Reglement fraude of onregelmatigheden

1. Fraude

Als fraude in de zin van art. 78 OER zal worden beschouwd elk gedrag van een student in het kader van een examen of niet-periodegebonden evaluatie waardoor deze het vormen van een juist oordeel omtrent de kennis, het inzicht en/of de vaardigheden van hemzelf dan wel van andere studenten geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt of poogt te maken.

2. Onregelmatigheid

Als onregelmatigheid in de zin van art. 78 OER zal beschouwd worden elke inbreuk op het facultair reglement betreffende het gebruik van wet- en woordenboeken bij examens, of navolgende regels met betrekking tot het goede verloop van een examen of een schriftelijke evaluatiesessie in het kader van een niet-periodegebonden evaluatie:

  1. Studenten moeten zich naar de aanwijzingen en richtlijnen van de examinator schikken;
  2. Studenten dienen hun jassen, boekentassen, pennenzakjes, e.d. helemaal vooraan, opzij of achteraan in het lokaal te deponeren, in elk geval op voldoende afstand van de banken. De student mag enkel een aantal strikt noodzakelijke losse gebruiksvoorwerpen (balpen, pen, potlood, lat, zakdoek, toegelaten wet- en woordenboeken, e.d.) en zijn/haar studentenkaart (of een ander identificatiemiddel) bij zich hebben.
  3. Het bijhebben van (digitale) media zoals GSMs, smartphones, mp3- spelers, Ipods, Ipads of laptops is niet toegestaan, ook niet wanneer het apparaat uitgeschakeld is, behalve indien dit uitdrukkelijk toegelaten is in het kader van verleende examenfaciliteiten.
  4. Om visuele inspectie toe te laten moeten de ogen van de student zichtbaar zijn en de oren op vraag vrijgemaakt worden.
  5. Van zodra opgavenbladen (i.e. bladen met de examenvragen) uitgedeeld worden, wordt er gezwegen. Studenten volgen alle instructies op die door de examinator gegeven worden.
  6. Elke examinator bepaalt vooraf of studenten het examen oplossen op het opgavenblad, dan wel een (of meerdere) afzonderlijke antwoordblad(en) dienen te gebruiken. Bij de start van het examen krijgt elke student evenveel opgaven- en desgevallend antwoordbladen. De examinator bepaalt of studenten extra antwoordbladen mogen vragen. Desgevallend wordt op de examenkopij genoteerd hoeveel extra antwoordbladen aan de student bezorgd werden. Het is de verantwoordelijkheid van de student om aan te geven welke antwoordbladen als “net” dan wel als “klad” beschouwd moeten worden.
  7. Laatkomers mogen het examen starten zolang geen enkele student die kennis nam van de examenvragen het examenlokaal verlaten heeft.
  8. Pro forma indienen van een examenkopij is toegelaten. Studenten die hiervan gebruik willen maken, kunnen hetzij onmiddellijk indienen zonder de examenvragen te bekijken, hetzij indienen na het bekijken van de examenvragen op voorwaarde dat reeds 30 minuten van de examentijd is verstreken.
  9. De studenten dienen de volledige definitieve examenkopij (desgevallend verschillende opgave- en (extra) antwoordbladen) af te geven.
  10. Examenkopijen moeten ingediend worden uiterlijk onmiddellijk na het verstrijken van de vooropgestelde examentijd. Nadien kan een examenkopij niet meer geldig ingediend worden. Een student mag in geen geval het lokaal verlaten in het bezit van een opgavenblad.
  11. Een examenkopij kan enkel ingediend worden op vertoon van een geldige studentenkaart. In uitzonderlijke gevallen (verlies of diefstal) kan een andere vorm van identificatie toegelaten worden. Studenten die zich bij de start van het examen op generlei wijze kunnen identificeren, dienen zich te melden bij een van de toezichters en dienen zich nog dezelfde dag aan te bieden bij de betrokken examinator met een geldig foto-identificatiemiddel.

3. Evaluatie

Onder evaluatie in de zin van art. 79 OER zal worden verstaan elke evaluatie die een onderdeel vormt van de score voor een bepaald opleidingsonderdeel. Dat betekent dat de bepalingen met betrekking tot fraude of onregelmatigheden ook van toepassing zijn op evaluaties naar aanleiding van praktische oefeningen of andere opdrachten die plaatsvinden in het kader van een niet-periodegebonden evaluatie buiten de examenperiode.

4. Vaststellingsprocedure

Overeenkomstig art. 78 OER kan een verantwoordelijke toezichter de lopende evaluatie van een student onmiddellijk beëindigen. Bij het vaststellen van onregelmatigheden of een vermoeden van fraude zullen verantwoordelijke toezichter en examinator de volgende procedure volgen:

  1. Het materiaal, eventuele bewijzen en de examenkopij worden onmiddellijk in beslag genomen;
  2. Wanneer er geen afdoende materieel bewijs is (zoals het bekijken van de examenkopij van medestudenten of praten) krijgt de student eerst een waarschuwing en kan de examinator beslissen om de student een andere examenplaats aan te duiden.
  3. Een visuele inspectie is toegelaten.
  4. De student mag het examen in elk geval verder zetten met een nieuwe blanco examenkopij aangezien het vellen van het eigenlijke oordeel bij de examencommissie per opleiding ligt. De nieuwe examenkopij dient eveneens op het oorspronkelijk voorziene tijdstip te worden afgegeven. Wanneer de examencommissie per opleiding van oordeel is dat er zich geen bewezen geval van fraude of onregelmatigheid heeft voorgedaan, worden de oorspronkelijke en de nieuwe examenkopij samengevoegd voor de beoordeling ervan.
  5. De examinator brengt de voorzitter van de examencommissie per opleiding onverwijld schriftelijk op de hoogte van de feiten.

Vaststellingsformulier

Volledig document