De effectieve stageperiode

De stage gaat door van 26 maart tot en met 24 mei, een periode van negen weken waarin de student vier dagen per week binnen de gebouwen van uw organisatie werkt.

De stageorganisatie zorgt ervoor dat de stage kan gerealiseerd worden zoals overeengekomen met de opleiding en de student. Zij stelt de nodige middelen ter beschikking en verleent de gewenste ondersteuning. Zij maakt ook nauwkeurige afspraken met de student over het nemen van maaltijden, het gebruik van computer, bibliotheek, telefoon, postzegels en andere bijzonderheden.

De stagementor in de organisatie zorgt ervoor dat de student goed geïntroduceerd wordt. Hij laat de student kennis maken met de personeelsleden en met hun taak en functie, en hij stelt jaarverslagen, folders, publicaties, werkdocumenten, verslagen en relevante wetgeving ter beschikking. Hij laat de student het werkgebeuren observeren, onder meer door het laten bijwonen van vergaderingen, contacteren van klanten en van andere diensten en organisaties.

De stagementor zorgt verder voor de dagelijkse begeleiding door concrete opdrachten voor te bereiden en de uitvoering ervan op te volgen. Een regelmatige bespreking met de student is essentieel om zijn prestatie te evalueren en eventueel bij te sturen, en om de volgende stappen in de opdracht te plannen. Indien nodig neemt de stagementor contact op met de begeleider binnen de opleiding. Deze laatste zal zelf in de loop van de stageperiode minstens één keer contact opnemen met de stagementor om te na te gaan hoe het met de student en zijn opdracht loopt.

Tenslotte geeft de stagementor na afloop van de stage zijn beoordeling van de stageopdracht volgens de categorieën van het evaluatieformulier, en komt hij naar de Universiteit Gent voor een afrondend gesprek hierover met de student en de begeleider vanuit de opleiding.