Deel 5: Facultair reglement onderzoekspaper – Major Nationale Politiek

Artikel 1. Doelstellingen

§1 De Onderzoekspaper is het sluitstuk van de Bacheloropleiding, waarin de student de in de verschillende opleidingsonderdelen opgebouwde kennis en vaardigheden zelfstandig verder ontwikkelt en integreert. Het belang dat aan de Onderzoekspaper wordt gehecht wordt weerspiegeld in een hoger aantal studiepunten dan bij een gewoon opleidingsonderdeel. De Onderzoekspaper wordt beoordeeld door de promotor en één commissaris, conform de beoordelingscriteria in artikel 4 (en bijlage).

§2 De Onderzoekspaper beoogt een paper waarin de volledige onderzoekscyclus wordt doorlopen over een politiekwetenschappelijk onderwerp. Het veronderstelt een grondig uitgewerkt literatuuroverzicht, het formuleren van een politiekwetenschappelijke probleemstelling en onderzoeksvraag, een adequaat onderzoeksdesign, een exploratief empirisch onderzoek en conclusies en reflecties op het gevoerde onderzoek. Het doel van het exploratief onderzoek is de probleemstelling beter te begrijpen, mogelijke antwoorden op de onderzoeksvraag te vinden, en aan de hand van de opgedane inzichten het onderzoeksdesign bij te sturen en te concretiseren. In vervolgonderzoek (bijvoorbeeld in de Masterproef) kan een vollediger antwoord op de onderzoeksvraag worden gezocht.

Uitzonderlijk, na uitdrukkelijke toestemming van de promotor, kan een onderzoekspaper ook louter een theoretische bijdrage leveren, zonder gebruik te maken van empirische data. In dat geval gelden andere richtlijnen voor onder andere de structuur van de paper, de beoordelingscriteria en de voortgangsopdrachten. De promotor is verantwoordelijk voor het duidelijk communiceren van deze richtlijnen naar de student die een louter theoretische onderzoekspaper schrijft.

Artikel 2. Werkwijze

2.1. De begeleiding

§1 Met betrekking tot de onderzoekspaper, die in het kader van het vak ‘Stage’ wordt gemaakt, maken we een onderscheid tussen het eigenlijke product (de onderzoekspaper) en het proces (voortgangsproces inclusief verplichte opdrachten).

§2 Elke student wordt begeleid door een promotor (lid van het ZAP of post-doctoraal onderzoeker/doctor-assistent). De promotor is een lid van de vakgroep Politieke Wetenschappen. Assistenten en wetenschappelijke medewerkers met de nodige ervaring en expertise en/of medewerkers van andere vakgroepen kunnen ook bij de begeleiding betrokken worden onder de eindverantwoordelijkheid van de promotor.

§3 De promotor volgt bij de begeleiding de procedure zoals besproken in artikel 6.

2.2. De keuze van een onderzoeksthema en promotor

§4 Mogelijke onderwerpen worden in de eerste week van het academiejaar, tijdens een infosessie, voorgesteld (zie 6.2.). De studenten kunnen bij de promotoren inlichtingen over de voorgestelde onderwerpen inwinnen in de tweede of derde week van het academiejaar (zie 6.2.); uiteraard kunnen studenten ook zelf een voorstel formuleren en aan een promotor voorleggen.

§5 Om een kwaliteitsvolle begeleiding van de Onderzoekspaper te kunnen garanderen, situeert het onderzoeksthema zich zoveel mogelijk in het vakgebied/onderzoeksdomein van de promotor. Er wordt gestreefd naar een degelijke spreiding van de studenten over de verschillende potentiële promotoren.

§6 Elke student maakt daarna via de online applicatie “ARTEMIS” een voorstel van zijn/haar keuze bekend, evenals de naam van de promotor. De voorgestelde promotor verleent hieraan een expliciete goedkeuring. Dit houdt in dat de student eerst het akkoord moet hebben van de promotor alvorens het voorstel via Artemis in te dienen.

