Deel 8: Facultair reglement Onderzoekspaper – Communicatiewetenschappen

1. Doelstelling

Het vak ‘Onderzoekspaper’ is het sluitstuk van de Bacheloropleiding, waarin de student de in de verschillende opleidingsonderdelen opgebouwde kennis en vaardigheden zelfstandig uitwerkt en verder ontwikkelt en integreert.

In het kader van de begeleide zelfstudie schrijft de student een paper die bestaat uit een probleemstelling, literatuurstudie, onderzoeksdesign, tijdsplanning en bibliografie. De begeleiding door promotor vindt plaats tijdens drie feedbackmomenten.

De paper, die mondeling moet worden verdedigd bij de promotor en één commissaris, is een zelfstandige eindactiviteit waarin de student de in de verschillende opleidingsonderdelen opgebouwde kennis en vaardigheden autonoom verwerkt tot een academisch wetenschappelijke tekst.

De paper bevat een door de student uitgewerkt onderzoeksvoorstel over een communicatiewetenschappelijk onderwerp. Deze paper veronderstelt een grondige literatuurstudie, het formuleren van een onderbouwde communicatiewetenschappelijke probleemstelling, en de uitwerking van een haalbaar en geschikt onderzoeksdesign.

De Onderzoekspaper is een individueel werk. Dit sluit echter niet uit dat meerdere studenten op verschillende aspecten van eenzelfde breed onderwerp of thema kunnen werken.

2. Werkwijze

2.1 KEUZE THEMA EN ONDERWERP

Om de kwaliteit van de paper te waarborgen situeert het onderwerp zich in het vakgebied/onderzoeksdomein van de promotor. Om de kwaliteit van de begeleiding te garanderen wordt er ook gestreefd naar een degelijke spreiding van de studenten over de verschillende potentiële promotoren.

Om die verdeling zo vlot mogelijk te laten verlopen wordt er gekozen om te werken met thema’s die jaarlijks kunnen veranderen. Deze thema’s worden voorgesteld in het begin van het academiejaar en zullen nadien ter beschikking gesteld worden op Minerva. Deze thema’s werden aangeleverd door alle promotoren. De promotor is lid van het ZAP of postdoctoraal onderzoeker/doctor-assistent.

De toewijzing aan promotoren gebeurt op basis van thema. De student zal enkele voorkeuren kunnen opgeven. Nadien zullen de verantwoordelijken van het opleidingsonderdeel ‘Onderzoekspaper’ studenten aan promotoren toewijzen op basis van hun voorkeurthema’s. Eenmaal toegewezen aan een promotor zal de student gevraagd worden een onderwerp voor zijn of haar onderzoekspaper uit te werken op basis van het toegekende thema. In overleg met de promotor wordt het onderwerp van zijn of haar onderzoekspaper vastgelegd.

Na het akkoord van de promotor over het afgesproken onderwerp zal de student gevraagd worden dit onderwerp te registreren in Artemis (zie ook de introductiesessie). Hier gelden strikte deadlines die leiden tot uitsluiting van de eerste zittijd bij het niet naleven ervan. Als de student de procedure tot het formuleren van een aanvaardbaar voorstel niet afrondt binnen de voorziene data, dient de student de procedure te hervatten in de volgende zittijd.

2.2. BEGELEIDING

Elke student wordt begeleid door een promotor. Deze begeleiding vindt plaats tijdens drie feedbackmomenten. Studenten worden geacht aanwezig te zijn tijdens deze drie momenten en dienen zich voor te bereiden. Tijdens het eerste moment wordt er feedback gegeven op het voorgestelde onderwerp, tijdens het tweede moment op een uitgewerkte probleemstelling en tijdens het derde moment op een voorlopige versie van de literatuurstudie en onderzoeksdesign. De promotor zal via Minerva meedelen wanneer deze momenten zullen plaatsvinden. Deze data kunnen verschillen van promotor tot promotor.

