkveld.

Op deze manier ontwikkelt de student/e vaardigheden, zoals werken in teamverband, communiceren, probleemoplossend denken, een planning opstellen, onderhandelen, enz. Anderzijds doet de student/e via deze stage ook concrete kennis op, bijv. over netwerking, de agendasetting, dagelijkse beleidsbeslissingen, link met het maatschappelijk veld, de ‘praktische’ toepassing van onderzoeksmethodes enz. We verwijzen hiervoor ook naar de studiefiches voor de concrete beschrijving van deze vaardigheden en competenties.

Het doel van de stage is dan ook tweeledig en beoogt de complementariteit van werkervaring en academische vorming. Enerzijds wordt aan de stage een stageverslag gekoppeld waarin de relatie tussen het theoretische en het werkveld in kaart gebracht wordt en hierover gereflecteerd wordt. Dit mondt uit in een reflectief verslag over de wisselwerking tussen beiden velden. Anderzijds beoogt de stage dat de opgedane ervaringen en vaardigheden de student/e verder ontplooien als expert in communicatiewetenschappen. Dit wordt tevens uitgewerkt in het stageverslag.

De stageplaats moet gerelateerd zijn aan de afstudeerrichting die de student/e volgt:

  • Voor de afstudeerrichting film- en televisiestudies zijn dat bv. film- en televisiearchieven, filmfestivals, productie- en distributiehuizen.
  • Voor de afstudeerrichting journalistiek zijn dat bv. mediabedrijven, redacties en productiehuizen.
  • Voor de afstudeerrichting nieuwe media en maatschappij zijn dat bv. marketing- en R&D-afdelingen van media- en telecombedrijven, design- en usability bureaus, overheden en middenveldorganisaties, game uitgevers en mediabedrijven.
  • Voor de afstudeerrichting communicatiemanagement zijn dat bv. adverteerders, communicatie-adviesbureaus, overheden en middenveldorganisaties, reclamebureaus en marktonderzoeksbureaus.

2. Algemene terminologie

2.1. stage promotor en stagebegeleiders

Prof. Dr. K. Raeymaeckers is als vakgroepvoorzitter ook stage promotor en de eindverantwoordelijke voor alle stages. Stagebegeleiders zijn Johan Vermeire en Marc Dewilde. Zij staan in voor de concrete begeleiding en opvolging van alle stappen in het stageproces. Zij zijn ook het aanspreekpunt voor vragen en problemen en koppelen terug naar de studenten.

Mailadressen: j.vermeire@ugent.be (spreekuur op maandag)
marc.dewilde@ugent.be (spreekuur op donderdag)

2.2. Stage verantwoordelijke van de stagegever

De stageverantwoordelijke is de persoon uit het stagebedrijf die de student opvangt tijdens het verloop van de stage. Hij/zij wijst de taken en contactpersonen toe, en volgt de student/e op. Hij/zij is het aanspreekpunt binnen de organisatie voor de promotor en/of de stagebegeleider. De stage verantwoordelijke geeft na afloop van de stage ook een evaluatie van de stagiair(e). In sommige gevallen is het mogelijk dat de student/e opdrachten krijgt van ander(e) contactpers(o)n(en) dan de stage verantwoordelijke. Het is dan aan de stage verantwoordelijke om het werk voor die personen op te volgen en te evalueren in samenspraak met die personen. Studenten dienen bij aanvang van de stage een stage verantwoordelijke aan te duiden.

3.Stagereglement

1. Algemene voorwaarden

Er zijn drie voorwaarden om een stage te kunnen aanvatten:

  • Enkel studenten van de master communicatiewetenschappen aan de UGent kunnen de stage als opleidingsonderdeel volgen.
  • Studenten mogen max. voor 14 studiepunten vakken uit de bachelor meenemen.
  • Het is wenselijk dat studenten geslaagd zijn voor de onderzoekspaper. Ingediende voorstellen zullen door de promotor en stagebegeleider en eventueel ook met trajectbegeleider Anneke D’Hollander gezamenlijk worden bekeken in functie van de gemaakte studievoortgang.

2. Algemene bepalingen

2.1. Aantal studiepunten

- Een stage omvat 14 studiepunten. In de master moeten studenten een totaalpakket van 21 keuzestudiepunten invullen. Aansluitend moeten de studenten die kiezen voor een stage dus nog 1 of meerdere keuzevakken kiezen voor 7 studiepunten.

- Een stage lopen is niet verplicht.

2.2. Duur van de stage

- De stage bedraagt in totaal tussen de min. 260 en max. 320 uur. In regel wordt dit totaal bereikt door vier werkdagen, acht uren per dag (inclusief pauze/lunch), gedurende 8 tot 10 weken op de stageplaats de afgesproken opdracht(en) uit te voeren. Het is belangrijk om dit maximum ook in gedachten te houden gezien de huidige verzekering enkel stages tot 320 uur dekt. Indien de stage de termijn overschrijdt moet de student/e een contract opmaken voor een vrijwillige stage (cf. vaak gestelde vragen).

- Door te kiezen voor een basispakket van vier werkdagen, behoudt de student onderhandelingsruimte om één dag per week te vrijwaren voor een eventueel keuzevak of om verder te werken aan zijn/haar masterproef, deel te nemen aan het werkcollege masterproef (en eventueel afspraken in te plannen met de promotor van de masterproef). Deze “vrije” dag is ook in overleg met de stageverantwoordelijke te bepalen. Deze laatste moet echter bereid zijn om de vrije dag flexibel in te vullen afhankelijk van de noodzakelijke contactmomenten in functie van het werkcollege masterproef.

- Stageplaatsen die studenten ook tijdens het weekend inschakelen en vijf- tot zesdaagse werkweken verwachten, moeten ook de totale duur van de stageperiode conform de reële inspanning van de student bepalen in het contract. Stages kunnen ook doorlopen tijdens de vakantieperiodes van het tweede semester, indien dit door beide partijen overeengekomen wordt. Ook hier is het belangrijk dat de student/e over de mogelijkheid beschikt om aanwezig te zijn op verplichte contactmomenten in functie van het werkcollege masterproef.

- De studenten en stageverantwoordelijke onderhandelen in hun stagevoorstel en -overeenkomst een precieze afbakening van de stageperiode. De stage moet in principe volledig afgerond zijn voor de start van de examenperiode (eerste of tweede zittijd, cf. 6.3) teneinde de examenkansen in eerste zittijd niet in het gedrang te brengen (cf. deadlines verder in dit document). Indien er in uitzonderlijke omstandigheden toch een latere einddatum zou gewenst zijn, moet goedkeuring gevraagd worden aan de promotor en/of stagebegeleider. Tijdens de stage kan er eventueel een ‘verlof’-periode (cf. Pasen) ingelast worden waarop de student bijvoorbeeld gedurende een week niet naar de stageplaats gaat.

2.3. Periode van de stage

- De stage vindt plaats in het tweede semester van het academiejaar omdat ze verder bouwt op richtingspecifieke opleidingsonderdelen van de afstudeerrichting. Om het opbouwende karakter te kunnen garanderen worden quasi alle theoretische vakken van het master curriculum in het eerste semester gedoceerd. Enkel studenten die een stage doen op het Filmfestival van Gent, of studenten die een onderzoekstage doen bij CIMS, CJS, MICT en CEPEC kunnen hun stage starten in het eerste semester.

