Aphea Bio, onderzoekmachine voor een betere oogst

(22-08-2018) Plantenbiologe prof. Sofie Goormachtig doet onderzoek naar bacteriën die de plant helpen beter te groeien en zo een grotere graanopbrengst opleveren. Met algoritmes worden de micro-organismen dan gescreend op hun werking.

© Rhonald Blommestijn
© Rhonald Blommestijn
Planten beter doen groeien en meer weerstand tegen ziektes geven, dat is de missie van Aphea Bio. De hulpmiddelen daarbij: micro-organismen en algoritmes.

In de gigantische serre op de zesde verdieping van de Bio-Accelerator op het Technologiepark in de Gentse deelgemeente Zwijnaarde valt het weldadige zonlicht volop binnen. Toch vertonen de lange rijen tarweplanten er gele bladeren. Maar Isabel Vercauteren, de ceo van Aphea Bio, is daarover niet verontrust. 'Dat komt doordat ze onvoldoende voedingsstoffen krijgen in de arme grond die we voor onze experimenten gebruiken'.

Waar het dit bedrijf om te doen is: dat de planten met behulp van micro-organismen zoals bacteriën en schimmels ook in arme grond een extra grote oogst kunnen opleveren of beter bestand zijn tegen ziektes. Vercauteren en haar team zijn op zoek naar manieren om bij tarwe, en later ook gerst en maïs, een meeropbrengst van minstens 5 procent te realiseren. Daarvoor gebruikt het bedrijf vooral de research van twee wetenschappers van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB): de Gentse plantenbiologe Sofie Goormachtig en de Leuvense bio-informaticus Jeroen Raes. Beiden zijn als adviseur betrokken bij de VIB-spin-off Aphea Bio.

'Goormachtig doet onderzoek naar bacteriën die de plant helpen beter te groeien en zo een grotere graanopbrengst opleveren', legt Vercauteren uit. 'Wij bouwen daarop voort met behulp van de algoritmes die Raes heeft ontwikkeld en die we gebruiken om de miljoenen micro-organismen te screenen op hun werking.'

Zoeken naar schimmels

Aphea Bio lijkt een beetje op een fabriek. Continu wordt er gezocht naar bacteriën en schimmels die mogelijk de gezochte positieve effecten hebben. Dat is een enorm werk. Eerst worden met het computermodel voorspellingen gedaan over de effectiviteit, daarna worden de geselecteerde micro-organismen in een laboratorium opgekweekt en vervolgens wordt het effect op de planten getest. En dat alles voor zowel groeibevordering als ziektebestendigheid. 'Het is een machine die continu draait', bevestigt Vercauteren. Aphea Bio is in staat om 1.500 micro-organismen per jaar te testen.

Aphea Bio werd in de zomer van 2017 opgericht. Het bedrijf werd genoemd naar een godin die op het Griekse eiland Egina werd aanbeden om een rijke oogst af te dwingen. Nu beginnen de eerste veldproeven op een proefveld van de UGent in Bottelare. De oogst, later dit jaar, wordt het moment van de waarheid. 'Bij de overgang van de serre naar het veld vindt de grootste drop-out plaats', zegt Vercauteren. Het is niet omdat een organisme in de serre prima werkt, dat dit ook op het veld het geval is. Daar moet het organisme bewijzen dat het ook onder invloed van wind, regen, kou en uitlaatgassen zijn werk kan doen.

Als ook die proeven positieve resultaten opleveren, is het zaak om de werking te registreren en te onderzoeken of het middel ook op grote schaal geproduceerd kan worden. 'We hopen binnen drie jaar biostimulanten of biopesticiden te hebben die voldoende werking hebben en op het veld getest zijn', zegt ze.

Spannend avontuur

Voor Vercauteren is Aphea Bio een spannend avontuur. Ze werkte bij Bayer CropScience op hetzelfde Technologiepark, toen het VIB haar vroeg een spin-off op basis van het onderzoek van Goormachtig en Raes voor te bereiden. Ze nam loopbaanonderbreking en startte met het pitchen van het idee bij mogelijke geldschieters. Na een jaar had ze 7,7 miljoen euro verzameld, aangevuld met een projectfinanciering van 1,3 miljoen euro van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (Vlaio). Daarmee kon Aphea van start gaan en drie jaar onderzoek financieren. Met - hopelijk - positieve onderzoeksresultaten wil Vercauteren daarna opnieuw financiering zoeken, mogelijk ook bij internationale geldschieters.

Intussen heeft de zoekmethode die Aphea heeft ontwikkeld, belangstelling gewekt in het buitenland. 'Onze methode is vrij generiek. Wij doen vooral onderzoek naar tarwe, maar je kunt er in principe elk gewas op inpluggen. Een Zweeds bedrijf heeft ons al benaderd voor bepaalde boomsoorten en vanuit Guatemala is er belangstelling voor suikerriet.' Aphea Bio wil ingaan op die verzoeken, op voorwaarde dat het zelf mede-eigenaar mag blijven van de onderzoeksresultaten. 'We willen niet gewoon als onderaannemer werken, maar mee waarde creëren in de vorm van intellectuele eigendom', legt Vercauteren uit.

Door het werk met de buitenlandse partners komen de interne programma's nu op kruissnelheid. Aphea heeft daardoor meer personeel nodig. Dat zijn vooral gespecialiseerde biologen en technici. Eind dit jaar zullen er naar verwachting zestien mensen voor Aphea werken.

Ruben Mooijman
© De Standaard - 21 aug. 2018

Lees meer artikels over: