Hogere cesuur

Wat is een hogere cesuur?

Bij de toepassing van een hogere cesuur moet je meer dan de traditionele 50 % van de vragen juist beantwoorden om te kunnen slagen. De cesuur of slaaggrens wordt hoger gelegd om te compenseren voor vragen die je juist hebt beantwoord door te gokken.

Anders dan bij het giscorrectiesysteem verlies je geen punten meer als je een meerkeuzevraag verkeerd beantwoordt, maar je zult wel meer dan de helft van de vragen juist moeten beantwoorden om te slagen voor het examen.

Bij vier antwoordmogelijkheden zul je bijvoorbeeld 25 van de 40 vragen juist moeten beantwoorden om het examencijfer 10/20 te behalen.

Waarom is de giscorrectie afgeschaft?

De beslissing van de Raad van Bestuur volgt op een advies van de Onderwijsraad, die zich baseerde op literatuuronderzoek, maar ook op een quasi-experimenteel onderzoek aan onze instelling en een probabiliteitsanalyse door UGent-statistici. Daaruit bleek dat:

  • aan de UGent verschillende scoringsmethodes worden toegepast bij meerkeuze-examens, zodat studenten (soms zelfs binnen eenzelfde examenperiode) telkens opnieuw moeten uitzoeken wat de meest optimale antwoordstrategie is;
  • veel lesgevers giscorrectie gebruikten omdat ze het zo gewoon waren;
  • studenten voor, tijdens en na het examen veel bezig zijn met tactische overwegingen over het al dan niet invullen van vragen;
  • studenten met een gelijke inhoudelijke beheersing van de leerstof onderling sterk verschillen in de mate waarin ze een antwoord durven geven;
  • de keuze om de vraag al dan niet te beantwoorden niet altijd even rationeel gemaakt wordt;
  • de verschillen in gokgedrag ook een verschil kunnen maken in het eindcijfer van studenten;
  • studenten die bij giscorrectie minder geneigd zijn tot gokken het meeste voordeel hebben bij de overgang van giscorrectie naar standard setting;
  • bij standard setting of een hogere cesuur de kans op slagen door gissen even klein is als bij giscorrectie.

Net door de afschaffing van giscorrectie, moet je geen tactische overwegingen meer maken of het al dan niet opportuun is de vraag te beantwoorden. Je hebt er nu net alle baat bij om alle vragen in te vullen.

De bias die door persoonlijkheidsfactoren (nl. geneigdheid tot gokken) bij giscorrectie in de evaluatie sloop, wordt zowel onder hogere cesuur als bij meerkeuze-examens zonder correctie voor gokken uitgeschakeld.

Worden de meerkeuze-examens nu makkelijker of moeilijker onder hogere cesuur?

Neen, de kans op slagen door gokken onder giscorrectie is even klein als onder hogere cesuur. Het komt er dus op aan om de leerstof even goed te studeren als onder giscorrectie. Alleen kan je je nu tijdens het examens volledig concentreren op de inhoud en moet je je nu geen zorgen meer maken over het al dan niet invullen van de vragen.

Hoe wordt de hogere cesuur bepaald?

Lesgevers kunnen gebruik maken van de standaardformule voor het bepalen van de hogere cesuur of kunnen – analoog met andere evaluatievormen – zelf de cesuur voor hun examen bepalen.

De standaardformule houdt rekening met de kans die studenten hebben dat ze het goede antwoord gokken op de meerkeuzevragen. Die kans is namelijk afhankelijk van het aantal keuzemogelijkheden (n).

Voor het bepalen van de cesuur kan deze formule gebruikt worden:

berekening cesuur

Hierbij staat

c voor de cesuur (bv. 25/40)

N voor het aantal vragen of m.a.w. de maximale score op het examen (bv. 40)

ni voor het aantal keuzemogelijkheden per vraag (bv. 2 bij Juist/Fout-vragen)

Wi voor de gewichten die per vraag zijn toegekend.

 

Onderstaande tabel is een toepassing van die formule voor examens met vragen die bestaan uit resp. 2-, 3-, 4-, 5- en 6-keuzemogelijkheden:

2-keuze

3-keuze

4-keuze

5-keuze

6-keuze

75%

66,67%

62,50%

60%

58,33%

Hoe wordt jouw uiteindelijk cijfer bij hogere cesuur bepaald?

