Deel 7: Facultair reglement Onderzoekspaper – Sociologie

Artikel 1. Doelstellingen

§1 De onderzoekspaper is het sluitstuk van de Bacheloropleiding, waarin de student de in de verschillende opleidingsonderdelen opgebouwde kennis en vaardigheden zelfstandig verder ontwikkelt en integreert. Het belang dat aan de onderzoekspaper wordt gehecht wordt weerspiegeld in een hoger aantal studiepunten dan bij een gewoon opleidingsonderdeel. De Onderzoekspaper wordt beoordeeld door de promotor en één commissaris, conform de beoordelingscriteria in artikel 4.

§2 De onderzoekspaper beoogt een uitgewerkt onderzoeksvoorstel over een sociologisch onderwerp. Het veronderstelt het formuleren van een sociologische probleemstelling, het uitwerken van concrete (deel)onderzoeksvragen, een grondige literatuurstudie en het uitwerken van een geschikt en haalbaar onderzoeksdesign en/of analyseplan

§3 In tegenstelling tot de papers bij sommige andere opleidingsonderdelen is de onderzoekspaper een individueel werk. Dit sluit echter niet uit dat meerdere studenten op verschillende aspecten van eenzelfde breed onderwerp kunnen werken, of dat ze eventueel in groepsvergaderingen hun vooruitgang bespreken. Dit gebeurt in nauwe samenspraak met de promotor.

Artikel 2. Werkwijze

2.1. De begeleiding

§1 We maken in het kader van het vak ‘Onderzoekspaper’ een onderscheid tussen de eigenlijke onderzoekspaper en de begeleiding (inclusief verplichte opdrachten).

§2 Elke student wordt begeleid door een promotor (lid van het ZAP of post-doctoraal onderzoeker/doctor-assistent). De promotor is een lid van de vakgroep Sociologie. Assistenten en wetenschappelijke medewerkers met de nodige ervaring en expertise en/of medewerkers van andere vakgroepen kunnen ook bij de begeleiding betrokken worden onder de eindverantwoordelijkheid van de promotor. Een co-promotor van buiten de opleiding kan wel. Co-promotoren geven geen punten, maar spelen hun commentaar door aan de promotor die het meeneemt in zijn/haar punten (als één van de ingrediënten die naar eigen inzicht en in eigen verantwoordelijkheid kunnen meespelen).

§3 De promotor volgt bij de begeleiding de procedure zoals besproken in artikel 7.

§4 De promotor kan bijkomende deadlines voor specifieke stappen in het voorbereiden van de onderzoekspaper aan de bovenvermelde algemene termijnen bijvoegen. Deze worden bij aanvang van de voorbereidingen van de Onderzoekspaper aan de student voorgelegd.

§5 Daarnaast zijn ook de deadlines vermeld in artikel 6geldig.

2.2. De keuze van een onderzoeksthema en promotor

§6 Mogelijke onderwerpen worden in de eerste week van het academiejaar, tijdens een infosessie, voorgesteld. De voorstellen van onderwerpen worden door de promotoren ook bekendgemaakt via de applicatie “Onderzoekspaper” die te vinden is op de infosite (Minerva). De studenten kunnen bij de promotoren inlichtingen over de voorgestelde onderwerpen inwinnen; eventueel kunnen studenten ook zelf een voorstel formuleren en aan een promotor voorleggen.

§7 Om de kwaliteit van de onderzoekspaper te garanderen, is het vanzelfsprekend dat elk onderzoeksthema zich situeert in het vakgebied/onderzoeksdomein van de promotor. Daarnaast wordt er ook gestreefd naar een evenwichtige spreiding van de studenten over de verschillende potentiële promotoren.

§8 Elke student maakt via de online applicatie “ARTEMIS” een voorstel van zijn/haar keuze bekend, evenals de naam van de promotor. De voorgestelde promotor verleent hieraan een expliciete goedkeuring. Dit houdt in dat de student eerst het mondelinge of schriftelijke akkoord moet hebben van de promotor alvorens het voorstel via Artemis in te dienen.

§9 Indiendatum 1ste zittijd: check de FSA website:
http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data
Dit geldt ook voor onderzoeksthema’s met promotoren buiten de faculteit.