Assistenten en wetenschappelijke medewerkers met de nodige ervaring en expertise en/of medewerkers van andere vakgroepen kunnen ook bij de begeleiding betrokken worden onder de eindverantwoordelijkheid van de promotor.

2.3. VORM EN INHOUDELIJKE VEREISTEN ONDERZOEKSPAPER

De tekst bevat tussen 5000 en 7500 woorden (cover, inhoudstafel, abstract, tabellen, bibliografie, voetnoten en eventuele bijlagen niet inbegrepen). Bij het niet respecteren van het minimum of maximum aantal woorden wordt de paper onontvankelijk verklaard.

De Onderzoekspaper wordt in het Nederlands geschreven. Op eenvoudig verzoek en na akkoord van de promotor kan de Onderzoekspaper ook in het Engels of Frans geschreven worden. Wanneer de Onderzoekspaper in het Engels of Frans wordt geschreven, is een samenvatting in het Nederlands verplicht (OER art 59). De paper is opgebouwd volgens deze structuur:

a. Titelblad
b. Inleiding
c. Literatuurstudie
d. Onderzoeksdesign
e. Tijdsplanning
f. Literatuurlijst

a) Titelblad
Een template met de standaard wordt op Minerva ter beschikking gesteld, met word count.

b) Inleiding
Dit stuk bevat de formulering van de probleemstelling en onderzoeksvragen. De inleiding verduidelijkt ook de wetenschappelijke, maatschappelijke en beroepsmatige relevantie van het onderwerp of het thema van de Onderzoekspaper en de eraan verbonden probleemstelling.

c) Literatuurstudie

- Identificatie en duidelijke presentatie van de belangrijkste wetenschappelijke begrippen en theorieën met betrekking tot de probleemstelling

- Deze literatuurstudie omvat een synthese van de belangrijkste theoretische perspectieven en empirische bevindingen omtrent de probleemstelling en legt een link naar hun relevantie voor de theorie.

- De literatuurstudie is een gestructureerde tekst en geen aaneenschakeling van definities en fragmenten.

- Aan de hand van het literatuuronderzoek moet de indiener in staat zijn een of meerdere specifieke onderzoeksvragen te kunnen ontwikkelen.

- De literatuurstudie sluit af met een korte conclusie die de overgang maakt naar het onderzoeksdesign.

d) Onderzoeksdesign:

- Formulering van heldere onderzoeksvragen of hypotheses op basis van de literatuurstudie.

Duidelijke motivering van de keuze van de methodologie gebaseerd op een grondige vergelijking van de in de literatuur gebruikte methodes: onderzoekstype, data en analysemethoden. Hij/zij moet in staat zijn de meest geschikte methoden aan te duiden voor onderzoek van één of meerdere specifieke onderzoeksvragen. Hij/zij moet ook hun sterke en zwakke punten kunnen inschatten.

In het geval van een survey, experiment of inhoudsanalyse dient het onderzoeksdesign een gedetailleerde beschrijving te geven van:

  • de operationalisering van de concepten en variabelen;
  • de te gebruiken codeermethodes, het codeboek;
  • de steekproefopzet;
  • de aanmaak van eventuele gegevens bestanden (xlsx, SPSS, NVivo,…);
  • het analyseschema

- Bij de toepassing van andere onderzoekstechnieken dient er steeds een detailbeschrijving te worden gegeven van de empirische stappen.

e) Tijdsplanning

- Een realistische en concrete tijdsplanning op maandbasis om het onderzoeksvoorstel concreet van A tot Z te implementeren inclusief data analyses en rapportage.

f) Literatuurlijst

Het minimale aantal wetenschappelijke bronnen is 25 en deze dienen de diversiteit aan academische bronnen te weerspiegelen (artikels, boeken, readers,…).

g) Bijlagen

- Hier worden eventueel extra data verzameld.

- De bijlagen mogen geen originele literatuur bronnen bevatten (artikels, hoofdstukken, readers,…).

- De bijlagen beperken zich tot essentiële, niet algemeen toegankelijke stukken.

Vormvereisten:

De paper wordt aangeleverd in een standaard lettertype (bv. Times New Roman, Calibri,…), lettergrootte 11 punten met standaard marges en anderhalve interlinie.