2.4. Buitenlandse stages

- Buitenlandse stages zijn mogelijk. Studenten moeten de stageplaats zelf zoeken en bespreken met de promotor (en/of stagebegeleiders) met betrekking tot de geschiktheid van de stageplaats.

- Buitenlandse stages vallen onder Internationale Uitwisseling van studenten. Studenten die een buitenlandse stage willen doen moeten hiervoor contact opnemen met de facultaire cel, Research &Internationalization Office (RIO). Hiervoor stuur je best een email naar rio.psw@ugent.be met de promotor (en/of stagebegeleiders) in CC.

- De student dient zelf (tijdig) na te gaan of hij/zij in aanmerking komt voor een beurs. Informatie hierover kan je aanvragen via “RIO, Research and Internationalisation”, een facultaire dienst.

- Aangeraden wordt om alle keuzevakken in het eerste semester vast te leggen. Studenten dienen af te stemmen met hun promotor van de masterproef om eventueel het werkcollege masterproef en mogelijke begeleiding van de masterproef via email of Skype te doen.

- Verdere informatie m.b.t. buitenlandse stages kan teruggevonden worden in de infobrochure, zie Minerva cursus site van “Stages” (KX00017) of “RIO, Research and Internationalisation” (KX00009A).

- Studenten dragen zelf de verantwoordelijkheid alle voorzorgen te treffen vb. inzake inentingen etc.

- Studenten in het buitenland zijn verzekerd (cf. vaak gestelde vragen) via de UGent.

- Aangezien er een aparte reglementering van kracht is voor elke buitenlandse stage, dient ook een aangepaste stageovereenkomst te worden opgemaakt.

3. Het stagevoorstel

3.1. Een stageplaats zoeken

- De student is zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een stageplaats. Stageplaatsen kunnen op drie manieren gevonden worden: 1) stageplaatsen door de student zelf aangebracht, 2) via de lijst die beschikbaar wordt gesteld door de vakgroep in STAR, zie http://www.comwet.ugent.beof 3) via vacatures van potentiële stagebedrijven die op de website of op de sociale media van de vakgroep geplaatst worden. In alle drie de gevallen dient de student zelf contact op te nemen met de stageplaats en te kandideren voor de stageplaats.

- Indien een student zelf een stage aanbrengt, dan moet hij/zij de stagefiche voor die stageplaats zelf aanmaken in STAR. Inloggen met UGent account op STAR. De eerste keer dat een student inlogt op STAR meldt hij/zij zich aan in het systeem en selecteert de correcte afstudeerrichting. Daarna klikken op “Stageplaats info” links in het menu. Onder het menu verschijnt een knop “Nieuwe aanbieder”.

- Klikken op “Nieuwe aanbieder” en minstens deze elementen invoeren:

  • Naam
  • Typering (dropdown menu’s)
  • Eventuele verduidelijking bij de stagemogelijkheden: korte omschrijving van het bedrijf en kort de mogelijkheden tot stageopdrachten
  • Adresgegevens
  • Algemeen telefoonnummer, e-mailadres en website URL

Klikken op knop “Bewaar” helemaal onderaan dit scherm: de stagefiche is nu aangemaakt en kan in volgende stap (zie hieronder) geselecteerd worden om er een stagevoorstel van te maken.

- Let op! Eens een stagefiche is bewaard, kan de student die niet meer wijzigen of geen elementen meer toevoegen. Zorg er dus voor dat alle vereiste informatie zeker wordt opgeladen voor er op “Bewaar” wordt geklikt.

3.2. Inhoudelijke aspecten van de stageplaats

- De inhoudelijke invulling van de stageplaats moet samenhangen met de gekozen afstudeerrichting. Deze samenhang dient voldoende gemotiveerd te worden bij de toelichting van het stagevoorstel bij de promotor en/of stagebegeleiders.

- Inhoudelijk wordt er aangeraden om reeds bij het opstellen van het stagevoorstel duidelijk te communiceren met de stageverantwoordelijke dat de stage niet louter administratieve taken mag omvatten. Gezien de academische opleiding verwachten we dat de stage ook meer strategische taken kan inhouden. Studenten dienen zich in dat geval te verzekeren van een overkoepelende, strategische taak waaraan gedurende de gehele stageduur gewerkt kan worden. Dit kan een analyse zijn, een onderzoeksopdracht, een strategische denkoefening. Deze overkoepelende taak moeten in het verlengde liggen van de afstudeerrichting van de student/e. Het is belangrijk dat deze overkoepelende opdracht een rode draad vormt doorheen de stageperiode, dit om eventuele rustige momenten op te vangen. Indien de stageverantwoordelijke geen dergelijke taak aanreikt, kan de student/e zelf het initiatief nemen om iets uit te werken en eventueel voorstellen om op het einde van de stage de denkoefening te presenteren voor de stagebegeleider. Indien de stage op zich voldoende inhoudelijke, strategische taken inhoudt, is deze bijkomende denkoefening uiteraard niet nodig.

- De promotor en/of stagebegeleiders kunnen bijkomende garanties vragen voor de inhoudelijke invulling van de stage of kan meer toelichting vragen over de te verwachten meerwaarde van de stage voor bestaande kennis, attitudes en/of vaardigheden, of voor toelichting over de complementariteit van het stagevoorstel binnen de gekozen afstudeerrichting.

3.3. Opstellen van het stagevoorstel in STAR

- Inloggen op STAR met UGent account via http://www.comwet.ugent.be. Klikken op “Mijn stages”, daarna klikken op “Nieuwe stage”.

- Je ziet nu alle stages in het systeem. Zoek de stagefiche die je wilt selecteren:

  • door je afstudeerrichting te kiezen (dropdown menu)
  • door een bepaalde categorie van stages te kiezen (dropdown menu)
  • door manueel in de stagelijst te zoeken
  • en/of via het zoekveld

Ter info: het kan gaan om een stagefiche die eerder zelf aangemaakt werd (zie infra) of die al in het systeem zat

- Klikken op “fiche” bij de gewenste stageplaats om die stagefiche in detail te kunnen bekijken.

- Klikken op “Kies deze stageplaats” en je krijgt een invulformulier te zien:

  • selecteer het correcte academiejaar
  • vink “1ste keuze” aan
  • de andere 4 keuzes zijn optioneel voor onze vakgroep; enkel vereist in geval van afkeuring eerdere keuze(s);
  • motivatie en opdrachten/taken verplicht in te vullen

- Klikken op “Bevestig” (helemaal onderaan scherm).

- Opnieuw klikken op “Mijn stages”: je keuze(s) zijn nu zichtbaar in volgorde van voorkeur.

- Klikken op tweede vakje (naast “fiche”) en vul je stageperiode in (start- en einddatum); vul tevens je vrije dag in (opmerkingenveld).

- Klikken op “Leg vast”.

- Klikken op derde vakje (naast “fiche”) en vul je de naam van de stageverantwoordelijke in.

