Masterproef

Een belangrijke fractie van de opleiding wordt besteed aan zelfstandige activiteit van de student. De masterproef is hier het belangrijkste onderdeel van, voor een totaal van 24 studiepunten of 20% van de opleiding.
Als student kies je in het tweede semester van het eerste masterjaar een onderwerp voor de masterproef. Per jaar worden er meer dan 300 onderwerpen aangeboden door de lesgevers die betrokken zijn bij het onderwijs in de computerwetenschappen. Deze onderwerpen houden vaak verband met het onderwerp dat door de betrokken lesgever gedoceerd wordt, en waarin hij met zijn onderzoeksgroep wetenschappelijk onderzoek verricht. Heel wat masterproeven gebeuren ook in samenwerking met een bedrijf, of gebeuren in de context van lopend wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit.
Indien je dat wenst, kan je ook een eigen masterproefonderwerp voorstellen. In dat geval dien je op zoek te gaan naar een promotor die bereid is om de masterproef te begeleiden. Deze promotor zal dan in overleg met jou de probleemstelling en de doelstelling van de masterproef formuleren, en deze als regulier onderwerp aanbieden aan de studenten computerwetenschappen (met de vermelding dat jij aan de basis ligt van dit onderwerp). Jij hebt dan voorrang bij het toekennen van dit onderwerp.
Elke masterproef heeft een promotor die jouw vorderingen regelmatig zal opvolgen. Voor de dagelijkse leiding zal je in veel gevallen samenwerken met een onderzoeker van de betrokken onderzoeksgroep (veelal een doctoraatsstudent of een post-doctorale onderzoeker) die je zal helpen om de masterproef tot een goed einde te brengen. Het masterproefonderwerp houdt in veel gevallen verband met het persoonlijk onderzoek van die onderzoeker, waardoor hij/zij bijzonder geïnteresseerd zal zijn in jouw vooruitgang waarvan hij of zij (samen met jou) op termijn ook de vruchten hoopt te plukken. Dit staat garant voor de kwaliteit van de begeleiding en voor de relevantie van het resultaat.
In het laatste jaar werk je – gespreid over het hele jaar – ongeveer een half jaar aan je masterproef. Op het einde schrijf je je bevindingen neer in een rapport, en presenteer je je resultaten aan de buitenwereld gedurende de publieke verdediging op het einde van juni van het tweede masterjaar.
Een masterproef vormt in een aantal gevallen ook het begin van een eerste job, hetzij in een bedrijf, hetzij aan de universiteit zelf. De vakgroepen die betrokken zijn bij het onderwijs in de computerwetenschappen behoren de grootste van de faculteit ingenieurswetenschappen en zijn elk jaar op zoek naar tientallen medewerkers voor het wetenschappelijk onderzoek (hetzij in een project, hetzij met de expliciete bedoeling om te doctoreren). In een aantal gevallen ligt het onderzoek in die eerste job in het verlengde van de masterproef. De keuze van het masterproefonderwerp kan dus verregaande gevolgen hebben, en kiezen doe je dus best na grondige evaluatie.