Het aantal vragen dat je goed hebt, wordt onder hogere cesuur nog verrekend naar het uiteindelijke cijfer. Als je de cesuur (bv. 25/40 vragen met 4 keuzemogelijkheden) haalt, krijg je uiteindelijk als cijfer 10/20. Als je geen enkele vraag goed hebt, komt dit overeen met een negatief cijfer dat naar 0 omgezet wordt en als je alle vragen goed hebt, krijg je het maximum van de punten of 20/20.

Voor de omrekening van het aantal goede antwoorden naar het uiteindelijke cijfer kan onderstaande formule gebruikt worden.

formule cesuur

Hierbij staat

y voor de ruwe score (nl. het aantal correcte antwoorden)

c voor de cesuur (bv. 25/40)

z voor het eindcijfer van de student

N voor het aantal vragen of m.a.w. de maximale score op het examen (bv. 40)

Hoe redeneer ik nu het best bij het invullen van de vragen?

Je hebt er alle baat bij om alle vragen te beantwoorden!

Bij zowel hogere cesuur als wanneer er geen enkele correctie voor gokken wordt toegepast, leveren foute antwoorden geen puntenverlies op. Je hebt er dus alle baat bij om alle vragen te beantwoorden, ook die vragen waarbij je twijfelt.

Een goed antwoord levert een positieve score op. Een fout antwoord of een open gelaten vraag leveren allebei nul punten op. Wanneer er geen enkele correctie voor gokken wordt toegepast, komt het uiteindelijke cijfer voor het examen overeen met het aantal goede antwoorden. Bij hogere cesuur gebeurt nog een verrekening.

Wat zullen lesgevers je vooraf aan info kunnen geven over de cesuur van hun examen?

Lesgevers zullen voorafgaand aan het examen aankondigen of ze al dan niet hogere cesuur zullen toepassen op hun meerkeuze-examen. Ze kunnen dat doen in de lessen en/of via Minerva.

Lesgevers kunnen voor hun specifieke examen op basis van het aantal vragen en het type vragen aangeven hoeveel vragen je juist moet hebben om te kunnen slagen. Ook is het mogelijk dat ze je een omrekentabel geven.

Als een examen bijvoorbeeld bestaat uit 30 vragen met 4 keuzemogelijkheden en 8 stellingen, moet je minstens 19 vragen goed hebben om te kunnen slagen. In onderstaande omrekentabel kan je zien welke uiteindelijke score een bepaald aantal juiste antwoorden oplevert:

Aantal juiste antwoorden

Uiteindelijke score op 20 (onafgerond)

0

0,00

1

0,00

2

0,00

3

0,00

4

0,00

5

0,00

6

0,00

7

0,00

8

0,44

9

1,33

10

2,22

11

3,11

12

4,00

13

4,89

14

5,78

15

6,67

16

7,56

17

8,44

18

9,33

19

10,22

20

11,11

21

12,00

22

12,89

23

13,78

24

14,67

25

15,56

26

16,44

27

17,33

28

18,22

29

19,11

30

20,00

Bekijk de cesuur en omrekentabel als een indicatie en niet zozeer als een exact en onveranderd gegeven. De cesuur en omrekentabel zijn gebaseerd op een precies aantal vragen en op de precieze samenstelling van vragen met verschillende aantallen keuzemogelijkheden. Het komt vaak voor dat lesgevers voorafgaand of na afloop van het examen argumenten hebben om bepaalde vragen uit de examenset te halen. Daardoor zullen de cesuur en de omrekentabel er uiteindelijk lichtjes anders gaan uitzien.

Maak je hierover geen zorgen want uiteindelijk is het ook niet nodig dat je voorafgaand aan het examen over de precieze cesuur en omrekentabel beschikt. Het doet er namelijk niet toe voor je antwoordstrategie tijdens het examen. Je doet er altijd goed aan om alle vragen in te vullen. Als er vragen uit de examenset gehaald worden, gebeurt dat altijd in het voordeel van de studenten.