- Stagevoorstel is nu volledig ingevuld. Merk op dat je, zolang je stagevoorstel niet goedgekeurd is door de promotor en/of stagebegeleiders, je deze elementen later nog kan toevoegen en/of wijzigen al raden we studenten aan om hun stagevoorstel best in één keer volledig in te vullen.

- Let erop dat stagevoorstellen enkel goedgekeurd kunnen worden wanneer alle informatie correct is ingegeven.

- Het stagevoorstel wordt opgesteld door de student/e in overleg met de stageverantwoordelijke. Zowel inhoudelijke als praktische aspecten moeten hierbij besproken worden.

- De stageverantwoordelijke moet dit voorstel ondertekenen of hiervoor een schriftelijk akkoord geven. Dit kan eveneens per email. Deze email bevat duidelijk het akkoord van de stageplaats en de geplande termijn waarop de stage zal plaatsvinden.

- De stageverantwoordelijke kan, in overleg met de student en promotor (en/of stagebegeleiders) eventueel bijkomende regels, afspraken of verplichtingen voorstellen. Deze zijn enkel bindend na instemming door alle betrokken partijen.

3.4. Stagevoorstel ter goedkeuring voorleggen

- Het stagevoorstel moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de promotoren de stagebegeleiders) .

- Indien je een stage wilt doen, dien je dit voor 15 november door te geven aan de FSA (cf. bepalen van je curriculum en keuzevakken).

- Studenten dienen rekening te houden dat het stagevoorstel afgekeurd kan worden, en dat ze eventueel nog een andere stage moeten zoeken.

- Na correcte invulling van het stagevoorstel(incl. verantwoordelijke, periode, vrije dag,motivatie en opdracht(en)) in STAR, bezorgen studenten ook volgende documenten aan de stagebegeleiders:

  • 1. Akkoord van de stageverantwoordelijke onder de vorm van een email of een geschreven akkoord dat de stage kan starten incl. de periode.
  • 2. Uitgeprinte puntenbriefjes van Ba3 (OASIS), waaruit blijkt dat de voorwaarden om aan de stage te kunnen deelnemen, werden vervuld.

4. De stageovereenkomst

4.1. Opstellen van de stageovereenkomst

- Wanneer het stagevoorstel goedgekeurd is door de promotor (via de stagebegeleiders), dient de student/e een stageovereenkomst op te stellen. Dit gebeurt online in STAR (cf. 4.2). Dit kan onmiddellijk gebeuren na de goedkeuring van het stagevoorstel.

- Uitzondering voor contracten van buitenlandse stages: die contracten kunnen niet in STAR opgemaakt worden. We verwijzen voor deze contracten naar het Research & Internationalization Office (RIO). Hiervoor stuur je best een email naar rio.psw@ugent.be met de promotor (en stagebegeleiders) in CC.

- Indien de stage langer duurt dan voorzien op de stageovereenkomst (vb. op vraag van het bedrijf nog enkele dagen langer blijven werken), dient de student de promotor (en stagebegeleiders) in te lichten. Op deze manier kan de verzekeringsperiode verlengd worden. Wanneer de maximale termijn overschreden wordt moet de student/e een contract voor een vrijwillige stage aanvragen (cf. vaak gestelde vragen).

4.2. Concrete stappen ter opmaakvan de stageovereenkomstin STAR

- Inloggen op STAR met UGent account viahttp://www.comwet.ugent.be.De stageovereenkomst wordt in STAR automatisch aangemaakt na goedkeuring van het stagevoorstel. Studenten zien naast hun stageplaats de knop “Stagecontract” verschijnen. Klikken op de knop om de 3 vooringevulde overeenkomsten te controleren.

- De student dient de vooringevulde gegevens immers goed na te kijken (zoals stageduur, etc.), want van de overeenkomst kan later niet meer worden afgeweken.

- Druk de 3 overeenkomsten af (één voor de stageplaats, één voor de student, en één voor de vakgroep). - Vul eventuele ontbrekende gegevens manueel aan. Het gaat hier om gegevens (zoals officiële contactpersoon van de stageplaats) die misschien nog kunnen wijzigen in de periode tussen goedkeuring van het stagevoorstel en de eigenlijke ondertekening van de stageovereenkomst.

- Merk op dat STAR spreekt van stagegever, wat gelijk staat aan stageplaats of stageverantwoordelijke.

- De stageovereenkomst vraagt de fysieke handtekening van de stageverantwoordelijke, de UGent (in praktijk zijn dit Johan Vermeire of Marc Dewilde die deze handtekening zetten) en de student.

- DEADLINE van stageovereenkomst: in drievoud, ondertekend en aan alle betrokken partijen bezorgd. Afleveren bij de stagebegeleiders om te laten ondertekenen voor de laatste vrijdag van januari.

Opmerking:Het is belangrijk dat de contracten afgeprint worden(niet digitaal), volledig ingevuld zijnen beschikken over alle nodige handtekeningen.

De hierboven beschreven deadlines zijn belangrijk om na te komen. Indien deze niet nageleefd worden, zal dit meegenomen worden in de eindevaluatie van de stage.

5. De stage

5.1.Gedragscode

- Studenten moeten de promotor (en stagebegeleiders) verwittigen als er zich tijdens de eerste dagen of weken van de stage onduidelijkheden of problemen voordoen. Vermits de stage een belangrijk opleidingsonderdeel is, is het belangrijk tijdig bij te kunnen sturen bij mogelijke problemen.

- De student/e eerbiedigt het in de stageplaats gebruikelijke werkschema en vervult naar zijn/haar beste vermogen de hem/haar toevertrouwde opdrachten. De student/e is gebonden door de beroepscode van de stageplaats en door de regels van het beroepsgeheim die er gelden, alsook door de algemene gedragscode voor studenten van de UGent.

- De stageverantwoordelijke moet instaan voor de begeleiding van de stage op de stageplaats. De stageverantwoordelijke op de werkvloer wordt niet bijkomend vergoed of bezoldigd voor deze begeleiding. Hij/zij contacteert de stagebegeleiders aan de UGent zo snel mogelijk bij eventuele problemen of vragen.

- Indien de student/e op enige wijze ongewenste omgangsvormen ondervindt op de stageplaats (zijnde agressie, geweld, discriminatie, pesten en/of (seksuele) intimidatie), dient hij/zij contact op te nemen met de vakgroepvoorzitter). Mogelijks kan ook de vertrouwenspersoon van de stageplaats of UGent verder betrokken worden afhankelijk van de ernst van het probleem.

5.2. Overeenkomst vroegtijdig beëindigen

- Zowel de stageverantwoordelijke als de stagiair(e) kunnen een vroegtijdig einde maken aan de stageovereenkomst. Dit kan enkel na een gemotiveerd schrijven. Ook zal er in dit geval eerst een bemiddelingsgesprek plaatsvinden om te proberen tot een oplossing te komen tussen alle betrokken partijen. De promotor (en/of stagebegeleiders) oordeelt over de gegrondheid van het verzoek. Indien in overleg besloten wordt om de stage vroegtijdig te beëindigen dient de student/e zo snel mogelijk een nieuwe stageplaats te vinden teneinde de verplichte vermelde stagetermijn te realiseren. Dit alles gebeurt uiteraard in nauw overleg met de promotor (en stagebegeleiders).

