Wetenschappelijke fond Kop Op campagne

De campagne van Kop Op is gedragen door wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd door imec en de Universiteit Gent (UGent) in het kader van onderzoek naar digibesitas (= samenstelling van digitaal en obesitas). Uit het jaarlijkse onderzoek imec.digimeter blijkt dat een groeiend aantal Vlamingen worstelt met smartphones en zoekt naar manieren om hun mobiel gebruik onder controle te houden. Het grootste probleem hierbij is onderschatting: een correcte diagnose is noodzakelijk voor een correcte remedie. De bijdrage van imec en UGent in de Kop Opcampagne is dan ook een wetenschappelijke fond leggen voor de campagne. Dat onderzoek is tweeledig: (1) het vooronderzoek dat leidde tot de vijf profielen van smartphonegebruik met bijhorende zelftest (representatief gemaakt door imec.digimeter) en (2) het ontwikkelen van het mobiel DNA: een spiegel van eigenlijk smartphonegebruik aan de hand van de applicatie mobileDNA.

De campagne van Kop Op is gedragen door wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd door onderzoeks- en innovatiehub imec en de Universiteit Gent (UGent) in het kader van onderzoek naar digibesitas (= samenstelling van digitaal en obesitas). Uit het jaarlijkse onderzoek imec.digimeter blijkt dat een groeiend aantal Vlamingen worstelt met smartphones en zoekt naar manieren om hun mobiel gebruik onder controle te houden. Bij de start van 2018 zagen we in de media dan ook vooral voornemens verschijnen rond internet- en smartphonegebruik minderen. Zelfs technologiebedrijven als Apple zoeken zelf naar ‘tools’ om smartphonegebruik te minderen.

Hoewel Vlamingen steeds vaker gevoelens van onbehagen ervaren, blijft het grootste probleem een onderschatting van het smartphonegebruik. Een correcte diagnose is echter noodzakelijk voor een correcte remedie. Centraal staat het uitgangspunt dat er géén ‘one size fits all’-oplossing bestaat. De relatie tussen een persoon en zijn smartphone is erg persoonlijk. Zo kan de een zijn toestel vijf uur per dag gebruiken en daar helemaal geen hinder bij ervaren, terwijl de ander na 10 minuten al stress krijgt van zijn toestel.

De UGent en imec sloegen de handen in elkaar om hun schouders te steken onder Kop Op,
een sensibiliseringscampagne die streeft naar een gezonde relatie met de smartphone.

De expertise van beide onderzoeksinstellingen werd ingezet om te streven naar een persoonlijke aanpak van digibesitas. Met andere woorden: inzicht en tips op maat staan centraal. Een goede diagnose noodzakelijk is voor een goede remedie (indien die remedie al wenselijk is). Er wordt dan ook gestreefd naar meer inzicht in het eigen smartphonegebruik en de gevoelens die daarmee gepaard gaan. De UGent en imec rijken hiermee twee bouwstenen aan om dat zelfinzicht te verhogen. Dat zelfinzicht kan je krijgen door deel te nemen aan een zelftest die je een profiel toewijst van je smartphonegebruik én door je eigenlijk smartphonegebruik te bestuderen.

Bijdrage imec UGent mobileDNA Kop Op

Het onderzoek is tweeledig: (1) het vooronderzoek dat leidde tot de vijf profielen van smartphonegebruik met bijhorende zelftest en
(2) het ontwikkelen van het mobiel DNA, een spiegel van eigenlijk smartphonegebruik aan de hand van de applicatie mobileDNA.

Typologie van smartphonegebruikers

Het onderzoekstraject ging van start begin 2017 en bestond uit een online bevraging naar smartphonegebruik en gevoelens die een gebruiker heeft bij zijn smartphone. Deze vragenlijst resulteerde in de vijf profielen van smartphonegebruikers, samen met de zelftest. Aan de hand van de imec.digimeter zijn de profielen afgetoetst bij ‘de Vlaming’. De profielen werden vervolgens uitgediept aan de hand van interviews en inzicht in het eigenlijke smartphonegebruik aan de hand van de mobileDNA-app.