§7 Indiendatum 1ste zittijd: check de FSA website:
http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

§8 Wie deze deadline niet haalt, wordt voor de Onderzoekspaper uitgesloten van deelname aan de eerste zittijd. Voor deelname aan de tweede zittijd dient men zich ook te registreren in artemis zie eveneens:
http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

2.3. Goedkeuring onderzoeksthema en promotor

§9 Het akkoord van de promotor (gevraagd voor het indienen van het onderzoeksthema) geldt als goedkeuring van het voorstel.

2.4. Het indienen van de Onderzoekspaper

§10 De onderzoekspaper wordt enkel ingediend in elektronische vorm (uploaden in de dropbox op minerva). Voor indiendata, zie 6.1.

§11 Indien de Onderzoekspaper niet voor de gestelde datum werd afgegeven, is de betrokken student niet ontvankelijk voor de deliberatie, tenzij in geval van overmacht. De promotor, in overleg met de voorzitter van de examencommissie, beslist over de reden van de overmacht.

2.5. Mondelinge verdediging

§12 De onderzoekspaper omvat een schriftelijk rapport en een mondelinge verdediging met presentatie (maximum 10 min) en vragenronde door de promotor, commissaris en stageverantwoordelijke (maximum 20 min). Op de mondelinge verdediging wordt aan het eind ook feedback voorzien. De mondelinge verdediging heeft als doel het proces en het product van de onderzoekspaper beter te kunnen beoordelen. De student krijgt er de kans de gemaakte keuzes verder toe te lichten en te beargumenteren.

2.7. De evaluatieprocedure

§13 Elke Onderzoekspaper wordt door de promotor en één commissaris geëvalueerd, conform de beoordelingscriteria in artikel 4 en bijlage. De commissaris is één van de lesgevers van het vak ‘Stage’ en geen promotor van de onderzoekspaper. De promotor en commissaris trachten bij consensus een eindscore te bepalen. Indien dit niet lukt, zal de eindscore het gemiddelde zijn van de score van de promotor en de score van de commissaris.

§14 De opdrachten in het kader van de voortgang worden door de promotor geëvalueerd, weliswaar in overleg met de stageverantwoordelijke.

Artikel 3. De vorm van de paper

3.1 Algemene vormvereisten

§1 De Onderzoekspaper heeft als vorm een volledig doorlopen onderzoek, incl. onderzoeksvraag, probleemstelling en literatuuroverzicht, onderzoeksdesign, exploratief empirisch onderzoek en conclusies en reflecties.

3.2 Structuur

§2
a) Voorstukken
- Titelblad (een standaard titelblad wordt gebruikt. Een sjabloon wordt op Minerva ter beschikking gesteld)
- Abstract (min. 200 woorden, max. 300 woorden, Nederlands)
- Word count

b) Aanbevolen corpus
- Inleiding: Probleemstelling en formulering onderzoeksvraag (en eventueel deelvragen), situering van het thema en duiding van de wetenschappelijke (o.a. status quaestionis, plaats in bestaande onderzoek, meerwaarde eigen onderzoek t.a.v. bestaande onderzoek) en maatschappelijke relevantie, structuur onderzoekspaper.
- Theoretisch kader: analytische bespreking van de bestaande literatuur over het thema waarbij wordt toegewerkt naar de hypothese(n) (en subhypothesen) die men wil onderzoeken.
- Onderzoeksdesign: motivering van de keuze van het gekozen onderzoekstype, gehanteerde data (vb. operationalisering variabelen), en analysemethoden
- Exploratief empirisch onderzoek waarin aan de hand van de onderzochte data (vb. deel beoogde data of bestaande databank) een antwoord op de onderzoeksvraag wordt geformuleerd
- Conclusies: voorlopige terugkoppeling van de empirische bevindingen naar de stand van de literatuur, kritische reflectie over de gemaakte keuzes in het onderzoek en suggesties voor eventuele bijsturing van het onderzoek in functie van de masterproef.

c) Eindstukken
- Referenties
- Eventuele bijlagen

3.3 Bronverwijzing

§3 Voor bronverwijzing dient verplicht het APA-systeem te worden gehanteerd (zie APA manual op Minerva). Aanbevolen is het gebruik van EndNote

3.4 Omvang

§4 De paper omvat tussen 8.000 en 15.000 woorden (alles inbegrepen met uitzondering van de bijlagen). Het aantal woorden (word count) wordt vermeld op het titelblad.