5.3. Werkstudenten

- Studenten die een beroepsbezigheid hebben, kunnen mits motivering en na voorafgaande goedkeuring van de promotor (en/of stagebegeleiders)hun stage eventueel op hun huidige werkplaats vervullen. Deze werkplaats, de reguliere beroepsactiviteiten en de inhoudelijke invulling van de stageperiode moeten evenwel voldoen aan de criteria en doelstellingen van de stage. Alle andere bepalingen van dit reglement blijven in dit geval onverkort geldig.

5.4. Ziekte en afwezigheid tijdens stage

- Afwezigheid door ziekte of om andere redenen moet steeds, de dag zelf, door de student/e aan de stageverantwoordelijke en de promotor (via stagebegeleiders) gemeld worden. Afwezigheden wegens ziekte moeten verplicht gemotiveerd worden met een doktersattest dat op de eerste dag van de ziekte naar de stageverantwoordelijke en promotor (en/of stagebegeleiders) dient opgestuurd te worden (dit mag ook ingescand worden en via email verstuurd worden). Ook voor andere afwezigheden moet een motivering naar de stageverantwoordelijke en de promotor (en/of stagebegeleiders) gestuurd worden.

- Na langdurige afwezigheid, vanaf één week, moet in samenspraak met de promotor (en/of stagebegeleiders) en de stageverantwoordelijke nagegaan worden of een verlenging van de stageperiode en/of een bijkomende, vervangende opdracht noodzakelijk is.

- Studenten die onreglementair afwezig zijn, of een ander onderdeel van dit algemeen reglement niet respecteren, zullen dat in de evaluatie van hun stage weerspiegeld zien.

5.5. Het logboek

- Tijdens het verloop van de stage dient de student/e een logboek bij te houden waarin de dagelijkse taken op een overzichtelijke wijze bijgehouden worden.

- Dit logboek wordt op het einde van de stageperiode aan het stageverslag toegevoegd als bijlage.

- Het logboek dient ondertekend te worden door de stageverantwoordelijke op de werkplek voorafgegaan door de datum van ondertekening en de melding “Gelezen en goedgekeurd”.

6. Het stageverslag

6.1. Inhoudelijke aspecten van het stageverslag

- Het stageverslag bestaat uit volgende verplichte onderdelen.

  • Beschrijving en reflectie over de stageplaats:situering van het bedrijf/instelling binnen de sector, situering van de afdeling binnen de organisatie, situering van de inhoudelijke invulling van de stage binnen het functioneren van de organisatie. Er wordt verwacht dat de student/e een uitgebreid en gedetailleerd beeld schetst van de sector en de opgedane ervaring.
  • Uitwerking van 3 case studies: de student/e werkt drie case studies(onderwerpen, artikels, reportages, concepten, onderzoeksstappen, strategieën, beleidsnota’s….) uit naar eigen keuze. Hierbij reflecteert de student kritisch over zijn/haar eigen inbreng. Er mogen eventueel ook (vrijwillige)bijlagen aan de cases toegevoegd worden.

- Het stageverslag beslaat tussen de 4000 – 6500 woorden. Eindnoten, bibliografie en bijlagen tellen niet mee in deze woordenlimiet. De tekst moet worden opgesteld in een normaal lettertype (bijvoorbeeld Times New Roman 12) en met een normale interlinie (bijvoorbeeld enkele of anderhalve interlinie) en met normale marges (bijvoorbeeld overal 2,5 cm). Het stageverslag moet getuigen van een goede schrijfstijl, opbouw en opmaak.

Studenten dienen duidelijk op het voorblad te vermelden binnen welke afstudeerrichting ze stage hebben gelopen;

6.2. Drie verplichte bijlagen

- Het stageverslag telt drie verplichte bijlagen: 1) een uitgebreid logboek, 2) een zelfevaluatie, 3) een reflectief essay over de complementariteit van de stage met de opleiding.

- De eerste verplichte bijlage is een uitgebreid logboek m.a.w. een beschrijving van de concrete taken (dag per dag). Het logboek dient ondertekend te worden door de stageverantwoordelijke voorafgegaan door de datum van ondertekening en de melding "Gelezen en goedgekeurd". Voor deze bijlage wordt geen minimum en maximum aantal woorden voorzien.

- De tweede verplichte bijlage is de zelfevaluatie. Het sjabloon voor deze zelfevaluatie is toegevoegd aan het einde van deze informatiebrochure(cf. bijlage 1). Belangrijk is dat dit formulier eerlijk ingevuld wordt met een zelfkritische blik.

- De derde verplichte bijlage is een reflectief essay over de complementariteit van de opgedane stage-ervaring met de theoretische perspectieven van de academische opleiding, meer bepaald van de specifieke afstudeerrichting. De student selecteert één deelaspect, thema, probleemstellingwelke aanbod kwam gedurende de stage. Het kan zo bijvoorbeeld gaan afhankelijk van de sector van de stage over factoren van nieuwsselectie, tabloidisering, opzet en/of implementatie van innovatie-onderzoek en -strategieën, businessmodellen en –theorieën van de nieuwe media, de implementatie van een CSR strategie, merkenbeleid, segmentatiestrategie, de analyse van een marketingstrategie, reputatiebeleid of gebruikte communicatiekanalen, kritische beschouwingenover productieprocessen en onderzoeksmethoden bij redactieopdrachten, kritische reflectie over het medialandschap,… Van de student/e wordt verwacht dat hij/zij dit aspect kritisch belicht vanuit een academische versus een praktische invalshoek en hanteert hierbij een wetenschappelijke schrijfstijl. De student/e reflecteert hierbij over de gelijkenissen en verschilpunten tussen de praktische implementatie en de academische kadering van het specifieke topic/aspect. De student/e wordt geacht hiervoor een (beperkt) aantal recente wetenschappelijke bronnen te hanteren. Dit document beslaat tussen 1000 - 1500 woorden. Specifieke richtlijnen inzake het schrijven van dit essay zijn terug te vinden verder in het reglement (cf. punt 5 achteraan).

- Het logboek en de zelfevaluatie mogen gebundeld worden bij het stageverslag in éénzelfde document. Het reflectief essay wordt bij het stageverslag gevoegd als apart bijlagedocument (lees: apart, geniet, en met vermelding van naam, afstudeerrichting, naam van de stageverantwoordelijke en stageperiode). Het krijgt een titel naar keuze maar met een verplichte ondertitel. Deze ondertitel luidt: "Een bespiegeling over deze stage-ervaring in het perspectief van de communicatiewetenschappen".

6.3. Deadlines stageverslag (incl. drieverplichte bijlagen)

- Het stageverslag wordt ingediend uiterlijktwee weken na het beëindigen van de stage.

