Ama Amitai over haar doctoraat: "Teachers throwing in the towel : the role of the school in teacher wellbeing and turnover"

(03-06-2021)

Ama AmitaiOp 21 april 2021 verdedigde onderzoekster Ama Amitai digitaal succesvol haar doctoraatsthesis.

Torenhoge uitstroomcijfers onder leerkrachten

Internationaal kampen leerkrachten met een laag welbevinden en stromen ze in grote getale uit uit het leerkrachtenberoep. Volgens inschattingen is er in 2022 in Vlaanderen een lerarentekort van 6000 tot 8000 leerkrachten. Op basis van de stijgende cijfers van leerlingen in het secundair onderwijs wordt voorspeld dat dit tekort waarschijnlijk zal toenemen de komende jaren. Dit doctoraat bestudeert welbevinden – waaronder burn-out –, de intentie om te stoppen met lesgeven en effectieve uitstroom van leerkrachten. Vooral onder beginnende leerkrachten is de uitstroom problematisch, de meest recente cijfers van het Vlaams parlement wijzen uit dat 44% van de beginnende leerkrachten stopt binnen de vijf jaar. Daar gaat dus een heel groot potentieel aan leerkrachten verloren die we nodig hebben om goed onderwijs te garanderen.

Leerkrachten die zich niet goed in hun vel voelen en leerkrachten die effectief uitstromen, uit het leerkrachtenberoep of naar een andere school, hebben een negatief effect op de leerprestaties van leerlingen. Voor knelpuntvakken is het ook zo dat leerlingen soms effectief een lange tijd zonder leerkracht zitten en geen les krijgen, met leerachterstand tot gevolg. Als een leerkracht naar een andere school gaat, kan dat ervoor zorgen dat de spreiding van leerkrachten overheen scholen sterk verschilt. Zo zien we dat in Vlaanderen minder geschoolde leerkrachten sterker vertegenwoordigd zijn in kansarme scholen en meer ervaren en geschoolde leerkrachten sneller vertrekken naar kansrijke scholen.

Uit voorgaand onderzoek weten we dat er meer gedemotiveerde leerkrachten en hogere uitstroompercentages zijn op scholen waar leerlingen gemiddeld gezien lager scoren op testresultaten, vaker een lagere socio-economische status (SES) hebben en vaker een migratie-achtergrond hebben. Net die leerlingen hebben dus minder vaak toegang tot een consistent leerkrachtenteam dat aanblijft op school en zo hebben zij onrechtstreeks minder gelijke onderwijskansen in vergelijking met een kind in een kansrijke school.

De rol van de schoolcontext

Welbevinden en uitstroom van leerkrachten zijn dus afhankelijk van de schoolcontext. In dit onderzoek gingen we meer specifiek na hoe de leerlingencompositie van een school een rol speelt in het welbevinden en de uitstroom van leerkrachten.

Het onderzoek heeft een mixed method design. Er werd een kwantitatieve multilevel analyse uitgevoerd op een Vlaamse steekproef en op een stedelijke steekproef van scholen in Antwerpen, Sint-Niklaas, Hasselt en Gent. Om de kwantitatieve bevindingen te verrijken organiseerden we focusgroepen met stedelijke leerkrachten en interviews met voormalige leerkrachten om te peilen wat hen dan effectief heeft doen afhaken. Via situational analysis werden deze data geanalyseerd.

De bevindingen wijzen uit dat de leerlingencompositie van scholen geen belangrijke determinant is van de intenties om het beroep te verlaten, ondanks dat dit een gangbare assumptie is onder beleidsmakers. De verklaringen voor het verlaten van het beroep situeren zich dus eerder op het individuele leerkrachtenniveau en/of het beroepsniveau. Desalniettemin tonen de interviews met voormalige leerkrachten wel aan dat voor beginnende leerkrachten leerlingenkenmerken een rol spelen als versterkende factor in de overweging om het beroep te verlaten, aangezien zij de meeste moeilijkheden ervaren met het klasmanagement van een diverse leerlingengroep.

De leerlingencompositie heeft echter wel een grotere invloed op de intenties om te veranderen van school. Leerkrachten hebben meer intenties om de school te verlaten wanneer leerlingen er gemiddeld lager scoren op academische tests – wat kan worden verklaard doordat de leerlingen op deze scholen een hogere futiliteitscultuur hebben. Bovendien hebben leerkrachten ook meer intenties om te veranderen op scholen met een hoge proportie leerlingen met een lage socioeconomische status, wat verklaard wordt door hun lagere onderwijsbaarheidspercepties van die leerlingen. Zo treedt een cyclus in werking waar leerkrachten binnen- en buitenstappen op scholen met kansarme leerlingen en leerlingen die minder goed scoren op academische tests, wat in de praktijk vaak BSO- en TSO-scholen zijn. Dit proefschrift belicht hoe het welbevinden van de leerlingen – waarvan wordt aangenomen dat dit laag is als er een hoge futiliteitscultuur aanwezig is – nauw samenhangt met de emoties van leerkrachten.

Bovendien tonen de bevindingen dat in scholen met een hoge proportie etnische minderheden leerkrachten niet vaker willen stoppen of veranderen van school. Desalniettemin blijkt met betrekking tot burn-out dat stedelijke leerkrachten vaker emotioneel uitgeput zijn op etnisch diverse scholen doordat ze hun studenten als minder onderwijsbaar inschatten.

Dit onderzoek onderstreept het belang van de onderwijsbaarheidspercepties van leerkrachten, die ook een verschillende rol spelen in de onderwijsvormen: cognitief-motivationele en  schoolaangepaste vaardigheden van leerlingen zijn eerder van belang voor het welbevinden van leerkrachten die lesgeven in het ASO, terwijl sociaal-persoonlijke vaardigheden van leerlingen belangrijker blijken te zijn voor leerkrachten die lesgeven in het TSO en BSO. De meer objectieve leerlingenkenmerken lijken geen groot verschil te maken voor het welbevinden en uitstroom van leerkrachten, het zijn eerder hun percepties van de leerlingen in de schoolcontext die de gevoelens en attitudes van leerkrachten beïnvloeden.

Naast school-gerelateerde factoren beïnvloeden job-gerelateerde condities het welbevinden en de uitstroom van leerkrachten: voor voormalige leerkrachten waren deze dé belangrijkste reden dat zij het beroep verlieten. Voor onervaren leerkrachten is de jobonzekerheid de meest voorkomende reden om te stoppen met lesgeven. Er ontstaat een gevoel dat jongere leerkrachten zich enorm moeten bewijzen om ‘aan te blijven op school’, deeltijdse lesopdrachten op verschillende scholen moeten combineren, niet kunnen investeren in relaties met leerlingen en collega’s en minder mogelijkheden hebben om hun (professionele) toekomst te plannen. Voor oudere en meer ervaren leerkrachten is een andere job-gerelateerde factor doorslaggevend voor hun vertrek, met name het gebrek aan mogelijkheden om de job te diversifiëren, zowel via verticale als horizontale promotie.

Bovenal toont dit onderzoeksproject de noodzaak aan om leerkrachten beter te ondersteunen via de leerkrachtenopleiding, professionele leergemeenschappen en het algemene schoolbeleid, maar ondersteunt het ook de noodzaak om het beroep in het algemeen aantrekkelijker te maken, met oog op de waardering van alle leerkrachten.