Deel 9: Facultair Reglement Masterproef

Artikel 1. INLEIDING

§1 De masterproef bewijst dat de student in staat is de tijdens de opleiding opgedane kennis en vaardigheden te concretiseren.

Er zijn drie formats:

  • Wetenschappelijke verhandeling. Dit vormt het bewijs dat met succes de academische opleiding gevolgd werd. Het weerspiegelt zelfstandig wetenschappelijk werk van de student.
  • Beleidsrapport. Dit is een rapportering over onderzoek uitgevoerd in samenwerking met, in opdracht van of in overleg met een organisatie-opdrachtgever (bv. via de wetenschapswinkel).
  • Wetenschappelijk artikel. Dit format is er voor studenten die een wetenschappelijke loopbaan ambiëren. Het bereidt hen voor op de publicatieprocedures eigen aan een academische context.

Artikel 2. DOEL

A. WETENSCHAPPELIJKE VERHANDELING

§1 De Masterproef is het eindproduct van een door de student uitgewerkt onderzoeksproject, waarin de student op een zelfstandige en creatieve wijze een wetenschappelijk onderzoek uitvoert met betrekking tot een zelf gekozen onderwerp in het betrokken vakgebied. Binnen de Masterproef wordt het volledige project uitgewerkt en neergeschreven in een bondig wetenschappelijk rapport.

B. BELEIDSRAPPORT

§2 Het doel van een beleidsrapport bestaat erin om op basis van onderzoek door middel van wetenschappelijk aanvaarde technieken en methodologie te komen tot specifieke aanbevelingen voor de opdrachtgever of de setting waarbinnen het rapport opgesteld werd. Een beleidsrapport is dus praktijkgericht.

Soms bestaat het doel van het beleidsrapport er in om aan te geven welke strategieën en interventies te realiseren zijn. Een andere doelstelling kan zijn dat bestaande strategieën dienen geëvalueerd te worden. Een beleidsrapport kan dus veel facetten omvatten, o.a. sterke/zwakte analyses, feasibility studies, evaluatie onderzoek, efficiëntie analyse, omgevingsanalyses, organisatie audits, … In veel gevallen is een beleidsrapport gebaseerd op een combinatie van bovenvermelde benaderingen.

C. WETENSCHAPPELIJK ARTIKEL

§3 De Masterproef kan ook de vorm aannemen van een wetenschappelijk artikel. In deze formule moet de Masterproef zodanig opgesteld zijn dat het ‘artikel’ in de ingediende vorm meteen naar een wetenschappelijk tijdschrift toegestuurd zou kunnen worden.

Artikel 3: BASISVORMEN

A. WETENSCHAPPELIJKE VERHANDELING

§1 De Masterproef kan verschillende basisvormen aannemen (nadruk op empirisch onderzoek, op methodologische kwesties, op literatuurstudie, …). Deze keuze wordt gemaakt in overleg met de promotor.

§2 Elke masterproef bevat een literatuuroverzicht. Het belang en de omvang ervan kunnen verschillen, in functie van de gekozen basisvorm.

§3. Mogelijke invullingen van een Masterproef kunnen zijn:

1. Empirische studie

Naargelang de doelstelling, maken we een onderscheid tussen twee soorten empirische studies: toetsingsonderzoek of exploratief onderzoek. Binnen het toetsingsonderzoek staat als doelstelling voorop het toetsen van de geldigheid van een bepaalde hypothese, een bepaalde theorie of een specifiek model. Het exploratief onderzoek daarentegen heeft tot doel informatie te verzamelen die bijdraagt tot de ontwikkeling of formulering van een hypothese of model. Het literatuuroverzicht is er in beide gevallen op gericht de betreffende theorie, hypothesen, modellen, etc. toe te lichten, te situeren in hun wetenschappelijke context, en waar nodig aan te passen of uit te werken.