§10 Wie deze deadline niet haalt, wordt voor het vak ‘Onderzoekspaper’ uitgesloten van deelname aan de eerste zittijd. Voor deelname aan de tweede zittijd dient men zich ook te registreren in artemis, tegen datum zie eveneens: http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

2.3. Goedkeuring onderzoeksthema en promotor

§11 Het akkoord van de promotor (gevraagd voor het indienen van het onderzoeksthema) via ARTEMIS geldt als officiële goedkeuring van het voorstel.

2.4. Het indienen van de onderzoekspaper

§13 De onderzoekspaper wordt ingediend zowel in elektronische vorm (uploaden in de dropbox op minerva) als in ‘hard copy’ (2 exemplaren, recto verso en geen plastieken mapjes of kaften of ringen) bij het secretariaat van de vakgroep waartoe de promotor behoort. De student ontvangt een bewijs van indienen. Voor indiendata, zie 6.1.

§14 Indien de onderzoekspaper niet voor de gestelde datum werd afgegeven, is de betrokken student niet ontvankelijk voor de deliberatie, tenzij in geval van overmacht. De promotor, in overleg met de voorzitter van de examencommissie, beslist over de reden van de overmacht.

2.5. Mondelinge verdediging

§15 De onderzoekspaper omvat een schriftelijk rapport. Een mondelinge verdediging of presentatie is niet voorzien. Daarnaast zijn er in het kader van de begeleiding wel een aantal bijeenkomsten voorzien waarbij van de student een actieve (al dan niet mondelinge) bijdrage voorzien wordt (zie artikel 7).

2.6. De evaluatieprocedure

§16 Elke onderzoekspaper wordt door de promotor en één commissaris geëvalueerd, conform de beoordelingscriteria in artikel 4. De opleidingscommissie stelt de commissaris aan. De eindscore zal het gemiddelde zijn van de score van de promotor en de score van de commissaris. Indien de punten van de beide beoordelaars 4 punten of meer van elkaar verschillen, wordt een derde lezer aangesteld (de derde lezer voldoet aan dezelfde criteria als promotor en commissaris). De eindscore is dan het gemiddelde van de drie punten.

§17 De opdrachten in het kader van de begeleiding worden door de promotor geëvalueerd.

2.7. Feedback

§18 Elke student heeft recht op feedback op zijn/haar paper. Na de proclamatie van de eerste (en/of tweede) examenperiode wordt door de promotor gelegenheid tot feedback voorzien.

Artikel 3. De vorm van de paper

3.1 Algemene vormvereisten onderzoekspaper

§2
a) Voorstukken
- Titelblad (een standaard titelblad wordt gebruikt. Een template wordt op Minerva ter beschikking gesteld).
- Abstract (min 200 woorden, max 300 woorden, Nederlands)
- word count

b) Aanbevolen corpus
- Algemene probleemstelling: formulering van de probleemstelling, situering, en duiding van de wetenschappelijke relevantie
- Literatuurstudie
- Specifieke onderzoeksvragen/hypothesen, ev. aangevuld met een theoretisch model
- Onderzoeksdesign: omstandige motivering van de keuze van het onderzoekstype, het evalueren van al dan niet beschikbare databestanden, voorstellen van analysemethoden, ev. aangevuld met een operationeel model
- Tijdsplanning

c) Eindstukken
- Referenties
- Eventuele bijlagen

3.3 Bronverwijzing

§3 Voor bronverwijzing dient verplicht het APA-systeem te worden gehanteerd (zie APA manual op Minerva). Indien vooral met juridische bronnen wordt gewerkt, inzonderheid wetgeving en rechtspraak, wordt toepassing gemaakt van de in de rechtswetenschappen toepasselijke bronverwijzingen en citeer- en afkortingswijzen. Aanbevolen is het gebruik van EndNote

Omvang

§7 De paper omvat tussen 5.000 en 15.000 woorden (abstract, tabellen, referenties, voetnoten en eventuele bijlagen niet inbegrepen). Het aantal woorden (word count) wordt vermeld op het titelblad.

! Deze minima en maxima mogen in geen geval overschreden worden. Indien dit wel het geval is, wordt de onderzoekspaper onontvankelijk verklaard.

Artikel 4. Beoordelingscriteria

§1 De beoordelingscriteria zijn vastgelegd op het Beoordelingsformulier Onderzoekspaper (zie bijlage).

