Kwaliteitsbewaking stage master Bedrijfspsychologie
In het kader van de kwaliteitsbewaking van de stage binnen de master opleiding Bedrijfspsychologie worden aangeboden stages beoordeelt en bewaakt op basis van onderstaande 4 criteria:
- De kwaliteit van de leerdoelen - Zijn de leerdoelen concreet, relevant en haalbaar binnen de stageperiode?
- De kwaliteit van het stageproject waar de student aan kan werken - Biedt het stageproject voldoende uitdaging, diepgang en toegevoegde waarde voor de ontwikkeling van de student?
- Bevat de stage voldoende psychologische aspecten - Bevat de stage voldoende inhoud die betrekking heeft op (bedrijfs)psychologische thema’s, methoden of competenties?
- En is de stage op masterniveau - Is de stage inhoudelijk en qua verantwoordelijkheid passend voor een masterstudent?
Leerdoelen
We hoeven psychologen er niet van te overtuigen hoe belangrijk het is om doelen te stellen als je progressie wil maken. Daarom hechten we vanuit de universiteit veel belang aan goed geformuleerde leerdoelen in termen van de aan te leren kennis en vaardigheden. Die zullen voor iedere stageplaats anders zijn. Want de leerdoelen hebben betrekking op de competenties die cruciaal zijn voor het professioneel uitvoeren van de functie als master bedrijfspsychologie en personeelsbeleid in de specifieke context van de stageplaats.
Stagementoren kennen de activiteiten van de afdeling door en door. Zij zijn dus het best geplaatst om aan te geven welke leerdoelen op de stage kunnen gerealiseerd worden en hoe het leertraject er doorheen die 24 weken, per leerdoel, kan uitzien. We vragen van stagementoren om per stageplaats minstens 4 leerdoelen (psychologisch en op masterniveau) te omschrijven en het leertraject dat eraan gekoppeld is, met de tussentijdse mijlpalen.
Tijdens een eerste bezoek aan de toekomstige stageplaats bepalen de student en de stagementor samen, op basis van deze lijst met 4 leerdoelen, op welke twee leerdoelen de focus zal liggen tijdens de stage. Het staat de stagementor en de student vrij om varianten op deze leerdoelen af te spreken, voor zover ze aan de voorwaarden beantwoorden.
Het is de rol van de stagementor om aan deze leerdoelen een leertraject te koppelen dat loopt over de volledige duur van de stage, want bij leerdoelen ligt de nadruk meer op het leerproces dan op louter uitkomsten. Let wel: er mag geen overlap zijn tussen deze twee leerdoelen en de zeven competenties die ook deel uitmaken van de evaluatie.
Voorbeelden van leerdoelen:
Het proces en de methodiek van assessment van A tot Z leren kennen en uiteindelijk zelfstandig* toepassen: opstellen competentiematrix, rapporteringsformat uitwerken volgens de klantenverwachtingen, interviewstructuur maken, kandidaten interviewen, rol van assessor opnemen, alle beschikbare informatie interpreteren en verwerken tot professioneel assessmentrapport.De volledige flow van wetenschappelijk onderbouwd kwantitatief/kwalitatief marktonderzoek leren kennen door betrokkenheid in meerdere projecten en naarmate het leertraject vordert ook zelfstandig toepassen: de klantenvraag vertalen naar een onderzoeksopzet, de analyseopzet uitwerken en vervolgens resultaten interpreteren, conclusies formuleren, bevindingen communiceren naar de klant.
De taken en verantwoordelijkheden van een HR Business Partner geleidelijk leren kennen en uiteindelijk deelaspecten ervan zelfstandig* op zich nemen, met name 1. Rekrutering & Selectie van A tot Z: van de intake met een aanwervende manager tot de onboarding van nieuwe medewerkers; 2. Leren & Ontwikkelen: Leernoden in kaart brengen en aanpakken, leidinggevenden en medewerkers ondersteunen in het opmaken van persoonlijk ontwikkelplan, …
De volledige flow van wetenschappelijk onderbouwd kwantitatief/kwalitatief marktonderzoek leren kennen door betrokkenheid in meerdere projecten en naarmate het leertraject vordert ook zelfstandig* toepassen: de klantenvraag vertalen naar een onderzoeksopzet, de analyseopzet uitwerken en vervolgens resultaten interpreteren, conclusies formuleren, bevindingen communiceren naar de klant.
* ‘zelfstandig’ betekent niet ‘zonder begeleiding of supervisie’
Stageproject
De stagementor omschrijft samen met de stagiair één stageproject dat beantwoordt aan de kwaliteitsnormen. Natuurlijk kan de stagiair in meerdere projecten betrokken zijn, al zal er maar één als stageproject beoordeeld worden.
Een project is een “resultaatsgericht samenwerkingsverband met een specifieke doelstelling dat begrensd is qua middelen en qua tijd. Het kan de verantwoordelijkheid zijn van één persoon of van meerdere personen. Wel is altijd samenwerking met en/of inbreng van anderen nodig om tot het afgesproken eindresultaat te komen”.
Alle activiteiten met een wederkerend karakter (bv. het zoeken naar kandidaten, het evalueren van medewerkers, het afnemen van selectiegesprekken, het verwerken van data in een marketingproject, …) die behoren tot een algemeen, dagelijks takenpakket zijn geen projecten maar opdrachten of taken. Activiteiten met een improviserend karakter, zonder duidelijk doel en plan, zijn ook geen projecten.