Kop Op profielen smartphonegebruikDe zelftest is gebaseerd op een online bevraging door onderzoeksgroep imec-mict-UGent in april 2017 bij 498 Vlaamse smartphonegebruikers. Doel van dit onderzoek was nagaan welke (negatieve) gevoelens gebruikers ervaren bij hun smartphone, en welke specifieke vragen daar het best naar peilen. Hieruit volgden de vijf profielen die je terugvindt op de campagnesite. Deze profielen verschillen van elkaar door gebruiksfrequentie (veel versus weinig gebruik) en de gevoelens die ze hebben bij hun smartphonegebruik. Deze gevoelens zijn het gevoel dat je sociaal aanwezig moet zijn online (ook wel de ‘fear of missing out’ of kortweg ‘fomo’ genoemd), het gevoel dat je werk je privé indringt via je smartphone (met andere woorden een verstoorde ‘work-life balance’), het gevoel van onnodig tijdrovend smartphonegebruik, het gevoel dat je gamegedrag (soms) problematisch is en/of het gevoel dat je smartphone ingewikkeld is.

Op basis van de resultaten van de online bevraging werden 20 van de 84 vragen overgehouden voor de zelftest. Deze 20 vragen zijn de items die het meest uiteenlopend (en dus ook typerend) zijn voor de verschillende profielen. Hier werden vijf vragen over de frequentie van smartphonegebruik aan toegevoegd: een vraag over algemeen smartphonegebruik en vier vragen over specifieke toepassingen op smartphone (e-mail, Facebook, nieuws en gaming). Door middel van een clusteranalyse op deze geselecteerde vragen kwamen de vijf profielen tot stand.

Vervolgens werden deze vragen voor de zelftest opgenomen in digimeter, een jaarlijkse studie van imec rond het bezit en gebruik van nieuwe media en technologie in Vlaanderen. De vragenlijst van digimeter werd afgenomen in augustus en september 2017, en in totaal namen 2.345 respondenten deel aan de studie (waarvan 1.022 via online kanalen en 1.323 via een offline bevraging). Op deze manier konden de vragen van de zelftest en de daaruitvolgende profielen gevalideerd en verfijnd worden binnen een representatieve steekproef van de Vlaamse populatie.

Aanvullend werden 19 diepte-interviews afgenomen bij smartphonegebruikers die de eerste versie van de zelftest hadden ingevuld. Hierdoor konden de profielen verder verfijnd en uitgewerkt worden.

mobileDNA-applicatie

De applicatie mobileDNA is bedoeld om gebruikers een spiegel voor te houden van hun smartphonegebruik. Een op de drie Vlamingen (64,6%) zegt dat ze minstens een uur per dag op hun smartphone zitten, waarvan 14% inschat dat ze hun toestel minstens vijf uur per dag gebruiken. Tenminste, dat dénken ze, want dat die getallen zijn gebaseerd op het eigen inschattingsvermogen, niet op gemeten gebruik. Net hier willen we met mobileDNA een verschil maken: de applicatie geeft dus inzicht in daadwerkelijk gebruik.

De Universiteit Gent heeft samen met Bits of Love en In the Pocket de app mobileDNA ontwikkeld zodat deze applicatie kan ingezet worden voor wetenschappelijk onderzoek, zonder hiervoor afhankelijk te zijn van derde (veelal commerciële) partijen. Eerdere ervaringen met dit soort onderzoek leerde ons ook welke gegevens we wel/niet nodig hebben om zinvol inzicht te krijgen in smartphonegebruik.

Gebruikers van mobileDNA krijgen inzicht in hun gebruik aan de hand van een dashboard met gebruikersstatistieken (zoals aantal notificaties, gebruiksduur, zwaartepunt van gebruik doorheen de dag en top 5 applicaties) en een mobiel DNA. Dat mobiel DNA is een gedetailleerd dagoverzicht dat appgebruik en notificaties plot doorheen de dag.

Gedurende het verloop van de campagne willen de applicatie mobileDNA verder op punt zetten aan de hand van feedback van gebruiken. Het einddoel is dan ook een tool te ontwikkelen voor gepersonaliseerd zelfinzicht om smartphonegebruik te leren contextualiseren en te doseren.

Lees de algemene voorwaarden en het privacybeleid.

Onderzoeksrapport

Doorblader het onderzoeksrapport:

Meer weten?

Wens je meer informatie over het onderzoek of mobileDNA? Contacteer ons dan via mobileDNA@UGent.be.