- Indien de stage laat in het tweede semester wordt ingepland, gelden volgende deadlines:

  • Indien de student wenst deel te nemen aan de eerste zittijd en de stage valt erg laat, dan is de deadline voor het inleveren van het stageverslag: uiterlijk twee weken na de laatste vrijdag van mei (dit impliceert dus dat je stage afgerond moet zijn ten laatste eind mei en dat de uiterste deadline voor je stageverslag in dat geval midden juni is).
  • Indien de student wenst deel te nemen aan de tweede zittijd en de stage valt erg laat, dan is de deadline voor het inleveren van het stageverslag: uiterlijk twee weken na de laatste vrijdag van juli (dit impliceert dus dat de stage afgerond moet zijn ten laatste eind juli en dat de deadline voor het stageverslag in dat geval midden augustus is).
  • Ter verduidelijking: voor elk stageverslag geldt onverminderd dat de deadline van indiening uiterlijk 2 weken na beëindiging van de stage is (dit impliceert dus dat het stageverslag van een stage, die afgerond wordt midden april, ten laatste 2 weken nadien moet ingediend worden).

- Eventuele afwijkingen (cf. ziekte) van deze regels moeten voor akkoord voorgelegd worden aan de promotor (via de stagebegeleiders).

- Indien de deadline voor het indienen van het stageverslag valt op een feestdag, mag het stageverslag de eerst daaropvolgende werkdag ingediend worden.

6.4. Waar en hoe indienen?

- Het stageverslag wordt op drie manieren ingediend:

  • Een printversie wordt ingediend via het centrale indienpunt aan het secretariaat van de vakgroep. Er staat een verzamelbox ter attentie van Johan Vermeire en Marc Dewilde.
  • Een digitale.pdf versie in de Dropbox map op Minerva (cursus Stage), met volgende naamgeving van het document: afstudeerrichting (volgens volgend format: journalistiek is JOU / nieuwe media en maatschappij is NMM / film en televisie is FTV / communicatiemanagement is COM), naam-voornaam student, naam stageplaats.

    Voorbeeld: JOU-Peeters-An-Knack

  • De student/e is ervoor verantwoordelijk dat de stagebegeleider een kopie ontvangt van het stageverslag (incl. de drie verplichte bijlagen).Dit mag via email of per post opgestuurd worden.

- Elke versie omvat het stageverslag inclusief drie verplichte bijlagen.

7. Evaluatie van de stage

7.1. Algemene bepalingen en evaluatiecriteria

- Voor dit reglement gelden onverminderd de bepalingen van het algemene en de bijzondere examenreglementen van de UGent.

- Bij opstelling van het stagevoorstel/overeenkomst wordt Prof. Dr. K. Raeymaeckers als stagepromotor aangesteld. Zij is eindverantwoordelijk voor de evaluatie van de stage ondersteund door samenwerking met de stagebegeleiders.

- Een negatieve evaluatie voor de stage heeft een grote impact op de uiteindelijke slaagkansen door het groot aantal studiepunten dat aan dit opleidingsonderdeel wordt toegekend. Studenten die een negatieve evaluatie krijgen voor hun stage moeten er rekening mee houden dat het niet evident is om dit negatieve cijfer te verbeteren voor de tweede zittijd. Een herkansing in tweede zittijd kan door een grondige herwerking van het stageverslag, inclusief de drie verplichte bijlagen.

- Het globale examencijfer voor het opleidingsonderdeel stage is het geheel van evaluaties op verschillende onderdelen:

  • 25 % (van het totaal) op basis van reflectief essay
  • 50 % (van het totaal) op basis van het stageverslag (incl. bijlagen, logboek, zelfevaluatie) en de mondelinge verdediging
  • 25% (van het totaal) op basis van de externe beoordeling door de stageverantwoordelijke van de stagegever en de opvolging van de stage

- De beschreven deadlines (inzake inleveren van stagevoorstel, opleveren van tussentijdse feedback inleveren van stageverslag,…)zijn belangrijk om na te komen. Indien deze niet nageleefd worden, zal dit meegenomen worden in de eindevaluatie van de stage.

7.2. Evaluatiecriteria van het stageverslag incl. drie verplichte bijlagen

- De evaluatiecriteria voor het stageverslag incl. drie verplichte bijlagen zijn achteraan in deze informatiebrochure toegevoegd (bijlage 3). De evaluatiecriteria voor het stageverslag en het reflectief essay worden gedetailleerd weergegeven.

7.3. Opvolging tijdens het verloop van de stage

- In het midden van het verloop van de stage, contacteert de promotor of stagebegeleider Marc Dewilde de stageverantwoordelijke. De stageverantwoordelijke wordt gevraagd naar zijn/haar eerste algemene indruk van de stagiair(e), de inhoudelijke invulling van de stage, aandachtspunten, integratie in het team en dergelijke meer. Tijdens dit gesprek kunnen ook eventuele problemen worden besproken of vragen van de stageverantwoordelijke worden beantwoord.

- De stagiair(e) krijgt voorafgaan aan dit gesprek een gelijkaardige vragenlijst via mail toegestuurd waarin de stagiair(e) kan aangeven wat hij/zij van de stageplaats tot dan toe vindt, of er problemen zijn qua begeleiding en opdrachten, waar de meerwaarde schuilt voor zijn/haar opleiding en dergelijke meer. Deze korte zelfevaluatie wordt bij de hand genomen wanneer er contact genomen wordt met de stageverantwoordelijke.

- Bij ernstige problemen kan de promotor (en/of stagebegeleider) beslissen om opnieuw contact op te nemen met de stageverantwoordelijke en de stagiair(e) met de bedoeling deze problemen op te lossen.

- Gezien de grote aantallen studenten is het niet mogelijk dat plaatsbezoeken worden afgelegd.

7.4. Evaluatie door de stagebegeleider

- De evaluatie door de stagebegeleider dient ten laatste twee weken na de laatste stagedag opgestuurd te worden via email (ondertekend en ingescand) naar de promotor (via stagebegeleiders). De promotor (via stagebegeleiders) bezorgt dit evaluatieformulier aan de stageverantwoordelijke bij aanvang van de stage via email.

- Het evaluatieformulier voor de stageverantwoordelijke van de stagegever is toegevoegd aan deze informatiebrochure in bijlage 2.

7.5. Mondelinge verdediging

- De student/e zal de stage ook mondeling toelichten in een stagegesprek met de promotor en/of stagebegeleider(s). De student/e zal hiervan op de hoogte gebracht worden via Minerva.

Tijdens dit gesprek zal gepeild worden naar de verworven vaardigheden en kennis tijdens de stage, de concrete taken, ervaringen, de begeleiding, het takenpakket (voldoende variatie, progressie?). De student wordt gevraagd toe te lichten of deze stageplaats voor de studenten van het volgende academiejaar van nut kan zijn.

- Studenten dienen zelf een exemplaar van het stageverslag incl. de drie verplichte bijlagen mee te brengen.

4. Vaakgestelde vragen

Hoe moet je solliciteren voor een stage?

Hou er rekening mee dat stageplaatsen het druk hebben, blijven bellen en mailen is de boodschap. Overdrijf niet, maar weet dat je wat moet aandringen. Geef dus niet meteen op als je niet direct een reactie krijgt. Zie het als een sollicitatie voor een job: er is geen exacte procedure en elk bedrijf heeft zijn eigen aanpak. Best eerst bellen en de gegevens van de contactpersoon opvragen. Vervolgens kan je je CV en motivatiebrief mailen en de contactpersoon voorstellen om langs te komen voor face-to-face gesprek. Creativiteit kan lonen: filmpje om je voor te stellen, LinkedIn profiel, creatieve CV en motivatiebrief.

