Planten als medicijn. Een wetenschappelijke benadering.

Eeuwenlang waren geneesmiddelen uitsluitend van natuurlijke oorsprong: planten, dierlijke producten en anorganische materialen. Kruiden maakten het gros uit van de remedies tot men er begin 19de eeuw in slaagde hun actieve moleculen te isoleren. Dit gaf een nieuwe wending aan de productie en ontwikkeling van geneesmiddelen. Mettertijd kon men de moleculen chemisch wijzigen. Zo werden ze soms meer actief, beter opgenomen of beter verdragen. Door de toegenomen wetenschappelijke inzichten van de voorbije twee eeuwen zijn prototypes voor nieuwe geneesmiddelen niet langer puur plantaardig. Maar planten hebben nog steeds prominente vertegenwoordigers in ons geneesmiddelenarsenaal met onovertroffen moleculen en hun afgeleiden. Bijvoorbeeld een oudgediende voor pijnbehandeling, de slaapbol (Papaver somniferum), of een nieuwkomer tegen malaria, de zomeralsem (Artemisia annua).
Beperkt worden in de reguliere geneeskunde nog kruiden gebruikt, de fytotherapeutica of geregistreerde kruidengeneesmiddelen. Daarvan is het sint-janskruid (Hypericum perforatum), met omstreden evidentie voor werking tegen milde depressie, een voorbeeld.
De interesse in bruikbare plantenmoleculen in de geneeskunde is wel nog steeds actueel, in stijgende lijn lopen wereldwijd onderzoeken.

Doelgroep: Secundair onderwijs (ASO, KSO, TSO)

Themawandeling 20 leerlingen, 2uur, €50

Locatie: Plantentuin UGent, Campus Ledeganck

Contact: