Deel 5: Facultair reglement Onderzoekspaper – Bachelor Politieke Wetenschappen (Major Europese & Wereldpolitiek) en Voorbereidingsprogramma’s en Schakelprogramma’s EU-Studies en Politieke Wetenschappen (beide afstudeerrichtingen)

Artikel 1. Doelstellingen

§1 De Onderzoekspaper is het sluitstuk van de Bacheloropleiding, waarin de student de in de verschillende opleidingsonderdelen opgebouwde kennis en vaardigheden zelfstandig verder ontwikkelt en integreert. Het belang dat aan de Onderzoekspaper wordt gehecht wordt weerspiegeld in een hoger aantal studiepunten dan bij een gewoon opleidingsonderdeel. De Onderzoekspaper wordt beoordeeld door de promotor en één commissaris, conform de beoordelingscriteria in artikel 4.

§2 De Onderzoekspaper is een uitgewerkt onderzoeksvoorstel over een politiekwetenschappelijk onderwerp. Het veronderstelt een grondig uitgewerkt literatuuroverzicht, het formuleren van een politiekwetenschappelijke probleemstelling, en de aanzet tot het uitwerken van een concreet onderzoeksontwerp hierover.

§3 In tegenstelling tot de papers bij sommige andere opleidingsonderdelen is de Onderzoekspaper een individueel werk. Dit sluit echter niet uit dat meerdere studenten op verschillende aspecten van eenzelfde breed onderwerp kunnen werken, of dat ze eventueel in groepsvergaderingen hun vooruitgang bespreken.

Artikel 2. Werkwijze

2.1. De begeleiding

§1 Elke student wordt begeleid door een promotor (lid van het ZAP of post-doctoraal onderzoeker/doctor-assistent). De promotor is een lid van de vakgroep Politieke Wetenschappen of de vakgroep Conflict & Ontwikkeling. Assistenten en wetenschappelijke medewerkers met de nodige ervaring en expertise en/of medewerkers van andere vakgroepen kunnen ook bij de begeleiding betrokken worden onder de eindverantwoordelijkheid van de promotor.

Specifieke termijnen

§2 De promotor kan bijkomende deadlines voor specifieke stappen in het voorbereiden van de Onderzoekspaper aan de bovenvermelde algemene termijnen bijvoegen. Deze worden bij aanvang van de voorbereidingen van de Onderzoekspaper aan de student voorgelegd.

2.2. De keuze van een onderzoeksthema en promotor

§3 Mogelijke onderwerpen worden ten laatste eind oktober, tijdens een infosessie, voorgesteld. De voorstellen van onderwerpen worden door de promotoren ook bekendgemaakt via de applicatie “Onderzoekspaper” die te vinden is op de infosite (Minerva). De studenten kunnen bij de promotoren inlichtingen over de voorgestelde onderwerpen inwinnen; uiteraard kunnen studenten ook zelf een voorstel formuleren en aan een promotor voorleggen.

§4 Om een kwaliteitsvolle begeleiding van de Onderzoekspaper te kunnen garanderen, situeert het onderzoeksthema zich zoveel mogelijk in het vakgebied/onderzoeksdomein van de promotor. Er wordt gestreefd naar een degelijke spreiding van de studenten over de verschillende potentiële promotoren.

§5 Elke student maakt via de online applicatie “ARTEMIS” een voorstel van zijn/haar keuze bekend, evenals de naam van de promotor. De voorgestelde promotor verleent hieraan een expliciete goedkeuring. Dit houdt in dat de student eerst het akkoord moet hebben van de promotor alvorens het voorstel via Artemis in te dienen.

§6 Indiendatum 1ste zittijd: check de FSA website: http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

§7 Wie deze deadline niet haalt, wordt voor de Onderzoekspaper uitgesloten van deelname aan de eerste zittijd. Voor deelname aan de tweede zittijd dient men zich ook te registreren in artemis, tegen datum zie eveneens: http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

2.3. Goedkeuring onderzoeksthema en promotor

§8 Het akkoord van de promotor (gevraagd voor het indienen van het onderzoeksthema) geldt als goedkeuring van het voorstel

2.4. De voorbereiding van de Onderzoekspaper

§9 De promotor begeleidt de algemene werkwijze in functie van het onderwerp en volgt de vooruitgang van de student regelmatig op.

2.5. Het indienen van de Onderzoekspaper

§10 De Onderzoekspaper wordt ingediend zowel in elektronische vorm (mailen naar tania.devos@ugent.be) als in ‘hard copy’ (2 exemplaren, recto verso en geen plastieken mapjes of kaften of ringen. Enkel INGEBONDEN of een NIETJE) bij het secretariaat van de vakgroep waartoe de promotor behoort van de Politieke Wetenschappen, gelijkvloers. De student ontvangt een bewijs van indienen. Voor indiendata, zie artikel 2.2 §6.

§11 Indien de Onderzoekspaper niet voor de gestelde datum werd afgegeven, is de betrokken student niet ontvankelijk voor de deliberatie, tenzij in geval van overmacht. De promotor, in overleg met de voorzitter van de examencommissie, beslist over de reden van de overmacht.

2.6. Mondelinge verdediging

§12 De onderzoekspaper omvat een schriftelijk rapport. Een mondelinge verdediging of presentatie is niet voorzien.

2.7. De evaluatieprocedure

§13 Elke Onderzoekspaper wordt door de promotor en één commissaris geëvalueerd, conform de beoordelingscriteria in artikel 4. De Opleidingscommissie stelt de commissaris aan. De eindscore zal het gemiddelde zijn van de score van de promotor en de score van de commissaris.

2.7. Feedback

§14 Elke student heeft recht op feedback op zijn/haar paper. Na de proclamatie van de eerste (en/of tweede) examenperiode wordt door de promotor gelegenheid tot feedback voorzien.

Artikel 3. De vorm van de paper

3.1 Algemene vormvereisten

§1 De Onderzoekspaper heeft als vorm een literatuuroverzicht met onderzoeksvoorstel.

3.2 Structuur

§2
a) Voorstukken
- Titelblad (een standaard titelblad wordt gebruikt. Een template wordt op Minerva ter beschikking gesteld).
- word count

b) Aanbevolen corpus
- Algemene thematiek: formulering van de probleemstelling, situering, en duiding van de maatschappelijke relevantie
- Literatuuroverzicht waaruit de wetenschappelijke relevantie blijkt
- Specifieke onderzoeksvragen
- Onderzoeksdesign: motivering van de keuze van onderzoekstype, gegevens, en analysemethoden
- Tijdsplanning

c) Eindstukken
- Referenties
- Eventuele bijlagen

3.3 Bronverwijzing

§3 Voor bronverwijzing dient verplicht het APA-systeem te worden gehanteerd (zie APA manual op Minerva). Indien vooral met juridische bronnen wordt gewerkt, inzonderheid wetgeving en rechtspraak, wordt toepassing gemaakt van de in de rechtswetenschappen toepasselijke bronverwijzingen en citeer- en afkortingswijzen. Aanbevolen is het gebruik van EndNote

3.4 Omvang

§7 De paper omvat tussen 5.000 en 15.000 woorden (abstract, tabellen, referenties, voetnoten en eventuele bijlagen niet inbegrepen). Het aantal woorden (word count) wordt vermeld op het titelblad.

! Deze minima en maxima mogen in geen geval overschreden worden. Indien dit wel het geval is wordt de Onderzoekspaper onontvankelijk verklaard

Artikel 4. Beoordelingscriteria

§1 De beoordelingscriteria zijn vastgelegd op het Beoordelingsformulier Onderzoekspaper (zie bijlage).

Artikel 5. Originaliteit, wetenschappelijke transparantie, taal en plagiaat

5.1. Originaliteit

§1 Een Onderzoekspaper vereist een zekere originaliteit van de student.

5.2. Wetenschappelijke transparantie

§2 Bij wetenschappelijk werk moeten steeds alle beweringen goed en ook duidelijk onderbouwd worden. De schrijver moet de lezer in staat stellen om de argumentatie goed te volgen en de wetenschappelijke waarde en draagwijdte van elke bewering in te schatten.

Dit houdt in dat voor eigen ideeën de schrijver duidelijk moet maken hoe hij/zij tot deze ideeën is gekomen (eigen ervaring, eigen dataverzameling (hoe verzameld? waar? wanneer?....). Bij elk gebruik van het gedachtegoed of de empirische bevindingen van anderen, moet de schrijver op een adequate manier naar de gebruikte bron(nen) verwijzen. Ook dient hij/zij een duidelijk onderscheid te maken tussen een eigen samenvatting/interpretatie en het letterlijk citeren van een bron.

5.3. Taal van het opleidingsonderdeel Onderzoekspaper

§3 De Onderzoekspaper wordt in het Nederlands geschreven. Op eenvoudig verzoek en na akkoord van de promotor kan de Onderzoekspaper ook in het Engels of Frans geschreven worden. Wanneer de Onderzoekspaper in het Engels of Frans wordt geschreven, is een samenvatting in het Nederlands verplicht (OER art 59).

5.4. Plagiaat

§4 De faculteit heeft inzake onregelmatigheden met betrekking tot Onderzoekspaper/Masterproef, of bij andere vorm van (schriftelijke) rapportering, een Facultair reglement Plagiaat opgesteld (zie Deel 9 van het F-OER).

Artikel 6. Extra vereiste voor wie niet geslaagd is en de Onderzoekspaper op een later tijdstip opnieuw indient

Studenten die niet geslaagd zijn voor de Onderzoekspaper en die op een later tijdstip opnieuw indienen, voegen hier een afzonderlijk document aan toe, waarin ze (a) een overzicht geven van de aangebrachte wijzigingen, en waarin ze (b) aangeven op welke manier ze hebben ingespeeld op de verslagen en de commentaren op de eerdere versie.

Bijlage: Beoordelingsformulier Onderzoekspaper (Politieke Wetenschappen)

deel5-beoordelingsformulier-op.docx