Artikel 5. Originaliteit, wetenschappelijke transparantie, taal en plagiaat

5.1. Wetenschappelijke transparantie

§2 Bij wetenschappelijk werk moeten steeds alle beweringen goed en ook duidelijk onderbouwd worden. De schrijver moet de lezer in staat stellen om de argumentatie goed te volgen en de wetenschappelijke waarde en draagwijdte van elke bewering in te schatten.

Dit houdt in dat voor eigen ideeën de schrijver duidelijk moet maken hoe hij/zij tot deze ideeën is gekomen (eigen ervaring, eigen dataverzameling (hoe verzameld? waar? wanneer?....). Bij elk gebruik van het gedachtegoed of de empirische bevindingen van anderen, moet de schrijver op een adequate manier naar de gebruikte bron(nen) verwijzen. Ook dient hij/zij een duidelijk onderscheid te maken tussen een eigen samenvatting/interpretatie en het letterlijk citeren van een bron.

Taal van het opleidingsonderdeel onderzoekspaper

§3 De Onderzoekspaper wordt in het Nederlands geschreven. Op eenvoudig verzoek en na akkoord van de promotor kan de Onderzoekspaper ook in het Engels of Frans geschreven worden. Wanneer de Onderzoekspaper in het Engels of Frans wordt geschreven, is een samenvatting in het Nederlands verplicht (OER art 59).

5.3. Plagiaat

§4 De faculteit heeft inzake onregelmatigheden rond Onderzoekspaper/Masterproef, of bij andere vorm van (schriftelijke) rapportering, een Facultair reglement Plagiaat opgesteld (zie Deel 9 van het F-OER).

Artikel 6. Begeleiding

6.1. Logica

§1 Het vak ‘Onderzoekspaper’ bestaat enerzijds uit een begeleidingsdeel bestaande uit infomomenten en werkmeetings, en het eindproduct (de eigenlijke onderzoekspaper). Zowel de inbreng in de meetings als de eigenlijke onderzoekspaper worden geëvalueerd.

§2 Tijdens de begeleiding worden formele opdrachten gegeven in functie van de uitwerking van de eigenlijke onderzoekspaper. Het doel hiervan is, naast het garanderen van de voortgang en de kwaliteit van de onderzoekspaper, het leren organiseren, uitwerken en verdedigen van een eigen (onderzoeks)project en het komen tot een constructieve samenwerking met medestudenten.

§3 Naast de formele begeleidingsactiviteiten is er ook individuele begeleiding mogelijk door de promotor of zijn of haar medewerkers op vraag van de student.

6.2 Praktische invulling van de begeleiding

§4 Er worden verschillende formele stappen in de begeleiding voorzien:

Inleidende sessie

  • Klassikaal voor alle studenten die het vak volgen, in de eerste week van het academiejaar
  • Voorstelling van het vak ‘Onderzoekspaper’, de verschillende fasen in de begeleiding, de onderwerpen, de procedure rond het kiezen van een promotor en de gehanteerde beoordelingscriteria.

Informatiemoment per promotor

  • Tijdens de tweede week van het eerste semester (of tijdens de eerste of derde week), tijdens het spreekuur van de promotor, of in een collectieve sessie met geïnteresseerde studenten.
  • Het doel van deze sessie is verkennende gesprekken te voeren omtrent de keuze van een onderzoeksthema.

Vastleggen promotor en onderzoeksthema op Artemis zie website FSA via: http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/voorbereiding-op-de-masterproef/onderzoekspaper.htm en http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

Voortgangsmeeting 1: probleemstelling

  • Deze meeting vindt plaats voor 15 november 2018, in een sessie per promotor, of in een collectieve sessie met meerdere promotoren.
  • De studenten geven een mondelinge toelichting van de probleemstelling op basis van een kort document van 2 à 4 pagina’s. Hierbij wordt tevens relevante wetenschappelijke literatuur aangeduid (2 à 3 sleutelpublicaties). Hoewel het nog gaat om work-in-progress, is dit document wel een net-versie (met referenties, een heldere alineastructuur, etc.).
  • Het doel van deze meeting is het stimuleren van de ontwikkeling van een heldere probleemstelling in een vroege fase van het proces én het bijsturen van schrijfstijl en referentietechniek.
  • Indienen van de nota: ten laatste 1 week voor de bijeenkomst, per mail en op papier bij de promotor.