! Deze minima en maxima mogen in geen geval overschreden worden. Indien dit wel het geval is wordt de Onderzoekspaper onontvankelijk verklaard.

Artikel 4. Beoordelingscriteria

§1 De beoordelingscriteria zijn vastgelegd op het Beoordelingsformulier Onderzoekspaper (zie bijlage).

Artikel 5. Originaliteit, wetenschappelijke transparantie, taal en plagiaat

5.1. Originaliteit

§1 Een Onderzoekspaper vereist een zekere originaliteit van de student. De student wordt verwacht aan de hand van een eigen exploratief empirisch onderzoek een bijdrage te leveren aan de academische kennis over een thema.

5.2. Wetenschappelijke transparantie

§2 Bij wetenschappelijk werk moeten steeds alle beweringen goed en ook duidelijk onderbouwd worden. De schrijver moet de lezer in staat stellen om de argumentatie goed te volgen en de wetenschappelijke waarde en draagwijdte van elke bewering in te schatten.

Dit houdt in dat voor eigen ideeën de schrijver duidelijk moet maken hoe hij/zij tot deze ideeën is gekomen (eigen ervaring, eigen dataverzameling (hoe verzameld?; waar?; wanneer?; etc.)). Bij elk gebruik van het gedachtegoed of de empirische bevindingen van anderen, moet de schrijver op een adequate manier naar de gebruikte bron(nen) verwijzen. Ook dient hij/zij een duidelijk onderscheid te maken tussen een eigen samenvatting/interpretatie en het letterlijk citeren van een bron.

5.3. Taal van het opleidingsonderdeel Onderzoekspaper

§3 De Onderzoekspaper wordt in het Nederlands geschreven. Op eenvoudig verzoek en na akkoord van de promotor kan de Onderzoekspaper ook in het Engels of Frans geschreven worden. Wanneer de Onderzoekspaper in het Engels of Frans wordt geschreven, is een samenvatting in het Nederlands verplicht.

5.4. Plagiaat

§4 De faculteit heeft inzake onregelmatigheden m.b.t. Onderzoekspaper/Masterproef, of bij andere vorm van (schriftelijke) rapportering, een Facultair reglement Plagiaat opgesteld (zie Deel 9 van het F-OER). Studenten dienen dit reglement nauwkeurig op te volgen.

Artikel 6. Voortgangsproces

6.1. Logica

§1 Aan de onderzoekspaper zijn ook tussentijdse begeleidings- en evaluatiemomenten verbonden. Aan het einde volgt een mondelinge verdediging met feedback. Zowel de tussentijdse opdrachten, de mondelinge verdediging als de eigenlijke onderzoekspaper worden geëvalueerd.

§2 Tijdens het voortgangsproces worden formele opdrachten gegeven in functie van de uitwerking van de eigenlijke onderzoekspaper (zie 6.2.). Het doel hiervan is, naast het garanderen van de voortgang en de kwaliteit van de onderzoekspaper, het leren organiseren, uitwerken en verdedigen van een eigen (onderzoeks)project (“projectmanagement”).

§3 Naast de formele begeleidingsactiviteiten is er ook individuele begeleiding mogelijk door de promotor of zijn of haar medewerkers op vraag van de student.

6.2. Praktische invulling van het voortgangsproces

§4 Er worden verschillende formele stappen in de begeleiding van het voortgangsproces voorzien:

1) Inleidende sessie

- Klassikaal voor alle studenten die het vak volgen, in de eerste week van het academiejaar

- Voorstelling van de onderzoekspaper die aan het vak ‘Stage’ is verbonden, d.i. de verschillende fasen in de begeleiding, de mogelijke onderzoeksonderwerpen en promotoren, de procedure rond het kiezen van een promotor en de gehanteerde beoordelingscriteria.

