Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek

Rechtsnormen regelen enerzijds de verhouding tussen personen onderling (privaatrecht), maar anderzijds wordt ook de verticale relatie tussen de overheid en de burger geregeld (publiekrecht). 

De manier waarop de gewone man zich vandaag tegenover het overheidsapparaat verhoudt, is de resultante van een lange evolutie. De cursus gaat in het verleden op zoek naar bouwstenen van het hedendaagse publiekrecht. Als we weten wat voorafging en waarom het veranderde, krijgen we een beter inzicht in de huidige regels én kunnen we die tegelijk kritisch benaderen. In de bepaling van het recht speelt de politieke macht een belangrijke rol.

Naast de relativerende en kritische bedoeling, wil de cursus aan de toekomstige jurist ook enkele fundamentele (rechts)culturele mijlpalen uit de geschiedenis meegeven, alsook de eerstejaarsstudent vertrouwd maken met publiekrechtelijke basisbegrippen en juridische teksten.

De cursus is chronologisch opgebouwd en begint bij het Romeinse Rijk. Achtereenvolgens komen de Merovingers, de Karolingers, de middeleeuwse leen- en heerlijke stelsels, op- en ondergang van het absolutisme, de opbouw van de nationale staat en de regionalistische en Europese ontwikkelingen aan bod. Per periode wordt qua lokalisatie gefocust op een rechtssysteem, waarvan de inhoud tot op vandaag in ons recht nog steeds sporen nalaat, weze het als voorbeeld (bv. de ‘Franse’ revolutie, de ‘Amerikaanse’ onafhankelijkheidsstrijd), dan wel als non-voorbeeld (bv. het ‘Spaanse’ despotisme, het ‘Duitse’ totalitarisme). In elk van de belichte juridische systemen worden thema’s beschreven als ‘scheiding der machten’, ‘vertegenwoordiging’, ‘constitutionalisme’ …

De cursus overloopt in vogelvlucht de verhouding tussen macht en recht vanaf het ontstaan van de oudste bewaarde rechtsbronnen om vanaf de late middeleeuwen de klemtoon te leggen op enerzijds een aantal basiselementen van staatsstructuur (vooral scheiding der machten en parlementair regime) en anderzijds de ontwikkeling van de fundamentele rechten en vrijheden.

Vanaf de negentiende eeuw wordt bijkomend bijzonder gefocust op de rol van sociale bewegingen, de taalstrijd en de politieke partijen in de vormgeving van het hedendaagse Belgische publiekrecht.