Rechtspraak in bijberoep? Over advocaten als plaatsvervangende rechters

(07-07-2025) Onderzoek naar hoe advocaten en magistraten de inzet van plaatsvervangende rechters vandaag ervaren.

In België kunnen advocaten worden ingeschakeld om beroepsrechters occasioneel en soms zelfs structureel te vervangen. Hoewel dit systeem bijdraagt aan de continuïteit van de rechtsbedeling, roept de combinatie van een actieve advocatenpraktijk met een functie als rechter vragen op, vooral over de verenigbaarheid ervan met de beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.

Joke Baeck, Stijn Van Ruymbeke en Chey De Roeck onderzochten hoe advocaten en magistraten de inzet van plaatsvervangende rechters vandaag ervaren. Hiervoor voerden zij een grootschalige enquête uit bij beide beroepsgroepen. 

Draagvlak voor occasionele, niet voor structurele inzet

 De respondenten staan overwegend positief tegenover het occasioneel inschakelen van plaatsvervangers bij tijdelijke afwezigheden van beroepsrechters, bijvoorbeeld bij ziekte of vakantie. Dit wordt gezien als een pragmatische oplossing die de rechtszoekende ten goede komt. De steun is het grootst bij respondenten die ervaring hebben met het plaatsvervangerschap, nl. advocaten die zelf plaatsvervanger zijn en magistraten die met plaatsvervangers samenwerken.

 De structurele inzet van plaatsvervangers als oplossing voor de onderbezetting van bepaalde rechtscolleges wordt daarentegen als principieel onwenselijk beschouwd. Dit suggereert dat de meeste respondenten van oordeel zijn dat rechtspreken in de eerste plaats een taak van beroepsmagistraten moet zijn.

Bezorgheden over onafhankelijkheid en partijdigheid

Ondanks hervormingen in 2019 blijven er bezorgdheden bestaan over mogelijke belangenvermenging en schijn van partijdigheid. Zo vindt een ruime meerderheid het problematisch dat een advocaat de ene dag voor een rechtscollege komt pleiten en de volgende dag als plaatsvervanger in datzelfde rechtscollege zetelt.

De bezorgdheden over onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn het sterkst aanwezig bij respondenten die geen ervaring hebben met het plaatsvervangerschap, nl. advocaten die zelf geen plaatsvervanger zijn en magistraten die niet met plaatsvervangers samenwerken. Het vertrouwen in het systeem blijkt dus sterk samen te hangen met persoonlijke betrokkenheid.

Tegelijk is er verdeeldheid over voorstellen om de perceptie van belangenvermenging of de schijn van partijdigheid te reduceren, zoals het invoeren van geografische beperkingen op de inzet van plaatsvervangers.

Nood aan een transparant en correct vergoedingssysteem

Een grote meerderheid van de respondenten pleit voor een transparant en forfaitair vergoedingssysteem voor plaatsvervangers. Een correcte vergoeding kan immers worden gezien als een manier om de perceptie van onafhankelijkheid te versterken.

De cumul van het plaatsvervangerschap met gerechtelijke mandaten binnen hetzelfde rechtscollege (zoals aanstellingen als bewindvoerder of curator) blijft echter omstreden. Respondenten die geen ervaring hebben met het plaatsvervangerschap, blijken de grootste voorstanders van een cumulverbod.

Conclusie

De inzet van plaatsvervangende rechters geniet enkel een breed draagvlak wanneer ze beperkt blijft tot occasionele vervangingen. Indien plaatsvervangers structureel worden ingezet, is het cruciaal bijkomende waarborgen te voorzien om het vertrouwen in de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid te beschermen.

Publicatie

De resultaten van dit onderzoek verschenen in het Nieuw Juridisch Weekblad.