2. Methodologische studie

Het onderzoeksproject kan ook gericht zijn op onderzoek naar een methode of een onderzoeksinstrument. In dit geval neemt de Masterproef de vorm aan van een methodologische studie. Naast een literatuuroverzicht omvat een dergelijke Masterproef minstens een illustratieve toepassing op empirische gegevens.

3. Literatuurstudie

Tot slot kan de Masterproef zich ook volledig richten op een literatuuronderzoek. Rond een duidelijk afgebakende onderzoeksvraag wordt literatuur opgezocht en doorgenomen met als doel een geordend overzicht te presenteren waarin bestaande theorieën, modellen, inzichten en/of empirische onderzoeksbevindingen tegenover elkaar worden afgewogen. De klemtoon ligt hier dan ook op de literatuurstudie, maar deze sluit (a) een meta-analyse van empirische onderzoeksbevindingen of (b) een kritische analyse van diverse theorieën, inzichten en modellen met het oog op het formuleren van besluiten onder de vorm van te testen onderzoekshypothesen, uiteraard niet uit.

Bovenstaand overzicht is niet limitatief. Er kan ook gekozen worden voor een mengvorm. Deze keuzes worden in overleg met de promotor gemaakt.

B. BELEIDSRAPPORT

§4 Het beleidsrapport omvat geen subvormen. Beleid moet hier zeer ruim geïnterpreteerd worden. Dit kan zowel om politiek beleid of om een beleid van een organisatie gaan. Voorbeelden: beleid van gemeenten, overheidsdiensten, NGO’s,…

C. WETENSCHAPPELIJK ARTIKEL

§5 Het wetenschappelijk artikel kan verschillende basisvormen aannemen, net als de wetenschappelijke verhandeling, bijvoorbeeld:

  1. een theoretische bijdrage (met nadruk op literatuurstudie)
  2. een empirische bijdrage (met nadruk op een concreet empirisch onderzoek)
  3. een methodologische bijdrage (met nadruk op methoden voor onderzoek)

Artikel 4: VORMVEREISTEN

Volgende vormvereisten zijn richtinggevend. Er kan van worden afgeweken, bij voorkeur in overleg met de promotor.

A. WETENSCHAPPELIJKE VERHANDELING

§1 Een wetenschappelijke verhandeling omvat volgende onderdelen:

1. De abstract

Op de eerste bladzijde volgt onder een gecentreerde titel “Abstract” de samenvatting van de verhandeling (min 200 woorden, max 300 woorden, Nederlands). Hierin worden de onderzochte problematiek, de methode en de verkregen resultaten geschetst.

2. Het aanbevolen corpus

Het corpus omvat de volledige verhandeling inclusief tabellen en figuren die ingelast worden om de presentatie te verduidelijken. Net zoals bij een wetenschappelijk artikel wordt de structuur van het corpus benadrukt door de keuze van aangepaste hoofdingen.

In een empirische of een methodologische studie kan het corpus onderverdeeld worden in secties “Inleiding”, “Methode”, “Resultaten”, en “Bespreking en Conclusie”. Indien er meerdere empirische studies of experimenten gerapporteerd worden, zal de inleiding typisch gevolgd worden door secties genaamd “Studie 1”, “Studie 2”, enz. of “Experiment 1”, “Experiment 2”, enz. Elk van deze secties kan dan verder onderverdeeld zijn in “Methode”, “Resultaten” en “Bespreking”, waarbij resultaten en bespreking ook kunnen samengenomen worden als het om eerder korte gedeelten gaat. De sectie “Methode” wordt verder onderverdeeld in aparte subsecties “Steekproef” (waarin de steekproef wordt beschreven), “Opzet” (waarin het onderzoeksopzet wordt verduidelijkt), “Materiaal” (waarin het gebruikte materiaal en de gebruikte tests worden beschreven) en “Procedure” (waarin de gevolgde werkwijze in meer detail wordt uiteengezet). Een of meer van deze subsecties kunnen worden samengenomen als de beschrijving zeer kort is, zoals wanneer een tweede studie dezelfde werkwijze volgt als de voorgaande op kleine wijzigingen na.

In een literatuurstudie zal de keuze van de structuur van de scriptie meer bepaald worden door de behandelde thema’s.

B. BELEIDSRAPPORT

§2 Een goed beleidsrapport kenmerkt zich door een specifieke finaliteit en een specifieke structuur. Een beleidsrapport schrijf je op basis van een presentatielogica. Dit betekent dat je de lezer niet verveelt met alle stappen die jij doorlopen hebt om tot een oplossing te komen (dit is gebaseerd op een oplossingslogica). Een presentatielogica is gebaseerd op het G.A.S. principe. Dit letterwoord staat voor Globaal, Analytisch, Synthetisch. Dit betekent dat elk hoofddeel dat hieronder vermeld wordt, drie subopdelingen heeft. In het globale subdeel vermeld je de centrale boodschap die je in de betreffende sectie bespreekt. In het analytische subdeel werk je die ideeën uit. In het synthetische subdeel vat je alles bondig samen en sluit je het hoofddeel af.

Het G.A.S. principe kun je ook gebruiken om je paragrafen te structureren. De eerste zin is de globale stelling/informatie die in de paragraaf vervat zit. De volgende zinnen zijn de analytische uitwerking van je stelling of opbouw van hoe je tot de informatie komt. De laatste zin is de afsluiter die op synthetische wijze de paragraaf beëindigt.

De (aanbevolen) hoofddelen voor een beleidsrapport zijn als volgt:

  1. Executive summary
    Niet iedereen in de organisatie zal het rapport volledig lezen. Zorg er dus voor dat je een managementsamenvatting (Nederlands) hebt. Deze bevat de doelstellingen, uitgangspunten, korte methodologische uiteenzetting, en vooral aanbevelingen.
  2. Inleiding
    Dit deel bevat de doelstellingen en de gevolgde werkwijze. Je anticipeert op de resultaten die de lezer mag verwachten. Besteed veel zorg aan de inleiding. Dit is de appetizer die de aandacht van de lezer moet trekken.
  3. De gestelde objectieven
    Wat is het doel van dit beleidsrapport? Waarom werd het opgesteld? Op welke vragen zal er een antwoord worden gegeven?
  4. Theoretische achtergrond
    Het gaat hier om een beleidsrapport. De constructie van theorie is hier niet het hoofddoel (zoals in een wetenschappelijk artikel). Het rapport vertrekt echter vanuit wetenschappelijke theorieën, premissen, modellen. Deze moet je expliciteren. De lezer dient het kader te kennen waarbinnen hij/zij je werk dient te situeren en te beoordelen.
  5. Methodologie
    Hier kan hetzelfde gesteld worden als voor hoofddeel 4. Om tot een goede interpretatie van de resultaten te komen, moet de lezer de methodologie kennen. Belangrijk hier is te vermelden waarom je kiest voor een bepaalde methodologie. Elke keuze die je maakt moet je echter ook kunnen verantwoorden in functie van de data en de doelstellingen.
  6. Resultaten
    De eerste stelregel hier is dat je de lezer niet laat verdrinken in de data. Wat jij als rapportschrijver het eerst moet doen is uitmaken welke tabellen of gegevenssamenvattingen in de hoofdtekst moeten opgenomen worden (voor de rest gebruik je een appendix). Je moet je dus afvragen wat je wil tonen. Dit betekent dat je er de meest kenmerkende bevindingen moet uitkiezen. Eens je die selectie gemaakt hebt, bouw je de tekst op rondom de tabellen. Je tekst is geen herhaling van wat in de tabellen/grafieken staat. Je tekst interpreteert de tabellen/grafieken/datasamenvattingen en zorgt er voor dat de lezer door jou geleid wordt in de juiste interpretatie van je bevindingen.
  7. Conclusies
    Welke gevolgtrekkingen kun je nu maken op basis van de correcte interpretatie van je gegevens/bevindingen? Het spreekt voor zich dat dit dient te gebeuren binnen het kader van je theoretische uitgangsveronderstellingen. Bespreek hier ook de beperkingen van je onderzoek. Deze zorgen er immers voor dat je de conclusies met omzichtigheid moet behandelen.
  8. Aanbevelingen
    Dit deel is de terugkoppeling naar hoofddeel 3 ‘Gestelde Objectieven’. Wat kun je nu aanbevelen in functie van de gestelde objectieven? Waar moet de opdrachtgever voor opletten? Wat zijn de kansen voor succes om de gestelde doeleinden te bereiken?
  9. Referenties
  10. Appendix

C. WETENSCHAPPELIJK ARTIKEL

§3 In deze formule neemt de Masterproef de vorm aan zoals die in de richtlijnen voor auteurs voor wetenschappelijke tijdschriften is voorzien. De criteria zijn deze zoals ze in het evaluatieformulier worden opgenomen (zie bijlage 2).

Op de eerste bladzijde volgt onder een gecentreerde titel “Abstract” de Engelse samenvatting van de verhandeling (min 200 woorden, max 300 woorden). Hierin worden de onderzochte problematiek, de methode en de verkregen resultaten geschetst.

D. ALGEMENE VORMVEREISTEN

Bronverwijzing

§4 Studenten gebruiken een APA-systeem voor verwijzingen. Mits motivatie en in overleg met de promotor kan ook een ander verwijzingssysteem gehanteerd worden. In elk geval houdt de student zich doorheen de masterproef consequent aan eenzelfde systeem. (zie APA manual op Minerva).

§5 Indien vooral met juridische bronnen wordt gewerkt, inzonderheid wetgeving en rechtspraak, wordt toepassing gemaakt van de in de rechtswetenschappen toepasselijke bronverwijzingen en citeer- en afkortingswijzen.

§6 Het gebruik van EndNote wordt aanbevolen.

Lay-out

§7 Een standaard titelblad wordt gebruikt (met vermelding van de gekozen basisvorm). Een template wordt op Minerva ter beschikking gesteld.

§8 Het formulier ‘Inzagerecht van de masterproef voor derden’ (zie Minerva) wordt ondertekend en toegevoegd (na het titelblad).

§9 De Masterproef wordt recto-verso afgedrukt en ingebonden ingediend (= ingelijmd), maar op duurzame wijze (dus zonder gebruik van plastieken mapjes, kaften, ringen etc.)

E. WETENSCHAPPELIJKE TRANSPARANTIE, TAAL EN PLAGIAAT

§10 De student heeft de masterproef op een zelfstandige manier aangepakt en de gemaakte keuzes weerspiegelen volledig de visie van de student.

Wetenschappelijke transparantie

§11 Bij wetenschappelijk werk moeten steeds alle beweringen goed en ook duidelijk onderbouwd worden. De schrijver moet de lezer in staat stellen om de argumentatie goed te volgen en de wetenschappelijke waarde en draagwijdte van elke bewering in te schatten. Dit houdt in dat voor eigen ideeën de schrijver duidelijk moet maken hoe hij/zij tot deze ideeën is gekomen (eigen ervaring, eigen dataverzameling: hoe verzameld, waar, wanneer, ...). De lezer van de masterproef moet aldus steeds kunnen onderscheiden welke interpretaties of argumentaties afkomstig zijn van de student, en welke afkomstig zijn van vermelde wetenschappelijke auteurs of bronnen. Bij elk gebruik van het gedachtegoed of de empirische bevindingen van anderen, moet de schrijver op een adequate manier naar de gebruikte bron(nen) verwijzen.

