Vaardigheden I

De vaardigheden mikken in de eerste plaats op (mondelinge en schriftelijke) juridische vaardigheden.

In het eerste jaar gaat het om basisvaardigheden: het juist toepassen van de wet in de tijd en in de ruimte, het leren lezen en analyseren van een wet en van een rechterlijke uitspraak,…

Eveneens leer je hoe je juridische bronnen kan raadplegen en hoe een je een casus kan oplossen.

Tot slot wordt ook aandacht besteed aan academisch taalgebruik.