De verschillende onderdelen van het werk worden aangeduid door titels en nummering: maximum drie niveaus van titels worden gebruikt.

Een standaard titelblad wordt gebruikt. Een template wordt op Minerva ter beschikking gesteld.

Voor bronverwijzing dient verplicht het APA-systeem te worden gehanteerd.

Indien vooral met juridische bronnen wordt gewerkt, inzonderheid wetgeving en rechtspraak, wordt toepassing gemaakt van de in de rechtswetenschappen toepasselijke bronverwijzingen en citeer- en afkortingswijzen.

Conform het duurzaamheidsbeleid aan de Ugent wordt de tekst tweezijdig afgedrukt. Gebuik maximaal milieuvriendelijke materialen. Je kan je onderzoekspaper laten inbinden of kiezen voor een nietje. GEEN plastiek voor-en/of achterblad, GEEN kaften en/of ringen gebruiken!

2.4. INDIENEN ONDERZOEKSPAPER

De paper wordt ingediend l in elektronische vorm (PDF formaat via Dropbox Minerva).In de tweede zittijd dient de paper volgens dezelfde modaliteiten ingediend te worden.

2.5. BEOORDELINGSCRITERIA EN WETENSCHAPPELIJKE TRANSPARANTIE

De beoordelingscriteria zijn vastgelegd op het Beoordelingsformulier Onderzoekspaper (zie bijlage).

Bij wetenschappelijk werk moeten steeds alle beweringen goed en ook duidelijk onderbouwd worden. De schrijver moet de lezer in staat stellen om de argumentatie goed te volgen en de wetenschappelijke waarde en draagwijdte van elke bewering in te schatten. Dit houdt in dat voor eigen ideeën de schrijver duidelijk moet maken hoe hij/zij tot deze ideeën is gekomen (eigen ervaring, eigen dataverzameling (hoe verzameld? waar? wanneer?....). Bij elk gebruik van het gedachtegoed of de empirische bevindingen van anderen, moet de schrijver op een adequate manier naar de gebruikte bron(nen) verwijzen. Ook dient hij/zij een duidelijk onderscheid te maken tussen een eigen samenvatting/interpretatie en het letterlijk citeren van een bron.

De faculteit heeft inzake onregelmatigheden m.b.t. de Onderzoekspaper of bij andere vorm van (schriftelijke) rapportering, een Facultair reglement Plagiaat opgesteld (zie Deel 9 van het F-OER).

2.6 DEADLINES

De exacte data worden elk academiejaar gecommuniceerd tijdens de introductiesessie. Studenten worden geacht deze deadlines te respecteren.

Voor de indiendata verwijzen we naar de website van FSA (www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data) en het draaiboek op Minerva (zie Documenten).

3. Mondelinge verdediging

De student zal de paper mondeling toelichten bij de promotor en de commissaris in de examenperiode. Hij/zij krijgt hiervoor een tijdstip toegewezen door het secretariaat van de vakgroep Communicatiewetenschappen. De mondelinge toelichting beoogt toetsing van de haalbaarheid van het onderzoeksvoorstel en de kwaliteit van de doorgenomen literatuur en theoretische uitwerking. Er dienen geen extra documenten noch presentaties te worden voorbereid. In geval van tweede zittijd wordt een geschikt ogenblik afgesproken tussen promotor en student.

4. Extra vereiste voor wie niet geslaagd is en de Onderzoekspaper op een later tijdstip opnieuw indient

Studenten die niet geslaagd zijn voor de Onderzoekspaper en die op een later tijdstip opnieuw indienen, voegen hier een afzonderlijk document aan toe, waarin ze (a) een overzicht geven van de aangebrachte wijzigingen, en waarin ze (b) aangeven op welke manier ze hebben ingespeeld op de verslagen en de commentaren op de eerdere versie indien van toepassing.

Bijlage: beoordelingsformulier onderzoekspaper

deel8-beoordelingsformulier-op.docx