Taal

§12 De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Op eenvoudig verzoek en na akkoord van de promotor kan de Masterproef ook in het Engels of Frans geschreven worden.

§13 Wanneer de Masterproef in het Engels of Frans wordt geschreven, is een samenvatting in het Nederlands verplicht (OER art 59). Deze Nederlandstalige samenvatting mag de vorm aannemen van een abstract, tenzij er expliciet andere afspraken zijn gemaakt met de promotor..

Plagiaat

§14 De Faculteit heeft inzake onregelmatigheden m.b.t. onderzoekspaper/Masterproef, of bij andere vormen van (schriftelijke) rapportering, een Facultair reglement Plagiaat opgesteld (zie Deel 9 van het Facultair Onderwijs- en examenreglement).

Artikel 5: OMVANG

A. WETENSCHAPPELIJKE VERHANDELING

§1 De omvang van de wetenschappelijke verhandeling bedraagt tussen de 15.000 à 27.000 woorden (alles inbegrepen met uitzondering van de bijlagen). Het aantal woorden (word count) wordt vermeld op het titelblad (wordt gecontroleerd door FSA bij indienen).

Aandacht: deze minima en maxima mogen in geen geval overschreden worden. Indien dit wel het geval is wordt de Masterproef onontvankelijk verklaard.

B. BELEIDSRAPPORT

§2 De omvang van het beleidsrapport bedraagt tussen de 15.000 à 25.000 woorden (abstract, tabellen, bibliografie, voetnoten en eventuele bijlagen niet inbegrepen). Het aantal woorden (word count) wordt vermeld op het titelblad (wordt gecontroleerd door FSA bij indienen).

Aandacht: deze minima en maxima mogen in geen geval overschreden worden. Indien dit wel het geval is wordt de Masterproef onontvankelijk verklaard.

C. WETENSCHAPPELIJK ARTIKEL

§3 Een wetenschappelijk artikel bedraagt tussen 8000 en 10.000 woorden (abstract, tabellen, bibliografie, voetnoten en eventuele bijlagen niet inbegrepen). Het aantal woorden (word count) wordt vermeld op het titelblad (wordt gecontroleerd door FSA bij indienen).

Aandacht: deze minima en maxima mogen in geen geval overschreden worden. Indien dit wel het geval is, wordt de Masterproef onontvankelijk verklaard.

Artikel 6: PROCEDURE & DEADLINES

A. De begeleiding

§1 Elke student wordt begeleid door een promotor (lid van het ZAP of post-doctoraal onderzoeker/doctor-assistent).

§2 De promotor van de onderzoekspaper is minstens commissaris van de Masterproef, indien het onderwerp ongewijzigd blijft.

§3 De promotor behoort tot de Faculteit Politieke & Sociale Wetenschappen en is een lid van de Vakgroep die (mede)verantwoordelijk is voor de opleiding van de student.

§4 Assistenten, wetenschappelijke medewerkers of externen met de nodige ervaring en expertise kunnen ook bij de begeleiding betrokken worden onder de eindverantwoordelijkheid van de promotor.

B. Registreren in Artemis en Oasis

De data worden verspreid via http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

§5 Wie de deadlines voor registratie in Artemis en Oasis niet haalt, kan de Masterproef niet indienen.

C. Het indienen van de Masterproef

§6 De Masterproef wordt elektronisch ingediend via de masterproef-module op Minerva (PDF-formaat) voor alle opleidingen. De indiendata zijn terug te vinden op www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data.

Enkel voor de opleiding Sociologie worden er bijkomend twee hard copies ingediend bij het secretariaat van de vakgroep Sociologie. Recto verso en ingebonden, maar op duurzame wijze, dus zonder gebruik van plastiek voor-en achterblad, ringen, kaften etc.

§7 Digitale bijlagen tot 600MB worden upgeload via de masterproef-module op Minerva. Alles boven 600MB wordt apart aangeleverd in overleg met de promotor (via USB of CD-Rom).