Hou rekening met de ligging van je stageplaats

Een aspect dat je goed moet overwegen zijn de afstanden die je moet afleggen om ter plaatse te geraken. Denk goed na over de implicaties van je verplaatsingen indien je dit dagelijks zal moeten doen. Maar kies je stage ook niet alleen in functie van de afstand, want dan verval je al snel in een negatieve selectie.

Hoe moet het logboek eruit zien?

Je houdt beknopt en overzichtelijk een logboek per dag bij. Dit moet niet per uur, per dag volstaat. Je kan hiervoor www.funkytime.com gebruiken of dit zelf opmaken.

Wat houdt een stage in bij één van de onderzoekscentra van onze vakgroep?

Onze vakgroep telt 4 actieve onderzoekscentra (MICT, CIMS, CJS, en CEPEC) waar je als student ook stage kan lopen gedurende een bepaalde periode. Neem hiervoor contact op met de verantwoordelijke professor.

Wat wordt er van mij verwacht op een stage?

Dat je meedraait in de dagelijkse werking van het stagebedrijf en op die manier een relevante meerwaarde betekent voor het stagebedrijf en voor jezelf. Dat kan aan de hand van verschillende kleinere opdrachten, maar verzeker je er ook steeds van dat je een overkoepelende, strategische taak krijgt waar je tijdens de gehele stageduur aan kan werken. Dit kan een analyse zijn, een onderzoeksopdracht, een strategische denkoefening… Het is belangrijk dat deze overkoepelende opdracht een rode draad vormt doorheen je stageperiode, al was het maar om eventuele kalme momenten op te vangen.

Welke dag neem ik best als vrije dag?

De meeste bedrijven staan zo'n vrije dag toe zodat je mogelijke (keuze)vakken tijdens je stageperiode kan blijven volgen. Check dus je lesrooster en kies die dag die jou het best uitkomt in samenspraak met het bedrijf. Vergeet niet dat je op deze dag ook afspraken met je promotor kan vastleggen in het kader van je masterproef. Indien je promotor op je vrije dag geen afspraken aanneemt, wissel dan je vrije dag die week.

Wat als mijn stageplaats de drie vaste en verplichte groepsmomenten in het kader van de masterproef niet toekent?

Bespreek dit tijdens het voorstellen van je stage met je stagebegeleider zodat hij/zij aan de stageplaats kan duidelijk maken dat deze groepsmomenten verplicht zijn in het kader van de opleiding. Doe dit voor de ondertekening van je stagevoorstel zodat er achteraf geen misverstanden over zijn.

Ik heb al een stagevoorstel ingediend, maar wil toch nog veranderen van stage.

Dit kan niet, tenzij uitdrukkelijk akkoord van de stagebegeleiders) én mits respecteren van de deadlines. Weet dat een bedrijf het allerminst zal appreciëren als je plots nog van gedachten verandert en er geen stage volgt.

Op de stageovereenkomst die ik uitprint worden er bijlagen vermeld, wat moet ik hiermee doen?

De bijlagen waarvan sprake is, zijn de taakomschrijving, risicoanalyse en reglementering. Taakomschrijving staat op het stagevoorstel,reglement staat op de website

Wat is de risicoanalyse van een stageplaats?

De wetgeving ter bescherming van stagiair(e)s bepaalt dat de werkgever een analyse moet uitvoeren van de risico's waaraan de stagiair(e)s kunnen worden blootgesteld en welke preventiemaatregelen in acht moeten worden genomen.

  • Daartoe wordt enerzijds een risicoanalyse en anderzijds een werkpostfiche opgesteld.
  • Op basis daarvan zal eventueel gezondheidstoezicht (arbeidsgeneeskundige controle) worden uitgevoerd zoals het arbeidsgeneeskundig onderzoek en eventuele inentingen.
  • Concreet moet je bij het eerste kennismakingsgesprek op de stageplaats de nodige formulieren hebben waarop de stageplaats/stageverantwoordelijke kan aanduiden of en zo ja welke risico’s er aan de stage zijn verbonden.
  • Risicoanalyses zijn voor de stageplaatsen aan onze faculteit meestal niet van toepassing.
  • Meer info

Wat als een bedrijf een bewijs van verzekering aanvraagt?

Sowieso is je stageduur verzekerd door UGent, zolang je de maximale stageduur niet overschrijdt. Het verzekeringsbewijs is aan te vragen via verzekeringen@ugent.be Ook verplaatsingen voor je stagegever zijn verzekerd maar geef die verplaatsingen op voorhand duidelijk door via verzekeringen@ugent.be

Wat als de stageplaats vraagt om de maximale contractduur te overschrijden?

Probeer dit te vermijden. Als een bedrijf blijft aandringen dan is er wel een oplossing. Indien de stage langer zou duren dan 320 uur, dan kan je voor de bijkomende duur een vrijwillige stage (zie verderop) hanteren, deze mag max. 60 werkdagen duren, omgerekend 480 uur. Contacteer hiervoor je stagebegeleider

Hoe stel ik een contract op voor een vrijwillige stage?

Indien je een vrijwillige stage wenst te doen of een verlenging van je verplichte stage wenst aan te vragen, dien je een contract tot vrijwillige stage op te stellen. Je kan een vrijwillige stage doen tot en met het einde van het academiejaar waarvoor je bent ingeschreven (cf. september). Deze contracten vind je terug op: www.ugent.be/ps/communicatiewetenschappen/nl/onderwijs/masteropleiding/stages

Wat te doen indien de startdatum en/of einddatum (vb. met een paar dagen) van de stage zou wijzigen?

Het volstaat dat er e-mailcorrespondentie of enig ander schriftelijk bewijs, kan worden voorgelegd (vb. op vraag van een verzekeraar) tussen de stageverantwoordelijke bij het bedrijf, de stagiair en de stagepromotor (en/of stagebegeleiders) bij de UGent waaruit het akkoord met de gewijzigde data blijkt. U hoeft de afdeling Juridische Zaken niet te verwittigen. De stageperiode moet wel nog altijd overeenstemmen met de periode toegelaten in het curriculum van de student.

Wat te doen bij verlof of een variabel werkrooster/werkrooster waarbij niet 5 dagen/week wordt gewerkt?

De stageverantwoordelijke bij het bedrijf, de stagiair en de stagebegeleiders bij de UGent zullen vóór de aanvang van de stage een dag- en uurrooster uitwisselen van de tijdstippen waarop de stage zal worden volbracht. Wordt dit gewijzigd, dan moet dit opnieuw schriftelijk worden opgesteld (e-mailcorrespondentie of ondertekend document). Het is immers aangewezen dat er een schriftelijk bewijs is waaruit het werkrooster van de student blijkt (zodat er achteraf met de verzekeraar geen discussies zijn over het feit of de student op een bepaalde dag wel of niet op stage was of op weg van of naar de stageplaats was). U hoeft de afdeling Juridische Zaken niet te verwittigen.

Wat te doen bij ziekte of afwezigheid door overmacht?