Voortgangsmeeting 2: theoretisch kader

  • Deze meeting vindt plaats tussen 15 november en de kerstvakantie 2018, in een sessie per promotor, of in een collectieve sessie met meerdere promotoren
  • De studenten geven een mondelinge toelichting van het theoretisch luik van de onderzoekspaper op basis van een document van 2 à 4 pagina’s. In dit document wordt de structuur van het theorieluik getoond en toegelicht. Hierbij worden de verschillende theoretische invalshoeken van elkaar onderscheiden en kort omschreven. Dit is een geannoteerde inhoudstafel. Het document eindigt met het formuleren van enkele werkhypothesen of specifieke onderzoeksvragen.
  • Het doel van deze meeting is het ontwikkelen van een heldere, consistente en doelgerichte theoretische logica en aangepaste structuur, doelgericht uitgewerkt in functie van de helder geformuleerde onderzoeksvragen.
  • - Indienen van de nota: ten laatste 1 week voor bijeenkomst, per mail en op papier bij de promotor.

Voortgangsmeeting 3: onderzoeksdesign

  • Deze meeting vindt plaats tussen 15 maart en 5 april 2019, in een sessie per promotor, of in een collectieve sessie met meerdere promotoren.
  • De studenten geven een presentatie omtrent de stand van zaken (+-8 slides) waarin alle aspecten worden behandeld (probleemstelling, theorie, hypothesen/onderzoeksvragen, onderzoeksdesign), met bijzondere aandacht voor het onderzoekdesign (Welke keuzes? Wat zijn voor- en nadelen van de keuzes? Aftoetsen haalbaarheid).
  • Deze presentatie is gebaseerd op een serieuze eerste draft van de onderzoekspaper (die niet los van de presentatie gequoteerd wordt).
  • 1 of twee studenten treden op als discussant
  • Het doel van deze meeting is het ontwikkelen van een helder onderzoeksdesign en het ontwikkelen van presentatie- en discussievaardigheden.
  • Indienen van de presentatie en draft: ten laatste 1 week voor bijeenkomst – ook aan de aangeduide discussant. De discussant levert tijdens de meeting een korte nota af waarin de voornaamste punten helder geformuleerd staan (maximaal 1 pagina).

Indienen definitieve paper ( data zie website FSA: http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/voorbereiding-op-de-masterproef/onderzoekspaper.htm en http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data)

6.3. Alternatief traject per promotor

§5 Voortgangsmeeting 1 en 2 kunnen ook schriftelijk afgewerkt worden, na uitdrukkelijke goedkeuring van de promotor.

6.4. Alternatief traject voor uitgaande erasmusstudenten

§6 Deze studenten kunnen zich niet onttrekken aan de opdrachten in het kader van de begeleiding

§7 Meeting 1 en 2 (en bijhorende opdrachten) worden schriftelijk afgewerkt. Voor meeting 3 (presentatie) wordt een alternatieve opdracht voorzien. In plaats van de presentatie wordt een geannoteerde presentatie gemaakt, met per slide een aanvullend tekstblok met extra duiding. Voor meeting 3 (discussanten-opdracht) wordt tevens een alternatieve opdracht voorzien. De studenten maken een schriftelijke kritiek op de presentatie van een medestudent (bv. een andere erasmusstudent). Deze taak bestaat uit een tekst van ongeveer 3 à 4 pagina’s waarbij de goede, interessante zaken belicht worden, hiaten en of fouten aangeduid worden en enkele tips voor de verdere uitwerking gegeven worden

§8 Indien de promotor akkoord gaat, mag de uitgaande erasmus-student opdracht 3 op een ander tijdstip uitvoeren (maar het dient wel tussen het tweede voortgangsseminarie en de indien-deadline plaats te vinden).

§9 Erasmus-studenten informeren bij het begin van het academiejaar de promotor omtrent hun buitenlands verblijf.