2) Projectvoorstel

- De eerste vrijdag van november (of de daaropvolgende eerste werkdag) dient elke student een projectvoorstel in bij zijn stageverantwoordelijke. Hierin geeft de student in algemene lijnen de politiekwetenschappelijke onderzoeksvra(a)g(en) van zijn of haar onderzoekspaper aan. In dit projectvoorstel wordt tevens aangegeven welke link er is tussen de stage en de onderzoekspaper. Hoe kan de stage er bijvoorbeeld toe bijdragen om de gekozen onderzoeksvraag te beantwoorden? Of wat is de inhoudelijke link met de stageplaats?

- Het projectvoorstel wordt opgemaakt in overleg met de stageverantwoordelijke en de stagebegeleider. Studenten dienen vóór de opmaak van het projectvoorstel met de stageverantwoordelijke contact op te nemen om één en ander te bespreken. Op basis van dit voorstel zal een promotor worden aangewezen door de begeleiders van dit vak. Die zal samen met de stageverantwoordelijke instaan voor de verdere begeleiding van de onderzoekspaper.

- Het projectvoorstel moet ook aan de stagebegeleider bezorgd worden.

- Het projectvoorstel staat op 1 punt en wordt toegekend door de promotor in overleg met de stageverantwoordelijke.

Vastleggen promotor en onderzoeksthema op Artemis: zie website FSA via: http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/voorbereiding-op-de-masterproef/onderzoekspaper.htm en http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data

3) Voortgangsgesprek met stageverantwoordelijke

- in februari wordt een voortgangsgesprek gehouden tussen de student en de stageverantwoordelijke omtrent de onderzoekspaper.

- In dit gesprek geeft de student uitleg bij de stand van zaken omtrent zijn of haar onderzoek.

- Een week voor deze afspraak, waar de student zelf initiatief dient toe te ondernemen, stuurt de student kort (max 1 blz.) een stand van zaken door per mail en geeft hij of zij aan welke vragen er nog zijn omtrent de onderzoekspaper.

- Dit gesprek en het aangeleverde document worden beoordeeld door de stageverantwoordelijke die in overleg met de promotor een feedbackmoment voor de student organiseert.

- Het voortgangsgesprek en de ‘stand van zaken’ staat op 2 punten.

4) Mondelinge verdediging en feedback

- De onderzoekspaper dient mondeling verdedigd te worden voor een examencommissie.

- De verdediging vindt plaats vóór de aanvang van de examens eerste zittijd van het tweede semester.

- De mondelinge verdediging bestaat uit een korte presentatie door de student van zijn onderzoekspaper van ongeveer 10 min. Tijdens die presentatie gaat de student dieper in op de paper: hij presenteert de onderzoeksvragen en het literatuuronderzoek. Verder licht de student ook de gekozen methodologie toe en de eerste resultaten van het exploratief onderzoek. Hierbij moet gebruik gemaakt worden van een powerpoint-presentatie die vooraf ingezonden moet worden. Nadien moet de student gedurende max. 20 min. vragen en opmerkingen van de commissie beantwoorden, over alle onderdelen van de onderzoekspaper. Daarin moet hij/zij o.a. aantonen waarom hij/zij bepaalde onderzoeksvra(a)g(en) heeft gekozen en andere niet, welke methode er werd gehanteerd, … enz.

- De examencommissie bestaat uit prof. Nicolas Bouteca en prof. Koenraad De Ceuninck, de promotor van de onderzoekspaper indien dat niet één van beide titularissen is (in de praktijk een ZAP-lid of dr. van de vakgebieden Belgische of lokale politiek) en de stageverantwoordelijke. Ook de betrokken stagebegeleider kan daarbij aanwezig zijn, hij treedt dan op als adviserend lid van de examencommissie. De stagebegeleider maakt echter geen deel uit van de examencommissie.

De examencommissie beperkt zich niet enkel en alleen tot het beoordelen van de geleverde prestatie, maar geeft ook feedback voor eventuele verbetering van het gepresenteerde onderzoek.