De stagiair dient zo spoedig mogelijk, en in ieder geval vóór 10u op de dag waarop de stage zou verricht worden, zowel de stageverantwoordelijke bij het bedrijf als de stagebegeleiders bij de UGent, per e-mail (minstens telefonisch) verwittigen. Mocht de einddatum van de stage verlengd worden, zie het antwoord hierboven. U hoeft de afdeling Juridische Zaken niet te verwittigen.

p>

Wat te doen bij een verplaatsing (al of niet naar het buitenland) in het kader van de stage?

Hiervoor verwijzen we naar: www.ugent.be/student/nl/administratie/verzekering/activiteiten.htm

Ben ik verzekerd indien ik tijdens mijn stage naar het buitenland moet gaan?

Alle studenten van de UGent zijn automatisch aangesloten bij de collectieve reisbijstandspolis als zij een reis maken in het kader van de universitaire activiteiten. Alle informatie is terug te vinden op: https://www.ugent.be/intranet/nl/op-het-werk/verzekeringen/reisbijstand/reisverzekering.htm Studiereizen moeten voortaan niet meer aangemeld worden aan verzekeringen@UGent.be. De student dient dit echter wel te melden aan de stagepromotor(via stagebegeleiders), in het voorkomend geval er een discussie zou ontstaan met de verzekeraar, het bewijs kan worden geleverd dat dit een toegelaten studiereis was (vb. register door vakgroep, mailverkeer tussen vakgroep en student of ZAP-lid en student). www.ugent.be/student/nl/studeren/administratie/verzekering/activiteiten.htm

Opgelet: annulering van een reis en bagage (schade/verlies) is niet gedekt in het kader van de reisbijstandspolis. Hiervoor dient men, zo gewenst, een extra dekking te nemen op eigen kosten. Alle informatie vindt u op: www.ugent.be/intranet/nl/op-het-werk/verzekeringen/allerisico/overzicht.htm

Krijg ik een vergoeding of een auto voor verplaatsingen in opdracht van het bedrijf?

In principe is een stage tijdens je opleiding onbezoldigd d.w.z. dat er geen loon noch een vergoeding voor zelfstandige prestaties mag betaald worden, zo niet dient de betrokken student beschouwd te worden als werknemer (bijv. jobstudent), respectievelijk zelfstandige dienstverlener (met alle sociaal- en fiscaalrechtelijke gevolgen van dien) en dient de werkgever/zelfstandige te zorgen voor de nodige verzekeringen (en niet de UGent). Je werkgever is niet verplicht een stagevergoeding te geven. Afhankelijk van de sector krijg je echter soms je transportkosten vergoed, of krijg je maaltijdcheques of krijg je op het einde van je stage een geschenk

Een stage waarbij de zgn. "kosten eigen aan de werkgever" worden terugbetaald, is nog steeds een onbezoldigde stage omdat er - in tegenstelling tot bij een arbeidsovereenkomst - geen loon wordt uitbetaald. Het betalen door de stageverantwoordelijke van kostenvergoedingen is dan ook enkel mogelijk indien deze beantwoorden aan kosten die inherent c.q. het gevolg zijn aan c.q. van de uitvoering van de stage. Aldus kan bijvoorbeeld worden geargumenteerd dat de vergoeding van reiskosten, d.w.z. de kosten die worden gemaakt bij verplaatsingen in opdracht van de stageverantwoordelijke, door de stageplaats kunnen vergoed worden.

In beginsel komen enkel de reële en bewezen kosten (bijv. vliegtuigtickets,.) die inherent zijn c.q. het gevolg zijn aan c.q. van de uitvoering van de stage, in aanmerking voor de uitbetaling van onkostenvergoedingen aan de student-stagiair(e). Forfaitaire kostenvergoedingen kunnen bijv. in aanmerking worden genomen, wanneer de werkelijke kosten moeilijk kunnen worden bepaald of de berekening of terugbetaling ervan op praktische bezwaren stuit. Vereist is dan (uiteraard) wel dat het forfait in een redelijke verhouding staat tot de grootte van de werkelijke uitgaven. Het is ieder geval belangrijk om duidelijke afspraken te maken met je stageverantwoordelijke.

Krijg ik een onkostenvergoeding voor het openbaar vervoer?

Studenten die stage lopen en zich daartoe met de trein verplaatsen, kunnen bij de NMBS een belangrijke korting genieten op hun treinabonnement via de UGent. Een attest hiervoor bekom je bij de Facultaire Studentenadministratie na opgave van vertrekplaats, eindbestemming, aanvangsdatum en einddatum.

Mag het stageverslag samen geschreven worden met een medestudent die op dezelfde stageplaats stage doet?

Neen, het stageverslag is een individuele reflectie op de stageperiode en mag niet in samenwerking met medestudenten geschreven worden.

Mag ik tijdens mijn stage aan mijn masterproef werken?

Uiteraard kan je je stageplaats zo selecteren dat dit een meerwaarde heeft voor je het onderwerp van je masterproef. De dataverzameling, het schrijven van stukken of de analyse van data tijdens de uren van je stage zijn niet toegelaten. Beiden zijn immers verschillende opleidingsonderdelen die onafhankelijk van elkaar opgenomen zijn in de opleiding.

Mag ik verlofdagen aanvragen op mijn stageplaats?

Je kan bij het bespreken van je stagecontract vragen om 1 dag in de week vrij te houden voor aan je masterproef te werken of keuzevakken te volgen. Eventueel kan je ook vooraf een bepaalde verlofperiode vastleggen (vb. een week in de paasvakantie). Dit dien je te bespreken en aan te geven in je contract. Het is echter niet de bedoeling om tijdens je stage bijkomende verlofdagen te vragen. Gezien de relatief korte periode van de stage zou dit niet optimaal zijn.

Mag ik mijn stage over een langere periode spreiden?

Indien je stageplaats vraagt om vb. slechts 3 dagen/week te werken, maar gedurende een langere periode is dit toegestaan. Uiteraard dient dit duidelijk vermeld te worden in het contract zodat je verzekering ook in orde is.

5. Richtlijnen bij het schrijven van het reflectief essay

1. Algemeen

Het stage-essay vormt een essentiële bijlage bij het in te dienen stageverslag. Het is een bespiegelend werk dat inzoomt op de relatie tussen de gedane stage en de verworven academische inzichten in de afstudeerrichting.

De student selecteert één aspect, een probleem, een uitdaging, een stelling, … dat/die aan bod kwam tijdens de stage. Dat topic wordt in het essay kritisch belicht en persoonlijk geïnterpreteerd. Op die manier moet het stage-essay een duidelijke link leggen tussen de academische opleiding en de praktijk van het werkveld tijdens de stage. Het resultaat moet een wetenschappelijke, kritische en reflectieve tekst zijn

Het essay moet 1.000 tot 1.500 woorden tellen. 25 % van de evaluatie van de stage gaat naar het essay.

p>

Het aantal woorden, 1000-1500, is exclusief de referentielijst die gebruikt wordt.

2. Definitie van het essay

Een essay is een ‘probeersel’ (cf. het Franse woord ‘essai’): een beschouwend stuk proza waarin de schrijver probeert (essayer…) om een overtuigend betoog op te stellen. Essentieel in het essay zijn daardoor het beschouwende karakter, de persoonlijke visie, de dwarsverbanden in de argumentatie, de wetenschappelijke benadering en de nodige diepgang.

