Begrijp je cursusmateriaal

 

  • Zoek nieuwe woorden op. Leg lijstjes aan van nieuwe woorden. Vergeet niet de woorden in een zin/context te zetten zodat je de betekenis beter zal onthouden. Er bestaan digitale hulpmiddelen om dergelijke woordenlijsten aan te leggen, bv. de digitale woordentrainer.
  • Achterhaal de structuur van je syllabus. Gebruik daarvoor de inhoudstafel, als die aanwezig is. Je zal merken dat je bepaalde stukken beter begrijpt als je ze in een groter geheel ziet.
  • Probeer stukken samen te vatten en laat die eens nalezen door medestudenten, oud-studenten, enz. Zo wordt het duidelijk of je de syllabus wel echt begrijpt.
  • Durf vragen te stellen. Ga langs bij het monitoraat of vraag het rechtstreeks aan je docent.