Indienen definitieve paper: data zie website FSA: http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/voorbereiding-op-de-masterproef/onderzoekspaper.htm en http://www.ugent.be/ps/nl/voor-studenten/administratie/data)

6.4. Alternatief traject voor uitgaande erasmusstudenten

§5 Deze studenten kunnen zich niet onttrekken aan de opdrachten in het kader van de voortgang.

§6 De voortgangssessies worden schriftelijk afgewerkt, volgens dezelfde deadlines. De stageverantwoordelijk of promotor kan feedback geven op de ingediende documenten via mail of Skype.

§7 Erasmus-studenten informeren bij het begin van het academiejaar de promotor omtrent hun buitenlands verblijf.

6.5. Quotering

§8 De opdrachten in het kader van het voortgangsproces zoals hier voorgesteld staan voor een totaal van 3 punten van het totaal aantal punten voor de ‘Onderzoekspaper’. De eigenlijke paper staat voor 17 punten. Om voor dit opleidingsonderdeel te kunnen slagen, moet de student ten minste de helft van de punten behalen voor de paper. Indien niet aan deze voorwaarde voldaan is, behaalt de student een cijfer dat lager is dan 10/20. Indien wel aan deze voorwaarde voldaan is, wordt het cijfer berekend als de optelsom van beide waarbij de voortgangsopdrachten voor 15% meetellen en de paper voor 85%.. Om te kunnen slagen dient de paper eveneens mondeling verdedigd te worden.

§9 Zowel het voortgangsproces als de onderzoekspaper op zich worden beoordeeld. Studenten kunnen enkel de helft van de voor de voortgang voorziene punten behalen als ze de deadlines respecteren en ernstige nota’s indienen. Om meer dan de helft te halen moet er sprake zijn van inhoudelijk scherpe bijdragen.

§10 Studenten die zich onttrekken aan het voortgangsproces krijgen 0 op 3 voor dit onderdeel van het vak. Ze worden niet uitgesloten van het indienen van de onderzoekspaper.

§11 Voor het beoordelen van de opdrachten die op punten staan zijn de volgende elementen richtinggevend:

- Projectvoorstel:

  • Relevant thema?
  • Goede keuze en bespreking van inspirerende teksten?
  • Aanzet tot politiekwetenschappelijke probleemstelling?
  • Heldere schrijfstijl?
  • Interessante en haalbare onderzoeksvraag?

- Voortgangsgesprek:

  • Aanpak onderzoekspaper
  • Vooruitgang sinds projectvoorstel
  • Management eigen onderzoeksproces
  • Relevante vragen
  • Nakomen afspraken

6.6. Tweede zittijd

§12 Er is GEEN tweede examenkans voor de voortgangsopdrachten (welke niet-periodegebonden evaluaties vormen). De punten voor de voortgangssopdrachten worden overgenomen naar de tweede zittijd.

§13 Zij die niet participeren aan de voortgangsopdrachten krijgen een 0 op 3, maar worden niet uitgesloten van het indienen van de eigenlijke onderzoekspaper in tweede zittijd.

6.7. Ziekte

§14 In geval van ziekte (gelegitimeerd met een ziektebriefje) zal een specifieke regeling uitgewerkt worden in samenspraak met de promotor – indien dit praktisch mogelijk is en in lijn is met de logica van het voortgangsformat.

§15 Verder geldt de ziekteregeling zoals die voor examens geldig is.

Artikel 7. Extra vereiste voor wie niet geslaagd is en de Onderzoekspaper op een later tijdstip opnieuw indient

Studenten die niet geslaagd zijn voor de Onderzoekspaper en die op een later tijdstip opnieuw indienen, voegen hier een afzonderlijk document aan toe, waarin ze (a) een overzicht geven van de aangebrachte wijzigingen, en waarin ze (b) aangeven op welke manier ze hebben ingespeeld op de verslagen en de commentaren op de eerdere versie.

Bijlage: Beoordelingsformulier Onderzoekspaper

deel5-beoordelingsformulier-op.docx