Onderzoeker In De Spotlight: Jentel Van Havermaet
(08-12-2025) Hoe ziet Visuele beperking eruit wanneer we vertrekken van geleefde ervaringen? Jentel Van Havermaet onderzoekt wat visuele beperking écht betekent in het leven van mensen en hun omgeving.
Visuele beperking worden vaak begrepen via vaste beelden en hardnekkige stereotypen. Maar wat betekent blindheid of slechtziendheid werkelijk in het dagelijkse leven, in relaties, in ouderschap, op school of in werk? Die vraag staat centraal in het onderzoek van Jentel Van Havermaet aan de UGent. Door te luisteren naar geleefde ervaringen van mensen met een visuele beperking – en van de personen rondom hen – verkent haar onderzoek hoe blindheid zich in vele vormen toont en veel verder reikt dan medische definities. Vanuit de disability studies verweeft ze persoonlijke verhalen, contextuele perspectieven en internationale denkkaders om te begrijpen hoe toegankelijkheid en betekenisgeving ontstaan in interacties. Zo draagt haar werk bij aan een rijker en menselijker begrip van visuele beperking en nodigt het uit om voorbij de bestaande aannames te kijken.
DOWNLOAD HIER DE PDF VAN HET INTERVIEW
Kan je kort vertellen waar je onderzoek precies over gaat?
Mijn onderzoek wil visuele beperking begrijpen aan de hand van geleefde ervaringen. Dit zijn de perspectieven van mensen die zelf slechtziend of blind zijn (‘blind perceptions’ genoemd) aangevuld met de ervaringen van de personen in hun omgeving.
Welke problemen zijn er dan volgens jou in hoe we vandaag blindheid begrijpen? En wat wil jouw onderzoek daaraan toevoegen?
Er valt veel meer over visuele beperking te vertellen dan de vaak herhaalde stereotypen, de zogenaamde meta-narratives. Denk bijvoorbeeld aan het idee dat blindheid betekent dat iemand helemaal niets kan zien, of aan de maatschappelijke vanzelfsprekendheid dat ‘kunnen zien’ de norm is. Die laatste manier van kijken wordt ook wel omschreven als ocularcentrism.
Door te onderzoeken hoe blindheid nauw verweven is met allerlei aspecten van het dagelijkse leven, wordt zichtbaar hoe veelzijdig blindheid zich kan uiten. Deze gedachte van ‘blindness as many-ness’ laat zien dat blindheid niet voor iedereen hetzelfde betekent. Mensen geven er op verschillende manieren vorm aan en gaan er op uiteenlopende manieren mee om, afhankelijk van hun relaties, omgeving en dagelijkse leven.
Hoe ben je bij dit onderwerp terechtgekomen, en waarom raakt het jou persoonlijk?
Met mijn masterproef onderzocht ik hoe ouderschap vorm krijgt wanneer een ouder een visuele beperking heeft. Door de verhalen die ik daar hoorde, raakte ik gefascineerd door hoe blindheid en slechtziendheid zich tonen in andere levensdomeinen en contexten. Het onderwerp raakt me ook persoonlijk: ik heb zelf een visuele beperking. Dit onderzoek laat me dus niet alleen anderen beter begrijpen, maar biedt me ook de kans om via onderzoek mijn eigen perspectief verder te verdiepen.
Hoe pak jij dat dan aan in je onderzoek? Om al die ervaringen van mensen samen te brengen en te begrijpen?
Mijn onderzoek sluit aan bij het internationale veld van de disability studies, waarin het perspectief van mensen met een beperking centraal staat. Ik werk met kwalitatieve methoden, wat betekent dat ik vooral vertrek vanuit verhalen en ervaringen van mensen zelf. Ik ga na hoe die ervaringen betekenis krijgen in het dagelijkse leven, in relaties en in verschillende contexten. Die verhalen worden niet alleen geanalyseerd, maar ook creatief met elkaar verweven – een benadering die soms omschreven wordt als ‘crochet as method’, omdat ze verschillende draden samenbrengt tot één geheel. Daarnaast worden de ervaringen geplaatst naast maatschappelijke ideeën over blindheid en inzichten uit het werk van internationale blinde onderzoekers. Op die manier ontstaat een rijk, gelaagd beeld van wat blindheid kan betekenen en hoe mensen er in hun leven mee omgaan.
Wat heb je tot nu toe ontdekt in je onderzoek over hoe visuele beperking zich in het dagelijkse leven toont?
Wat me tot nu toe vooral is bijgebleven, is hoe breed en veelzijdig een visuele beperking zich laat zien. Verschillende invalshoeken – zoals ouderschap, onderwijs, sociale ontwikkeling, hulpmiddelen en academisch werk – zijn allemaal verschillende manieren om visuele beperking te begrijpen. Personen met een visuele beperking beschrijven zelf erg rijke en gelaagde ervaringen, dus het blijkt dat de eerder traditionele lijst van definities uit te breiden valt met concepties van blindheid die echt op geleefde ervaringen zijn gebaseerd.
Vanuit mijn onderzoek heb ik ook gemerkt hoe sterk de drive is waarmee velen zich willen bewijzen en hun plaats in de samenleving willen innemen. Daarnaast heeft het me verrast hoe toegankelijkheid vaak ontstaat in de interactie tussen mensen: wanneer omgeving en relaties mee bewegen, blijkt er veel meer mogelijk dan op het eerste gezicht zou denken.
Wat hoop je dat jouw onderzoek kan bijdragen aan hoe onze samenleving kijkt naar en omgaat met visuele beperkingen?
Om het met een ocularcentrische uitspraak te stellen: ik hoop dat de oogkleppen afvallen. Er is meer dan enkel meta-narratieve en stereotype ideeën. We kunnen zo veel leren van die geleefde ervaringen, wanneer we deze actief uitnodigen aan de multidisciplinaire tafel. Blind perceptions kunnen andere slechtziende of blinde personen inspireren en kunnen interacties in beweging brengen richting toegankelijkheid, divers denken, doen en zijn.
Wat raakt jou zelf het meest in dit onderzoek? Zijn er verhalen of momenten die je altijd bijblijven?
Wat mij het meest raakt, is dat dit onderzoek niet alleen wetenschappelijke kennis oplevert, maar ook een persoonlijk cadeau is. Ik had altijd verwacht dat ik onderzoek zou doen over visuele beperking, maar doordat ik zelf een visuele beperking heb, merk ik hoe waardevol het is om via dit werk ook mijn eigen kijk voortdurend te verruimen. Reflecteren over en met blindheid geeft mij de ruimte om blindheid telkens opnieuw te herdenken, te conceptualiseren en anders te verbeelden. Daarnaast blijft mijn appreciatie en bewondering groeien voor hoe personen met een visuele beperking hun leven vormgeven, altijd in relatie tot de mensen om hen heen.