Uitzondering:

§8 De examencommissie kan ook vergaderen na het eerste gedeelte van de eerste examenperiode in een afstudeerjaar van een masteropleiding voor studenten die enkel nog hun masterproef en/of eerste semestervakken dienen af te werken. In dit geval is het toegelaten om de masterproef in te dienen in het eerste semester.

Uiterste datum van indienen wordt meegedeeld via http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

Mondelinge verdediging

§9 De Masterproef is een schriftelijk rapport. Voor alle richtingen wordt daarnaast ook een verplichte mondelinge verdediging voorzien.

De mondelinge verdediging betreft een nadere toelichting bij de Masterproef met het oog op een bijkomende toetsing van de gestelde evaluatiepunten. De plaats en het tijdstip van de verdediging van de masterproef worden ad valvas en/of via elektronische weg bekend gemaakt door de vakgroepen. Een student kan zich onder geen beding onttrekken aan de mondelinge verdediging (anders wordt de student als niet geslaagd verklaard voor dit opleidingsonderdeel). In uitzonderlijke gevallen (buitenlandse stage, buitenlands studieverblijf, …) kan de mondelinge verdediging georganiseerd worden via Skype of gelijkaardige media.

F. De evaluatieprocedure

§10 Elke Masterproef wordt door zowel de promotor als één commissaris geëvalueerd, op basis van een gemotiveerd verslag. De Opleidingscommissies stellen de commissarissen aan. De eindscore zal het gemiddelde zijn van de score van de promotor en de score van de commissaris(sen).

§11 Het beoordeling- en quoteringskader is terug te vinden in het ‘Beoordelingsformulier Masterproef’ (zie bijlage).

G. Feedback

§12 Elke student heeft recht op feedback op zijn/haar Masterproef. Na de proclamatie van de eerste (en/of tweede) examenperiode zal de FSA, op vraag van de student, de evaluatieformulieren doorsturen via e-mail.

H. Masterproefovereenkomst

§13 Als er een derde partij is betrokken bij een masterproef (bijv. een bedrijf, externe organisatie) is het wenselijk dat alle partijen een masterproefovereenkomst ondertekenen. Daarin worden o.a. de aansprakelijkheden geregeld (vertrouwelijkheid en eigendomsrechten). Deze masterproefovereenkomst wordt in drie exemplaren eerst door de promotor en de student getekend. Daarna legt de student de masterproefovereenkomsten ter ondertekening voor aan de externe partij. Als laatste tekent de facultaire onderwijsdirecteur namens de UGent.

De Facultaire Dienst Onderwijs (bij ons FSA) scant de ondertekende overeenkomst in en hangt ze als documenttype in OASIS aan het opleidingsonderdeel ‘masterproef’ van de student. Het ondertekende exemplaar van de masterproefovereenkomst wordt bewaard in de FDO. De twee andere exemplaren zijn voor de student en de derde partij. De modellen (NL/ENG) voor de masterproefovereenkomst vindt u op de website van UGent TechTransfer:

http://www.ugent.be/techtransfer/en/academics/legalsupport.htm/studentsandphd.htm

Artikel 7: EXTRA VEREISTE VOOR WIE NIET GESLAAGD IS EN DE MASTERPROEF OP EEN LATER TIJDSTIP OPNIEUW INDIENT

Studenten die niet geslaagd zijn voor de Masterproef en die op een later tijdstip opnieuw indienen, voegen hier een afzonderlijk document aan toe, waarin ze (a) een overzicht geven van de aangebrachte wijzigingen, en waarin ze (b) aangeven op welke manier ze hebben ingespeeld op de verslagen en de commentaren op de eerdere versie.

Bijlagen

beoordelingsformulier-masterproef-politieke-wetenschappen.docx

beoordelingsformulier-masterproef-sociologie-communicatiewetenschappen.docx

indicatieve-puntentabel.docx