Gebruik de juiste leestekens

 

  • aanhalingstekens: zet een punt of een vraagteken steeds binnen de aanhalingstekens.
  • Kondig een opsomming, een uitleg, een citaat of een reden aan met een dubbele punt.
  • Vermijd verwarring: gebruik nauwelijks gedachtestreepjes en haakjes.

    bv." De mannen – ze droegen oranje hesjes – liepen langs het veld." of "De man (hij had een oranje hesje aan) liep pontificaal langs het veld."

  • Gebruik een komma
    • in opsommingen: 'Zij schrijft artikelen, essays, romans, verhalen en columns.'
    • tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: 'Oma had een mooie, oude, eiken linnenkast.' Op de website van Onze Taal vind je meer voorbeelden.
    • tussen twee vervoegde werkwoorden: 'Wat zij gezegd heeft, is heel opmerkelijk'.
    • voor en na een bijstelling: 'Schultz van Haegen, de minister van Infrastructuur en Milieu, deed een nieuw voorstel.'
    • voor en na een uitbreidende bijzin: 'De cursisten, die goed Nederlands spreken, vinden die komma's niet moeilijk.'
  • Het verschil tussen het gebruik van een komma of een puntkomma kan je ook terugvinden op de website van Onze Taal.
  • Gebruik hoofdletters waar nodig.

Leestekens in academische teksten

Denk eraan dat je in een academische schrijftaak nooit uitroeptekens mag gebruiken. In je paper wordt er niet geroepen!

Twijfel je?

Controleer Onze taal