6.5 Alternatief traject voor schakel- en voorbereidingsprogramma studenten

§10 Deze categorie studenten volgen dezelfde timing als de reguliere studenten, maar inhoudelijk ligt de klemtoon van de eerste meeting op ‘oriëntatie in een subdomein van de sociologie’. Bij de tweede meeting komt de ontwikkeling van een uitgewerkte probleemstelling aan bod. Bij de derde meeting presenteren de studenten een draft van de volledige paper (maar met beperkte aandacht voor het onderzoeksdesign, welke voor deze studenten minder uitgewerkt moet zijn in de eindversie van de onderzoekspaper, zie document ‘beoordelingskader onderzoekspaper sociologie’ op minerva).

6.6 Quotering

§11 Het quoteren van de werkzaamheden in het kader van dit begeleidingsformat is gericht op het belonen van inzet, doelgerichtheid en logisch denkwerk. Het is niet de evaluatie van een afgewerkte onderzoekspaper.

§12 De opdrachten in het kader van de begeleiding zoals hier voorgesteld staan voor een totaal van 4 punten van het totaal aantal punten voor het vak ‘Onderzoekspaper’. De eigenlijke paper staat voor 16 punten. Studenten kunnen enkel geslaagd zijn indien ze minstens een 8 op 16 halen op de paper zelf (dus de score zonder de begeleiding).

§13 Zowel het respecteren van de deadlines als de kwaliteit van het werk worden beoordeeld. Het louter deelnemen aan het proces (respecteren deadlines, afleveren van ernstige producten) wordt beloond met maximaal 2 punten op 4. Scores hoger dan 2 kunnen pas behaald worden indien er sprake is van inhoudelijk scherpe bijdragen. Het is immers niet de bedoeling dat louter formeel participeren (zonder inhoudelijke meerwaarde) beloond wordt.

§14 Studenten kunnen deelnemen aan alle meetings, ook al hebben ze voorheen meetings gemist. Uiteraard heeft dit wel een weerslag op de quotering. Zij die niet participeerden aan de begeleidingsopdrachten krijgen een 0 op 4, maar worden niet uitgesloten van het indienen van de eigenlijke onderzoekspaper.

§15 Voor het beoordelen van de opdracht zijn de volgende elementen richtinggevend (voor de schakel- en voorbereidingsstudenten wordt dit aangepast conform de inhoud van de meetings):

- Meeting 1:

  • Heldere, sociologische onderzoeksvraag?
  • Goede omschrijving van de relevantie?
  • Heldere schrijfstijl?

- Meeting 2:

  • Voldoende en relevante theorie geïntegreerd?
  • Logische structuur?
  • Link met probleemstelling duidelijk?

- Meeting 3 (presentatie):

  • Haalbare en relevante (link met probleemstelling/literatuur) design?
  • Identificatie van relevante beschikbare databestanden (indien van toepassing)?
  • Oog voor pro’s en con’s onderzoeksdesign?
  • Overzichtelijke en heldere presentatie?

- Meeting 3 (discussant):

  • Kritische opmerkingen?
  • Constructieve houding en bijdrage?

6.8. Tweede zittijd

§16 Er is GEEN tweede examenkans voor de begeleidingsopdrachten (welke niet-periodegebonden evaluaties vormen). De punten voor de begeleidingsopdrachten worden overgenomen naar de tweede zittijd.

§17 Zij die niet participeren aan de begeleidingsopdrachten krijgen een 0 op 4, maar worden niet uitgesloten van het indienen van de eigenlijke onderzoekspaper.

6.9. Ziekte

§18 In geval van ziekte (gelegitimeerd met een ziektebriefje) zal een specifieke regeling uitgewerkt worden in samenspraak met de promotor – indien dit praktisch mogelijk is en in lijn is met de logica van het begeleidingsformat.

§19 Verder geldt de ziekteregeling zoals die voor examens geldig is.

Artikel 7. Extra vereiste voor wie niet geslaagd is en de Onderzoekspaper op een later tijdstip opnieuw indient

Studenten die niet geslaagd zijn voor de Onderzoekspaper en die op een later tijdstip opnieuw indienen, voegen hier een afzonderlijk document aan toe, waarin ze (a) een overzicht geven van de aangebrachte wijzigingen, en waarin ze (b) aangeven op welke manier ze hebben ingespeeld op de verslagen en de commentaren op de eerdere versie.

Bijlage: Beoordelingsformulier Onderzoekspaper

deel7-beoordelingsformulier-op.docx