Projecten verlopen gefaseerd in de tijd en bestaan uit verschillende deelfases zoals:
- de voorstudie (afbakening, doel, achtergrond)
- start (concretisering aanpak met tijdslijn en –planning/tussenliggende deadlines)
- wetenschappelijke onderbouw bepalen
- concrete uitvoering
- rapportering
- evaluatie door de opdrachtgever (in casus: de stagementor).
De verantwoordelijkheid om het project te ‘trekken’ ligt bij de stagiair, al is er natuurlijk begeleiding en ondersteuning vanuit de stageplaats. Indien er meerdere stagiairs op een stageplaats werken, hebben ze elk hun eigen, afgebakend project.
Het stageproject is per definitie psychologisch van aard en legt de link tussen theorie en praktijk. Het omvat dus een wetenschappelijke onderbouw, zoals verwijzing naar academische literatuur, integratie van een wetenschappelijk model, … Daardoor is er in het stageproject een unieke inbreng van de student en levert die een bijdrage die verschilt van betrokkenheid in de andere organisatieprojecten tijdens de stage.
Voorbeelden van stageprojecten:
Ontwikkelen van een assessmenttool voor de meting van ….., gefundeerd met wetenschappelijk onderzoek, inclusief het uitschrijven van een handleiding en het geven van een interne opleiding aan de toekomstige gebruikers van deze tool.
Psychometrisch valideren van een psychologische test.
Uitwerken van een training - inhoudelijk en didactische - voor het ontwikkelen van feedbackvaardigheden van meestergasten/supervisors.
Analyseren van de huidige onboarding en op basis van bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek een verbeterde aanpak uitwerken, op maat van de verschillende doelgroepen in het bedrijf.
Een deel van ons dienstenaanbod, meer bepaald producten X, Y en Z, kritisch onderzoeken op de mate waarin ze voldoen aan evidence based standaarden, vervolgens aanpassingen voorstellen en na overleg toepassen.
Psychologische aspecten
De stage omvat voldoende psychologische aspecten en is dus aantoonbaar psychologisch. “Psychologie is de wetenschappelijke studie van het menselijk gedrag, denken en voelen. Waarbinnen we deze laatste willen beschrijven, begrijpen en soms ook voorspellen.” De vier subdisciplines (kernpijlers van de opleiding) zijn relevant als stagecontext.
- Personeelspsychologie: dit vakgebied onderzoekt hoe men de juiste persoon op de juiste plaats krijgt en houdt. Belangrijke thema’s binnen dit vakgebied zijn rekrutering, personeelsselectie, persoon-organisatiefit, socialisatie, training, mentoring, coaching, ontwikkeling, prestatieverbetering, beloning/renumeratie en loopbaanontwikkeling.
- Organisatiepsychologie: dit vakgebied richt zich op de relatie tussen werknemers en hun sociale werkomgeving (bv. collega’s, leidinggevende, team, organisatie als geheel, de bredere samenleving). Belangrijke thema’s binnen dit vakgebied zijn samenwerking in teams, leiderschap, sociale interactie, conflict, onderhandelen, besluitvormingsprocessen, organisatiecultuur en organisatieverandering.
- Arbeidspsychologie: dit werkterrein richt zich op het diagnosticeren en optimaliseren van de arbeidssituatie (bv. arbeidsinhoud, arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen) van werknemers. Belangrijke thema’s binnen dit vakgebied betreffen: (het voorkomen van) stress, burnout en ziekteverzuim; ontwikkeling van preventieve en curatieve interventies; arbeidsreïntegratie; veiligheid; analyse van problemen bij specifieke groepen, bij medewerkers met een bepaald soort werk, en/of in specifieke beroepsgroepen of sectoren. Het karakteristieke van de arbeidspsychologie is dat deze telkens gericht is op de verhouding tussen mens en arbeid, en de consequenties daarvan voor het welbevinden en de fysieke en mentale gezondheid.
- Consumenten- en economische psychologie: dit vakgebied richt zich op het begrijpen en beïnvloeden van consumenten en andere economische marktactoren vanuit psychologisch perspectief. Hierin leren studenten hoe consumentengedrag ontstaat en kan worden beïnvloed. Belangrijk thema betreft onder meer hoe organisaties hun product, dienst, idee of zichzelf kunnen positioneren op de markt.
Masterniveau
De master opleiding Bedrijfspsychologie concretiseert het masterniveau via:
- de opleidingscompetenties
- de eindcompetenties van het opleidingsonderdeel Stage & Deontologie (zie studiefiche)
Masterniveau wordt in de Vlaamse Kwalificatie Structuur beschreven als:
- Kennis en vaardigheden:
- kennis en inzichten uit een specifiek domein of op het raakvlak tussen verschillende domeinen integreren en herformuleren
- complexe nieuwe vaardigheden toepassen, gelieerd aan zelfstandig, gestandaardiseerd onderzoek
- complexe, geavanceerde en/of innovatieve probleemoplossende technieken en methodes kritisch beoordelen en toepassen
- Context, autonomie en verantwoordelijkheid:
- handelen in onvoorspelbare, complexe en gespecialiseerde contexten
- volledig autonoom functioneren met beslissingsrecht
- eindverantwoordelijkheid opnemen voor het bepalen van collectieve resultaten

