Uber is vervoersonderneming volgens Hof van Justitie

(22-12-2017) Hof van Justitie, 20 december 2017, C-434/15, Uber Spanje: is Uber een vervoersonderneming of een dienst van de informatiemaatschappij? Heeft deze uitspraak ook een weerslag op de kwalificatie van de relatie tussen Uber en zijn chauffeurs?

Voor de eerste keer moest het Hof van Justitie zich buigen over Uber en in het bijzonder Uber Spanje. Het Hof deed uitspraak op 20 december 2017 (zaak C-434/15). Een aantal keren hadden nationale rechtbanken hierover al – in de ene of de andere richting – een uitspraak gedaan.

Er wordt de laatste tijd veel aandacht besteed aan de problematiek van het gebruik van elektronische platformen en de impact op het sociaal recht. Vooral: zijn personen die voor deze platformen werken nu werknemers of zelfstandigen? Vele van de traditionele controlemaatregelen eigen aan een werkgever, worden hier immers uitgeoefend door een elektronisch platform. Een meer dan bekend voorbeeld hiervan is Uber.

De vraag die het Hof echter diende te beantwoorden: is Uber een vervoersonderneming of een dienst van de informatiemaatschappij?

Uber gebruikt nieuwe technologieën om het stedelijk vervoer te organiseren, zoals geolocalisatie en smartphones. Maar, deze innovatie heeft ook betrekking op de organisatie van het vervoer zelf. Het gebruik van de reserveringsapplicatie is dus geen afzonderlijke economische activiteit, maar zorgt ervoor dat chauffeurs met gebruikers in contact kunnen komen en het vervoer dus mogelijk is. Beiden zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Daarenboven, Uber oefent controle uit op verschillende relevante aspecten van een stedelijke vervoersdienst (elementen die vaak met werkgeversschap gepaard gaan): op de prijs, maar ook op

  • de minimale veiligheidseisen door middel van voorafgaande eisen aan de chauffeurs en voertuigen
  • de toegankelijkheid van het vervoersaanbod door de chauffeurs te stimuleren om op tijdstippen en plaatsen met grote vraag te werken
  • het gedrag van de chauffeurs door middel van het beoordelingssysteem
  • de mogelijke uitsluiting van het platform.

Uber oefent zo controle uit op de factoren die economisch relevant zijn voor de vervoersdienst die binnen het platform wordt aangeboden. Daarom kan Uber niet beschouwd worden als louter bemiddelaar tussen chauffeurs en passagiers. De chauffeurs die binnen het Uber-platform rijden, verrichten geen eigen activiteit die onafhankelijk van dit platform zou bestaan.

Het standpunt van het Hof: Uber is een vervoeronderneming die valt onder het vrij verkeer van diensten dat van toepassing is op de vervoerssector zoals bepaald in artikel 58 lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Dit impliceert echter geen enkele uitspraak over het statuut van de chauffeurs die voor Uber werken. Daar ging deze zaak niet over. Het is dan ook niet uitgesloten dat zulke dienstverleners een beroep doen op zelfstandige personen. Wees dus voorzichtig met al te grote verwachtingen van dit arrest. Of deze personen nu werknemer of zelfstandige zijn, is immers een vraag die afhangt van het nationale recht. Het is dan ook te verwachten dat er heel wat rechtszaken voor de nationale rechtbanken zullen opduiken over het statuut van personen die voor een elektronisch platform werken – je kan ervan uitgaan dat wat het Hof over Uber bepaalde, ook geldt voor andere elektronische platformen – met alle juridische kwalificatieproblemen die hiermee gepaard gaan.

 (Yves Jorens)