Hogere cesuur bij examens met meerkeuzevragen
Hoe kan een lesgever aan de UGent meerkeuzevragen quoteren?
Sinds academiejaar 2014-2015 zijn er binnen de UGent 2 mogelijkheden om meerkeuzevragen te quoteren:
- Zonder compensatie voor gokken.
In dat geval correspondeert jouw score met het aantal juiste antwoorden dat je hebt gegeven. - Met compensatie voor gokken.
In dat geval wordt er een hogere cesuur toegepast, ook bekend als ‘hogere slaaggrens’ of 'standard setting' (zie verder).
De klassieke giscorrectie, waarbij onbeantwoorde vragen in 0 punten resulteren en een lesgever foute antwoorden ‘afstraft’ door punten af te trekken, mag niet meer gebruikt worden, ook niet bij examens die slechts gedeeltelijk uit meerkeuzevragen bestaan.
Essentieel voor jou als student is dat je je tijdens het examen geen zorgen hoeft te maken over of je een vraag beter beantwoordt of onbeantwoord laat.
Zowel bij een hogere cesuur als wanneer er geen enkele correctie voor gokken wordt toegepast, resulteren foute antwoorden in 0 punten.
Je hebt er dus alle baat bij om alle vragen te beantwoorden, ook die vragen waarbij je twijfelt.
Wanneer de lesgever geen enkele correctie voor gokken toepast, komt het uiteindelijke cijfer voor het examen overeen met het aantal goede antwoorden die je hebt gegeven.
Bij hogere cesuur gebeurt er nog een verrekening. Hieronder leggen we je uit wat die verrekening precies inhoudt.
Wat is een hogere cesuur?
Bij de toepassing van een hogere cesuur moet je meer dan de traditionele 50 % van de vragen juist beantwoorden om te kunnen slagen. De cesuur of slaaggrens wordt hoger gelegd om te compenseren voor vragen die je juist hebt beantwoord door te gokken.
Anders dan bij het giscorrectiesysteem verlies je geen punten als je een meerkeuzevraag verkeerd beantwoordt, maar je zult wel meer dan de helft van de vragen juist moeten beantwoorden om te slagen voor het examen.
Bij 4 antwoordmogelijkheden zul je bijvoorbeeld 25 van de 40 vragen juist moeten beantwoorden om het examencijfer 10/20 te behalen.
Hoe wordt de hogere cesuur bepaald?
Lesgevers kunnen gebruik maken van de standaardformule voor het bepalen van de hogere cesuur of kunnen – analoog met andere evaluatievormen – zelf de cesuur voor hun examen bepalen.
De standaardformule houdt rekening met de kans die studenten hebben dat ze het goede antwoord gokken op de meerkeuzevragen. Die kans is namelijk afhankelijk van het aantal keuzemogelijkheden (n). De standaardformule is:
Hierbij staat
- c voor de cesuur (bijv. c=25 bij 40 vragen met 4 keuzemogelijkheden)
- N voor het aantal vragen of met andere woorden de maximale score op het examen (bijv. 40)
- ni voor het aantal keuzemogelijkheden per vraag (bijv. 2 bij Juist/Fout-vragen)
- Wi voor de gewichten die per vraag zijn toegekend.
In onderstaande tabel zie je wat de cesuur wordt, als je de formule toepast voor evaluaties met respectievelijk 2-, 3-, 4-, 5-, 6-keuzevragen:
2-keuze |
3-keuze |
4-keuze |
5-keuze |
6-keuze |
75% |
66,67% |
62,50% |
60% |
58,33% |
Hoe bepaalt een lesgever jouw uiteindelijk cijfer bij hogere cesuur?
Het aantal vragen dat je goed hebt, wordt onder hogere cesuur nog verrekend naar het uiteindelijke cijfer.
Als je de cesuur (bijv. 25/40 vragen met 4 keuzemogelijkheden) haalt, krijg je uiteindelijk als cijfer 10/20. Als je geen enkele vraag goed hebt, komt dit overeen met een negatief cijfer dat de lesgever naar 0 omzet en als je alle vragen goed hebt, krijg je het maximum van de punten of 20/20.
Voor de omrekening van het aantal goede antwoorden naar het uiteindelijke cijfer kan de lesgever onderstaande formule gebruiken.
Hierbij staat
- y voor de ruwe score (namelijk het aantal correcte antwoorden)
- c voor de cesuur (bijv. c=25 bij 40 vragen met 4 keuzemogelijkheden)
- z voor het eindcijfer van de student
- N voor het aantal vragen of met andere woorden de maximale score op het examen (bijv. 40)
Makkelijker of moeilijker: hogere cesuur versus giscorrectie?
