Blog

Praktijktesten moeten ook focussen op discriminatie op basis van gezondheid

Vandaag brengt Knack in primeur de resultaten van ons onderzoek naar discriminatie op basis van een werkonderbreking wegens een kankerdiagnose. De resultaten hebben voor mij duidelijke consequenties voor de praktijktesten die zowel de Vlaamse als de federale regering op korte termijn plannen.

Internationaal onderzoek gaf al aan dat gewezen kankerpatiënten het later moeilijk hebben op de arbeidsmarkt en zich vaak gediscrimineerd voelen, maar dit werd nog niet direct vastgesteld. Tot nu: ons onderzoek geeft aan dat een werkonderbreking wegens een kankerdiagnose het cv schaadt: het doet de kansen op een jobgesprek met vier procentpunten dalen (zie ook onderstaande figuur). Onze analyses geven aan dat dit een substantieel effect is dat zelfs groter is dan het effect van een 10 jaar oudere leeftijd.

Nog interessanter is dat ons experiment toelaat verklaringen bloot te leggen voor die lagere kans op een jobgesprek. Dat wil zeggen dat het inzichten verschaft in wat er omgaat in het hoofd van een recruiter wanneer deze een sollicitant evalueert met een “gat” op het cv wegens een kankerervaring. Wat blijkt, is dat sollicitanten met een kankerervaring op het cv worden ingeschat als (i) fysiek minder sterk, (ii) meer ziek in de toekomst, (iii) aanleiding gevend tot aanpassingen op de werkvloer en (iv) tot hogere kosten, in vergelijking met een kandidaat zonder dergelijke onderbreking. Vooral de vrees dat wie een kankerervaring achter de rug heeft nieuw ziekteverzuim zal laten optekenen verklaart de lagere kansen bij het solliciteren.

Blog post 3.png

Beter verzwijgen?

Is het dan beter om helemaal niks te zeggen over de kankerervaring bij het solliciteren en dus het gat op het cv niet te duiden? De onderzoeksresultaten geven het tegendeel aan. In vergelijking met andere kandidaten met een gat op het cv (wegens eerdere depressie, familiale reden of niet-toegelichte reden) hebben gewezen kankerpatiënten betere aanwervingskansen. De verklaring hiervoor is dat ze onder andere beter worden ingeschat op vlak van motivatie, autonomie, flexibiliteit en stressbestendigheid, zo blijkt uit ons onderzoek.

Voor sollicitanten die open zijn over een eerdere kankerervaring is het wel belangrijk geruststellende vaststellingen omtrent de stabiliteit van de gezondheid toe te lichten. Zodoende wordt de voornaamste reden voor ongunstige behandeling bij het solliciteren geanticipeerd.

Wat kunnen beleidsmakers leren uit deze resultaten? De afgelopen maanden was er, naar aanleiding van Black Lives Matter, heel wat discussie over discriminatie van personen met een migratieachtergrond. Terecht, zo toont ons eerder onderzoek met fictieve sollicitaties. Maar diversiteit op de arbeidsmarkt is veel meer dan etnische diversiteit. Het gaat ook om leeftijd, bijvoorbeeld, en om gezondheid, zo toont ons nieuwe onderzoek nogmaals aan, nadat we eerder al vonden dat ook een uitval wegens burn-out of depressie het cv later kan schaden.

Stijn Baert

De komende maanden zullen verschillende Vlaamse sectoren praktijktesten uitrollen, op basis van de academische monitoring die we recent uitwerkten in opdracht voor de Vlaamse Regering. Het hogere doel is onze arbeidsmarkt eerlijker én diverser maken. Cruciaal is dan ook het begrip diversiteit voldoende… divers in te vullen. En dus niet enkel op etnische of genderdiscriminatie te focussen, maar ook op gezondheidsdiscriminatie.

Door Stijn Baert (Vakgroep Economie; Stijn.Baert@UGent.be)

Lees meer over het experiment in deze tekst.

Studentenleiders maken later meer kans op een jobgesprek

Steeds meer jongeren hebben een Bachelor- en/of Masterdiploma, waardoor het voor hen moeilijk wordt om zich enkel daarmee nog te kunnen onderscheiden. Hoe kan dat dan wel? Nemen studenten beter engagement op als studentenleider of blijven ze beter in hun kot blokken om hoge punten te behalen? Ons zonet gepubliceerde onderzoek toont hoe lonend deze strategieën zijn.