Kerneigenschappen:

  • Beschouwend
  • persoonlijke visie
  • essai, een 'probeersel'
  • overtuigend betoog
  • dwarsverbanden leggen
  • wetenschappelijke tekst
  • diepgang

3. Plan van aanpak

Hoe ga je te werk bij de opstart van je essay? Hieronder een praktische leidraad die je moet helpen om deze opdracht tot een goed einde te brengen

3.1. Keuze van het onderwerp

Een goed onderwerp gevonden? Essay al half gewonnen! Essentieel voor een goed essay is een geschikt onderwerp. Zoek naar een item dat zowel academische reflectie als een verband met je praktijkstage mogelijk maakt. Bovendien moet het een topic zijn waarover je een persoonlijke visie kan ontwikkelen en verdedigen. Zorg voor een goed afgebakend onderwerp. Besteed veel tijd een aandacht aan de keuze van het onderwerp. Aarzel niet om erover te brainstormen met je stagebegeleider, je collegae op de werkvloer, medestudenten. Start je met een onderwerp dat te weinig verdieping toestaat of geen persoonlijke kritische reflectie oplevert, dan wordt het moeilijk om tot een goed eindproduct te komen.

3.2. Opbouw van je argumentatie

Nog vòòr je aan de opbouw van je essay begint, is het belangrijk dat je je eigen visie ontwikkelt rond het thema. Bouw een stelling op die betwistbaar is, maar zorg er tegelijkertijd ook voor dat je goede argumenten aanhaalt om je mening te onderbouwen. Doe dat niet in een lopende tekst maar wel schematisch. Gebruik pijltjes, lijnen die verbanden tonen, zet pro’s en contra’s tegen elkaar, zorg voor argumentatie én contra-argumentatie, … Gebruik hiervoor wetenschappelijke literatuur om je argumenten te staven. Zorg ervoor dat de literatuur die je raadpleegt, relevant is (up-to-date en to-the-point).

Gebruik eventueel tools zoals Mindmapping, of gelijkaardige tools die online (en in appstores) beschikbaar zijn. Durf out-the-box te denken. Durf je nek uit te steken als je een mening ontwikkelt. Maar durf evenzeer om je eigen stellingen zelf te ontkrachten met tegenargumenten. Argument en tegenargument zorgen samen voor een gebalanceerde persoonlijke visie.

3.3. Opstellen graatstructuur

Als je een goed onderwerp gevonden hebt én een stevige persoonlijke argumentatie rond dat onderwerp ontwikkeld hebt, volgt de fase waarin je de structuur van je essay op papier zet. Gebruik bij voorkeur volgende graatstructuur:

  • Introductie: hierin geef je het onderwerp weer, de link tussen stage en academische opleiding én je persoonlijke visie die je in dit essay wil verdedigen.
  • Argumentatie: aan de hand van bullet points geef je de elementen weer die je wil uitschrijven om je visie uit de doeken te doen. Zorg daarbij voor een logische volgorde. (Denk aan de ‘stream of consciousness’, de logische flow, gedachtenstroom die je hersenen volgen als je over iets nadenkt). Uiteraard ga je nadien je tussentitels anders invullen.
  • Conclusie: hierin besluit je, vat je nog eens samen en geef je eventuele suggesties om het onderwerp van je essay verder uit te spitten.
  • Literatuurlijst: Volg hierover de APA-regels. Anderzijds kan het gebeuren dat een deel van de informatie ‘in de wandelgangen’ van de stage ingewonnen is. Streef dus naar een gezond evenwicht tussen wetenschappelijk relevante literatuur en persoonlijk opgedane kennis.

4. Schrijf tekst

Heb je een goed thema, goed uitgewerkte argumentatie en stevige structuur op poten? Rest je nog het concrete uitschrijven van je tekst. Wie wat schrijfervaring heeft, zal dit vast tot een goed einde brengen. Verwachte lengte schommelt tussen de 1.000 en 1.500 woorden (met een voorkeur voor 1.500).

5. Wees kritisch voor jezelf

Laat je tekst enkele dagen liggen, zodat je hem nadien met de frisse blik van een kritische buitenstaander opnieuw kan lezen en beoordelen.

6. Finaliseer

Bij het herlezen van je essay moet je extra aandacht besteden aan taal, stijl, logische opbouw, grammatica. Niet alleen de inhoud – hoe essentieel die ook is – maar ook de verpakking speelt mee! Durf in deze fase herwerken, bijspijkeren, corrigeren. Dit is de fase waarin je je essay tot ongekende Pulitzerhoogten kan upgraden!

7. Indienen

Het essay moet worden ingediend als bijlage bij je stageverslag. De deadline daarvoor is uiterlijk twee weken na het einde van je stage.

Taal en stijl

Een essay is geen opstel, geen krantenartikel en ook geen wetenschappelijk traktaat. Het is dus zaak de juiste taal en stijl te hanteren.

Schrijf helder. Gebruik geen langere zinnen dan nodig. Gebruik geen moeilijkere woorden dan nodig. Houd je doelgroep/lezer voor ogen en probeer het hem/haar makkelijk te maken om je redeneringen te volgen.

Let op de grammatica: schrijf consequent in de tegenwoordige tijd, geen eerste persoon enkelvoud. Vermijd taalkundige blunders (dt-fouten, congruentiefouten, dialect, …). Lees er eventueel de syllabus ‘Academisch rapporteren’ uit de bacheloropleiding nog eens op na.

Do’s &don’ts

Tot slot nog een grabbelton aan suggesties, tips, do’s en don’ts. Het is een in willekeurige volgorde opgelijste reeks aanbevelingen om de kwaliteit van je stage-essay te verbeteren.

  • Kies een niet té evident thema, want dan riskeer je om in te oppervlakkige algemeenheden te blijven steken (bv: de plaats van social media in een marketingstrategie). Hoe scherper de focus en hoe specifieker het (deel)thema, hoe beter.
  • Zorg voor een duidelijke link met je thema. Te vaak is het voor de stageverantwoordelijke gissen geblazen hoe je essay nu in verband staat met je stage. Geef duidelijk aan hoe je vanuit je stage-ervaring een communicatiethema kan uitspitten, hoe je theorie aan praktijk kan koppelen (of vice-versa).
  • Ga eerder voor 1.500 dan voor 1.000 woorden. Literatuur- en bronvermelding: wees eerlijk en realistisch wat het aantal bronnen betreft. En zorg ervoor dat de literatuurlijst wel degelijk verband houdt met het thema van je essay. Vermeld ook je persoonlijke bronnen die je tijdens de stage consulteerde.

Zorg voor een goed lezend werk: jullie studeren af als masters in de communicatiewetenschappen en dus is een goed opgestelde tekst een basisvereiste. Zorg voor een aantrekkelijke titel en intro, verleidelijke tussentitels, correct taalgebruik. Vermijd absoluut clichés, gemeenplaatsen, dooddoeners, loperwerkwoorden, spelfouten, tikfouten, …

We wensen je tot slot veel intellectueel plezier bij de uitwerking van je stage-essay!

Bijlagen