De kans op slagen door gokken onder giscorrectie is gelijk als onder hogere cesuur. Het komt er dus op aan om de leerstof goed te studeren.
Het grote voordeel van een hogere cesuur? Tijdens het examen kun je je volledig concentreren op de inhoud. Je hoeft niet na te denken over of je bepaalde vragen al dan niet zou invullen, want je hebt er alle baat bij om alle vragen te beantwoorden, ook die vragen waarbij je twijfelt!
Wat zullen lesgevers je vooraf aan info kunnen geven over de cesuur van hun examen?
Lesgevers zullen voorafgaand aan het examen aankondigen of ze al dan niet een hogere cesuur zullen toepassen op hun meerkeuze-examen. Ze kunnen dat doen in de lessen en/of via Ufora.
Lesgevers kunnen voor hun specifieke examen op basis van het aantal vragen en het type vragen aangeven hoeveel vragen je juist moet hebben om te kunnen slagen. Het is ook mogelijk dat ze je een omrekentabel geven.
Als een examen bijvoorbeeld bestaat uit 30 vragen met 4 keuzemogelijkheden en 8 stellingen, moet je minstens 19 vragen goed hebben om te kunnen slagen.
In onderstaande omrekentabel kan je zien welke uiteindelijke score een bepaald aantal juiste antwoorden oplevert:
Aantal juiste antwoorden |
Uiteindelijke score op 20 ( niet afgerond) |
0 |
0,00 |
1 |
0,00 |
2 |
0,00 |
3 |
0,00 |
4 |
0,00 |
5 |
0,00 |
6 |
0,00 |
7 |
0,00 |
8 |
0,44 |
9 |
1,33 |
10 |
2,22 |
11 |
3,11 |
12 |
4,00 |
13 |
4,89 |
14 |
5,78 |
15 |
6,67 |
16 |
7,56 |
17 |
8,44 |
18 |
9,33 |
19 |
10,22 |
20 |
11,11 |
21 |
12,00 |
22 |
12,89 |
23 |
13,78 |
24 |
14,67 |
25 |
15,56 |
26 |
16,44 |
27 |
17,33 |
28 |
18,22 |
29 |
19,11 |
30 |
20,00 |
Bekijk de cesuur en omrekentabel als een indicatie en niet zozeer als een exact en onveranderd gegeven. De cesuur en omrekentabel zijn gebaseerd op een precies aantal vragen en op de precieze samenstelling van vragen met verschillende aantallen keuzemogelijkheden. Het komt vaak voor dat lesgevers voorafgaand of na afloop van het examen argumenten hebben om bepaalde vragen uit de examenset te halen. Daardoor kunnen de cesuur en de omrekentabel er uiteindelijk lichtjes anders uitzien.
Maak je hierover geen zorgen, want uiteindelijk is het ook niet nodig dat je voorafgaand aan het examen over de precieze cesuur en omrekentabel beschikt. Het doet er namelijk niet toe voor je antwoordstrategie tijdens het examen. Je doet er altijd goed aan om alle vragen in te vullen. Als de lesgever na afloop van het examen vragen uit de examenset haalt, gebeurt dat altijd in het voordeel van de studenten.
Waarom is de giscorrectie afgeschaft?
Giscorrectie werd stevig onderzocht binnen de UGent op basis van literatuur, quasi-experimenteel onderzoek en een probabiliteitsanalyse. Daaruit bleek dat:
- studenten voor, tijdens en na examens met giscorrectie veel bezig zijn met tactische overwegingen over het al dan niet invullen van vragen;
- studenten de keuze om een vraag bij giscorrectie al dan niet te beantwoorden niet altijd even rationeel maken;
- studenten met een gelijke inhoudelijke beheersing van de leerstof onderling sterk verschillen in de mate waarin ze een antwoord durven te geven;
- de verschillen in gokgedrag ook een verschil kunnen maken in het eindcijfer van studenten;
- studenten die bij giscorrectie minder geneigd zijn tot gokken het meeste voordeel hebben bij de overgang van giscorrectie naar een hogere cesuur of standard setting;
- veel lesgevers de giscorrectie gebruikten omdat ze het zo gewoon waren;
- bij een hogere cesuur of standard setting de kans op slagen door gokken even klein is als bij giscorrectie.
Net door de afschaffing van giscorrectie, moet je geen tactische overwegingen meer maken of het al dan niet opportuun is de vraag te beantwoorden. Je hebt er nu net alle baat bij om alle vragen in te vullen.
De bias die door persoonlijkheidsfactoren (namelijk de geneigdheid tot gokken) bij giscorrectie in de evaluatie sloop, wordt uitgeschakeld, zowel onder hogere cesuur als bij meerkeuze-examens zonder correctie voor gokken.