In het onderzoek werden de reacties op valse sollicitaties voor 2800 echte Vlaamse vacatures geanalyseerd. Deze sollicitaties verschilden enkel in het engagement als student van de sollicitanten: sommigen vermeldden hoge punten (onderscheiding of grote onderscheiding) op hun cv, anderen vermeldden een duidelijk studentenengagement (in de studentenraad of in een presidium).

Degenen met hoge punten werden 8 procent vaker uitgenodigd voor een jobgesprek. Opvallend: een duidelijk engagement in het studentenleven leidde tot exact dezelfde verhoging. Wie beide troeven kon voorleggen, werd 13 procent vaker uitgenodigd (in vergelijking met een sollicitant die geen van beide opnam in het cv).

Blog post 2.png

Hoger, lager

Belangrijk hierbij is wel dat we profielen met eenzelfde diploma en studieduur vergelijken. Als studentenleiderschap zou leiden tot studieduurverlenging, dan is een positieve impact minder waarschijnlijk.

De vraag is dan: zijn dit hoge effecten? Langs de ene wel. Het effect van een graad of studentenengagement bleek het aantal positieve reacties op de sollicitaties meer te verhogen dan studentenjobs dat in een eerder, gelijkaardig experiment deden. Tegelijk zijn de effecten wel minder uitgesproken dan de verschillen op basis van etniciteit en leeftijd die eerdere praktijktesten aan het licht brachten.

Signaaltheorie als verklaring

Deze bevindingen worden verklaard door de zogenaamde signaaltheorie. Werkgevers hebben weinig tijd om cv’s te screenen en kunnen uit die cv’s niet alles afleiden wat ze zouden willen beoordelen. Hoge punten of studentenengagement kunnen zij dan zien als een signaal van gunstige kwaliteiten.

In mensentaal: wie hoge punten behaalt, wordt mogelijk gezien als slimmer, gemotiveerder en gemakkelijker op te leiden. Gewezen studentenleiders worden volgens de wetenschappelijke literatuur dan weer beter ingeschat inzake communicatievaardigheden, creativiteit, time management en sociale vaardigheden.

 Zelf kende ik een heel actieve studentencarrière. Ik was onder andere vertegenwoordiger van de studenten in de Raad van Bestuur en het Bestuurscollege van de Universiteit Gent. Daar in debat mogen gaan met professoren en externe bestuurders betekende een boost voor mijn vaardigheden. Het combineren van mijn studies met onder andere het opstarten van Student Kick-Off verplichtte me dan weer te groeien in time management.

Hoge punten vooral troef voor Masters en vrouwen

Terug naar het onderzoek. Welk soort studentenleiderschap studenten in hun cv opnemen, lijkt minder van belang voor de werkgever. Lid zijn van een facultaire studentenraad dan wel van een presidium had in het experiment ongeveer hetzelfde effect op de kansen op een jobinterview. Ook of sollicitanten een onderscheiding dan wel grote onderscheiding konden voorleggen, lijkt niet veel uit te maken. Hoge punten zijn dus, naar het vastkrijgen van een jobinterview toe, gemiddeld genomen belangrijker dan hoe hoog die punten precies zijn.

Wel lijkt het halen van hoge punten vooral een troef voor afgestudeerden met een Master. Masters (zonder studentenleiderschap) kregen 13 procent vaker een uitnodiging bij het vermelden van een graad. Verder bleek het effect van een graad ook wat meer uitgesproken bij vrouwen dan bij mannen.

Nog belangrijker door corona?

De dataverzameling voor dit onderzoek dateert van 2016 – dat het onderzoek pas nu gepubliceerd is in een wetenschappelijk tijdschrift is binnen het veld van de economie helaas eerder regel dan uitzondering. Vraag is dan natuurlijk: hoe relevant zijn deze cijfers een kleine vijf jaar later? Mijns inziens heel relevant. De coronacrisis zorgt immers voorlopig vooral voor een lager aantal vacatures. En dus minder kansen voor wie de arbeidsmarkt betreedt.

Stijn Baert

Zij zullen de komende jaren met meer concurrenten af te rekenen krijgen. En werkgevers, die kunnen dus uit meer kandidaten kiezen. Dan spring je er maar beter bovenuit. Ons onderzoek geeft aan dat dat onder andere via een studentenengagement kan.

Door Stijn Baert (Vakgroep Economie; Stijn.Baert@UGent.be)

Lees meer over het onderzoek in het wetenschappelijke artikel.

Smartphone bij de hand tijdens het werken? Dan maak je meer fouten

Hoewel ‘telepressure’ je wellicht onbekend in de oren klinkt, hebben we het allemaal al eens in meer of mindere mate ervaren. Het verwijst naar het gevoel om inkomende berichten snel te beantwoorden. Bovendien zijn we continue bereikbaar dankzij onze smartphones, waardoor we te pas en te onpas berichten vanuit ons privéleven ontvangen. Ook op de werkvloer! In mijn doctoraal onderzoek bestudeer ik of het ervaren van telepressure om die berichten nadelig kan zijn voor de werkprestatie.

Samen met mijn coauteurs Michelle Van Laethem en Peter Vlerick stelde ik vast dat dit type van telepressure daadwerkelijk consequenties heeft op onze concentratie (maar natuurlijk enkel indien de smartphone in de buurt is). Enigszins technisch gesteld – lezers die gaan gillen van statistiek, mogen gerust naar de volgende alinea gaan – kende wie in ons onderzoek één standaardafwijking hoger scoorde op telepressure, 9% van een standaardafwijking meer concentratieverlies. Opvallend is dat dit effect bijna van dezelfde orde is als de invloed van smartphonegebruik op concentratie!

Een mogelijke verklaring hiervoor is onze beperkte verwerkingscapaciteit. Als werknemers telepressure ervaren, verbruiken ze cognitieve hulpbronnen waardoor er minder hersenkracht beschikbaar blijft voor lopende werktaken.

De afleidende effecten van smartphones zijn dus niet beperkt tot het gebruik ervan. De loutere aanwezigheid van het apparaat kan al resulteren in een verminderd cognitief vermogen. Daarom is de smartphone op zak hebben of naast jou op de bureautafel hebben liggen niet zo onschuldig als het lijkt.

Stille modus helpt niet

Blog post 1.png

We gingen ook na of het gebruik van de stille modus op smartphones hielp om de cognitieve kost van telepressure te voorkomen. Dat bleek niet het geval.

Het tijdelijk uitschakelen van notificaties zodat er geen meldingsgeluid of vibraties worden uitgestuurd vanuit de smartphone is helaas niet voldoende. Voor werktaken die aanhoudende concentratie vereisen, is het bijgevolg een goed idee om onze smartphones buiten handbereik te bewaren.

Dan maar verbannen?

Hoewel er een verhoogde kans is op het maken van fouten wanneer je de smartphone bij de hand hebt, betekent dit niet dat elke organisatie deze apparaten uit de werkvloer dient te verbannen. Concentratieverlies op het werk is immers niet steeds erg.

Bij bepaalde werktaken met een zekere mate van risico is het dan weer wel noodzakelijk om de smartphone te verbieden, want dan kunnen kleine foutjes soms grote gevolgen teweegbrengen. De onderzoeksresultaten geven dus duidelijk het cruciale belang aan om bewustwording onder werknemers te creëren rond de onzichtbare risico’s van smartphones.

Verboden maar toch op zak

De resultaten zijn gebaseerd op cross-sectionele data van 849 verpleegkundigen werkzaam in Vlaamse ziekenhuizen. Deze data werden verzameld in december 2019 en januari 2020.

Ruben Cambier.jpgVerrassend genoeg stak 57% van de deelnemers hun smartphone in de broek- of vestzak van het werkuniform, ondanks het verbod bij de deelnemende ziekenhuizen. Hierbij stond de grote meerderheid van smartphones op stille modus of trilstand.

Door Ruben Cambier (Vakgroep Werk, Organisatie en Samenleving; Ruben.Cambier@UGent.be)

Lees meer over het onderzoek in het wetenschappelijke artikel.